Article

17.12.2016

Nu investeren in de ondernemers van morgen

Hoe kunnen onderwijsinstellingen en banken ondernemerschap promoten? En waarom ? Een interview met B. Lambrechts, directeur van Hogeschool PXL en D. Beauvois, Head of Corporate Banking BNP Paribas Fortis.

Ondernemen lijkt zowaar hip geworden, en daar willen jullie ook je steentje toe bijdragen?

Ben Lambrechts: “Hogeschool PXL zet al enkele jaren mee de schouders onder de economische toekomst van Limburg. Als onderwijsinstelling is het onze taak om ervoor te zorgen dat jongeren later de regie over hun eigen leven in handen kunnen nemen en hun eigen weg inslaan. Wij moeten in de eerste plaats dus uitstekende professionals opleiden met voldoende vertrouwen in hun eigen kunnen. Goed onderwijs betekent in mijn ogen dat je afgestudeerden aflevert met een aantal absoluut essentiële vaardigheden voor de maatschappij van morgen. Ondernemerschap maakt daar zeker deel van uit. Wij vervullen dus een maatschappelijke rol en volgen de tijdsgeest. En willen dus graag een steen in de rivier verleggen.”

Didier Beauvois: “Sinds kort wordt er met een andere blik naar ondernemerschap gekeken. Succesvol ondernemen heeft te maken met vaardigheden, maar vooral ook met de juiste mentaliteit. ‘Iets durven doen’ wordt veel meer geapprecieerd dan vroeger, ook in het bedrijfsleven. Jonge mensen beseffen beter dan wie ook dat de toekomst in deze pijlsnel evoluerende wereld meer dan vroeger ligt in kleinschalige bedrijfjes of losse structuren in een groter bedrijf, zonder al te veel regeltjes of hiërarchie. En minstens even belangrijk is dat ook mislukking vandaag vlot bespreekbaar is. Een deel van de startende ondernemingen zal de finish niet halen, dat weten we. Wij kunnen als bank het verschil uitmaken door hen zo goed mogelijk te begeleiden en die ondernemerszin niet in de kiem te smoren.” 

‘Ook als bank hebben wij een rol te spelen. Door onze steun aan initiatieven die de ondernemersmentaliteit aanwakkeren, investeren we in de economische groei van morgen.’ Didier Beauvois, Head of Corporate Banking, BNP Paribas Fortis

Hoe vertaalt die focus op ondernemerschap zich concreet in jullie organisatie?

Ben Lambrechts: “We leren een aantal ondernemersvaardigheden aan. Dat gaat van het opmaken van een business- en marketingplan over netwerken tot presentatievaardigheden. Maar ook co-creatie staat vandaag centraal in ons opleidingsaanbod. Onze studenten kunnen hun ideeën uitwerken via StudentStartUP. Hier krijgen ze de gepaste coaching en kunnen ze de hulp inroepen van externe partners. Bovendien gaat het niet alleen over studenten. We willen ook de ondernemende competenties en onderzoekende houding van onze medewerkers opkrikken, zodat zij constant op zoek gaan naar verbetering en innovatie. Onze break-out sessies, die leerkrachten en leerlingen verplichten om les te krijgen in een totaal andere omgeving, zijn daar een mooi voorbeeld van. Ze halen ook onze medewerkers uit hun comfortzone.”

Didier Beauvois: “We leven vandaag inderdaad in een wereld van co-creatie. Dat geldt zowel voor een bank als voor een universiteit. Net zoals PXL stimuleert BNP Paribas Fortis zijn medewerkers om uit hun comfortzone te komen en mee te bouwen aan de bank van de toekomst. Via Home for Innovation krijgen jaarlijks verschillende pop-up teams de mogelijkheid om gedurende enkele maanden een innovatief idee uit te werken zoals een echte start-up dit zou doen. Hiermee wakkeren we hun ondernemerszin aan, wat ook een nieuwe stimulans geeft aan onze co-creatieprojecten met klanten. We gebruiken de werkmethodes van start-ups trouwens in onze hele organisatie. Er lopen heel wat lean & agile-projecten en jongeren kunnen recent ook een ‘Innovative Banker trail’ volgen. Met dit initiatief willen we jonge, ambitieuze medewerkers met visie en daadkracht motiveren om een voortrekkersrol te spelen en actief bij te dragen aan allerlei digitale en technologische innovaties.“

Welke rol speelt Hogeschool in het Limburgse ecosysteem en waar zit nog groeimarge?

Ben Lambrechts: “Onze studenten hebben genoeg goede ideeën voor nieuwe start-ups maar kunnen wel wat hulp gebruiken op het vlak van netwerking en het projectmatig uitwerken van deze ideeën. Onze aanpak is dus erg pragmatisch en praktijkgericht. Zo kregen op 19 oktober meer dan 120 PXL IT-studenten hun eigen stek op de Corda Campus. Met dit iSpace-initiatief willen we de kloof dichten tussen de academische wereld en de bedrijfswereld. Onze studenten kunnen zich voorbereiden op de arbeidsmarkt en hun ideeën toetsen, terwijl de innovatieve bedrijven en start-ups kunnen leren van de inzichten van deze jonge IT-professionals. Een opvallende nieuwe trend die onze maatschappelijke rol nog meer in de verf zet, is dat nu ook lokale besturen bij ons aankloppen. Zij vragen onze hulp bij de uitbouw van hun lokaal ecosysteem. Zo kregen we van verschillende steden de vraag om mee oplossingen uit te dokteren voor de leegstand in de binnenstad. En Voka heeft hier onlangs een netwerk opgestart rond smart cities, waarbij wij de academische partner zijn. “

'Ik zie het als onze taak om de kiem te zaaien voor een ondernemersmentaliteit.'  Ben Lambrechts, directeur Hogeschool PXL

Wat kan een bank betekenen voor een gelijkaardig ecosysteem?

Didier Beauvois: “Wat we hier in Hasselt en andere regio’s in België zoals Gent en Leuven zien gebeuren, bewijst voor mij dat onze bank met zijn sterk toegenomen focus op ‘change’ en ondernemerschap juist zit. Wij willen aanwezig zijn waar ondernemerschap boomt en moeten onze diensten en producten herorganiseren op maat van de nieuwe realiteit. Daarom hebben we in negen Belgische steden, waaronder in Hasselt, Innovation hubs opgezet, als een soort entry point voor start-ups en jonge, innovatieve bedrijfjes. Om te blijven groeien, is het belangrijk dat we een rol kunnen spelen in de economie van morgen en van in het begin betrokken zijn bij de plannen van startende ondernemers. Naargelang hun noden en mogelijkheden bieden we die nieuwe spelers zowel financiële steun als praktisch advies en groeimanagement.

Om de ondernemersmentaliteit te stimuleren, proberen we ons zo veel mogelijk te verankeren in de plaatselijke ecosystemen. In september organiseerden we nog een event met Limburg Startup en Innovatiecentrum Limburg met de bedoeling om de relaties tussen start-ups en gevestigde bedrijven te versterken. Het is niet onze rol om starters meteen te financieren, we duiken vaak pas later op in het verhaal. Maar we brengen hen wel in contact met ons netwerk en kunnen bijvoorbeeld advies geven over subsidies of risicokapitaal. We investeren ook in verschillende fondsen en initiatieven die deze starters wel rechtstreeks ondersteunen.“

 

Inspirerende verhalen voor jong talent

‘Kansen zien, erin geloven en ervoor gaan.’ Dat is het moto van de ondernemers die aan het roer staan bij Konings, Bee, Etex, Chemogas, Belbal, Het Anker, FNG, Shurgard en Shanks.

Ontdek hun getuigenissen

Article

18.07.2016

De 'Lean start-up'-methode: zo pakt u het aan

Met de lean start-upmethode werken in een gevestigde onderneming kan betekenen: het eigen businessmodel in vraag stellen en desnoods afbreken. Niet simpel, maar er is geen keuze.

De ideeën van de lean start-up toepassen in een bestaande onderneming, dat ligt niet voor de hand. Ze kunnen immers voor disruptie zorgen, en er zijn niet veel ondernemingen die zichzelf vrijwillig schade willen berokkenen. Maar er is geen keuze: wie niet zelf aan disruptieve innovatie doet, dreigt op termijn van de kaart geveegd te worden door concurrenten die het wel doen. Of opgepeuzeld. The Washington Post, een eerbiedwaardige instelling met 180 jaar traditie en een karrenvracht Pulitzerprijzen, werd in 2013 simpelweg opgekocht door Jeff Bezos, de man achter Amazon.
Hoe pakt u het dan best aan? Cedric Donck, business angel en oprichter van de Virtuology Academy, somt 5 aanbevelingen op.

  1. Zorg voor een sponsor uit het topmanagement
    Echte innovatie wil zeggen: de dingen anders doen. Het team dat aan lean start-up doet, zal daarom gegarandeerd in conflict komen met behoudsgezinde krachten, tegensputterende legal en compliance en baronieën die hun terrein verdedigen. Niet alle bedrijfsstructuren zijn in het belang van het bedrijf. Als het erom spant, moet het team kunnen rekenen op steun van die sponsor uit het topmanagement die zijn voet zet als het nodig is.
  2. Stel een dynamisch en divers team samen
    Het lean start-upteam is best een mix van dynamische interne en externe mensen. De eerste kennen het bedrijf, de tweede zorgen voor de frisse blik van buitenaf. Alle geledingen van de onderneming (productie, commercieel, legal, ...) moeten vertegenwoordigd zijn. Zo kunnen eventuele struikelstenen snel vanuit alle nodige hoeken bekeken en opgeruimd worden. Een goede verhouding tussen jong en oud en verschillende niveaus helpt ook.
  3. Vertrek vanuit een aparte plek
    Buiten de onderneming aan innovatie doen, heeft geen impact. Maar binnen kan de boel stranden op allerlei vertragingsmechanismen. Soms is het een goed idee om op een aparte plek te beginnen, tot er een kritische massa bereikt is. Een vijftigtal personen is vaak een goede maatstaf. Daarna kan het team weer ingebouwd en geïntegreerd worden. Op dat moment moeten er processen (compliance, kwaliteit, boekhouding, ...) opgezet worden, en dan komt de expertise van een groot bedrijf wél van pas. De timing is cruciaal: te vroeg en je versmoort het nieuwe team, te laat en het ontploft door de groei.
  4. Leid het team op in lean start-up
    De laatste jaren zijn er verschillende lean start-upmethodes ontwikkeld – veel ervan vindt u terug in de top tien boekenlijst van Cedric Donck.
  5. Zoek de vruchtbaarste grond voor disruptieve innovatie
    Het doel van disruptieve innovatie is om de grootste impact te hebben met de minste energie. U moet dus op zoek naar de vruchtbaarste grond daarvoor.

Daarna kunnen we Nike citeren: just do it! Opgepast: u zult daarbij komaf moeten maken met twee populaire waanideeën.

  • Ik mag geen fouten maken
    Creëer een cultuur waarin foutjes niet afgestraft worden: zonder mislukkingen is innovatie onmogelijk. Analyseer wel ‘post mortem’ waarom het is mislukt en wat u ervan kunt leren.
  • Ik mag alleen met een perfect product naar buiten komen
    Durf met een imperfect product naar buiten te komen. Customer discovery en product improvement zijn de clou van het verhaal. Uw klant zal blij zijn dat hij mag helpen bij de ontwikkeling van uw product.
Article

08.02.2016

Hoe stelt u een goede kredietaanvraag samen?

Het ideale kredietdossier bevat alle nodige kwalitatieve en kwantitatieve informatie en een overzicht van de bestaande en nieuwe zekerheden.

Vooraleer een bank krediet kan verlenen aan een onderneming, moet ze de risico’s kennen die inherent zijn aan de bedrijfsactiviteiten. Het komt er dus op aan uw bank niet alleen een duidelijk inzicht te geven in de werking, financiële situatie en toekomstplannen van uw onderneming, maar haar ook te overtuigen van uw strategie om de continuïteit te garanderen.

Hoe opener en transparanter u zich daarbij opstelt, hoe hoger de slaagkansen van uw kredietaanvraag. Een vertrouwensrelatie opbouwen met uw bank is immers cruciaal.

Hoeft u daarom een lijvig boekwerk af te leveren? Absoluut niet. Het is vooral belangrijk dat u alle gegevens bij de hand hebt, zodat u ze tijdens het kredietgesprek met uw relatiebeheerder makkelijk kunt voorleggen. Na het gesprek zal uw relatiebeheerder de informatie verder structureren en het dossier opmaken. Door zelf al bepaalde zaken op papier te zetten en aan uw gesprekspartner te overhandigen, kunt u dit proces helpen te versnellen, zeker indien het complexere situaties en aanvragen betreft.

Gaat het om uw eerste kredietaanvraag bij de bank? Dan moet u natuurlijk meer informatie voorleggen dan bij een bestaande kredietrelatie, wat extra inspanning en tijd zal vragen.

Welke info bevat de ideale kredietaanvraag?

1. Het kwalitatief luik: de steekkaart van uw onderneming

Pas als de bank een duidelijk inzicht heeft in de werking en activiteiten van uw onderneming, kan ze het risico inschatten dat aan een mogelijke kredietverstrekking is verbonden.

Als u zelf een presentatie opstelt waarin u de werking, evolutie en toekomststrategie van het bedrijf uit de doeken doet, laat u dit proces een stuk vlotter verlopen.

SWOT-analyse als vertrekpunt

Doordat u de onderneming als geen ander kent, kunt u ook makkelijker anticiperen op vragen van de bank. Die kunnen soms bijzonder diepgravend en kritisch lijken, maar dat ligt aan de huidige conjunctuur en bijhorende lage groeivooruitzichten en onzekerheden, zowel voor de ondernemer als voor de bank.

Naast de positieve kant van uw bedrijfsverhaal houdt u dus het best ook rekening met mogelijke zwakke punten en bedreigingen. Een SWOT-analyse is een prima hulpmiddel om u hierop voor te bereiden.

Praktijkervaring

De beste manier om een onderneming te begrijpen, is haar aan het werk te zien. Aarzel dus niet om uw relatiebeheerder uit te nodigen op de werkvloer, zodat die zich een heel concreet beeld kan vormen van uw specifieke activiteiten en financieringsbehoeften. Het is ook aan te raden uw relatiebeheerder regelmatig te informeren over de concrete uitvoering van de investeringen: verlopen die volgens plan en naar verwachtingen?

Welke informatie neemt u op?

In de beschrijving van uw businessmodel en activiteiten kunnen volgende vragen als leidraad dienen:

  • Uw product- en dienstenaanbod
    • Op welke markt(en) richt u zich?
    • Hoe ziet u deze markten evolueren? En hoe anticipeert u op mogelijke wijzigingen?
    • Hoe positioneert u uw aanbod? Legt u bijvoorbeeld de nadruk op service of eerder op ervaring, kwaliteit of scherpe prijzen?
    • Dragen uw producten of diensten ISO-certificaten of andere kwaliteitslabels?
    • Over welke vergunningen, licenties of patenten beschikt u?
    • Welke voorraden houdt u aan en hoe snel roteren ze?
    • Hoe zal het project dat u wilt financieren uw aanbod of marktpositie beïnvloeden?
  • Uw medewerkers
    • Wat doet u om de geschikte medewerkers aan te trekken, te motiveren en aan boord te houden?
    • Zijn bepaalde medewerkers cruciaal voor het functioneren van de onderneming? Is er al nagedacht over hun mogelijke opvolging?
    • Doet u een beroep op externe adviseurs voor bepaalde competenties die niet binnen de onderneming aanwezig zijn?
  • Uw klanten
    • Werkt u voor een uitgebreid en gediversifieerd klantenbestand of hangt u af van een beperkt aantal afnemers?
    • Hebt u een duidelijk beeld van de kredietwaardigheid van uw klanten?
    • Welke betaaltermijnen hanteert u?
    • Welke impact zou het wegvallen van (één van) uw belangrijkste klant(en) hebben?
  • Uw leveranciers
    • Met hoeveel en welke leveranciers werkt u?
    • Welke betalingsvoorwaarden kennen uw leveranciers u toe?
    • Kan uw onderneming het wegvallen van één of meerdere grote leveranciers opvangen?
  • Uw concurrenten
    • Wie zijn uw belangrijkste concurrenten en hoe positioneren ze zich?
    • Hoe presteren uw concurrenten? Kent u hun marktaandeel, hun financiële situatie en hun resultaten?
    • Hoe reageert uw onderneming als nieuwe spelers de markt betreden of als de concurrentie met innovaties uitpakt?
  • Structuur, management en aandeelhouders
  • Hoe is de onderneming gestructureerd? Hoe wordt ze bestuurd en wie zijn de aandeelhouders?
  • Leggen het management en de aandeelhouders zich volledig toe op de activiteiten van de onderneming, of besturen ze nog andere bedrijven?
  • Hoe ervaren is het management? Wat is hun trackrecord?
  • Is er al nagedacht over de opvolging van de zaakvoerder en andere sleutelpersonen?
  • Wat is uw beleid op het vlak van dividenduitkering?
  • Vormt uw onderneming onderdeel van een groep? Als dit het geval is, denk er dan aan om ook de groepsstructuur en -activiteiten toe te lichten.
    Indien uw kredietaanvraag dient om een te financieren: wat is het precieze doel van de overname? Hoe zal de bedrijfsstructuur er na de overname uitzien – wat is met andere woorden de balansmatige impact? 

 2. Het kwantitatief luik: een blik op de cijfers

Nadat u de praktische werking van de onderneming hebt toegelicht, is het tijd om de cijfers onder de loep te nemen. Die spelen uiteraard een sturende rol bij het bepalen van uw kredietwaardigheid of terugbetalingscapaciteit.

Onder dit ‘klassieke’ luik van de kredietaanvraag vallen onder meer het financieel plan en de balansen, resultaatrekeningen en vooruitzichten. Bedoeling is dat u zich in eerste instantie zelf, steunend op deze cijfers, een realistisch beeld vormt van de financiële situatie van de onderneming. Op basis daarvan kunt u de bank een klare kijk geven op:

  • de bedrijfsactiviteit, die voldoende rendabel moet zijn om het krediet terug te betalen
  • de financiële buffer, die voldoende groot moet zijn om tegenslagen in de bedrijfsactiviteit op te vangen

Ook hier is het dus cruciaal om de bank zo transparant en volledig mogelijk te informeren.

Welke informatie neemt u op?

Een goed dossier houdt bij de beschrijving van de financiële situatie van de onderneming zowel rekening met de huidige toestand als met de voorgeschiedenis en de toekomst. Noodzakelijke elementen zijn:

  • de balans en resultatenrekening. Idealiter neemt u de goedgekeurde jaarrekeningen (ook de geconsolideerde) van de jongste twee boekjaren. Indien van toepassing voegt u ook de kwalificatie door de auditor toe
    Indien de jaarrekening nog niet is goedgekeurd, kunt u ook een voorlopige balans en resultatenrekening hanteren. Die bieden weliswaar minder zekerheid, maar kunnen toch als basis dienen – zeker als de kwaliteit van de cijfers in het verleden al betrouwbaar is gebleken
  • tussentijdse cijfers
  • een evaluatie van de liquiditeit, solvabiliteit en rendabiliteit van de onderneming en een uitgewerkt plan om mogelijke problemen aan te pakken. Wanneer u de toekomstige evolutie probeert in te schatten, is het ten stelligste aan te raden dat u uitgaat van verschillende scenario’s –zowel positief, neutraal als negatief
  • een overzicht van uw kredieten en een toelichting bij de waarborgen en terugbetalingsverplichtingen bij andere kredietinstellingen. Hieronder vallen ook factoring of uw financieringen via leasing
  • een toelichting bij de verplichtingen buiten balans en de gebruikte waarderingsregels
  • een lijst met het roerend en onroerend patrimonium van de onderneming

Goed om te weten

Denkt u eraan een externe adviseur in te schakelen voor het verzamelen van deze informatie of het uitwerken van de verschillende scenario’s? Dan kunt u hiervoor zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië een financiële tussenkomst aanvragen via de overheid.

Projectspecifieke gegevens

In dit onderdeel licht u toe wat u precies wilt financieren, met welke middelen en waarom. U geeft ook aan hoe u de externe financiers zult terugbetalen. Concreet neemt u volgende informatie op:

  • het financieel plan: het doel van de financiering, het voorziene budget – eventueel vergezeld van offertes, verbintenissen van goede uitvoering, garanties na levering – en de verwachte cashflow
  • de financiering: ingezette middelen (eigen kapitaal, kredieten via één of meerdere banken, andere financieringsbronnen, …), looptijd, aanwending (bv. in één keer of in meerdere schijven) en waarborgen
  • afspraken over de opvolging: hoe en hoe vaak zult u de evolutie van het project en van de financiering aftoetsen aan het oorspronkelijke plan
  • hoeveel extra werkkapitaal de onderneming nodig zal hebben als de investering tot bijkomende omzet leidt en hoe u die bijkomende behoefte zult financieren
  • een toelichting bij de vergoeding en waardecreatie voor de kapitaalverschaffers

3. Een overzicht van de zekerheden

In het laatste luik van uw kredietaanvraag komen de zekerheden aan bod. Bedoeling van de bank is een voorrecht te verwerven op het goed dat ze (mee) financiert.

Komt het tot een gedwongen verkoop, dan krijgt de bank voor dat goed voorrang op de andere schuldeisers. De zekerheid zal het verlies van de bank met andere woorden helpen te beperken. De meest voorkomende zekerheden zijn een hypotheek op een onroerend goed of een pand op roerende activa.

Toegenomen onzekerheid

Dat de banken vandaag meer nadruk leggen op reële zekerheden, is te wijten aan de woelige economische tijden. Als de risico’s toenemen – denken we maar aan de stijgende faillissementscijfers en de afkalvende solvabiliteit, liquiditeit en rendabiliteit van sommige ondernemingen – is het niet meer dan logisch dat er ook meer zekerheden worden gevraagd.

Het gefinancierde goed als waarborg

Voor sommige projecten kan een vorm van ‘asset based financing’, zoals factoring met bevoorschotting of leasing, interessanter zijn dan een klassiek bankkrediet. Deze technieken koppelen de financiering aan een eigendomsrecht op de concrete ‘assets’ (zoals klantenvorderingen, machines of voorraden) – het gefinancierde goed geldt dus zelf als waarborg.

Dit is een heel transparante financieringswijze, zowel voor de onderneming zelf als voor derden (zoals andere banken of klanten en leveranciers). Er bestaat immers een duidelijke link tussen het goed en de financiering ervan. Bij kredieten is deze link vaak minder eenduidig, bijvoorbeeld bij het gebruik van kaskredieten of straight loans.

Eigen inbreng

Een bijzonder sterk argument bij een kredietaanvraag blijft het geloof in de eigen zaak. En niets is zo overtuigend als de inbreng van eigen middelen om het project mee te financieren. Zo verdeelt u de financiële inspanning en de risico’s evenwichtiger tussen u als kredietnemer en de bank. U doet er dus goed aan te anticiperen op deze vraag naar eigen inbreng, zodat u vooraf weet welke inspanning u effectief zult kunnen leveren.

Ziet u het bijvoorbeeld financieel haalbaar om zelf 25% van het investeringsbedrag te dragen, dan is dit een bijzonder positief signaal naar de bankier. U dient deze haalbaarheid uiteraard geloofwaardig te onderbouwen, bijvoorbeeld door volgende zaken aan te tonen:

  • de beschikbare liquide middelen in het bedrijf, waarvoor er nog geen andere aanwending werd voorzien
  • de bestaande terugbetalingscapaciteit uit huidige activiteiten (die een stabiel karakter hebben)
  • het behoud of de verhoging van de bestaande voorschotten in rekening courant vanwege de aandeelhouder(s) van het bedrijf
  • een politiek van winstreservatie

Transparantie en planning

Ook in dit luik van de kredietaanvraag is het aangewezen om open en transparant te communiceren en zo uw vertrouwensrelatie met de bank verder te onderbouwen. Houd er ook rekening mee dat het vrijmaken van extra eigen middelen behoorlijk wat tijd in beslag kan nemen. Pleeg dus tijdig het nodige overleg met de aandeelhouders.                       

Goed om te weten

Indien uw onderneming geen zekerheden meer kan verschaffen, is het mogelijk een beroep doen op de verschillende steun- en waarborgregelingen van de federale en gewestelijke overheden

Article

01.07.2016

Uitdagingen en risico’s van crowdfunding

Hoewel crowdfunding haast onuitputtelijke mogelijkheden biedt, houdt het toch ook een aantal uitdagingen en risico’s in. Een overzicht.

1. Voor de onderneming

Dit nieuwe businessmodel zet alle traditionele modellen volledig op hun kop. De grootste uitdaging is ermee te leren omgaan en een goede balans te vinden op het vlak van:

  • controle: hoe verdeelt u de bevoegdheden tussen onderneming en crowd? Een gulden regel bestaat niet, maar uit onderzoek van de universiteit van Toronto blijkt een systeem ideaal waarbij 80% van het project vastligt en de crowd inspraak heeft in de overige 20% (bv. keuze van kleuren, technologieën, verkooppunten, enz.);
  • transparantie: in welke mate wilt u uw kennis, technologie en de resultaten uit onderzoek & ontwikkeling delen met anderen – dus ook potentiële concurrenten? Hoe beschermt u daarbij uw copyright en intellectuele eigendom?

U stelt de onderneming open voor het publiek. Dat is een enorm voordeel qua marketing en strategie, maar betekent ook dat iedereen toegang krijgt tot de volledige financiële situatie. U moet dus bereid zijn om open kaart te spelen en soms gevoelige informatie te delen.

Een belangrijk risico is natuurlijk dat u de gewenste funding niet haalt en de campagne op een sisser afloopt. Toch is dit in zekere zin ook een voordeel: via de campagne test u of er in de markt wel vraag is voor de dienst of het product dat u wilt uitbrengen. Blijkt dat niet het geval, dan weet u het tenminste op tijd en kunt u het veel hogere verlies – zowel financieel als qua reputatie – van een mislukte productlancering vermijden. Op basis van de ontvangen feedback kunt u ook aanpassingen doorvoeren en later een nieuwe poging ondernemen.

Als u alle ‘fees’ en de marketing, tijd en energie die bij een crowdfunding-campagne komen kijken meetelt, kan de kost van deze financieringsvorm vrij hoog oplopen. Houd daarbij rekening met álle kosten.

Zeker bij reward-based crowdfunding zitten er immers een aantal addertjes onder het gras. Zo moet u de opgehaalde fondsen aangeven als belastbare inkomsten. Bovendien geldt een ‘pledge’ als een verkooptransactie, die voor ondernemingen dus onderworpen is aan btw. Neem deze factoren beslist mee in uw prijszetting, anders zou de fiscus u wel eens een bijzonder onaangename verrassing kunnen bezorgen…

2. Voor de investeerder

Voor een geldschieter bestaat de uitdaging er voornamelijk in om goede projecten te vinden. Aan aantrekkelijke initiatieven geen gebrek, integendeel. Zeker bij reward-based campagnes kan het soms zelfs moeilijk zijn om aan de verleiding te weerstaan. Maar wat zal uw investering opleveren?
Ook als u een project grondig hebt geanalyseerd en het uw vertrouwen geniet, blijft geld erin stoppen altijd een beetje gokken. Het succes is onzeker en er kunnen altijd onvoorziene problemen opduiken. Bij de lending- of equity-based formules kan uw volledige inleg daarbij verloren gaan.

Die kans is – net als het geïnvesteerde bedrag – kleiner bij het reward-based model. Al bestaat ook daar altijd de mogelijkheid dat de initiatiefnemer zijn verbintenissen niet, gedeeltelijk of slechts met grote vertraging kan nakomen. In heel zeldzame gevallen kan het ook om oplichting gaan, waarbij de ophalers (en uw bijdrage!) met de noorderzon verdwijnen.

Een duidelijk beeld

U wilt een objectieve mening vóór u in een Belgisch crowdfundingproject stapt?

Als het project onder de prospectusplicht valt, kunt u het door de FSMA goedgekeurd prospectus doornemen. Dat bevat onder meer informatie over de initiatiefnemer en de juridische vorm van uw investering (bv. aandeel, lening, enz.). Een goedkeuring of vergunning van de FSMA of de Nationale Bank betekent echter niet dat deze instanties het project automatisch geschikt vinden als investering – het is aan u om de risicoafweging te maken.

Op de website van de FSMA kunt u eveneens controleren of het internetplatform en/of de initiatiefnemer onder speciaal toezicht staan van de FSMA of de Nationale Bank.

Article

18.04.2016

Crowdfunding: MyMicroInvest, een praktijkvoorbeeld

MyMicroInvest, opgestart in 2012, is een crowdfundingplatform dat ondernemingen aan financiering helpt door fondsen te werven bij zowel professionele investeerders als bij het grote publiek.

Een gesprek over deze unieke combinatie met Guillaume Desclée, platform manager bij MyMicroInvest.

Waarom werd MyMicroInvest opgericht?

Guillaume Desclée (GD)

“We detecteerden een dubbele behoefte: de Belgische economie heeft nood aan financiering, terwijl spaarders een aantrekkelijk rendement zoeken. MyMicroInvest is opgestart om het beschikbare spaargeld te kanaliseren naar ondernemingen die meerwaarde creëren.

Ons uitgangspunt was eenvoudig: kleine en middelgrote ondernemingen staan in voor meer dan 70% van de toegevoegde waarde en van de jobcreatie in Europa. Toch vinden ze moeilijk fondsen om hun ontwikkeling te financieren. Dat probleem willen wij aanpakken door particulieren de mogelijkheid te bieden in groeiende bedrijven te investeren.”

Hoe werkt MyMicroInvest?

GD

“MyMicroInvest is een investeringsplatform waarmee het publiek innoverende bedrijven kan financieren via een lening of kapitaalparticipatie. We combineren daarbij twee financieringswijzen: crowdfunding – dus het betrekken van het grote publiek – en professionele investering via investeringsfondsen en/of Business Angels-partners. Concreet sluit het grote publiek zich aan bij het selectie-, analyse-, investerings- en begeleidingsproces van professionelen. Beide partijen werken dus samen om de slaagkans van hun investeringen te verhogen.”

Hoe verloopt dat concreet?

GD

“We werken in drie fases. Eerst worden de dossiers die kandidaat zijn voor financiering geselecteerd door het grote publiek. Zo valideert de markt het potentieel van de concepten die de kandidaat-bedrijven willen laten financieren. Vervolgens wordt de analyse overgenomen door een ervaren investeerder die zich concentreert op de financiële validatie van de kandidaat. Als alle lichten op groen staan, kan het bedrijf de procedure starten om fondsen te werven via ons platform.

Tijdens de selectiefase legt een kandidaat ons eerst een aantal wettelijke en boekhoudkundige documenten voor. Zodra deze ‘due diligence’-validatie is afgerond, vragen we de onderneming alle informatie die we nodig hebben voor het opstellen van het investeringsmemorandum of voor het uitgifteprospectus dat bij elke transactie hoort.

Dan komen we aan de eigenlijke investeringsfase. Zoals gezegd worden de ondernemingen die met MyMicroInvest werken gezamenlijk gefinancierd door externe investeerders en de crowd. Deze externe financiering kan voor of na de crowdfundingtransactie tot stand komen. Daarbij stellen we maar één voorwaarde:  de externe financiers moeten dezelfde condities genieten als de crowd.

Zo krijgt het grote publiek investeringsopportuniteiten die vroeger enkel voorbehouden waren voor een beperkt aantal investeerders – noem het een democratiserende vorm van venture capital – en profiteert het tegelijk van de transparantie en interactie die eigen zijn aan crowdfunding. De onderneming krijgt dan weer toegang tot een financieringsoplossing waarmee ze eenvoudig een beroep kan doen op de kracht van de crowd.

In de derde fase begint de magie van crowdfunding pas echt te werken! Tal van investeerders worden immers omgetoverd tot een netwerk van ambassadeurs. Iedereen speelt een rol in het succes van het bedrijf en staat klaar om het te begeleiden en te helpen groeien.  De interactie tussen de onderneming en de investeerdersgroep verloopt online via ons platform, in een speciaal daartoe voorziene beveiligde ruimte. De onderneming geeft daarbij regelmatig een update aan de investeerders, terwijl de crowd strategisch advies levert, het netwerk van de onderneming uitbreidt en haar producten of diensten in de kijker zet.”

Spitst u zich toe op een bepaald type van onderneming?

GD

“MyMicroInvest wil inspelen op de financieringsbehoefte van elke onderneming die gebruik wenst te maken van de voordelen van crowdfunding, ongeacht haar omvang. Het maakt niet uit onder welke vorm dat gebeurt. Zo kunnen we bij rijpere bedrijven via een lening werken, terwijl we voor jongere bedrijven of bij een grote kapitaalsverhoging eerder voor een deelname in het kapitaal zullen kiezen.

Omdat we nog relatief onbekend zijn, is de fondsenwervingscapaciteit per project voorlopig ook nog beperkt tot enkele honderdduizenden euro per onderneming. Daardoor moeten we binnen bepaalde limieten opereren.Verder hebben we geen specifieke voorkeur qua sectoren die we financieren, al hanteren we natuurlijk de klassieke uitsluitingscriteria. We volgen in feite de co-investeringslogica tussen de crowd en de professionele investeerders, dat is ons handelsmerk.

Daarom vinden we onder de 17 ondernemingen die al een beroep op ons hebben gedaan om fondsen te werven zowel universitaire spin-offs als bedrijven die actief zijn in IT, voeding, media, nucleaire geneeskunde en heel wat andere sectoren.”

Is uw formule minder risicovol dan een ‘traditionele’ investering in venture capital?

GD

“We nemen onze selectie-, analyse-, investerings- en begeleidingsprocedure over van de traditionele durfkapitaalfondsen. Het verschil is dat wij daar de tussenkomst van het grote publiek aan toevoegen, omdat we menen dat dit de slaagkansen van de gefinancierde bedrijven kan verhogen.

Een ander element dat speelt, is dat het risico en de mogelijke return on investment van de investeringen via MyMicroInvest gelinkt zijn aan een onderneming die de internetgebruiker zelf gekozen heeft. Dit in tegenstelling tot investeringsfondsen, waarbij het risico verdeeld is over een portefeuille. De investeerder moet dus zelf zijn investeringen op MyMicroInvest diversifiëren naargelang de omvang van de bedrijven, de activiteitensectoren en het type investering – lening of participatie.”

Hoe lang moeten de investeerders hun bedrijfsaandelen bijhouden?

GD

“De liquiditeit – en het rendement – zijn afhankelijk van het type investering. Kiest de crowd bijvoorbeeld voor een lening, dan is de looptijd bekend en zal de investering een vast en terugkerend rendement opleveren. Kiest ze echter voor een deelneming in het kapitaal, dan is het rendement onzeker omdat het afhangt van de toekomstige doorverkoop van die participatie.

Algemeen gesproken gebeurt een doorverkoop binnen een termijn van drie tot zes jaar, naargelang de omvang van de onderneming. Een investeerder die dit wenst, heeft echter het recht om zijn aandeel te verkopen aan een derde voor deze termijn afloopt, zelfs als MyMicroInvest op dat ogenblik geen secundaire markt organiseert.

Juridisch gezien eist MyMicroInvest Finance nv, de afzonderlijke structuur die alle crowd-investeerders omvat, dat er in de aandeelhoudersovereenkomst van het bedrijf een ‘tag/drag-along’-clausule wordt ingevoerd – als dat nog niet het geval is. Daardoor gebeurt de doorverkoop van de participatie die MyMicroInvest Finance in handen heeft voor rekening van het grote publiek op hetzelfde ogenblik en onder dezelfde voorwaarden als de doorverkoop van de participaties van een externe investeerder.”

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top