Article

18.02.2019

Het is nog niet te laat!

De experts van het IPCC trekken aan de alarmbel voor het klimaat. Volgens hun rapport is het nog mogelijk om de klimaatopwarming te beperken als er de komende jaren ongeziene maatregelen worden genomen.

Sinds 1950 zijn de hoeveelheden koolstofdioxide in de atmosfeer alleen maar toegenomen. De niveaus die sindsdien worden bereikt, zijn nooit eerder waargenomen op aarde. De eerste gevolgen van die verstoring kent iedereen maar al te goed: stijging van de temperatuur op aarde, sterke daling van de biodiversiteit, stijging van het niveau van de zeespiegel ...

Een daadkrachtig rapport

Het Intergovernmental Panel on Climate Change, of kortweg IPCC, publiceerde een rapport waarin wordt gezegd dat het nog mogelijk is om de meest dramatische gevolgen van de klimaatverandering te beperken en ons te wapenen tegen de meest onvoorspelbare gevolgen. Daarvoor moet er de komende jaren een reeks ongeziene maatregelen worden genomen. Volgens het IPCC is de Overeenkomst van Parijs niet ambitieus genoeg. Die Overeenkomst werd in 2015 ondertekend tijdens de COP21 en wil dat de verhoging van de gemiddelde temperatuur op aarde tegen 2100 onder 2 °C blijft ten opzichte van het pre-industriële niveau. Daarbij zal zelfs worden getracht om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Maar wat is nu precies het verschil tussen een temperatuurstijging van 1,5 en 2 °C? En welke maatregelen moeten worden genomen om de klimaatopwarming tegen te gaan? Het rapport van het IPCC brengt duidelijkheid. 

Wat zijn de gevolgen?

Ondanks het feit dat onze aarde al met gemiddeld 1 °C opgewarmd is ten opzichte van het pre-industriële niveau, kan het scenario van 1,5 °C nog op heel wat vlakken voor significante verschillen zorgen. Zoals? Extreme warmte in de bewoonde gebieden, en dus ook in Europa en België, waar de temperaturen kunnen stijgen tot boven 50 °C in de zomer, intensieve neerslag in de meeste streken wereldwijd, hogere risico's op droogte en ga zo maar door. Bij een klimaatopwarming van 2 °C zullen de risico's verbonden aan deze fenomenen nog significanter toenemen. Een stijging van meer dan 1,5 °C of zelfs meer dan 2 °C zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat de ijskap van Groenland onomkeerbaar afsmelt en dat de ijskap van Antarctica instabiel wordt. En dat zou op zijn beurt een stijging van het zeewaterniveau met meerdere meters kunnen veroorzaken. Het ergste gevolg is het ontstaan van een positief terugkoppelingsmechanisme, waarbij de opwarming nog sneller gaat en zichzelf gaat versterken. Gevolg? Bosbranden, het smelten van de permafrost waarbij enorme hoeveelheden methaan vrijkomen (een broeikasgas dat nog een stuk sterker is dan koolstof), opwarming van de oceanen enz.

Wat nu?

Eén ding is zeker: onze levensstijl zal drastisch veranderen. Willen we de klimaatopwarming beperken tot 1,5 °C? Dan moeten we volgens de experts de uitstoot van broeikasgassen met 45 % beperken tegen 2030 en rond 2050 een netto nul-uitstoot bereiken. Voor die doelstellingen is betrokkenheid en verandering in alle lagen van onze samenleving nodig, met andere woorden: van particulieren tot grote bedrijven. Naast de drastische vermindering van de uitstoot, is ook de opname van CO2 cruciaal om de doelstellingen te bereiken. In de eerste plaats zijn er de natuurlijke oplossingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de stopzetting van de ontbossing en herbebossing, maar ook aan een transitie in de voedingsmiddelenindustrie, met onder meer de overgang naar agro-ecologie. Ook op technologisch vlak bestaan er oplossingen om CO2 uit de atmosfeer te halen en onder de grond te stoppen of als grondstof te gebruiken. De toepassing van deze oplossingen op grote schaal is echter onderhevig aan verschillende haalbaarheids- en duurzaamheidsfactoren.

Bedrijven als motor van de verandering

Welk scenario er ook wordt gekozen, bedrijven zullen altijd een cruciale rol spelen om de te volgen weg te tonen. Daarom willen wij bedrijven begeleiden bij hun overgang naar een duurzame samenleving. Het klimaat vraagt om dringende acties en de ongelijkheid neemt toe. We kunnen dus niet anders dan bedrijven helpen bij het veranderen van hun businessmodel, zodat ze hun steentje bijdragen aan een 'duurzame welvaart'. Het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) biedt bedrijven naast advies ook financieringsoplossingen om hen te helpen bij hun transitie naar meer duurzaamheid. In samenwerking met zijn partners, bouwt het SBCC voortdurend verder aan zijn expertise en deelt het die zowel intern (via opleidingssessies, Academy Cafés enz.) als extern (via Learning Expeditions, thema-evenementen, workshops enz.). Als grootste Belgische bank zijn wij ervan overtuigd dat we een belangrijke rol spelen om de Belgische ondernemers bewust te maken van deze thema's.

Article

17.04.2019

De watervoetafdruk: een extra uitdaging voor de bedrijven

Duurzaamheid wordt voor de meeste economische spelers een prioriteit. Die uitdaging mag echter niet beperkt blijven tot het terugdringen van hun CO2-uitstoot. Ze moeten immers ook rekening houden met hun 'watervoetafdruk'.

De klimaatuitdagingen staan meer dan ooit op de voorgrond. En die uitdagingen grijpen de economische spelers ook met beide handen... Het is bijvoorbeeld geen toeval dat 75% van de Belgische bedrijven vindt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) op termijn de investering waard is. In die duurzame transitie staat de koolstofvoetafdruk centraal bij de initiatieven die in de verschillende bedrijven worden genomen.

CO2 overschaduwt water

Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet in de eerste plaats een globale strategie zijn. Vandaag is het echter vooral de koolstofbalans die met alle aandacht gaat lopen. In die mate zelfs dat koolstof alle andere factoren die bepalend zijn voor de menselijke druk op het milieu begint te verdringen. Denk bijvoorbeeld aan biodiversiteit, het gebruik van de hulpbronnen, bodemvervuiling of de 'watervoetafdruk'. De strijd tegen de klimaatopwarming mag zich dus niet beperken tot slechts een deel van de hele kwestie ... Ook water vormt in die zin een cruciale uitdaging, want loopt er op dat vlak iets mis, dan zijn de gevolgen niet te overzien: droogte, woestijnvorming, overstromingen, ziektes en noem maar op. Water is ontegenzeglijk een strategische rijkdom, niet alleen voor bedrijven, maar voor onze volledige planeet. Zo zou volgens de voorspellingen van de Verenigde Naties zo'n 40% van onze planeet tegen 2030 met een watertekort te maken kunnen krijgen.

De watervoetafdruk: een belangrijke indicator

De watervoetafdruk zouden we kunnen beschrijven als het totale watervolume dat nodig is om goederen en diensten te produceren. We weten bijvoorbeeld dat er 11.000 liter water nodig is om een katoenen jeans te produceren. Die indicator houdt dus rekening met het rechtstreeks of onrechtstreeks gebruikte water, vanaf het gebruik van de grondstoffen tot het levenseinde van het product. Wanneer we de watervoetafdruk meten, houden we rekening met drie verschillende categorieën:

  • blauw water of zacht oppervlakte- of grondwater;
  • groen water of regenwater dat in de bodem wordt opgeslagen;
  • grijs water of water dat vervuild is door productieprocessen.

Net als bij de koolstofvoetafdruk is het ook bij de watervoetafdruk de bedoeling dat zowel particulieren als overheden en uiteraard ook bedrijven bewust worden gemaakt van hun waterverbruik en dus ook hun verantwoordelijkheid opnemen. En terecht, want wist u dat de bedrijven verantwoordelijk zijn voor bijna 40% van het gebruikte water in de ontwikkelde landen?

Wel bewustwording, maar weinig acties

Hoe gaan de bedrijven dan om met hun 'watervoetafdruk'? Het Amerikaanse bedrijf Ecolab en GreenBiz, een organisatie die wereldwijd actief is op het vlak van duurzaamheid, trachtten een antwoord te geven op die vraag aan de hand van een studie. Op die manier probeerden ze inzicht te krijgen in de manier waarop 86 grote bedrijven (met meer dan een miljard dollar inkomsten) het thema aanpakken. Belangrijkste vaststelling: hoewel de meeste grote spelers zich wel degelijk bewust zijn van de uitdagingen, kost het hen heel wat moeite om hun waterdoelstellingen in concrete acties om te zetten.

  • Zo bevestigt 74% van de corporates dat water een onvermijdelijke prioriteit wordt, is 59% zich bewust van een verhoogd risico voor de business en verklaart 90% de komende drie jaar iets te willen doen om hun impact op het waterverbruik te meten en te beheren.
  • Maar komen van die woorden ook echt daden? Daar is de weg nog lang: 44% van deze bedrijven heeft geen actieplan om de concrete doelstellingen te bereiken en slechts iets meer dan de helft past slimme tools toe om hun waterverbruik te monitoren.

Engagement als cruciale factor

Deze resultaten liggen in de lijn van de resultaten van een enquête uit 2017, waarin 82% van de bedrijven zei niet over de nodige tools te beschikken om iets aan hun watervoetafdruk te doen. Ondanks dat gebrek aan hulpmiddelen, blijft de voornaamste hefboom het engagement van alle betrokken partijen. De kloof tussen doelstellingen en resultaten wordt immers voornamelijk veroorzaakt door het verschil in bewustwording van enerzijds de mensen die de concrete doelstellingen vastleggen (directie of mvo-team) en anderzijds diegenen die de verandering ook echt in de praktijk moeten toepassen. Zo heeft bijna 40% van de bedrijven het moeilijk om hun spelers op het terrein te betrekken en te mobiliseren.

Om iedereen mee te kunnen trekken in dit avontuur, moeten de medewerkers in de eerste plaats opgeleid en gesensibiliseerd worden. Daarnaast moeten ook de externe betrokken partijen – klanten en leveranciers – bewust worden gemaakt van de problematiek. Via denkoefeningen en actieplannen moeten bedrijven de notie 'water' meer en meer opnemen in hun algemene aanpak. Denk bijvoorbeeld aan marketingacties (maar best geen greenwashing) om consumenten bewust te maken van het probleem en de keuze van de verschillende partners voor de volledige toeleveringsketen.

Article

02.12.2016

Le M-commerce impose sa loi et banalise l’achat

Menace ou opportunité pour les e-commerçants ? Sans nul doute bousculés par l’empire des tablettes et des smartphones, mais néanmoins obligés de se réinventer… Pour un acte d’achat de plus en plus anodin

Avec son éloge à la simplicité, Apple inspire ses concurrents directs et indirects. Ils prennent pour priorité la simplification à l’extrême du parcours d’achat.

Des géants comme Amazon développent tous azimuts pour assister l’acheteur et ne plus le lâcher. Pour la Fnac, le mobile doit simplifier au maximum l’acte d’achat. L’enseigne française s’efforce de rendre ses parcours d'achat full web et de les inscrire dans un usage drive to store en optimisant les usages multicanaux.

Rendre l'expérience la plus simple et efficace possible, c’est précisément ce que les marchands ont de la peine à réaliser, mais c’est pour eux l’occasion de relever le défi. .

Le M-commerce joue des coudes

Le mobile ne se contente pas d’être une ‘alternative’, il s‘impose : même de la maison, on achète sur sa tablette ou son smartphone. En France, le commerce mobile a doublé en 2015 et atteint aujourd’hui une part de 23,6 % de l’e-commerce. En 2016,15 achats seront effectués depuis un appareil mobile contre 10,5 en 2015.
Une fois installées sur le smartphone de l'internaute, les applications de commerce électronique natives garantissent un taux de fidélité bien plus élevé qu'un site Web responsive et offrent de belles opportunités pour tracer les clients via leur identifiant personnel afin de mieux les connaître et donc mieux les cibler.

Parcours d'achat réduit à sa plus simple expression

A l’ origine, Pinterest est une simple plateforme de partage social d’images. Aujourd’hui, Pinterest inspire Wish, Wanelo, The Hunt… Une nouvelle génération d’applications de commerce mobile. A la mode des buyable pins de Pinterest, elles ne demandent de l’internaute qu’un simple clic voire un effleurement de la photo du produit pour lancer la commande. Epoustouflant comme il devient facile d’acheter n’est-ce pas ? Pinterest n’a pas l‘audience de Facebook et pourtant, son public de femmes et l’engagement de ses membres attirent les marques de mode : 80 % de taux de ‘ré-épinglage’ contre 1,4% sur Twitter. Quant à son trafic, il dépasse largement, aux Etats-Unis du moins, celui de Google+, LinkedIn et YouTube réunis.

Choisir un produit via questions/ réponses

Plutôt que de consulter un catalogue, l’internaute peut choisir son produit à l’aide d’un chatbot, un agent conversationnel qui vous pose des questions et vous conseille des articles en fonction de vos réponses. Mark Zuckerberg vient enfin d’annoncer pour fin 2016 l'arrivée du paiement en ligne sur Messenger permettant de mener une transaction de A à Z. Avec 4 ans de retard sur WeChat qui brasse entre-temps les infos bancaires de 200 millions d'utilisateurs.

Bataille de coqs sur le marché de l’internet de l’objet

Amazon a déjà montré l’exemple en termes d’achats banalisés avec son bouton d’achat en 1 clic sur chaque fiche produit et la simplicité du parcours d’achat sur mobile ou Kindle. A présent, l’américain réinvente le e-commerce avec l’assistant Alexa (qui compte déjà des millions d’utilisateurs), installant le système de reconnaissance vocale sur sa console de jeu Fire TV ou l’enceinte Amazon Echo diffusant le son à 360 degrés.

La riposte de Google qui consisterait en une véritable interface vocale universelle pour l'ensemble des objets connectés de la maison serait plus ambitieuse que l'Amazon Echo. Et le Siri d’Apple bénéficierait bientôt lui aussi de son hardware. Qui sera le plus rapide ?

Amazon n’entend pas perdre son avance si l’on en juge les adhérents à l’Amazon Echo : les électroménagers de General Electric se pilotent à présent à la voix, qui peut aussi bien lire des tweets, la Bourse, commander un Uber ou lancer Spotify…

Acheter sans s’en rendre compte ?

Sur le territoire de l’achat sans effort, Amazon approfondit ses recherches et développe un bouton connecté aux marques, une solution ‘Push to Buy’ où le consommateur peut, via un bouton physique pour chaque consommable, commander à nouveau automatiquement son produit via son abonnement Amazon Prime.

Comment son concurrent, la Fnac, analyse-t-il cette nouvelle offensive ? La démarche est inverse, selon Ghadi Hobeika, Directeur Marketing Digital de la Fnac : Nous essayons de faire venir les clients sur nos canaux de vente, que ce soient les réseaux sociaux, les canaux digitaux ou physique. Amazon, quant à lui, s’installe dans le parcours de vie du client en allant quasi jusqu’à effacer le geste d'achat puisqu'il suffit d'un mot, d'un geste pour que l'achat soit réalisé sans aucun effort du consommateur.

Le client est-il dupe ?

Une étude de Slice Intelligence le révèle, peu d’acheteurs du bouton connecté Amazon Dash effectueraient un achat via ce bouton. Les consommateurs auraient du mal à s’y faire. Les marques par contre en sont folles : 50 nouveaux boutons et 150 enseignes représentées à ce jour.

Et nos pays, quand passeront-ils au bouton d’achat ? Juste une timide initiative pour l’instant verrait le jour chez notre voisin du sud et porterait sur du service après-vente…

(Source : atelier.net)
Article

27.12.2016

Trends spotten. Een handleiding.

Wil je weten wat mensen in de toekomst zullen willen? Bestudeer dan succesvolle innovaties en de verwachtingen die ze oproepen. Dat zegt David Mattin, trendwatcher bij www.trendwatching.com en co-auteur van het boek ‘Trend-Driven Innovation’.

Elke professional weet dat tegenwoordig innovaties elkaar in een rap tempo opvolgen. Nieuwe producten en diensten komen en gaan met de snelheid van het licht, en het gedrag en de manieren van denken van consumenten veranderen voortdurend en lijken onvoorspelbaar. Dit alles kan voor een onderneming overdonderend aanvoelen, schrijft David Mattin in zijn artikel ‘How to spot a trend’ op de site www.trendwatching.com.

Toch is mee zijn met nieuwe trends en ze zelfs vóór zijn niet enkel weggelegd voor een handvol uitverkorenen met een magische intuïtie, zegt Mattin. Volgens hem is trends spotten een eenvoudig en herhaalbaar proces dat voor iedereen toegankelijk is. In zijn artikel presenteert hij een model waarmee elke start-up, CEO, marketing director of productontwikkelaar die worstelt met de vraag ‘ wat zullen mijn klanten in de toekomst willen?,’ antwoorden vindt.

Menselijke behoeften

Er bestaan verschillende methoden om te bepalen wat de klant wil. De meest bekende is klassiek marktonderzoek. Maar om aankomende trends te spotten blijkt deze methode meestal ontoereikend, vindt Mattin.

“Het gaat namelijk om te weten te komen wat mensen zullen willen voor ze het willen. Mensen weten vaak niet wat ze willen tot het hen getoond wordt”, aldus de trendwatcher.

Een andere onderzoeksmethode is potentiële klanten observeren via etnografisch veldwerk. Dit kan diepgaande inzichten opleveren, maar is een moeilijk, traag en duur pad. Onderzoek via Big Data kan wel voor nuttige info zorgen, maar meestal kun je er enkel mee optimaliseren wat je al doet. Hoogst zelden kom je via Big Data tot revolutionaire inzichten die tot iets echt vernieuwends leiden, stelt Mattin.

Hoe dan wel te werk gaan? De sleutel voor goede trendvoorspellingen is kijken naar innovaties. Naar de nieuwe merken, producten, campagnes en ervaringen die elke dag aan onze ogen voorbij trekken.

“Die vernieuwingen zorgen namelijk voor bepaalde verwachtingen bij de klant”; aldus Mattin. “En het zijn die verwachtingen waar ondernemingen tijdig moeten op inspelen.” 

Om adequaat consumententrends te spotten is het essentieel om goed om te weten wat een trend precies is.

“Dit is een nieuwe manifestatie in gedrag, houding of verwachting van een fundamentele menselijke wens of behoefte, meestal via een nieuwe technologie of via een economische of sociale verandering”, defineert de trendwatcher.

Met andere woorden: als een eeuwenoude behoefte, bijvoorbeeld verbinding of veiligheid, ingevuld wordt met een nieuwe technologie is de kans groot dat dit tot een nieuwe trend leidt. . Een goed voorbeeld hiervan is Napster, het bekende platform van in ’99 om gratis (en illegaal) muziek te downloaden. Deze innovatie voldeed aan de behoeften ‘iets nieuws hebben’ (nieuwe muziek) en ‘gemak’ (instant toegang). In het spoor daarvan ontstonden later iTunes, Netflix en Spotify, die ook allemaal die behoeften invulden en uiterst succesvol zijn.

Leren van Uber

Rest de vraag: hoe gaat een trend opeens wereldwijd? Het antwoord ligt in het concept ‘expectation transfer’, zegt David Mattin.

“Als een innovatie een fundamentele menselijke behoefte invult, dan zorgt dat voor verwachtingen bij de consument. Mensen leren iets nieuws kennen en dat breidt zich uit naar andere markten, industrieën, producten en diensten.”

Hij haalt het voorbeeld aan van Uber, dat de behoeften ‘gemak’ en ‘voordelig transport’ invult. Door de iconische innovatie van Uber kregen consumenten meer verwachtingen van one touch -diensten via de smartphone. En in het kielzog daarvan ontstond bijvoorbeeld Handy, een Amerikaanse on demand home services start-up,die vorig jaar in één maand tijd 50 miljoen dollar verdiende.

Om trends te spotten en te achterhalen wat consumenten in de toekomst zullen willen, is het dus cruciaal om zoveel mogelijk innovaties te bekijken, aldus Mattin. Vooral als je een bepaald cluster van gelijkaardige vernieuwingen ziet, ben je meestal op een interessant spoor. De trendwatcher beklemtoont hierbij om ook niche-innovaties aandacht te geven. Dat zijn namelijk vaak zwakke signalen van krachtige nieuwe verwachtingen.

“Denk maar aan de tijd toen couchsurfing enkel iets voor studenten en blutte reizigers was”, betoogt hij. “ Intussen kun je via dezelfde innovatie via Airbnb wereldwijd in exclusieve villa’s en kastelen logeren.”

Goudmijn aan opportuniteiten

Conclusie van de trendwatcher: maak er een gewoonte van om elke innovatie die je tegenkomt te zien in termen van de customer expectations die het genereert.

“Als je daar een gewoonte van maakt, dan kijk je op een nieuwe manier naar de wereld en zie je een goudmijn aan opportuniteiten. Het is dan zaak om die om die gespotte kansen om te zetten in innoverende ideeën en ze vervolgens uit te voeren.”

Lees het volledige artikel (Engels)

(Bron: www.trendwachting.com)
Article

29.12.2016

Welke voordelen bieden 4G en 5G voor ondernemingen ?

Proximus en Orange zijn er klaar voor. Vanaf 2017 wordt hun 4G-netwerk aangepast om de uitdagingen van het internet der dingen aan te gaan, op het moment dat 5G zijn eerste troeven op tafel gooit.

Een overzicht van de nieuwigheden die grote gevolgen zullen hebben voor de ondernemingen..

Proximus was de eerste operator die een aanbod voor het Internet of Things heeft uitgebouwd met LoRa (Lang Range), een netwerk dat kleine hoeveelheden informatie verstuurt tussen voorwerpen en systemen met een laag elektriciteitsverbruik. Enkele belangrijke toepassingen: analyse van de luchtkwaliteit in gebouwen, voorraadbeheer, monitoring van de volumes in glasbollen (bijvoorbeeld).

Enkele dagen geleden kondigde Orange aan dat het zijn bestaande 4G-netwerk aanpast voor dezelfde markt van het internet der dingen, door de implementatie van nieuwe LPWA-lagen over het hele land.

Daarvoor hoefde het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden: meer dan een gewone update van de bestaande infrastructuur is dit niet. Het huidige 4G-netwerk van Orange, dat binnenkort het hele grondgebied zal beslaan (momenteel 99,8% van de bevolking), zal in 2017 worden uitgerust met  NB-IoT- en LTE-M-technologie. De voordelen? Tweerichtingscommunicatie tussen het object en het netwerk, een betere mobiele dekking in gebouwen en een gewaarborgde connectiviteit in het buitenland via akkoorden binnen de groep in Europa en daarbuiten. In deze nieuwe mobiele wereld kan via de simkaart van de onderneming een veilige verbinding worden gemaakt met behulp van unieke authenticatie en sterke encryptie van de verzonden gegevens.

Voor Frank de Weser, Director Business Marketing & Director M2M Business Unit bij Orange Belgium, zullen de M2M-toepassingen de komende maanden sterk veranderen:

"We zijn al actief in de transportsector ("track and trace") en de mobiele betalingen, maar momenteel loopt 90% nog over 2G. Deze evolutie naar 4G biedt nieuwe opportuniteiten, bijvoorbeeld op het vlak van camerabewaking of intelligente metingen op afstand (bijvoorbeeld van het gas- of elektriciteitsverbruik). Deze markt zal fors groeien, en snel. Ons aangepaste 4G-netwerk biedt een autonomie van 5 tot 10 jaar voor smart devices. De eerste commerciële toepassingen voor onze partnerbedrijven worden verwacht tegen begin 2018.”

Met deze strategie mikt de groep Orange op mobiele big data:

"Ons netwerk kan al anonieme informatie leveren aan de data scientists om de aanwezigheid en de verplaatsingen van de abonnees te meten. Dat is wat wij intern crowdmonitoring noemen. Daarmee bepalen wij hoeveel personen er zich binnen een straal van 100 meter bevinden. Steden als Antwerpen en Bergen hebben al een beroep op ons gedaan voor toepassingen in de toeristische sector en de beveiliging, maar deze gegevens kunnen ook nuttig zijn voor handelszaken, bijvoorbeeld om de drukte op bepaalde plaatsen te meten vooraleer ze beslissen om een verkooppunt te openen.“ 

In afwachting dat 5G zijn intrede doet in België

Op 14 november stelde Proximus zijn toekomstige 5G-netwerk aan de pers voor, dat vanaf 2020 is voorzien (de normen moeten nog worden vastgelegd) in samenwerking met Huawei. Er is voor dit evenement materiaal en personeel overgekomen uit China. Er werden duizelingwekkende snelheden van meer dan 70 Gbps gehaald met latenties die op het laagste niveau zitten sinds het begin van mobiele data. Ter vergelijking, momenteel haalt 4G gemiddeld een debiet van 50 tot 150 Mbps, maar deze snelheden zouden naar verluidt de komende weken en maanden verdrievoudigen op toestellen die compatibel zijn met 4,5G, zodra het 4G/LTE-netwerk is aangepast bij de drie operatoren, waaronder Telenet/Base.

Voor de ondernemingen maakt deze gigantische uitbreiding van de beschikbare bandbreedte het mogelijk sites die niet zijn aangesloten op een glasvezel- of klassiek koperdraadnetwerk, toch met elkaar te verbinden. Zo zal het theoretisch mogelijk zijn om een dochteronderneming, een afgelegen plantage of een laboratorium ver buiten de grote steden toch met elkaar te verbinden met snelheden die gelijk zijn aan die van een klassiek vast net of ze zelfs nog overtreffen. Een van de eerste toepassingen zijn ook zelfrijdende auto's, die permanent in verbinding moeten staan met mobiele netwerken.

5G in een infografiek

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top