Article

25.02.2021

Hoe kan de blauwe economie een verschil maken?

Wat als de toekomst van duurzaam ondernemen nu eens op de bodem van de oceaan ligt? De mariene biodiversiteit bevat rijkdommen die een antwoord kunnen bieden op milieu-uitdagingen van veel sectoren. Misschien ook de uwe? Kom het te weten op 11 maart 2021 tijdens een online evenement over de veelbelovende blauwe economie.

Blauw is het nieuwe groen

71% van onze planeet bestaat uit water. Zeeën en oceanen spelen een cruciale rol voor het klimaat. Kustgebieden kunnen tot vijf keer meer CO2 opvangen dan tropische wouden. De blauwe economie wil van al die troeven gebruikmaken om zowel het milieu als ons welzijn te verbeteren.

Lokaal is daarbij het sleutelwoord. En daar zit het verschil met de groene economie die ook inzet op milieu en gezondheid, maar niet altijd op een even duurzame en slimme manier. Biologisch geteelde quinoa uit Ecuador eten, is bijvoorbeeld gezond en ecologisch, maar het transporteren naar hier, is duur en erg vervuilend.

Duurzaamheid uit de zee

Wat heeft de onderwaterwereld te bieden dat herbruikt, gerecycleerd of omgezet kan worden in nieuwe duurzame producten? Heel wat, zo blijkt. Unieke eigenschappen van organismen zoals algen, zeesterren, kwallen of zeekomkommers kunnen getransformeerd worden tot duurzame producten met een grote meerwaarde. Dat proces vraagt om creativiteit en innovatie, maar die is er vandaag wel degelijk.

Ook voor uw sector

De blauwe economie is in volle expansie en zou voor een omwenteling kunnen zorgen in uiteenlopende sectoren zoals gezondheidszorg, de voedingssector, de plastiekindustrie, cosmetica, energie, en zelfs de ruimtevaart. Ze heeft alles in zich om bedrijven te helpen hun traditionele activiteiten om te zetten naar een duurzaam model. En met haar havens bezit België alvast een grote troef en een mooie toegang tot kust- en overzeese gebieden.

Nog een schepje microalgen?

Microalgen bijvoorbeeld, zijn bijzonder veelbelovend. Ze kunnen zichzelf vernieuwen en gedijen zowel in de woestijn als in de oceaan. Ze bevatten heel wat gezonde bestanddelen, zoals eiwitten, waarmee voedingsmiddelen ontwikkeld kunnen worden.

Duurzaam plastiek

Wordt er over de oceanen gesproken, dan is de plastiekproblematiek nooit veraf. De mens produceert steeds meer plastiek naarmate de wereldbevolking toeneemt. Het probleem met het huidige plastiek is dat het amper te recycleren is omdat de verschillende onderdelen moeilijk te scheiden zijn. Door een totaal andere soort plastiek te maken van biomassa wordt van in de ontwerpfase al rekening gehouden met dat recyclage-aspect. In de oceanen is een grote hoeveelheid biomassa aanwezig die nog onbenut blijft. Het gebruik van slimme natuurlijke polymeren bijvoorbeeld kan de plastiekproductie revolutionair veranderen. Die polymeren kunnen zich vernieuwen en aanpassen aan hun omgeving.

Wie gaat dat betalen?

Prachtige ideeën denkt u, maar wie gaat dat betalen? De financiële sector wil alvast een rol opnemen in deze omwenteling en is bereid risico’s te nemen en te investeren in nieuwe technologieën, productiesystemen en R&D.

Tijdens de klimaatweek in New York eind september 2020 werd dat engagement op verschillende manieren geformaliseerd. BNP Paribas tekende de Principles for Responsable Banking (PRB) en sloot zich aan bij de Collective Commitment to Climat Action van de UNEP FI, een partnerschap tussen het United Nations Environment Program en de financiële sector. Wat de maritieme sector in het bijzonder betreft, engageerde de bank zich om samen met klanten te ijveren voor het behoud en de duurzame exploitatie van de oceanen. Lees hier meer details over dat engagement (uitsluitend beschikbaar in het Frans).

Benieuwd of de blauwe economie voor uw sector een verschil zou kunnen maken?
Schijf u hier in voor een gratis online evenement (uitsluitend in het Engels) rond dit thema op 11 maart 2021 georganiseerd door BNP Paribas Fortis Chair Transport, Logistics and Ports.

Verschillende ervaringsdeskundigen delen hun inzichten en ook onze experts van het Sustainable Business Competence Centre komen aan het woord. Zij kunnen u adviseren over innovaties en begeleiden bij uw duurzame transitie. Neem gerust contact op.
Article

15.12.2020

Deze zonnebril wil de oceanen redden

Het Belgische bedrijf Yuma Labs maakt zonnebrillen van gerecycleerde petflessen. Yuma Labs is uitgegroeid van een eenmans-start-up tot een bedrijf dat ook voor andere merken produceert. Maar zijn groei en duurzaamheid wel te combineren? Bij BNP Paribas Fortis vinden we alvast van wel.

Yuma Labs (toen nog YR Yuma geheten) is het geesteskind van Sebastiaan de Neubourg, vertelt mede-zaakvoerder Lenja Doms. "Sebastiaan werkte als consultant, maar het kriebelde om ook zelf te ondernemen. Zijn idee was om met een 3D-printer zonnebrillen te printen uit gerecycleerd plastic. Hij heeft toen zelf ontdekt waarom er nog nooit eerder iemand dit probeerde. Want dat bleek toch net iets moeilijker dan verwacht", lacht Lenja.

Crowdfunding

In 2017 had Sebastiaan een bruikbaar prototype en startte hij een crowdfundingcampagne voor zijn duurzame zonnebril. Het was meteen een schot in de roos. Toch ging het in de eerste plaats niet om het verkoopsucces, zegt Lenja. "Voor Sebastiaan was die bril vooral een tool om mensen bewust te maken van het basisprincipe van de circulaire economie. Afval bestaat niet: een afgedankte petfles is de grondstof voor een nieuw product, zoals een zonnebril." Om de cirkel rond te maken, wordt de koper gevraagd om de bril op het einde van diens leven terug te sturen en in te ruilen voor een nieuwe – met een aantrekkelijke korting als stimulans.

Duurder

Duurzaam produceren, zoals Yuma Labs doet, maakt het eindproduct onvermijdelijk duurder. "Dat is heel dubbel", zegt Lenja. "We willen zeker niet dat circulaire economie alleen weggelegd is voor de elite. Maar wij houden nu al rekening met de hele levenscyclus van een product, en nemen de verantwoordelijkheid op voor de recyclage en het hergebruik van de grondstoffen. En laat het duidelijk zijn: dat is duurder dan gewoon een product op de markt brengen en je er niets van aan te trekken wat er later mee gebeurt."

Mikken op groei

In de zomer van 2019 kwamen Lenja Doms en Ronald Duchateau het team versterken. Het was ook de aanleiding om de focus te verbreden en niet alleen de consumentenmarkt te bespelen. Deze maand kondigt Yuma Labs een samenwerking aan met een groot modebedrijf. Dankzij die schaalvergroting kan Yuma Labs een veel groter publiek bereiken.

Goede mix

Om te groeien, heeft een bedrijf werkingsmiddelen nodig. Yuma Labs heeft heel wat mogelijkheden onderzocht, zegt Lenja . "Er zijn vandaag heel wat initiatieven om duurzaam ondernemen te ondersteunen, en dat zowel bij banken, de overheid als privé-investeerders. We hebben altijd gezocht naar een goede balans tussen eigen middelen en externe financiering, en naar een goede mix van verschillende vormen zoals kapitaal, subsidies en leningen."

Voor andere ondernemers in de circulaire economie heeft Lenja een gouden tip. "Ik zie te vaak dat de economische kant van het verhaal verwaarloosd wordt omdat bedrijven blijven zoeken naar de perfecte oplossing of het perfecte product. Dat heeft geen zin; je moet niet witter dan wit proberen te zijn."

Meerwaarde creëren

Bij BNP Paribas Fortis begeleidde Maxime Prové het dossier van Yuma Labs. Hij beaamt wat Lenja Doms vertelt. "Ondernemers die bezig zijn met duurzaam of sociaal ondernemen, moeten ook meerwaarde willen creëren. Anders blijft het niet duren. Je kan geen duurzaam, ecologisch of sociaal businessmodel opzetten zonder dat er een winstgevend verhaal achter zit. Alleen zo kan je groeien, meer mensen in dienst nemen en meer impact hebben."

Foto: Karel Hemerijckx

Article

15.01.2021

Bouwen we binnenkort met CO2?

Het klinkt wat futuristisch, maar vandaag is bouwen met CO2 mogelijk. Dankzij versnelde carbonatatie wordt CO2 gebruikt om bouwmateriaal te produceren. Een duurzaam voetpad in Gent illustreert hoe veelbelovend deze nieuwe technologie is.

Versnelde carbonatatie, ook CO2 mineralisatie genoemd, is een veelbelovende technologie om de bouwsector duurzamer te maken. Het leidt niet alleen tot een lagere CO2-uitstoot, maar ook tot een negatieve CO2-uitstoot door koolstofdioxide permanent op te slaan in waardevolle producten zoals bakstenen en tal van andere bouwmaterialen.

CO2 Value Europe, een denk- en doetank die de CCU-gemeenschap (Carbon Capture & Utilisation) vertegenwoordigt in Europa, organiseerde midden december een webinar over hoe CO2 gebruikt kan worden om bouwmateriaal te creëren. Aan de hand van concrete toepassingen werd het grote potentieel van deze duurzame technologie geïllustreerd, in het bijzonder voor de bouwsector. BNP Paribas Fortis is niet alleen financiële partner van CO2 Value Europe, als bank zetten we zelf ook sterk in op de ondersteuning van duurzaamheid in bedrijven.

Tweede meest vervuilende industriële sector

De cementindustrie is niet alleen één van de grootste industrieën wereldwijd, maar met een hoge uitstoot aan rookgassen ook één van de meest vervuilende. Cement is een cruciaal onderdeel voor beton, op zijn beurt onmisbaar voor de bouwsector. Een duurzaam alternatief voor cement, zou een wereld van verschil kunnen maken. Een van de manieren om dat te doen is via carbonatatie, ook gekend als CO2 mineralisatie.  Een CCU-technologie die nog niet zo gekend is, maar die wel een grote en positieve impact kan hebben op het klimaat en het milieu.

Versneld natuurverschijnsel

Carbonatatie is een natuurlijk proces waarbij bepaalde mineralen reageren met koolstofdioxide waardoor onder meer een soort kalksteen en dolomietsteen ontstaan. Zo’n proces duurt in de natuur duizenden jaren, maar dankzij innovatieve methodes kan het vandaag versneld worden tot slechts enkelen minuten. Dat vraagt weinig energie en met het resultaat kunnen verschillende producten gecreëerd, waaronder bouwstenen, waarin CO2 permanent opgeslagen blijft.

CO2 all the way

De ontwikkeling van deze CCU-technologie is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Dat resulteert vandaag in alternatieven voor cement die beantwoorden aan de technische vereisten van de bouwsector. CO2 kan op verschillende manieren opgeslagen worden in bouwmaterialen. Zo kan de injectie van CO2 helpen bij het uitharden van cement als alternatief voor water. Maar daarnaast kan het ook gebruikt worden om mineraal afval afkomstig van de staal- en mijnindustrie om te zetten in nieuwe producten zoals toeslagmateriaal dat als basis kan dienen voor plaveien of bouwblokken.

Goed voor onze planeet

Het effect van CO2 mineralisatie op het milieu is aanzienlijk omdat het op verschillende niveaus werkt. De globale reductie van CO2-emissies wordt geschat op 250 tot 500 miljoen ton per jaar in 2030 (bron: CO2 Value Europe).

  • CO2 kan rechtstreeks onttrokken worden uit rookgassen die afkomstig zijn van industriële processen in de staal-, cement- en chemische sector. Er is geen concentratie of behandeling nodig.
  • CO2 kan rechtstreeks uit de atmosfeer gehaald worden en zorgt zo voor een negatieve koolstofuitstoot.
  • In beide gevallen blijft CO2 permanent in de eindproducten opgeslagen.
  • Er wordt mineraal afval en zelfs bouwafval gebruikt om met CO2 nieuwe bouwmaterialen te maken. Dat afval komt dus niet langer op een stortplaats terecht, wat ook kosten bespaart.
  • Dankzij die recyclage moeten minder natuurlijke nieuwe bronnen aangesproken worden.

What’s the catch?

Zoals bij elke nieuwe ontwikkeling zijn er ook uitdagingen. Om een echt competitief en waardevol alternatief voor beton te kunnen aanbieden binnen een circulaire economie zijn investeringen en aanpassingen nodig.

  • Fabrieken moeten hun installaties aanpassen. De nabijheid van een voldoende grote bron van CO2, zoals een staalfabriek, is aan te raden zodat de CO2 en het afval dat gebruikt wordt niet vervoerd moet worden.
  • Nieuwe producten produceren, al is het met koolstofdioxide en afval, vraagt energie en leidt dus ook tot CO2-uitstoot. Om het duurzaam effect te vergroten, zou daarom zoveel mogelijk hernieuwbare energie gebruikt moeten worden.
  • Versnelde carbonatatie is vrij nieuw en alle processen verlopen nog niet optimaal.
  • En dan is er nog het beleid en het wetgevend kader. Dat is vandaag nog onvoldoende afgestemd op deze nieuwe technologie waardoor een snelle uitrol van CCU-technologieën gehinderd wordt. Iets wat CO2 Value Europe alvast op de voet opvolgt.

Maar ondanks deze uitdagingen gaf Andre Bardow (professor Energy & Process Systems Engineering aan ETH Zurich) in het webinar aan dat hij ervan overtuigd is dat CO2mineralisatie de CO2-voetafdruk vermindert vanuit levenscyclusperspectief. Meer zelfs dan CCS (Carbon Capture & Storage) of het opslaan van koolstofdioxide.

Zero waste in eigen land

Vandaag zijn er wereldwijd al fabrieken die CO2-arm bouwmateriaal produceren. Een daarvan staat in Limburg. Het Genkse Orbix is erin geslaagd uit restafval van staalproductie (zogenaamde metaalslakken) mineralen te zuiveren die als basis dienen voor klimaatvriendelijke betonstenen. Niet alleen wordt er vloeibare CO2 gebruikt voor de productie van betonstenen in plaats van vervuilende cement, er wordt ook restafval gerecycleerd dat anders op een stort gedumpt zou worden. 

Een mooi voorbeeld ligt in Gent. Orbix realiseerde er in samenwerking met de Vlaamse onderzoeksinstelling VITO het project Stapsteen voor de stad Gent. U kan daar over het eerste Belgische circulaire voetpad lopen in de Leewstraat: 100m2, volledig opgebouwd uit duurzame stenen en goed voor een besparing van maar liefst 2 ton CO2!

Hebt u plannen in 2021 rond duurzaamheid? Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre kunnen u adviseren over innovaties, zoals deze CO2 mineralisatie, en begeleiden bij uw duurzame transitie.

Article

29.10.2020

Eerste groene hedge in België is een feit

BNP Paribas Fortis lanceert als eerste bank in België een groene hedge. Met dit product geeft de bank klanten de kans hun duurzame doelstellingen tot diep in hun bedrijfsvoering te integreren.

Duurzaamheid is vandaag verankerd in de missie van bijna elke onderneming. Bedrijven nemen tal van ecologische initiatieven en financieren duurzame investeringen met groene leningen. BNP Paribas Fortis gaat nog een stap verder en biedt haar klanten ook de mogelijkheid om via een groene hedge de indekking van het financieringsrisico een duurzaam kantje te geven.

Belgische primeur

Filip MoensDe eerste groene rente-indekking in België is een feit. “We zijn blij en fier dat we deze primeur met Katoen Natie konden realiseren als echte partners”, zo legt hoofd Corporate Solutions van de marktenzaal bij BNP Paribas Fortis Filip Moens uit.

“Katoen Natie had al een groene lening lopen bij ons en wilde het renterisico afdekken door te switchen van een variabele naar een vaste rentevoet via een zogenaamde renteswap. In plaats van te kiezen voor een gewone rente-indekking hebben we daar extra groene voorwaarden aan gekoppeld. Op die manier versterkt Katoen Natie zijn duurzaam engagement.”

Bij Katoen Natie ging het om een renteswap, maar een groene hedge kan evengoed toegepast worden op een wisselkoers- of inflatierisico. Bovendien is het geen vereiste om al een groene lening te hebben.

Duurzaam vangnet

De groene hedge stimuleert duurzaamheid, maar gaat nog verder en voorziet in een groen vangnet. Als de vooropgestelde voorwaarden niet gehaald worden, dan betaalt de klant een duurzaamheidspremie. BNP Paribas Fortis strijkt die premie niet zelf op, maar investeert die in een vooraf afgestemd ecologisch project. “Bij Katoen Natie kozen we bijvoorbeeld voor een project dat bomen aanplant. Het effect van dit product is dus dubbel. Enerzijds is het een stimulans voor de klant om zijn ecologisch engagement echt na te komen. Maar lukt dat om een of andere reden niet, dan wordt de extra premie die ze betalen besteed aan een groen project. Een win-win voor het milieu dus”, aldus Filip Moens.

Op maat van uw bedrijf

“De kracht van dit product schuilt in de ruime toepassing”, benadrukt Filip Moens.

“Bedrijven zonder groene lening, die wel meer duurzaamheid in hun bedrijfscultuur willen integreren, kunnen dankzij de groene hedge die ambitie echt concretiseren. De groene voorwaarden die eraan gelinkt zijn, worden immers in onderling overleg bepaald. Zolang ze voldoende ambitieus, haalbaar en meetbaar zijn, is veel mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de overschakeling naar 80% hernieuwbare energie, het wagenpark in vijf jaar tijd 100% elektrisch maken, maar ook zwerfvuil inzamelen als jaarlijkse teambuilding. Bedrijven kunnen voorwaarden bepalen die perfect aansluiten bij hun bedrijfscultuur. Hetzelfde geldt voor het back-up-project dat wij financieren als de voorwaarden niet gehaald worden. Ook daar kunnen ze kiezen voor een lokaal project dat hen na aan het hart ligt.”

Geen loze beloften

Een groene hedge versterkt bestaande groene projecten en onderstreept heel concreet een actief groen engagement. Het gaat dus om meer dan imago. “Dit product integreert duurzaamheid diep in de bedrijfsvoering en vraagt een serieus én concreet engagement van de klant” aldus Filip Moens. “Hij moet echt gemotiveerd zijn om iets aan het milieu te doen. Er komt best wat administratie bij kijken zoals een jaarlijks evaluatierapport en externe controles. Maar met deze groene keuze, maakt de klant wel degelijk een verschil.”

BNP Paribas Fortis wil als een echte partner op een positieve manier bijdragen aan projecten en de groei van bedrijven. De groene hedge sluit aan bij de huidige duurzame mindset van bedrijven en past perfect bij de strategie van de bank: samen met klanten bouwen aan een positieve, duurzame en zuivere toekomst.

Klaar om uw duurzame transitie te starten of verder te zetten? Benieuwd of de green hedge iets voor u is? Uw relatiebeheerder bespreekt graag met u wat de mogelijkheden zijn. U kan uiteraard ook altijd terecht bij uw contactpersoon van Global Markets.

Article

20.01.2023

Elektrische wagens worden almaar sneller de norm

Vanaf 2026 geldt enkel nog voor elektrische bedrijfswagens een gunstig fiscaal regime. Een belangrijke stap naar een meer duurzame mobiliteit. En een extra reden om voluit te gaan voor een emissievrij wagenpark.1 juli 2023 wordt een kantelmoment.

De evolutie naar duurzamere bedrijfswagens is nu ook wettelijk vastgelegd. Door een aantal fiscale verschuivingen worden elektrische bedrijfswagens of e-wagens voortaan de interessantste keuze. Het ideale moment om vandaag al werk te maken van de elektrificatie van uw wagenpark.

De fiscale aftrekbaarheid van nieuw bestelde niet-emissievrije voertuigen (diesel-, benzine- maar ook hybride wagens) zal geleidelijk uitdoven. Die voor emissievrije voertuigen (puur elektrische wagens of wagens op waterstof) bedraagt tot 2026 100%. Nadien zal ook die aftrekbaarheid geleidelijk afnemen om in 2031 op 67,5% uit te komen. 

“ 1 juli 2023 is een belangrijk kantelmoment om de transitie naar elektrificatie te maken”, vertelt Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert bij Arval, de specialist in operationele leasing van bedrijfswagens. “Een werkgever kan vanaf die datum aanzienlijk minder kosten aftrekken voor wagens op fossiele brandstoffen. Hybride voertuigen kunnen nog even van een gunstigere fiscaliteit genieten. Toch moeten bedrijven er rekening mee houden dat zij vanaf 1 januari 2023 nog maar 50% van de brandstofkosten voor hun hybride wagens mogen inbrengen.”

Elektrisch rijden is niet alleen fiscaal interessanter

Voor elektrische wagens geldt vandaag al een fiscale aftrekbaarheid van 100%. “Ondertussen is 40% van de wagens die vandaag geleased worden elektrisch. Die stijgende trend is duidelijk aanwezig. Tot voor kort was de gevoelig hogere aankoopprijs van een elektrische of hybride wagen tegenover die van een vergelijkbare wagen met een verbrandingsmotor een rem.  Naast het effect van de verschuiving in de fiscaliteit, brengt het marktmechanisme de prijzen ondertussen dichter bij elkaar”, aldus Philippe Kahn.

Toch zijn de fiscaliteit en de aankoopprijs niet de enige factoren om rekening mee te houden. U kijkt beter naar de zogenaamde TCO of Total Cost of Ownership. Daarin zitten alle te verwachten kosten. Denk bovenop het fiscale aspect aan het verbruik, het onderhoud en de CO2-bijdrage. En die vier elementen zijn allemaal gunstiger voor elektrische wagens. Als niet langer de aankoopprijs, maar wel de TCO de maatstaf wordt, dan is een groene vloot e-wagens in de toekomst de meest voordelige keuze voor uw bedrijf.

Elektrisch rijden in stroomversnelling

Het fiscaal regime voor wagens die rijden op fossiele brandstoffen verandert geleidelijk aan. Toch zullen de veranderingen in 2023 de stap naar elektrisch rijden opmerkelijk versnellen. Het is meer dan ooit duidelijk tijd voor een nieuwe mobiliteit.

  • Tot en met 30 juni 2023
    Voor bedrijfswagens die vóór 1 juli 2023 besteld worden, blijven de huidige voorwaarden rond aftrekbaarheid gelden. Voor bedrijfswagens die operationeel geleased of gehuurd worden en waarvan de economische eigendom niet wordt overgedragen, wordt gekeken naar de afsluitingsdatum van het lease- of huurcontract. De kosten van een diesel-, benzine- of hybride wagen blijven 50 tot 100% aftrekbaar, die van elektrische wagens 100%.
  • Vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025
    Voor niet-emissievrije voertuigen die besteld worden vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025 geldt een overgangsperiode en dooft de aftrekbaarheid geleidelijk uit. Van maximaal 75% in 2025, naar 50% in 2026, 25% in 2027 tot uiteindelijk 0% aftrekbaarheid in 2028. Vanaf 2025 wordt de minimale aftrekbaarheid van 50% afgeschaft. Ook de CO2-bijdrage voor deze wagens zal jaarlijks gevoelig verhogen. Emissievrije wagens blijven 100% aftrekbaar.
  • Vanaf 1 januari 2026
    Niet-emissievrije voertuigen die vanaf 1 januari 2026 besteld worden, zijn niet meer aftrekbaar. Enkel emissievrije voertuigen, zoals elektrische wagens, zijn dan nog 100% aftrekbaar. Maar ook dat gunstregime wordt de jaren nadien stap voor stap afgebouwd. Naar 95% voor voertuigen besteld in 2027, 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 tot uiteindelijk 67,5% in 2031.
  • Plug-in hybrides (PHEV)
    Voor een plug-in hybride (PHEV) besteld vanaf 1 januari 2023 wordt de fiscale aftrekbaarheid van benzine- en dieselkosten begrensd op 50%. De elektriciteits- en andere kosten vallen niet onder deze beperking. Deze maatregel wil het gebruik van elektromotoren en PHEV stimuleren. Voor het overige blijft de PHEV de regels voor niet-emissievrije voertuigen volgen.

En voor uw werknemers?

Het statuut van de bedrijfswagen als alternatieve verloning blijft gevrijwaard tot na 2030. “Als u een bedrijfswagen toekent die uw werknemer ook privé mag gebruiken, dan wordt dat voordeel belast op een forfaitair voordeel van alle aard (VAA). Dat hangt af van de cataloguswaarde, het type brandstof en de CO2-uitstoot. Hoewel elektrische voertuigen doorgaans een hogere catalogusprijs hebben, kan de nul-uitstoot het verschil compenseren en in vele gevallen voordeliger uitkomen voor uw werknemer.”

Wat met opladen?

Om uw werknemers optimaal gebruik te laten maken van een elektrische wagen, kunt u een laadpaal laten installeren bij hen thuis, indien dat mogelijk is. Zowel het toestel als de installatie bij uw werknemer zijn 100% fiscaal aftrekbaar en voor hem of haar is er geen extra belastbaar voordeel.

“Als onderneming geniet u onder bepaalde voorwaarden van een verhoogde kostenaftrek voor de installatie van laadstations op uw bedrijfsterrein. Die bedraagt 200% voor investeringen uitgevoerd in de periode vanaf 1 september 2021 t.e.m. 31 december 2022 en 150% voor afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode vanaf 1 januari 2023 t.e.m. 31 augustus 2024. Een voorwaarde is wel dat het laadstation lineair afgeschreven wordt over minstens 5 belastbare tijdperken en dat ten vroegste vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan het laadstation operationeel en publiek toegankelijk is”, besluit Philippe Kahn.

Schakel over naar een elektrische vloot

Naast een gunstige fiscaliteit zijn er nog heel wat andere uitstekende redenen om vandaag al te kiezen voor elektrische wagens.

  • Het is een milieuvriendelijke oplossing die leidt tot 17 à 30% minder CO2-uitstoot dan de uitstoot door ICE-voertuigen (Internal Combustion Engine of auto’s aangedreven door fossiele brandstof) gedurende de hele levenscyclus van het voertuig.
  • Vandaag is al een breed gamma nieuwe modellen op de markt en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen.
  • De meeste nieuwe modellen hebben nu al een rijbereik van 300 tot 600 km.
  • Voordelige Total Cost of Ownership (TCO).
  • Elektrisch rijden is aangenaam en veroorzaakt veel minder straatlawaai.
  • Openbare laadinfrastructuur is in volle expansie.
  • Toegang tot lage emissiezones en steden die diesel-en bezinevoertuigen verbieden.

In een hedendaags verantwoord vlootbeheer staat duurzaamheid centraal. Wacht niet langer om uw wagenpark te elektrificeren en verlaag zo de ecologische voetafdruk van uw bedrijf. Onze mobiliteitspartner Arval helpt u bij het duurzamer maken van uw wagenpark en ondersteunt u bij uw transitie naar elektrische voertuigen.

Ontdek al onze oplossingen of praat erover met uw relatiebeheerder.

Leasinggever: ARVAL Belgium NV/SA Ikaroslaan 99, B-1930 Zaventem - RPR Brussel - BTW BE 0436.781.102.

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top