Article

22.07.2020

Fluorgassen: tot 23.000 keer vervuilender dan CO2

Koolstofdioxide wordt vaak met de vinger gewezen als een van de grote verantwoordelijken voor de klimaatopwarming. Toch zijn er ook andere gassen die veel worden gebruikt en erg schadelijk zijn voor onze planeet: HFK's!

Sinds de jaren negentig werden CFK's en HCFK’s geleidelijk vervangen door HFK's* (of F-gases in het Engels). Dat gebeurde in tal van sectoren, met als koploper de koelindustrie omdat deze gassen essentieel zijn in koelprocessen. Deze fluorgassen van synthetische oorsprong zijn samengesteld uit atomen van koolstof, fluor en waterstof en waren zo populair omdat ze een aantal zeer interessante eigenschappen hebben. Zo hebben ze een hogere energie-efficiëntie dan CFK's, zijn ze gematigd ontvlambaar, weinig giftig enz. Allemaal troeven die HFK's onmisbaar hebben gemaakt in tal van industriële toepasingen. In tegenstelling tot CFK's vormden HFK's geen rechtstreeks gevaar voor de ozonlaag. Uiteraard hebben ook deze gassen een keerzijde: hun impact op de planeet is immers verre van neutraal. Reden te meer waarom ook zij vandaag onder vuur liggen.

HFK's met een hoog GWP in het vizier

Het verbod op fluorkoolwaterstoffen krijgt concreet vorm in een geleidelijke verdwijning van de meest vervuilende versies. En terecht, want er bestaan heel wat soorten HFK's. Elke soort heeft zijn eigen kenmerken en toepassingen, en ook een andere impact op onze planeet. Die verschillen komen tot uiting in een algemene index: het aardopwarmingsvermogen of GWP (global warming potential). Aan de hand van deze index kan de invloed van deze broeikasgassen op het klimaatsysteem worden gemeten, rekening houdend met hun stralingseigenschappen en levensduur. Dit meetinstrument is zo opgebouwd dat het het opwarmingsvermogen van HFK's vergelijkt met een kilogram CO2, doorgaans op een schaal van 100 jaar. Het zijn dus vooral de HFK's met een hoog GWP die onder vuur liggen en dus moeten verdwijnen. Maar wat betekent dat nu in de praktijk?

Extreem vervuilend

Naast de problematiek rond het einde van de levensduur van koelsystemen, zijn gaslekken een van de grootste klimaatuitdagingen als het gaat om HFK's. Neem nu bijvoorbeeld een circuit met 100 kg van een veelvoorkomende HFK. Als die installatie elk jaar 5% fluorgassen laat ontsnappen, komen we aan een uitstoot van 5 kg HFK in de atmosfeer ... Dat klinkt inderdaad nogal abstract. Precies om die reden is de GWP-index zo interessant: deze index neemt koolstof immers als ijkpunt. En terecht, want de huidige HFK's hebben een GWP dat kan variëren van 4.000 tot maar liefst 23.000. Met andere woorden? Het schadelijke potentieel van een HFK kan tot 23.000 keer hoger zijn dan dat van CO2. We keren even terug naar ons voorbeeld: als het GWP van fluorgas 10.000 bedraagt, dan zou een jaarlijks lek van 5 kg overeenstemmen met 50 ton koolstofdioxide die vrijkomt in de lucht ... het equivalent van een wagen die bijna vijf keer rond de aarde rijdt! Voor CO2 bestaan er bovendien oplossingen voor compensatie of captatie en die zijn er voor fluorgassen niet.

Revolutie aan de gang

Door HFK's geleidelijk minder te gebruiken, zouden we "tegen 2050 tot 90 miljard ton CO2-equivalenten kunnen vermijden", aldus de cijfers van het Institute for Governance and Sustainable Development. Dat zou betekenen dat onze aarde 0,1 graad minder opwarmt in 2050 en 0,5 in 2100. Voor die algemene inspanning kijken we echter niet alleen naar de fabrikanten van airco- of koelinstallaties. Alle sectoren moeten hun steentje bijdragen en de deadlines die door de regelgeving worden bepaald, komen steeds dichterbij. Zonder een actieplan op korte termijn, komt u misschien wel met uw rug tegen de muur te staan. En de druk zal niet alleen uit wetgevende hoek komen ... Investeerders, banken, consumenten, klanten en leveranciers schenken steeds meer aandacht aan milieukwesties. Bedrijven die blijven vervuilen zonder de nodige maatregelen te nemen, zullen op termijn heel wat commerciële en financiële deuren voor hun neus zien dichtgaan. Wacht dus niet langer en schik u naar de normen, want er zijn vandaag wel degelijk alternatieven op de markt!

De alternatieven voor HFK's

  1. Terugkeer naar natuurlijke koelstoffen: een van de mogelijkheden is het gebruik van propaan, koolstofdioxide of methylpropaan. Deze gassen vinden we terug in de natuur. De hoeveelheden die in koelsystemen worden gebruikt, hebben een verwaarloosbare impact op onze planeet. Ze hebben echter ook hun gebreken en zijn niet geschikt voor alle toepassingen. Om die reden beginnen de grote gasspelers nieuwe formules aan te reiken.
  2. Een nieuwe generatie HFK's: deze nieuwe HFK's zijn uiteraard een stuk 'milieuvriendelijker' en hebben een lagere GWP-index. Zo kan de vervuilende factor van dergelijke HFK's dalen van 4.000 naar 775. Of dat beter is? Absoluut, zolang de wetgeving deze HFK's toelaat natuurlijk. Want wie weet worden ook deze varianten in de toekomst verboden … Deze nieuwe generatie is dus geen optimale oplossing op lange termijn. Wanneer uw installaties aan vervanging toe zijn, kunt u dus maar beter meteen kiezen voor milieuvriendelijkere mogelijkheden om het risico op een verbod in de toekomst te vermijden.
  3. Andere chemische alternatieven: hydrofluoroolefines of HFO's worden bijvoorbeeld al gebruikt in de auto-industrie. Hun grootste troef is hun zeer lage GWP van 2 tot 8. Daardoor zijn HFO's duidelijk een stuk minder vervuilend in geval van lekken. Bovendien zijn HFO's weinig ontvlambaar, vrij performant en niet al te duur.

 

*Het kan gaan om fluorkoolwaterstoffen, perfluorcarbon (PFC), zwavelhexafluoride (SF6) of stikstoftrifluoride (NF3).

Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u bij uw duurzame transitie.
Neem zeker contact met hen op!
Article

15.07.2020

Optimaliseer de energieprestaties van uw gebouw in drie stappen

Het regelgevende kader dwingt de spelers uit de bouwsector om zich opnieuw uit te vinden. Terecht, want nieuwe gebouwen moeten vanaf vandaag 'zero energie' zijn. En wat met de toekomst?

Tegen 2030 zal de Europese Unie passiefbouw opleggen. Die evolutie zal de nodige gevolgen met zich meebrengen en dwingt de bedrijven om zich zo snel mogelijk aan te passen. Waarom? De eerste reden is vanzelfsprekend: meer energie-efficiëntie en een duurzaam engagement. Daarnaast zijn er ook financiële redenen. De waarde van niet-conforme gebouwen zal immers geleidelijk aan afnemen op de markt. De prijs van een gebouw dat niet aan de normen voldoet, zal kelderen omdat kandidaat-kopers rekening moeten houden met het kostenplaatje om het gebouw wel conform te maken. Nog een reden om snel actie te ondernemen? Als u tot de laatste minuut wacht met de transformatie van uw vastgoed, loopt u het risico dat u – op het moment dat het écht moet – niet de nodige middelen zult kunnen vrijmaken om de werkzaamheden tot een goed einde te brengen. Door de sancties kan die vertraging u duur komen te staan.

Nu in actie schieten is dus cruciaal ... Maar welke stappen moet u zetten om met zo'n project aan de slag te gaan?

1. De diagnose: het vertrekpunt

Een nauwkeurige audit is de eerste en noodzakelijke stap. Hiervoor kunt u een beroep doen op uw interne medewerkers of de hulp inroepen van een energieconsultant. "De bedoeling van zo'n check-up is duidelijk: het bedrijf een helder beeld geven van de energiesituatie van het gebouw. Hoe werken de technische installaties? Hoeveel verbruikt de structuur op al die vlakken?", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Die eerste stap wordt via financiële stimuli aangemoedigd door de drie gewesten. Met deze premies kunt u dus alvast een deel van de kosten betalen.

Waaruit bestaat die balans concreet?

  • Eerst en vooral worden de verschillende verbruikspunten geëvalueerd: water, elektriciteit, gas, ventilatiesystemen, verwarmingstechnieken, koelinstallaties, uitstoot van broeikasgassen enz.
  • Na deze fase kan een meetcampagne van enkele maanden volgen om nog meer nauwkeurige gegevens te verkrijgen.
  • De bedoeling is ook om de verschillende regelingen en parameters van elk verbruikspunt te controleren om na te gaan of er eventuele verliezen of ondoeltreffendheden zijn op het vlak van de werking.
  • Zodra de resultaten binnen zijn, worden ze vergeleken met benchmarks en verbruiksstandaarden om tot een objectieve balans te komen.

2. Een plan van aanpak voor 20% besparingen

Maar wat nu met die diagnose? U hebt nu de nodige tools in handen om een actieplan op te stellen en iets aan die verschillende punten te doen. "Alleen die aanpak kan leiden tot energiebesparingen van 20%", bevestigt de expert van het SBCC. En terecht, want met deze twee stappen kunt u zich snel bewust worden van de 'vanzelfsprekende' gebreken, zoals installaties die 's nachts nodeloos draaien of verliezen die u tot nu toe nog niet wist te identificeren.

Zo'n plan van aanpak vereist een belangrijke strategische beslissing: gaat u alleen aan de slag met dit project of laat u zich bijstaan door experten?

  • De eerste optie betekent dat u zelf de aanbestedingen uitschrijft, partners kiest, op zoek gaat naar financiering enz. Die individuele aanpak heeft één grote troef: ze is minder duur, althans in theorie. Deze beslissing vergt daarentegen wel veel tijd en interne werkkrachten.
  • Uitbesteden is een tweede mogelijkheid: hierbij vertrouwt u deze opdracht toe aan professionals. Het project kan in dat geval verschillende vormen aannemen, maar kan bijvoorbeeld concreet worden uitgewerkt in een energieprestatiecontract. Een innovatieve aanpak mét garantie op succes die geen al te grote investering vereist. Het voordeel van deze strategische beslissing is dat u zich kunt blijven concentreren op uw job.

3. Neem de 'juiste houding'

U hebt goed begrepen dat u zich maar beter niet blindelings op een energierenovatieproject stort. De derde stap heeft daar dan ook alles mee te maken: is het geschikte kader aanwezig om van dit proces een succes te maken?

  • Visie op lange termijn: Het engagement van uw bedrijf moet absoluut worden vertaald in een aanpak waarbij u zich als een goede huisvader gedraagt. "Dat betekent dat u een verantwoordelijke houding moet aannemen en moet beschikken over een langetermijnvisie op uw vastgoed", bevestigd Quentin Nerincx. Bij de energierenovatie van uw gebouwen moet u immers rekening houden met een hele reeks factoren die een impact hebben op uw aanpak. Bijvoorbeeld: hoelang gaat u het gebouw nog gebruiken en hoe zal het er over 10 of 15 jaar uitzien?
  • Globale aanpak: Dit jaar ledverlichting, over twee jaar zonnepanelen en later misschien nog een nieuw verwarmingssysteem? Een project in verschillende stukken heeft niet enkel voordelen. "Bedrijven zijn soms geneigd om de werken op te splitsen in plaats van te kiezen voor een grondige en holistische transformatie. Vaak doen ze dat om financiële redenen (en terecht) of door de complexiteit van een dergelijk energierenovatieproject. Die afvlakking is echter niet noodzakelijk een goed idee", vertelt Quentin Nerincx. Stel dat u vandaag uw ramen vervangt en in de toekomst de muurisolatie. Dan moet het eerste project rekening houden met het tweede. Gebeurt dat niet? Dan moet u uw ramen opnieuw bijstellen en dus ook twee keer betalen! Niet rendabel maar wel te vermijden.
  • Last but not least: U hebt het goed begrepen ... Het is cruciaal dat u de energieprestaties van uw gebouw op een globale en geïntegreerde manier aanpakt in plaats van progressief te werk te gaan. Met het risico dat u quickwins links laat liggen ... Want met deze aanpak kunt u de verschillende technieken van uw gebouw doeltreffend met elkaar in verband brengen. Zo hebt u een duidelijker beeld van de wisselwerkingen tussen de verschillende technieken. En komt u tot een meer samenhangende en performante holistische werking.
Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

01.07.2020

Welke innovaties voor betere energieprestaties van gebouwen?

Gebouwen wegen zwaar door op de milieubalans. Bedrijven hebben dus alle belang bij energiebesparingen in hun gebouwenbestand. Maar welke oplossingen kiezen ze het best?

De energieprestaties van gebouwen zijn een van de grootste uitdagingen van de klimaatdreiging. En dat geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven. In Europa is deze sector verantwoordelijk voor maar liefst 42% van het energieverbruik (waarvan 70% voor verwarming en airconditioning) en voor 30% van de CO2-uitstoot. Overheden en bedrijven kunnen er dus maar beter alles aan doen om de efficiëntie van hun gebouwen te optimaliseren. En er is ook goed nieuws! Er komen steeds meer innovatieve oplossingen op de markt.

Evolutie in plaats van revolutie

"Zowel voor bedrijven als voor particulieren zien we vooral dat de bestaande technologieën worden verbeterd en dat de prijzen van bepaalde materialen en bouwcomponenten dalen", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Wanneer we het in de gebouwensector hebben over energie-efficiëntie, zijn er twee essentiële aspecten:

  1. de schil van het gebouw: d.w.z. de structurele isolatie, de ramen, de luchtdichtheid enz.;
  2. de 'technieken': zoals de verwarming, de ledverlichting, de ventilatiesystemen, de koelinstallaties enz.

Welke innovaties voor particulieren?

Wat het structurele gedeelte van gebouwen betreft, evolueert de markt zeer sterk, onder meer dankzij innovatieve start-ups. Zo wordt steeds meer aandacht geschonken aan natuurlijke isolatie zoals hennep in combinatie met kalk of het gebruik van panelen op basis van weidegras. Dat zijn materialen die beter ademen en dus zorgen voor een betere vochtigheidsgraad. Ook driedubbele beglazing wordt de norm, niet alleen voor de energieprestaties maar ook voor het comfort. En de technieken? Er wordt steeds vaker gekozen voor ledverlichting. Een andere innovatie is vooral de combinatie van verschillende systemen om de energie-efficiëntie van een gebouw te verbeteren. "We evolueren steeds meer naar elektrische oplossingen voor onze behoeften", verduidelijkt Quentin Nerincx. "Zo wordt een warmtepomp bijvoorbeeld gecombineerd met zonnepanelen of batterijen. Bij de eerste zagen we een aanzienlijke prijsdaling, terwijl de tweede, die ook een stuk democratischer zijn geworden, de mogelijkheid bieden om de behoeften af te vlakken en bij te stellen."

En voor bedrijven? Een andere uitdaging

De schil van gebouwen optimaliseren impliceert verplichtingen en grote investeringen. "Het gaat over de lange termijn", vertelt de expert van het SBCC. "En de terugverdientijd is zeer lang: we spreken over 20 of 30 jaar." Die realiteit dreigt de structurele transformatie van gebouwen een stuk complexer te maken ... "De voornaamste behoefte van bedrijven is monitoring. Ze moeten kunnen beschikken over digitale meetinstrumenten en consultingtools om een duidelijk beeld te krijgen van hun verbruik. Zo kunnen ze nagaan waar hun systemen ondoeltreffend werken." We zien dus voornamelijk een evolutie bij de technieken: denk maar aan het afstellen en aanpassen van verwarmings- of ventilatiesystemen, ledverlichting of de installatie van zonnepanelen of koelsystemen volgens de nieuwe regelgevingen waarbij het gebruik van bepaalde zeer vervuilende fluorhoudende gassen verboden is.

Innovatieve stappen

Zoals Quentin Nerincx al toelichtte, blijft innovatie echter niet beperkt tot technologie alleen. We moeten ook verder dan deze modellen kijken om de zaken te zien bewegen ... "Daarbij horen twee belangrijke denkpistes: een eerste rond elektrische micronetwerken en een tweede rond het concept van demand response." Deze nieuwe benaderingen steunen op het begrip energieflexibiliteit. Bij demand response wordt het energiebeheer geoptimaliseerd via artificiële intelligentie (meters, installaties, het volledige systeem enz.). Het idee? De energieproductie of het energieverbruik aanpassen aan de behoeften. "Het zou perfect kunnen dat een bedrijf de temperatuur van zijn koelkasten één graad lager zet – zonder impact op zijn activiteiten – om het net voor een bepaalde tijd te ontlasten. En dat werkt in twee richtingen. Een heuse innovatie, omdat de systemen de vraag helpen afvlakken en verhinderen dat er energiepieken worden bereikt. Bovendien vermijden we zo hogere investeringen in de energieproductie." Een win-winoplossing, want ze is zowel een stuk rendabeler als ecologischer ... Uiteraard vereist deze oplossing wel de installatie van een reeks slimme toepassingen.

Energieprestaties 'as a service'

Nog zo'n nooit geziene evolutie? De sector richt zich almaar meer op dienstverlening.

"Een nieuw paradigma voor de bedrijven dat een andere kijk biedt op energiebesparing in hun gebouwen", verduidelijkt Quentin Nerincx.

Het principe? Bedrijven krijgen het voorstel om te investeren in een dienstencontract voor energieprestaties in plaats van in infrastructuur en tools. Die aanpak wordt mogelijk gemaakt via een professionele installateur. Die laatste staat in voor het waarborgen van het niveau van energie-efficiëntie – en het onderhoud van de technieken – waardoor het bedrijf geen grote geldbedragen moet vrijmaken. Dat businessmodel zien we nu al opkomen op de markt, maar het brengt wel wat uitdagingen met zich mee ... Zo wordt de professionele installateur onder meer gedwongen om de activa op te nemen in zijn balans. Om dergelijke beperkingen te vermijden, duiken ook steeds meer innovatieve bankproducten op. De bank is dus de derde onmisbare schakel om van dit proces een succes te maken. En in de toekomst? Een winnend trio is aan zet – de onderneming/klant, de bank en een professionele installateur – waarbij elke schakel zijn expertise uitspeelt ten dienste van één gemeenschappelijk doel: energie-efficiëntie. 

Evolutie aan de gang

Hoewel 'energie-efficiëntie as a service' zich tot nu toe nog vooral op de technieken concentreert – en niet op de schil van het gebouw – is er geen twijfel mogelijk dat deze innovatieve oplossing zal bijdragen aan de uitdagingen van de gebouwensector.

"Alleen al met optimale technieken en deze conceptuele aanpak kan een bedrijf rekenen op een energiebesparing tussen 40 en 50%", bevestigt Quentin Nerincx.

Goed nieuws dus, niet alleen voor de bedrijven maar ook voor onze planeet!

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

24.06.2020

De vrijwillige koolstofcompensatie: welke voordelen voor uw bedrijf?

Een compensatie voor de CO2-uitstoot van uw activiteit om de herbebossing in het Amazonewoud te financieren? Dat is het principe van de koolstofcompensatie. Een vrijwillige keuze die ook voor uw bedrijf voordelig is!

In de strijd tegen de klimaatopwarming is de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen een topprioriteit. Zowel landen als bedrijven doen er alles aan om doeltreffende oplossingen te vinden voor een koolstofneutrale toekomst. Een van die oplossingen is de vrijwillige koolstofcompensatie of -bijdrage. Maar hoe werkt dat precies?

Compenseren wat u niet kunt verminderen

Bij de meeste activiteiten op onze planeet wordt CO2 uitgestoten ... en die is vaak niet terug te dringen. Dankzij het principe van de koolstofcompensatie kunnen de verschillende spelers op eigen initiatief hun uitstoot compenseren via de betaling van een bepaald bedrag. Met dat bedrag worden projecten gefinancierd om een hoeveelheid CO2 die gelijk is aan de CO2 (of een ander broeikasgas) die werd uitgestoten, te besparen (of op te vangen). Omdat er ook een markt bestaat voor 'vrijwillige compensatie', ligt dit mechanisme ook binnen handbereik van bedrijven (individueel of in groep) die de weg van de ecologische transitie willen inslaan.

Welke voordelen voor uw bedrijf?

Het systeem steunt op een 'win-win-win'-principe: niet alleen onze planeet en het gefinancierde project winnen erbij, maar ook de bedrijven die via dit systeem hun uitstoot in evenwicht willen brengen.

  • Een bewijs van uw engagement

    De koolstofcompensatie is een mooi bewijs van uw bewustwording als bedrijf en van het feit dat u volop de kaart van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) trekt. Een extra stap in de richting van een duurzame transformatie ...

  • Een concurrentievoordeel

    Met de koolstofcompensatie helpt u niet alleen onze planeet, maar speelt u ook in op de verwachtingen van uw klanten en partners. In deze steeds veranderende wereld hebben consumenten en leveranciers immers steeds meer oog voor de duurzame aanpak van bedrijven.  De koolstofcompensatie is dus een cruciaal element om u te onderscheiden van de concurrentie.

  • Een imagovoordeel
    Een bedrijf dat zich met de nodige overtuiging inzet voor onze planeet, moet die inspanningen ook concreet kunnen benutten in zijn communicatie. Hoewel een certificering niet verplicht is op de markt van de vrijwillige compensatie, werden er wel verschillende labels in het leven geroepen om bedrijven te helpen hun weg te vinden en ook hun aanpak te laten renderen.

En concreet?

Een eerste reflex is een koolstofbalans van uw activiteiten. Die eerste stap is cruciaal. De koolstofbijdrage loopt doorgaans via gespecialiseerde spelers die 'koolstofkredieten' verkopen. De markt is in volle groei en qua spelers is er keuze te over. En daarna? Daarna volgt de concrete toepassing op het terrein via projecten die (heel vaak) te maken hebben met de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) van de Verenigde Naties: herbebossing, energie-efficiëntie of investering in hernieuwbare energie. De bijkomende voordelen zijn daarbij vaak niet te verwaarlozen: lokale jobcreatie, behoud van de biodiversiteit of minder lucht- en watervervuiling. Aan de andere kant van de keten bieden sommige bedrijven (zoals luchtvaartmaatschappijen) hun klanten ook de mogelijkheid om zich te engageren door mee hun steentje bij te dragen aan deze financieringsinspanning.

Een omstreden mechanisme?

Heel vaak zien we dat greenwashing als een zwaard van Damocles boven dergelijke initiatieven hangt. En ook de koolstofcompensatie ontsnapt hier niet aan. Om die reden moet het systeem absoluut strikte regels volgen en beantwoorden aan controleerbare criteria. Vandaar het belang van referenties en labels zoals de Gold Standard van het WWF. Een bijdrage is bovendien pas efficiënt als het gaat om een 'bijkomend' project – dat er met andere woorden nooit was geweest zonder de financiering – en wanneer de hoeveelheid CO2 die werd vermeden, meet- en controleerbaar is.

Vrijwillig of verplicht?

Hoewel het gaat om een vrijwillige aanpak, zal de klimaatdreiging ongetwijfeld heel wat spelers aanzetten om erop in te zetten. Van de koolstoftaks en de compensatiemechanismen die werden ingevoerd door het Verdrag van Kyoto (dat 'vervuilende' bedrijven verplicht om door de VN gecertificeerde kredieten aan te kopen), tot het CORSIA-systeem dat in werking treedt vanaf januari 2021 om de luchtvaartsector 'aan te moedigen' om zijn uitstoot van broeikasgassen te stabiliseren ... en vanaf 2027 ook verplicht wordt. Goedschiks of kwaadschiks dus. Maar zoals heel vaak het geval is, hebben de pioniers ook hier een streepje voor, omdat zij de koolstofcompensatie al integreerden in hun globale transitie-aanpak. Want wat het ene bedrijf als een verplichting ziet, is voor het andere een concurrentievoordeel.

En last but not least nog dit advies: de vrijwillige koolstofbijdrage is wel degelijk een nuttig systeem, maar zie het vooral als een aanvulling op uw inspanningen om uw ecologische voetafdruk te verkleinen.

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

15.07.2020

De koelrevolutie

Het regelgevende kader is de voorbije decennia voortdurend veranderd ... De volgende stap? De geleidelijke verdwijning van vervuilende fluorgassen (HFK's) in koelsystemen.

De wereld van de fluorgassen kent een ware revolutie ... Wees gerust, de technische uitleg zullen we u besparen, maar we hebben het hier voornamelijk over de meest vervuilende fluorkoolwaterstoffen (afgekort HFK's of F-gases in het Engels). Die gassen zijn aanwezig in de meeste koelinstallaties en extreem schadelijk voor het milieu. Om die reden worden ze vandaag opgespoord en op die manier zullen ze ook geleidelijk verdwijnen. Er komt dus een golf van nieuwe regelgevingen op ons af die een aanzienlijke impact zal hebben op de meeste sectoren en bedrijven, zélfs de bedrijven die denken dat deze regels niet voor hen zullen gelden. De wetgevende agenda werd al opgestart in Europa en wereldwijd. De planning verloopt in fases en is gespreid in de tijd ... maar de deadlines komen dichterbij! Een revolutie die we dus maar beter kunnen voorbereiden in plaats van ze te ondergaan. Om de huidige uitdagingen beter te begrijpen, blikken we dan ook even terug in de tijd ...

Het 'gat' in de ozonlaag

In de eerste helft van de negentiende eeuw werd er voornamelijk met natuurlijke gassen gekoeld, zoals butaan, propaan, ammoniak en CO2. Na de Tweede Wereldoorlog doken echter de eerste chemische alternatieven op: de chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) en later ook de hydrochloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's). Dankzij hun interessante eigenschappen (onontvlambaar, stabiel, inert en niet duur) werden zij de norm in de meeste industriële sectoren (koeling, industriële reiniging, stuwmechanismen, isolatieschuim enz.). In de jaren 80 ontdekten wetenschappers echter de negatieve impact van CFK's op de ozonlaag. Het resultaat? In 1987 werd een multilaterale milieuovereenkomst ondertekend: het Montrealprotocol. Dat protocol bekrachtigde het engagement van de staten om CFK's geleidelijk (vóór de jaren 2000) te verbieden, met de bedoeling de verzwakking van de ozonlaag een halt toe te roepen. Enkele jaren later, meer bepaald in 1992, werden de HCFK's met de vinger gewezen. Ook die gassen (waaronder R-22, dat toen zeer veel werd gebruikt in airco's) begonnen vanaf de jaren 2000 stilaan te verdwijnen.

Van CFK's naar HFK's: het probleem verschoven

De verdwijning van de CFK's – onder meer van freon-11 dat zeer vaak werd gebruikt in de koelindustrie – en vervolgens van de HCFK's leidde tot het massale gebruik van HFK's (of F-gases in het Engels). Deze fluorgassen van synthetische oorsprong (samengesteld uit atomen van koolstof, fluor en waterstof) leken toen het ideale alternatief ... Hun technische eigenschappen leken zeer sterk op die van CFK's, maar dan met een veel betere energie-efficiëntie. Bovendien leken ze een stuk vriendelijker voor de ozonlaag. Maar wat was dan het probleem? Op dat moment wist men nog niet dat deze fluorgassen zeer sterke broeikasgassen zijn en dus voor een groot stuk verantwoordelijk zijn voor de klimaatopwarming. HFK's zouden immers tot 23.000 keer vervuilender zijn dan CO2. HFK's waren dus geen oplossing meer maar een probleem en kregen hetzelfde lot toebedeeld. Er kwam dus een nieuwe golf van verbodsregels op gang om het gebruik van deze fluorgassen terug te dringen. Gevolg? Het geleidelijke einde van de meest vervuilende HFK's ...

Van Montreal tot Kigali via Kyoto

De eerste bewustwording werd concreet vastgelegd in de teksten van het Kyotoprotocol, dat werd goedgekeurd op 11 december 1997. Dat akkoord identificeerde HFK's als broeikasgassen en legde een doelstelling vast: de volledige uitstoot met minstens 5% terugdringen tussen 2008 en 2012 (ten opzichte van het niveau van 1999). Die ambitie werd evenwel naar beneden toe bijgesteld in 2012 ... Het internationale Kigali-akkoord (van oktober 2016) zorgde evenwel voor een aanpassing na maar liefst zeven jaar onderhandelen. Dat akkoord werd ondertekend door 69 landen, waaronder ook België, en bevat onder meer de volgende punten:

  • een agenda in fases voor de stopzetting van het gebruik van deze fluorgassen;
  • een 'soepeler' regime voor de ontwikkelingslanden;
  • de mogelijkheid om de partijen een sanctie op te leggen indien zij hun engagement niet nakomen.

Het geleidelijke einde van de meest vervuilende HFK's ...

De afbouw van het gebruik van fluorgassen heeft dus betrekking op verschillende landengroepen en is opgedeeld in verschillende deadlines:

  • De ontwikkelde landen engageerden zich om hun verbruik met 10% terug te dringen vóór 2019 (ten opzichte van de niveaus van 2011-2013). De volgende grote stap is in 2025: tegen dan zal het gebruik van HFK's met 45% worden teruggedrongen. En tegen 2036 spreekt men zelfs van een daling met 85%.
  • De ontwikkelingslanden – waaronder de grootste HFK-producent ter wereld (China) en de landen van Afrika en Zuid-Amerika – starten hun transitie pas in 2024, met een daling van 80% voor ogen tegen 2045.
  • Een derde landengroep bestaat uit India, Pakistan, Iran, Irak en de Golfstaten, allemaal grote airco-verbruikers. Hun planning gaat van start in 2028 en beoogt een globale daling van 85% tegen 2047.

De EU volgt en mikt op 2030

De Europese Unie voert een hevige strijd tegen de opwarming van de aarde en beschouwt de verdwijning van de HFK's dan ook als een absolute prioriteit. Een Europese richtlijn legde al een geleidelijk verbod (tussen 2011 en 2017) op van bepaalde fluorgassen in de nieuwe aircosystemen van auto's. Die wens werd nogmaals versterkt in 2015 in een nieuwe tekst: die voorziet in 2030 in een daling met 79% van de HFK-tonnages die op de Europese markt worden gebracht (vergeleken met 2015). Tot zover de globale verplichtingen dus ... De regelgevende teksten zijn uiteraard een stuk gedetailleerder en bepaalde veelvoorkomende HFK's worden zelfs dit jaar al of vanaf 2022 verboden. Reden te meer dus om u zo snel mogelijk in deze materie te verdiepen!

Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u bij uw duurzame transitie.
Neem zeker contact met hen op!

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top