Article

01.07.2020

Welke innovaties voor betere energieprestaties van gebouwen?

Gebouwen wegen zwaar door op de milieubalans. Bedrijven hebben dus alle belang bij energiebesparingen in hun gebouwenbestand. Maar welke oplossingen kiezen ze het best?

De energieprestaties van gebouwen zijn een van de grootste uitdagingen van de klimaatdreiging. En dat geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven. In Europa is deze sector verantwoordelijk voor maar liefst 42% van het energieverbruik (waarvan 70% voor verwarming en airconditioning) en voor 30% van de CO2-uitstoot. Overheden en bedrijven kunnen er dus maar beter alles aan doen om de efficiëntie van hun gebouwen te optimaliseren. En er is ook goed nieuws! Er komen steeds meer innovatieve oplossingen op de markt.

Evolutie in plaats van revolutie

"Zowel voor bedrijven als voor particulieren zien we vooral dat de bestaande technologieën worden verbeterd en dat de prijzen van bepaalde materialen en bouwcomponenten dalen", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Wanneer we het in de gebouwensector hebben over energie-efficiëntie, zijn er twee essentiële aspecten:

  1. de schil van het gebouw: d.w.z. de structurele isolatie, de ramen, de luchtdichtheid enz.;
  2. de 'technieken': zoals de verwarming, de ledverlichting, de ventilatiesystemen, de koelinstallaties enz.

Welke innovaties voor particulieren?

Wat het structurele gedeelte van gebouwen betreft, evolueert de markt zeer sterk, onder meer dankzij innovatieve start-ups. Zo wordt steeds meer aandacht geschonken aan natuurlijke isolatie zoals hennep in combinatie met kalk of het gebruik van panelen op basis van weidegras. Dat zijn materialen die beter ademen en dus zorgen voor een betere vochtigheidsgraad. Ook driedubbele beglazing wordt de norm, niet alleen voor de energieprestaties maar ook voor het comfort. En de technieken? Er wordt steeds vaker gekozen voor ledverlichting. Een andere innovatie is vooral de combinatie van verschillende systemen om de energie-efficiëntie van een gebouw te verbeteren. "We evolueren steeds meer naar elektrische oplossingen voor onze behoeften", verduidelijkt Quentin Nerincx. "Zo wordt een warmtepomp bijvoorbeeld gecombineerd met zonnepanelen of batterijen. Bij de eerste zagen we een aanzienlijke prijsdaling, terwijl de tweede, die ook een stuk democratischer zijn geworden, de mogelijkheid bieden om de behoeften af te vlakken en bij te stellen."

En voor bedrijven? Een andere uitdaging

De schil van gebouwen optimaliseren impliceert verplichtingen en grote investeringen. "Het gaat over de lange termijn", vertelt de expert van het SBCC. "En de terugverdientijd is zeer lang: we spreken over 20 of 30 jaar." Die realiteit dreigt de structurele transformatie van gebouwen een stuk complexer te maken ... "De voornaamste behoefte van bedrijven is monitoring. Ze moeten kunnen beschikken over digitale meetinstrumenten en consultingtools om een duidelijk beeld te krijgen van hun verbruik. Zo kunnen ze nagaan waar hun systemen ondoeltreffend werken." We zien dus voornamelijk een evolutie bij de technieken: denk maar aan het afstellen en aanpassen van verwarmings- of ventilatiesystemen, ledverlichting of de installatie van zonnepanelen of koelsystemen volgens de nieuwe regelgevingen waarbij het gebruik van bepaalde zeer vervuilende fluorhoudende gassen verboden is.

Innovatieve stappen

Zoals Quentin Nerincx al toelichtte, blijft innovatie echter niet beperkt tot technologie alleen. We moeten ook verder dan deze modellen kijken om de zaken te zien bewegen ... "Daarbij horen twee belangrijke denkpistes: een eerste rond elektrische micronetwerken en een tweede rond het concept van demand response." Deze nieuwe benaderingen steunen op het begrip energieflexibiliteit. Bij demand response wordt het energiebeheer geoptimaliseerd via artificiële intelligentie (meters, installaties, het volledige systeem enz.). Het idee? De energieproductie of het energieverbruik aanpassen aan de behoeften. "Het zou perfect kunnen dat een bedrijf de temperatuur van zijn koelkasten één graad lager zet – zonder impact op zijn activiteiten – om het net voor een bepaalde tijd te ontlasten. En dat werkt in twee richtingen. Een heuse innovatie, omdat de systemen de vraag helpen afvlakken en verhinderen dat er energiepieken worden bereikt. Bovendien vermijden we zo hogere investeringen in de energieproductie." Een win-winoplossing, want ze is zowel een stuk rendabeler als ecologischer ... Uiteraard vereist deze oplossing wel de installatie van een reeks slimme toepassingen.

Energieprestaties 'as a service'

Nog zo'n nooit geziene evolutie? De sector richt zich almaar meer op dienstverlening.

"Een nieuw paradigma voor de bedrijven dat een andere kijk biedt op energiebesparing in hun gebouwen", verduidelijkt Quentin Nerincx.

Het principe? Bedrijven krijgen het voorstel om te investeren in een dienstencontract voor energieprestaties in plaats van in infrastructuur en tools. Die aanpak wordt mogelijk gemaakt via een professionele installateur. Die laatste staat in voor het waarborgen van het niveau van energie-efficiëntie – en het onderhoud van de technieken – waardoor het bedrijf geen grote geldbedragen moet vrijmaken. Dat businessmodel zien we nu al opkomen op de markt, maar het brengt wel wat uitdagingen met zich mee ... Zo wordt de professionele installateur onder meer gedwongen om de activa op te nemen in zijn balans. Om dergelijke beperkingen te vermijden, duiken ook steeds meer innovatieve bankproducten op. De bank is dus de derde onmisbare schakel om van dit proces een succes te maken. En in de toekomst? Een winnend trio is aan zet – de onderneming/klant, de bank en een professionele installateur – waarbij elke schakel zijn expertise uitspeelt ten dienste van één gemeenschappelijk doel: energie-efficiëntie. 

Evolutie aan de gang

Hoewel 'energie-efficiëntie as a service' zich tot nu toe nog vooral op de technieken concentreert – en niet op de schil van het gebouw – is er geen twijfel mogelijk dat deze innovatieve oplossing zal bijdragen aan de uitdagingen van de gebouwensector.

"Alleen al met optimale technieken en deze conceptuele aanpak kan een bedrijf rekenen op een energiebesparing tussen 40 en 50%", bevestigt Quentin Nerincx.

Goed nieuws dus, niet alleen voor de bedrijven maar ook voor onze planeet!

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

04.06.2020

Duurzame transitie: waarom nu?

Een duurzame transitie is essentieel om de klimaatproblematiek aan te pakken. Maar daarvoor moeten we goed begrijpen wat de inzet precies is ... Terug naar de basis: belangrijke feiten en cijfermateriaal!

Steeds meer bedrijven nemen duurzaamheid op in hun bedrijfsstrategie ... Maar toch kan het nuttig zijn om terug te gaan naar de oorsprong van waarom dit nu zo belangrijk is (voor ons allemaal). Waarom moeten de economische spelers – en de maatschappij in haar geheel – een nieuwe weg inslaan? Omdat de huidige weg doodloopt op een muur! De planeet blijft er maar op hameren dat de context van vandaag niet die van morgen is: van klimaatopwarming over natuurrampen tot ingrijpende crisissen op het vlak van milieu, gezondheid, voeding en bevolking. Sommige economische spelers hebben ingezien dat het vijf voor twaalf is en gaan de uitdaging dan ook vol aan ... Ze kiezen voor verandering om niet te eindigen tegen die muur. En om te kunnen voortbestaan in een andere toekomst die er onvermijdelijk zit aan te komen. Maar dan moeten we de signalen en hun sneeuwbaleffecten natuurlijk wel begrijpen!

1,5 °C

Een van de hoekstenen van de klimaatproblematiek: de klimaatopwarming tegen eind deze eeuw onder de grens van 2 °C houden. Daartoe verbonden 195 landen zich in het Akkoord van Parijs dat werd ondertekend in 2015. Maar de praktische uitwerking ervan laat op zich wachten ... En iedere dag die voorbijgaat, benadrukt de inspanningen die nodig zijn om de doelstelling nog te bereiken. En als we niets of niet genoeg doen? Experts verwachten dat de klimaatopwarming tegen 2100 met maar liefst 4,8 °C kan toenemen … met desastreuze gevolgen voor onze toekomst !

26 tot 77 cm

Het is een domino-effect: de opwarming van de aarde heeft een enorme impact op onze ecosystemen. En ieder fenomeen heeft op zijn beurt weer gevolgen voor andere factoren. 26 tot 77 cm? Dat is hoeveel de zeespiegel in 2100 naar schatting zal gestegen zijn ten gevolge van een temperatuurstijging van 1,5 °C. En als die stijging niet 1,5 maar 2 °C zou bedragen? Iedere 10 cm meer komt overeen met 10 miljoen meer mensen die worden getroffen door de risico’s van een hogere waterstand!

Maar dat zijn niet de enige tekenen van de omvang van het probleem:

29 juli

Earth Overshoot Day in 2019. Dat (hier en daar betwiste) concept geeft aan dat we alle grondstoffen hebben opgebruikt die de aarde in 365 dagen kan produceren. In 2030 zullen we wellicht al vanaf eind juni ‘op krediet’ leven, terwijl dat punt in de jaren 80 nog ergens begin november lag. Een overexploitatie van de planeet die niet oneindig kan doorgaan ... Temeer omdat de wereldbevolking exponentieel blijft toenemen: tegen 2050 zullen we met 9 miljard zijn. En die stijging oefent een ongeziene druk uit op de aarde en haar grondstoffen.

40%

Ons klimaatsysteem steunt op een wankel evenwicht, onder andere door de uitstoot van broeikasgassen die worden geproduceerd door onze menselijke activiteiten. Er is dringend een radicale ommezwaai nodig om het probleem aan te pakken. De Europese Unie heeft zich ertoe verbonden om de uitstoot tegen 2030 met 40% te verlagen, maar ook om het aandeel van de hernieuwbare energieën op minstens 32% te brengen en de energie-efficiëntie met minstens 32,5% te verbeteren. Alles hangt met elkaar samen en een koolstofarme toekomst (misschien met nog wel veel grotere inspanningen) lijkt hoe langer hoe meer de enige mogelijkheid om de klimaatopwarming en de bijbehorende gevolgen te bestrijden. Dat betekent dat we in alle sectoren helemaal anders zullen moeten gaan produceren en consumeren en dat de wetgeving dienovereenkomstig moet worden aangepast. 

12.000 miljard dollar

De risico’s zijn niet min ... Maar er liggen ook kansen voor het grijpen. Het ene evenwicht verstoren om er een nieuw te creëren en daarbij rekening houden met duurzaamheid en het voortbestaan van de generaties na ons. Een grote uitdaging die komend decennium voor 12.000 miljard dollar aan commerciële opportuniteiten per jaar zou kunnen opleveren. Deze mogelijke meevaller zou voortkomen uit de invoering van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD) van de Verenigde Naties in verschillende sectoren (voeding, landbouw, steden, energie en grondstoffen en gezondheid).

0

Dat is de tijd die we nog hebben voor we eraan moeten beginnen. De veiligste manier om te beginnen bouwen aan duurzaamheid is door risico’s om te zetten in successen. De ‘cijfers’, ook al staan ze soms ter discussie of zijn ze open voor interpretatie, liegen er niet om: de wereld verandert in sneltempo. In deze context is het van fundamenteel belang dat we ons zakenmodel evalueren en herzien. Niet omdat het zo leuk is om het wiel opnieuw uit te vinden, maar om die muur recht voor ons te vermijden. Niets doen zal ons duur komen te staan, dus we moeten handelen nu alles nog draait. En dat is nu meteen!

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

10.06.2020

'Zero emissies' als doelstelling: een nieuwe uitdaging voor bedrijven

De uitstoot van broeikasgassen is een van de belangrijkste kwesties op het vlak van milieu en klimaat. In die mate zelfs dat 'koolstofneutraliteit' een levensbelangrijk doel wordt voor bedrijven.

"Mik op de maan, zelfs als je mist zul je tussen de sterren belanden." Deze wijsheid is een perfecte samenvatting van de uitdaging waar we vandaag voor staan als het gaat om de uitstoot van broeikasgassen. Een ambitieus standpunt – waarvoor dank, Oscar Wilde – dat onder meer verklaart waarom de 'zero carbon'-doelstelling er bij iedereen stevig ingebakken moet zitten. En terecht: hoe langer het duurt, hoe zwaarder de inspanningen die we moeten leveren, met name om de engagementen van het Akkoord van Parijs na te leven en de impact van de opwarming van de aarde in te dijken. Het doel? De stijging van de temperatuur onder 2 °C houden, en idealiter zelfs rond 1,5 °C. Hoewel de Europese Unie zich al engageerde om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% te verlagen, "streeft zij er ook naar om klimaatneutraal te zijn" tegen 2050.

Twee 'scholen'

Om deze ambitie waar te maken, kijken we in de eerste plaats naar de bedrijven. Toch zijn er verschillende manieren om de zaken onder ogen te zien. Of zoals Churchill het samenvatte: "A pessimist sees the difficulty in every opportunity; an optimist sees the opportunity in every difficulty". Een koolstofvrije toekomst betekent een nieuwe wereld op verschillende vlakken: regelgeving, handel, economie, energie en noem maar op. Neem nu de mobiliteit: van de koolstoftaks tot de lage-emissiezones ... de regeringen voeren almaar meer maatregelen in om hun engagementen na te komen. Van eenvoudige beperkingen tot de veroudering van bepaalde businessmodellen: deze evolutie zal ongetwijfeld een impact hebben op uw activiteiten én op het voortbestaan van uw bedrijf. En dat geldt voor alle sectoren. Achter deze risico's schuilen echter ook nieuwe opportuniteiten. Nieuwe behoeften om in te lossen, markten die voor verbetering vatbaar zijn, nieuwe technologieën die nog ontwikkeld moeten worden en noem maar op. Maar om de toekomst niet te moeten ondergaan, moeten we vandaag al anticiperen!

  1. Nieuwe markten

    CO2 is onze grootste vijand. Maar innoveren betekent ook anders gaan denken. De problemen omkeren en van koolstof bijvoorbeeld een troef maken! Zo duiken er vandaag tal van innovatieve spelers op die het thema benutten om nieuwe markten te gaan verkennen: van koolstofboekhouding tot opvang en opslag van CO2. Maar ook energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en waterstof komen aan bod. We staan waarschijnlijk nog maar aan het begin van deze revolutie ... Die vereist dat we onze ingesteldheid veranderen, risico's durven te nemen en zo inzetten op technologieën die hun sporen nog niet eens hebben verdiend. Maar wie nu als eerste durft te springen, heeft ongetwijfeld zijn voorsprong mee.

  2. Innovatieve en duurzame businessmodellen

    Nieuwe manieren bedenken om zaken te doen? Dat kan bijvoorbeeld door in te zetten op de circulaire economie. Dat betekent dat we van paradigma moeten veranderen en ons model van binnenuit moeten aanpassen: al onze activiteiten evalueren en nieuwe oplossingen bedenken. De volledige waardeketen herbekijken om zo dicht mogelijk bij de 'zero emissie' te geraken, samenwerken met partners (klanten, leveranciers enz.) of opnieuw gaan nadenken over onze strategie om waarde te creëren, zowel voor de klant als voor het bedrijf. Het is dan ook geen toeval dat een grote klepper als Ikea maar liefst 200 miljoen euro investeert in de transformatie van zijn supply chain. Met onder meer de ambitie om tegen 2030 100% hernieuwbare energie (elektriciteit, verwarming, koeling en andere brandstoffen) te gebruiken voor zijn productie.

  3. Gedragsverandering
  4. De 'low carbon'-golf breidt steeds verder uit en trekt stilaan de hele samenleving – en met name de consumenten – mee. Voor een bedrijf zou het fataal zijn om de nieuwe behoeften en verwachtingen van zijn klanten naast zich neer te leggen. Van vliegreizen (en de mobiliteit in het algemeen) tot de vleesconsumptie: individuele keuzes sijpelen steeds meer door in onze denkoefening voor meer duurzaamheid. Bedrijven moeten anticiperen op die bewustwording ... Zeker nu we ook bij de beleggers een gelijkaardige nieuwe mindset zien. Impact is hét codewoord voor financiers! Bedrijven die mee kiezen voor een duurzame aanpak, weten bovendien steeds meer kapitaal aan te trekken. Economische waarde en duurzaamheid zijn dus meer dan ooit met elkaar verbonden.

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

17.06.2020

Hoe vindt u uw weg in de certificaten voor duurzame gebouwen?

De bouwsector verandert van paradigma om in te spelen op de klimaatdreiging. Maar hoe wordt de duurzaamheid van gebouwen gemeten? Milieucertificaten spelen een belangrijke rol!

De bouwsector is verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de uitstoot op wereldschaal en weegt dus zwaar door als het gaat om broeikasgassen. Als we rekening houden met de levensduur van een gebouw, dan blijft die impact ook verschillende decennia hangen ... De klimaatopwarming dwingt de sector dus om zichzelf heruit te vinden en duurzamer te worden. Maar hoe kunnen we energie-efficiënte gebouwen ontwerpen en bouwen met een neutrale (of zelfs positieve) impact op het milieu?

Een lastige vraag. Maar het antwoord vinden we bij certificaten. Certificaten zijn onmisbare instrumenten waarmee we de prestaties van een gebouw kunnen meten tijdens de volledige levensduur en op basis van vooraf bepaalde criteria. Een vertrouwensgarantie voor de volledige keten, zeg maar: niet alleen voor de bouwers, maar ook voor het bedrijf (de klant) én de overheid. Is uw hoofdzetel aan renovatie toe of laat u een nieuwe vestiging bouwen? Dan vormt de naleving van deze normen een belangrijke uitdaging. Bovendien zijn ze een uitstekende manier om uw duurzame transitie waar te maken, uw activa te valoriseren en uw milieu-engagement kracht bij te zetten.

Ruime keuze aan referenties

Energieverbruik, materiaalkeuze, technologische beslissingen, koolstofvoetafdruk, ... Allemaal elementen waar u rekening mee moet houden vanaf het ontwerp van uw gebouw tot u het ook daadwerkelijk in gebruik neemt. Het overzicht van referenties is echter vrij complex en er bestaan ook verschillende standaarden naast elkaar. Zo is er in Frankrijk het label HQE, in de Verenigde Staten LEED, in Duitsland Passivhaus of DGNB en in het Verenigd Koninkrijk BREEAM, om maar enkele voorbeelden te noemen. De certificaten uit het buitenland worden algemeen erkend in de sector. En terecht, want vertrouwen en naambekendheid zijn cruciaal in dit domein!

De nummer één: BREEAM

Met meer dan 2 miljoen gecertificeerde gebouwen wereldwijd en 424 in België blijft BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) een van de voornaamste certificaten in ons land. De evaluatiemethode bestaat uit negen groepen van criteria: management, gezondheid, energie, water, transport, materialen, recyclage, milieu en vervuiling. Dit certificaat bestaat sinds 1986 en bevat vijf certificeringsniveaus. Het is gebaseerd op volledige berekeningen met één centraal doel: de impact van een gebouw op het leefmilieu verkleinen en tegelijk zorgen voor een betere levenskwaliteit voor de gebruikers.

... en de rest

  • Het Passivhaus-certificaat

    Eén certificaat volstaat voor een gebouw doorgaans niet. Bovendien zijn sommige labels gericht op zeer specifieke domeinen. Zo verwijst het Duitse label 'Passivhaus' naar de energieprestaties van gebouwen. De gebouwen met dit label besparen tot 90% energie door efficiënt gebruik te maken van zonlicht, interne warmtebronnen en warmterecuperatie.

  • Zero-energy buildings

    Kort uitgelegd gaat het om gebouwen die netto nul energie verbruiken: de totale hoeveelheid energie die wordt gebruikt, is dus min of meer gelijk aan de hoeveelheid hernieuwbare energie die ter plaatse wordt geproduceerd. Achter die benaming 'zero-energy building' schuilt echter soms een andere realiteit op het vlak van gebruik: het verschil zit vaak in het aandeel en de herkomst van de hernieuwbare energie. Naast de zero-energy buildings zijn er ook nog de 'autonomous buildings' (energie-onafhankelijke gebouwen) en de 'energy-plus-houses' (energiepositieve gebouwen).

  • Nearly zero-energy buildings of Bijna-energieneutraal: de Europese standaard

    Dit concept werd concreet omgezet in een Europese norm die alle lidstaten vanaf 2021 zullen moeten volgen. Elk nieuw gebouw moet vanaf dat moment een energieverbruik van bijna nul hebben ... Dat kan dankzij de hoge energieprestaties van het gebouw en omdat de zeer kleine hoeveelheid energie die nodig is uit hernieuwbare energiebronnen wordt gehaald.

  • Mooie voorbeelden
    Naast al deze certificaten zijn er ook nog andere initiatieven die duurzaam bouwen stimuleren. Zo is er bijvoorbeeld de Belgische Energie-en Milieuprijs die wordt uitgereikt aan voorbeeldige projecten in verschillende categorieën zoals de 'Sustainable Energy Award' en de 'Sustainable Building Award'. Een belangrijke troef voor bedrijven die hun inspanningen in de kijker willen zetten.

En als afsluiter?

Om af te sluiten, zetten we graag nog even het bouwproject 'Warandeberg' in de kijker: de nieuwe maatschappelijke zetel van BNP Paribas Fortis is namelijk een mooi voorbeeld van een sterk engagement. En dat is ook helemaal terecht, want het bouwproject 'Warandeberg' heeft al het tussentijdse ‘Design Stage’-certificaat gekregen, met bovendien de vermelding 'excellent', die doorgaans slechts 10% van de projecten halen. Het gaat om de eerste van twee stappen op weg naar een definitief label eens alles klaar is. We benadrukken tot slot nog dat deze certificaten geen doel op zich mogen zijn en moeten passen bij een holistische duurzame aanpak waarbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen de ecologische, economische, esthetische en maatschappelijke verwachtingen.

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

06.12.2017

IJslandse fabriek neemt meer CO2 op dan ze uitstoot

Is GreenTech de sleutel om de klimaatopwarming tegen te gaan? Een IJslandse fabriek geeft alvast het goede voorbeeld en wordt koolstofnegatief.

Heel wat landen, waaronder Frankrijk, hebben zich ertoe verbonden hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen door de Klimaatovereenkomst van Parijs te ondertekenen. Steden als Kopenhagen en Barcelona gaan nog verder en willen over enkele jaren koolstofneutraal zijn. Het IJslandse voorbeeld laat zien dat GreenTech kan helpen om die wens in vervulling te laten gaan. Op dat kleine eiland nam het Zwitserse bedrijf Climeworks in een geothermische centrale onlangs het eerste systeem in gebruik dat meer koolstofdioxide (CO2) opneemt dan uitstoot. Het bedrijf past daarbij het CarbFix2-project toe. Het principe is eenvoudig: de machine haalt CO2 uit de lucht en zet het gas voor miljoenen jaren vast in gesteente, zodat het al die tijd niet in de atmosfeer komt. Het proces is wel nog duur, maar een dergelijke vooruitgang voedt de hoop om de opwarming van de aarde onder 2 °C te kunnen houden en de klimaatverandering tegen te gaan. De IJslandse fabriek wordt hiermee de allereerste die koolstofnegatief is.

Bron: L'Atelier

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top