Article

15.07.2020

De koelrevolutie

Het regelgevende kader is de voorbije decennia voortdurend veranderd ... De volgende stap? De geleidelijke verdwijning van vervuilende fluorgassen (HFK's) in koelsystemen.

De wereld van de fluorgassen kent een ware revolutie ... Wees gerust, de technische uitleg zullen we u besparen, maar we hebben het hier voornamelijk over de meest vervuilende fluorkoolwaterstoffen (afgekort HFK's of F-gases in het Engels). Die gassen zijn aanwezig in de meeste koelinstallaties en extreem schadelijk voor het milieu. Om die reden worden ze vandaag opgespoord en op die manier zullen ze ook geleidelijk verdwijnen. Er komt dus een golf van nieuwe regelgevingen op ons af die een aanzienlijke impact zal hebben op de meeste sectoren en bedrijven, zélfs de bedrijven die denken dat deze regels niet voor hen zullen gelden. De wetgevende agenda werd al opgestart in Europa en wereldwijd. De planning verloopt in fases en is gespreid in de tijd ... maar de deadlines komen dichterbij! Een revolutie die we dus maar beter kunnen voorbereiden in plaats van ze te ondergaan. Om de huidige uitdagingen beter te begrijpen, blikken we dan ook even terug in de tijd ...

Het 'gat' in de ozonlaag

In de eerste helft van de negentiende eeuw werd er voornamelijk met natuurlijke gassen gekoeld, zoals butaan, propaan, ammoniak en CO2. Na de Tweede Wereldoorlog doken echter de eerste chemische alternatieven op: de chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) en later ook de hydrochloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's). Dankzij hun interessante eigenschappen (onontvlambaar, stabiel, inert en niet duur) werden zij de norm in de meeste industriële sectoren (koeling, industriële reiniging, stuwmechanismen, isolatieschuim enz.). In de jaren 80 ontdekten wetenschappers echter de negatieve impact van CFK's op de ozonlaag. Het resultaat? In 1987 werd een multilaterale milieuovereenkomst ondertekend: het Montrealprotocol. Dat protocol bekrachtigde het engagement van de staten om CFK's geleidelijk (vóór de jaren 2000) te verbieden, met de bedoeling de verzwakking van de ozonlaag een halt toe te roepen. Enkele jaren later, meer bepaald in 1992, werden de HCFK's met de vinger gewezen. Ook die gassen (waaronder R-22, dat toen zeer veel werd gebruikt in airco's) begonnen vanaf de jaren 2000 stilaan te verdwijnen.

Van CFK's naar HFK's: het probleem verschoven

De verdwijning van de CFK's – onder meer van freon-11 dat zeer vaak werd gebruikt in de koelindustrie – en vervolgens van de HCFK's leidde tot het massale gebruik van HFK's (of F-gases in het Engels). Deze fluorgassen van synthetische oorsprong (samengesteld uit atomen van koolstof, fluor en waterstof) leken toen het ideale alternatief ... Hun technische eigenschappen leken zeer sterk op die van CFK's, maar dan met een veel betere energie-efficiëntie. Bovendien leken ze een stuk vriendelijker voor de ozonlaag. Maar wat was dan het probleem? Op dat moment wist men nog niet dat deze fluorgassen zeer sterke broeikasgassen zijn en dus voor een groot stuk verantwoordelijk zijn voor de klimaatopwarming. HFK's zouden immers tot 23.000 keer vervuilender zijn dan CO2. HFK's waren dus geen oplossing meer maar een probleem en kregen hetzelfde lot toebedeeld. Er kwam dus een nieuwe golf van verbodsregels op gang om het gebruik van deze fluorgassen terug te dringen. Gevolg? Het geleidelijke einde van de meest vervuilende HFK's ...

Van Montreal tot Kigali via Kyoto

De eerste bewustwording werd concreet vastgelegd in de teksten van het Kyotoprotocol, dat werd goedgekeurd op 11 december 1997. Dat akkoord identificeerde HFK's als broeikasgassen en legde een doelstelling vast: de volledige uitstoot met minstens 5% terugdringen tussen 2008 en 2012 (ten opzichte van het niveau van 1999). Die ambitie werd evenwel naar beneden toe bijgesteld in 2012 ... Het internationale Kigali-akkoord (van oktober 2016) zorgde evenwel voor een aanpassing na maar liefst zeven jaar onderhandelen. Dat akkoord werd ondertekend door 69 landen, waaronder ook België, en bevat onder meer de volgende punten:

  • een agenda in fases voor de stopzetting van het gebruik van deze fluorgassen;
  • een 'soepeler' regime voor de ontwikkelingslanden;
  • de mogelijkheid om de partijen een sanctie op te leggen indien zij hun engagement niet nakomen.

Het geleidelijke einde van de meest vervuilende HFK's ...

De afbouw van het gebruik van fluorgassen heeft dus betrekking op verschillende landengroepen en is opgedeeld in verschillende deadlines:

  • De ontwikkelde landen engageerden zich om hun verbruik met 10% terug te dringen vóór 2019 (ten opzichte van de niveaus van 2011-2013). De volgende grote stap is in 2025: tegen dan zal het gebruik van HFK's met 45% worden teruggedrongen. En tegen 2036 spreekt men zelfs van een daling met 85%.
  • De ontwikkelingslanden – waaronder de grootste HFK-producent ter wereld (China) en de landen van Afrika en Zuid-Amerika – starten hun transitie pas in 2024, met een daling van 80% voor ogen tegen 2045.
  • Een derde landengroep bestaat uit India, Pakistan, Iran, Irak en de Golfstaten, allemaal grote airco-verbruikers. Hun planning gaat van start in 2028 en beoogt een globale daling van 85% tegen 2047.

De EU volgt en mikt op 2030

De Europese Unie voert een hevige strijd tegen de opwarming van de aarde en beschouwt de verdwijning van de HFK's dan ook als een absolute prioriteit. Een Europese richtlijn legde al een geleidelijk verbod (tussen 2011 en 2017) op van bepaalde fluorgassen in de nieuwe aircosystemen van auto's. Die wens werd nogmaals versterkt in 2015 in een nieuwe tekst: die voorziet in 2030 in een daling met 79% van de HFK-tonnages die op de Europese markt worden gebracht (vergeleken met 2015). Tot zover de globale verplichtingen dus ... De regelgevende teksten zijn uiteraard een stuk gedetailleerder en bepaalde veelvoorkomende HFK's worden zelfs dit jaar al of vanaf 2022 verboden. Reden te meer dus om u zo snel mogelijk in deze materie te verdiepen!

Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u bij uw duurzame transitie.
Neem zeker contact met hen op!
Article

17.06.2020

Hoe vindt u uw weg in de certificaten voor duurzame gebouwen?

De bouwsector verandert van paradigma om in te spelen op de klimaatdreiging. Maar hoe wordt de duurzaamheid van gebouwen gemeten? Milieucertificaten spelen een belangrijke rol!

De bouwsector is verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de uitstoot op wereldschaal en weegt dus zwaar door als het gaat om broeikasgassen. Als we rekening houden met de levensduur van een gebouw, dan blijft die impact ook verschillende decennia hangen ... De klimaatopwarming dwingt de sector dus om zichzelf heruit te vinden en duurzamer te worden. Maar hoe kunnen we energie-efficiënte gebouwen ontwerpen en bouwen met een neutrale (of zelfs positieve) impact op het milieu?

Een lastige vraag. Maar het antwoord vinden we bij certificaten. Certificaten zijn onmisbare instrumenten waarmee we de prestaties van een gebouw kunnen meten tijdens de volledige levensduur en op basis van vooraf bepaalde criteria. Een vertrouwensgarantie voor de volledige keten, zeg maar: niet alleen voor de bouwers, maar ook voor het bedrijf (de klant) én de overheid. Is uw hoofdzetel aan renovatie toe of laat u een nieuwe vestiging bouwen? Dan vormt de naleving van deze normen een belangrijke uitdaging. Bovendien zijn ze een uitstekende manier om uw duurzame transitie waar te maken, uw activa te valoriseren en uw milieu-engagement kracht bij te zetten.

Ruime keuze aan referenties

Energieverbruik, materiaalkeuze, technologische beslissingen, koolstofvoetafdruk, ... Allemaal elementen waar u rekening mee moet houden vanaf het ontwerp van uw gebouw tot u het ook daadwerkelijk in gebruik neemt. Het overzicht van referenties is echter vrij complex en er bestaan ook verschillende standaarden naast elkaar. Zo is er in Frankrijk het label HQE, in de Verenigde Staten LEED, in Duitsland Passivhaus of DGNB en in het Verenigd Koninkrijk BREEAM, om maar enkele voorbeelden te noemen. De certificaten uit het buitenland worden algemeen erkend in de sector. En terecht, want vertrouwen en naambekendheid zijn cruciaal in dit domein!

De nummer één: BREEAM

Met meer dan 2 miljoen gecertificeerde gebouwen wereldwijd en 424 in België blijft BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) een van de voornaamste certificaten in ons land. De evaluatiemethode bestaat uit negen groepen van criteria: management, gezondheid, energie, water, transport, materialen, recyclage, milieu en vervuiling. Dit certificaat bestaat sinds 1986 en bevat vijf certificeringsniveaus. Het is gebaseerd op volledige berekeningen met één centraal doel: de impact van een gebouw op het leefmilieu verkleinen en tegelijk zorgen voor een betere levenskwaliteit voor de gebruikers.

... en de rest

  • Het Passivhaus-certificaat

    Eén certificaat volstaat voor een gebouw doorgaans niet. Bovendien zijn sommige labels gericht op zeer specifieke domeinen. Zo verwijst het Duitse label 'Passivhaus' naar de energieprestaties van gebouwen. De gebouwen met dit label besparen tot 90% energie door efficiënt gebruik te maken van zonlicht, interne warmtebronnen en warmterecuperatie.

  • Zero-energy buildings

    Kort uitgelegd gaat het om gebouwen die netto nul energie verbruiken: de totale hoeveelheid energie die wordt gebruikt, is dus min of meer gelijk aan de hoeveelheid hernieuwbare energie die ter plaatse wordt geproduceerd. Achter die benaming 'zero-energy building' schuilt echter soms een andere realiteit op het vlak van gebruik: het verschil zit vaak in het aandeel en de herkomst van de hernieuwbare energie. Naast de zero-energy buildings zijn er ook nog de 'autonomous buildings' (energie-onafhankelijke gebouwen) en de 'energy-plus-houses' (energiepositieve gebouwen).

  • Nearly zero-energy buildings of Bijna-energieneutraal: de Europese standaard

    Dit concept werd concreet omgezet in een Europese norm die alle lidstaten vanaf 2021 zullen moeten volgen. Elk nieuw gebouw moet vanaf dat moment een energieverbruik van bijna nul hebben ... Dat kan dankzij de hoge energieprestaties van het gebouw en omdat de zeer kleine hoeveelheid energie die nodig is uit hernieuwbare energiebronnen wordt gehaald.

  • Mooie voorbeelden
    Naast al deze certificaten zijn er ook nog andere initiatieven die duurzaam bouwen stimuleren. Zo is er bijvoorbeeld de Belgische Energie-en Milieuprijs die wordt uitgereikt aan voorbeeldige projecten in verschillende categorieën zoals de 'Sustainable Energy Award' en de 'Sustainable Building Award'. Een belangrijke troef voor bedrijven die hun inspanningen in de kijker willen zetten.

En als afsluiter?

Om af te sluiten, zetten we graag nog even het bouwproject 'Warandeberg' in de kijker: de nieuwe maatschappelijke zetel van BNP Paribas Fortis is namelijk een mooi voorbeeld van een sterk engagement. En dat is ook helemaal terecht, want het bouwproject 'Warandeberg' heeft al het tussentijdse ‘Design Stage’-certificaat gekregen, met bovendien de vermelding 'excellent', die doorgaans slechts 10% van de projecten halen. Het gaat om de eerste van twee stappen op weg naar een definitief label eens alles klaar is. We benadrukken tot slot nog dat deze certificaten geen doel op zich mogen zijn en moeten passen bij een holistische duurzame aanpak waarbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen de ecologische, economische, esthetische en maatschappelijke verwachtingen.

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

24.06.2020

De vrijwillige koolstofcompensatie: welke voordelen voor uw bedrijf?

Een compensatie voor de CO2-uitstoot van uw activiteit om de herbebossing in het Amazonewoud te financieren? Dat is het principe van de koolstofcompensatie. Een vrijwillige keuze die ook voor uw bedrijf voordelig is!

In de strijd tegen de klimaatopwarming is de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen een topprioriteit. Zowel landen als bedrijven doen er alles aan om doeltreffende oplossingen te vinden voor een koolstofneutrale toekomst. Een van die oplossingen is de vrijwillige koolstofcompensatie of -bijdrage. Maar hoe werkt dat precies?

Compenseren wat u niet kunt verminderen

Bij de meeste activiteiten op onze planeet wordt CO2 uitgestoten ... en die is vaak niet terug te dringen. Dankzij het principe van de koolstofcompensatie kunnen de verschillende spelers op eigen initiatief hun uitstoot compenseren via de betaling van een bepaald bedrag. Met dat bedrag worden projecten gefinancierd om een hoeveelheid CO2 die gelijk is aan de CO2 (of een ander broeikasgas) die werd uitgestoten, te besparen (of op te vangen). Omdat er ook een markt bestaat voor 'vrijwillige compensatie', ligt dit mechanisme ook binnen handbereik van bedrijven (individueel of in groep) die de weg van de ecologische transitie willen inslaan.

Welke voordelen voor uw bedrijf?

Het systeem steunt op een 'win-win-win'-principe: niet alleen onze planeet en het gefinancierde project winnen erbij, maar ook de bedrijven die via dit systeem hun uitstoot in evenwicht willen brengen.

  • Een bewijs van uw engagement

    De koolstofcompensatie is een mooi bewijs van uw bewustwording als bedrijf en van het feit dat u volop de kaart van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) trekt. Een extra stap in de richting van een duurzame transformatie ...

  • Een concurrentievoordeel

    Met de koolstofcompensatie helpt u niet alleen onze planeet, maar speelt u ook in op de verwachtingen van uw klanten en partners. In deze steeds veranderende wereld hebben consumenten en leveranciers immers steeds meer oog voor de duurzame aanpak van bedrijven.  De koolstofcompensatie is dus een cruciaal element om u te onderscheiden van de concurrentie.

  • Een imagovoordeel
    Een bedrijf dat zich met de nodige overtuiging inzet voor onze planeet, moet die inspanningen ook concreet kunnen benutten in zijn communicatie. Hoewel een certificering niet verplicht is op de markt van de vrijwillige compensatie, werden er wel verschillende labels in het leven geroepen om bedrijven te helpen hun weg te vinden en ook hun aanpak te laten renderen.

En concreet?

Een eerste reflex is een koolstofbalans van uw activiteiten. Die eerste stap is cruciaal. De koolstofbijdrage loopt doorgaans via gespecialiseerde spelers die 'koolstofkredieten' verkopen. De markt is in volle groei en qua spelers is er keuze te over. En daarna? Daarna volgt de concrete toepassing op het terrein via projecten die (heel vaak) te maken hebben met de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) van de Verenigde Naties: herbebossing, energie-efficiëntie of investering in hernieuwbare energie. De bijkomende voordelen zijn daarbij vaak niet te verwaarlozen: lokale jobcreatie, behoud van de biodiversiteit of minder lucht- en watervervuiling. Aan de andere kant van de keten bieden sommige bedrijven (zoals luchtvaartmaatschappijen) hun klanten ook de mogelijkheid om zich te engageren door mee hun steentje bij te dragen aan deze financieringsinspanning.

Een omstreden mechanisme?

Heel vaak zien we dat greenwashing als een zwaard van Damocles boven dergelijke initiatieven hangt. En ook de koolstofcompensatie ontsnapt hier niet aan. Om die reden moet het systeem absoluut strikte regels volgen en beantwoorden aan controleerbare criteria. Vandaar het belang van referenties en labels zoals de Gold Standard van het WWF. Een bijdrage is bovendien pas efficiënt als het gaat om een 'bijkomend' project – dat er met andere woorden nooit was geweest zonder de financiering – en wanneer de hoeveelheid CO2 die werd vermeden, meet- en controleerbaar is.

Vrijwillig of verplicht?

Hoewel het gaat om een vrijwillige aanpak, zal de klimaatdreiging ongetwijfeld heel wat spelers aanzetten om erop in te zetten. Van de koolstoftaks en de compensatiemechanismen die werden ingevoerd door het Verdrag van Kyoto (dat 'vervuilende' bedrijven verplicht om door de VN gecertificeerde kredieten aan te kopen), tot het CORSIA-systeem dat in werking treedt vanaf januari 2021 om de luchtvaartsector 'aan te moedigen' om zijn uitstoot van broeikasgassen te stabiliseren ... en vanaf 2027 ook verplicht wordt. Goedschiks of kwaadschiks dus. Maar zoals heel vaak het geval is, hebben de pioniers ook hier een streepje voor, omdat zij de koolstofcompensatie al integreerden in hun globale transitie-aanpak. Want wat het ene bedrijf als een verplichting ziet, is voor het andere een concurrentievoordeel.

En last but not least nog dit advies: de vrijwillige koolstofbijdrage is wel degelijk een nuttig systeem, maar zie het vooral als een aanvulling op uw inspanningen om uw ecologische voetafdruk te verkleinen.

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

01.07.2020

Welke innovaties voor betere energieprestaties van gebouwen?

Gebouwen wegen zwaar door op de milieubalans. Bedrijven hebben dus alle belang bij energiebesparingen in hun gebouwenbestand. Maar welke oplossingen kiezen ze het best?

De energieprestaties van gebouwen zijn een van de grootste uitdagingen van de klimaatdreiging. En dat geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven. In Europa is deze sector verantwoordelijk voor maar liefst 42% van het energieverbruik (waarvan 70% voor verwarming en airconditioning) en voor 30% van de CO2-uitstoot. Overheden en bedrijven kunnen er dus maar beter alles aan doen om de efficiëntie van hun gebouwen te optimaliseren. En er is ook goed nieuws! Er komen steeds meer innovatieve oplossingen op de markt.

Evolutie in plaats van revolutie

"Zowel voor bedrijven als voor particulieren zien we vooral dat de bestaande technologieën worden verbeterd en dat de prijzen van bepaalde materialen en bouwcomponenten dalen", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Wanneer we het in de gebouwensector hebben over energie-efficiëntie, zijn er twee essentiële aspecten:

  1. de schil van het gebouw: d.w.z. de structurele isolatie, de ramen, de luchtdichtheid enz.;
  2. de 'technieken': zoals de verwarming, de ledverlichting, de ventilatiesystemen, de koelinstallaties enz.

Welke innovaties voor particulieren?

Wat het structurele gedeelte van gebouwen betreft, evolueert de markt zeer sterk, onder meer dankzij innovatieve start-ups. Zo wordt steeds meer aandacht geschonken aan natuurlijke isolatie zoals hennep in combinatie met kalk of het gebruik van panelen op basis van weidegras. Dat zijn materialen die beter ademen en dus zorgen voor een betere vochtigheidsgraad. Ook driedubbele beglazing wordt de norm, niet alleen voor de energieprestaties maar ook voor het comfort. En de technieken? Er wordt steeds vaker gekozen voor ledverlichting. Een andere innovatie is vooral de combinatie van verschillende systemen om de energie-efficiëntie van een gebouw te verbeteren. "We evolueren steeds meer naar elektrische oplossingen voor onze behoeften", verduidelijkt Quentin Nerincx. "Zo wordt een warmtepomp bijvoorbeeld gecombineerd met zonnepanelen of batterijen. Bij de eerste zagen we een aanzienlijke prijsdaling, terwijl de tweede, die ook een stuk democratischer zijn geworden, de mogelijkheid bieden om de behoeften af te vlakken en bij te stellen."

En voor bedrijven? Een andere uitdaging

De schil van gebouwen optimaliseren impliceert verplichtingen en grote investeringen. "Het gaat over de lange termijn", vertelt de expert van het SBCC. "En de terugverdientijd is zeer lang: we spreken over 20 of 30 jaar." Die realiteit dreigt de structurele transformatie van gebouwen een stuk complexer te maken ... "De voornaamste behoefte van bedrijven is monitoring. Ze moeten kunnen beschikken over digitale meetinstrumenten en consultingtools om een duidelijk beeld te krijgen van hun verbruik. Zo kunnen ze nagaan waar hun systemen ondoeltreffend werken." We zien dus voornamelijk een evolutie bij de technieken: denk maar aan het afstellen en aanpassen van verwarmings- of ventilatiesystemen, ledverlichting of de installatie van zonnepanelen of koelsystemen volgens de nieuwe regelgevingen waarbij het gebruik van bepaalde zeer vervuilende fluorhoudende gassen verboden is.

Innovatieve stappen

Zoals Quentin Nerincx al toelichtte, blijft innovatie echter niet beperkt tot technologie alleen. We moeten ook verder dan deze modellen kijken om de zaken te zien bewegen ... "Daarbij horen twee belangrijke denkpistes: een eerste rond elektrische micronetwerken en een tweede rond het concept van demand response." Deze nieuwe benaderingen steunen op het begrip energieflexibiliteit. Bij demand response wordt het energiebeheer geoptimaliseerd via artificiële intelligentie (meters, installaties, het volledige systeem enz.). Het idee? De energieproductie of het energieverbruik aanpassen aan de behoeften. "Het zou perfect kunnen dat een bedrijf de temperatuur van zijn koelkasten één graad lager zet – zonder impact op zijn activiteiten – om het net voor een bepaalde tijd te ontlasten. En dat werkt in twee richtingen. Een heuse innovatie, omdat de systemen de vraag helpen afvlakken en verhinderen dat er energiepieken worden bereikt. Bovendien vermijden we zo hogere investeringen in de energieproductie." Een win-winoplossing, want ze is zowel een stuk rendabeler als ecologischer ... Uiteraard vereist deze oplossing wel de installatie van een reeks slimme toepassingen.

Energieprestaties 'as a service'

Nog zo'n nooit geziene evolutie? De sector richt zich almaar meer op dienstverlening.

"Een nieuw paradigma voor de bedrijven dat een andere kijk biedt op energiebesparing in hun gebouwen", verduidelijkt Quentin Nerincx.

Het principe? Bedrijven krijgen het voorstel om te investeren in een dienstencontract voor energieprestaties in plaats van in infrastructuur en tools. Die aanpak wordt mogelijk gemaakt via een professionele installateur. Die laatste staat in voor het waarborgen van het niveau van energie-efficiëntie – en het onderhoud van de technieken – waardoor het bedrijf geen grote geldbedragen moet vrijmaken. Dat businessmodel zien we nu al opkomen op de markt, maar het brengt wel wat uitdagingen met zich mee ... Zo wordt de professionele installateur onder meer gedwongen om de activa op te nemen in zijn balans. Om dergelijke beperkingen te vermijden, duiken ook steeds meer innovatieve bankproducten op. De bank is dus de derde onmisbare schakel om van dit proces een succes te maken. En in de toekomst? Een winnend trio is aan zet – de onderneming/klant, de bank en een professionele installateur – waarbij elke schakel zijn expertise uitspeelt ten dienste van één gemeenschappelijk doel: energie-efficiëntie. 

Evolutie aan de gang

Hoewel 'energie-efficiëntie as a service' zich tot nu toe nog vooral op de technieken concentreert – en niet op de schil van het gebouw – is er geen twijfel mogelijk dat deze innovatieve oplossing zal bijdragen aan de uitdagingen van de gebouwensector.

"Alleen al met optimale technieken en deze conceptuele aanpak kan een bedrijf rekenen op een energiebesparing tussen 40 en 50%", bevestigt Quentin Nerincx.

Goed nieuws dus, niet alleen voor de bedrijven maar ook voor onze planeet!

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

15.07.2020

Optimaliseer de energieprestaties van uw gebouw in drie stappen

Het regelgevende kader dwingt de spelers uit de bouwsector om zich opnieuw uit te vinden. Terecht, want nieuwe gebouwen moeten vanaf vandaag 'zero energie' zijn. En wat met de toekomst?

Tegen 2030 zal de Europese Unie passiefbouw opleggen. Die evolutie zal de nodige gevolgen met zich meebrengen en dwingt de bedrijven om zich zo snel mogelijk aan te passen. Waarom? De eerste reden is vanzelfsprekend: meer energie-efficiëntie en een duurzaam engagement. Daarnaast zijn er ook financiële redenen. De waarde van niet-conforme gebouwen zal immers geleidelijk aan afnemen op de markt. De prijs van een gebouw dat niet aan de normen voldoet, zal kelderen omdat kandidaat-kopers rekening moeten houden met het kostenplaatje om het gebouw wel conform te maken. Nog een reden om snel actie te ondernemen? Als u tot de laatste minuut wacht met de transformatie van uw vastgoed, loopt u het risico dat u – op het moment dat het écht moet – niet de nodige middelen zult kunnen vrijmaken om de werkzaamheden tot een goed einde te brengen. Door de sancties kan die vertraging u duur komen te staan.

Nu in actie schieten is dus cruciaal ... Maar welke stappen moet u zetten om met zo'n project aan de slag te gaan?

1. De diagnose: het vertrekpunt

Een nauwkeurige audit is de eerste en noodzakelijke stap. Hiervoor kunt u een beroep doen op uw interne medewerkers of de hulp inroepen van een energieconsultant. "De bedoeling van zo'n check-up is duidelijk: het bedrijf een helder beeld geven van de energiesituatie van het gebouw. Hoe werken de technische installaties? Hoeveel verbruikt de structuur op al die vlakken?", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Die eerste stap wordt via financiële stimuli aangemoedigd door de drie gewesten. Met deze premies kunt u dus alvast een deel van de kosten betalen.

Waaruit bestaat die balans concreet?

  • Eerst en vooral worden de verschillende verbruikspunten geëvalueerd: water, elektriciteit, gas, ventilatiesystemen, verwarmingstechnieken, koelinstallaties, uitstoot van broeikasgassen enz.
  • Na deze fase kan een meetcampagne van enkele maanden volgen om nog meer nauwkeurige gegevens te verkrijgen.
  • De bedoeling is ook om de verschillende regelingen en parameters van elk verbruikspunt te controleren om na te gaan of er eventuele verliezen of ondoeltreffendheden zijn op het vlak van de werking.
  • Zodra de resultaten binnen zijn, worden ze vergeleken met benchmarks en verbruiksstandaarden om tot een objectieve balans te komen.

2. Een plan van aanpak voor 20% besparingen

Maar wat nu met die diagnose? U hebt nu de nodige tools in handen om een actieplan op te stellen en iets aan die verschillende punten te doen. "Alleen die aanpak kan leiden tot energiebesparingen van 20%", bevestigt de expert van het SBCC. En terecht, want met deze twee stappen kunt u zich snel bewust worden van de 'vanzelfsprekende' gebreken, zoals installaties die 's nachts nodeloos draaien of verliezen die u tot nu toe nog niet wist te identificeren.

Zo'n plan van aanpak vereist een belangrijke strategische beslissing: gaat u alleen aan de slag met dit project of laat u zich bijstaan door experten?

  • De eerste optie betekent dat u zelf de aanbestedingen uitschrijft, partners kiest, op zoek gaat naar financiering enz. Die individuele aanpak heeft één grote troef: ze is minder duur, althans in theorie. Deze beslissing vergt daarentegen wel veel tijd en interne werkkrachten.
  • Uitbesteden is een tweede mogelijkheid: hierbij vertrouwt u deze opdracht toe aan professionals. Het project kan in dat geval verschillende vormen aannemen, maar kan bijvoorbeeld concreet worden uitgewerkt in een energieprestatiecontract. Een innovatieve aanpak mét garantie op succes die geen al te grote investering vereist. Het voordeel van deze strategische beslissing is dat u zich kunt blijven concentreren op uw job.

3. Neem de 'juiste houding'

U hebt goed begrepen dat u zich maar beter niet blindelings op een energierenovatieproject stort. De derde stap heeft daar dan ook alles mee te maken: is het geschikte kader aanwezig om van dit proces een succes te maken?

  • Visie op lange termijn: Het engagement van uw bedrijf moet absoluut worden vertaald in een aanpak waarbij u zich als een goede huisvader gedraagt. "Dat betekent dat u een verantwoordelijke houding moet aannemen en moet beschikken over een langetermijnvisie op uw vastgoed", bevestigd Quentin Nerincx. Bij de energierenovatie van uw gebouwen moet u immers rekening houden met een hele reeks factoren die een impact hebben op uw aanpak. Bijvoorbeeld: hoelang gaat u het gebouw nog gebruiken en hoe zal het er over 10 of 15 jaar uitzien?
  • Globale aanpak: Dit jaar ledverlichting, over twee jaar zonnepanelen en later misschien nog een nieuw verwarmingssysteem? Een project in verschillende stukken heeft niet enkel voordelen. "Bedrijven zijn soms geneigd om de werken op te splitsen in plaats van te kiezen voor een grondige en holistische transformatie. Vaak doen ze dat om financiële redenen (en terecht) of door de complexiteit van een dergelijk energierenovatieproject. Die afvlakking is echter niet noodzakelijk een goed idee", vertelt Quentin Nerincx. Stel dat u vandaag uw ramen vervangt en in de toekomst de muurisolatie. Dan moet het eerste project rekening houden met het tweede. Gebeurt dat niet? Dan moet u uw ramen opnieuw bijstellen en dus ook twee keer betalen! Niet rendabel maar wel te vermijden.
  • Last but not least: U hebt het goed begrepen ... Het is cruciaal dat u de energieprestaties van uw gebouw op een globale en geïntegreerde manier aanpakt in plaats van progressief te werk te gaan. Met het risico dat u quickwins links laat liggen ... Want met deze aanpak kunt u de verschillende technieken van uw gebouw doeltreffend met elkaar in verband brengen. Zo hebt u een duidelijker beeld van de wisselwerkingen tussen de verschillende technieken. En komt u tot een meer samenhangende en performante holistische werking.
Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top