Article

26.04.2018

Europeanen houden nog steeds van cash

In tegenstelling tot wat we zouden denken, blijft cash nog steeds populair op het Europese continent. Dat blijkt uit een studie van de ECB. Ondanks grote geografische verschillen kiezen de consumenten in de eurozone nog altijd massaal voor biljetten en munten om kleine bedragen te betalen.

Eind 2017 publiceerde de Europese Centrale Bank (ECB) een uitgebreide studie over de betaalgewoonten van de Europese burgers uit de 19 landen van de eurozone. Met die studie wilde de ECB een beeld krijgen van het betaalgedrag van de consumenten bij een aankoop in een verkooppunt en in het bijzonder het gebruik van cash geld, de bankkaart en andere betaalmiddelen. De belangrijkste conclusie van het onderzoek? Cash blijft heer en meester en is goed voor 79% van de uitgevoerde transacties en 54% van de totale waarde van de bedragen. Op de tweede plaats komen de bankkaarten (19% van de transacties en 39% van de bedragen). Het rapport – dat gebaseerd is op de gegevens uit 2016, opgesplitst per land, en ook rekening houdt met andere criteria zoals geslacht, leeftijd en opleidingsniveau – toont echter aan dat er grote geografische verschillen zijn.

Cash niet alleen populair in het zuiden

Meer dan 124 miljard euro werd cash betaald, tegenover 30 met de kaart en 3 met een ander betaalmiddel (zoals een cheque, overschrijving, via smartphone, enz.). In tegenstelling tot wat we zouden denken, is cash niet alleen populair in de zuidelijke landen van Europa, zeker wanneer we het aantal transacties bekijken. Duitsland, Oostenrijk en Slovenië komen immers op recordaantallen van minstens 80% van de transacties met cash geld. Wanneer het gaat over de waarde zijn evenwel Griekenland, Cyprus en Malta de koplopers: in die landen werd meer dan 70% van de bedragen in de verkooppunten betaald met munten en biljetten. Waar is cash dan minder populair? In Nederland, Estland en Finland wordt de meerderheid van de aankopen met de bankkaart betaald. Bij die drie landen komen ook nog Frankrijk, Luxemburg en België wanneer het gaat om de laagste bedragen die in cash worden betaald (33% of minder).

Niet echt een standaardprofiel

De studie van de ECB belicht ook de kenmerken van de Europese kopers die de voorkeur geven aan cash in plaats van andere betaalmiddelen, ook al moeten we hierbij onderstrepen dat er niet echt significante verschillen naar boven zijn gekomen. We zien evenwel dat mannen ouder dan 40 jaar, ongeacht hun opleidingsniveau, de grootste liefhebbers zijn van cash. Vrouwen blijken sneller geneigd om hun bankkaart te gebruiken, net als de jongere generaties (jonger dan 40 jaar), behalve dan de leeftijdscategorie van 18 tot 24 jaar (waarschijnlijk omdat ze op die leeftijd nog studeren). Nog verrassender is dat een groot deel van de consumenten verklaart de bankkaart boven cash te verkiezen... wat natuurlijk niet overeenstemt met de bevindingen uit de studie. De verklaring die de ECB daarvoor geeft, is dat de ondervraagden de neiging hebben om kleinere aankopen te vergeten en enkel aan de grotere bedragen denken. Toch ging het bij 81% van de in 2016 onderzochte transacties om bedragen onder de 25 euro voor de aankoop van alledaagse consumptiegoederen en bedroeg slechts 8% meer dan 50 euro. 

De toegang tot betaling met de kaart verklaart niet alles

Volgens het rapport hebben de Europese consumenten gemiddeld relatief veel toegang tot betalingen met de bankkaart (bijna 72%). Het massale gebruik van cash geld kan dus niet worden verklaard door het feit dat met de kaart betalen in veel verkooppunten niet mogelijk zou zijn. Toch kunnen we niet ontkennen dat er een verband bestaat met de landen waar het vaker niet mogelijk is om in winkels met de kaart te betalen. Denk bijvoorbeeld aan Griekenland, Duitsland, Portugal, Spanje, Italië, Slovakije en Malta. Die landen liggen allemaal onder het Europese gemiddelde! Een ander interessant element uit de studie is het geringe aanbod aan 'contactloze betalingen' in heel Europa. Voor de meeste Europese consumenten is de snelheid van de transactie overigens een van de doorslaggevende criteria op het ogenblik dat zij hun betaalmiddel moeten kiezen. De verdere ontwikkeling van de kaarten met die 'contactloze' technologie – waardoor de transacties een stuk sneller gaan – zal dus ongetwijfeld een stevige rem zijn op onze voorkeur voor biljetten en munten...

Article

01.06.2020

Hoe onderhandel je een betalingstermijn met je leveranciers?

Voor veel kmo's zijn hun liquide middelen een heikel punt. De juiste betalingstermijnen zijn dan ook een mogelijke oplossing om het probleem onder controle te krijgen. Onderhandelen met leveranciers is dus de boodschap! En dat doen veel ondernemers helaas nog te weinig ...

Liquiditeitsmoeilijkheden zijn in België de voornaamste oorzaak van faillissementen. Bedrijfsleiders voeren dan ook een continue strijd om hun inkomende en uitgaande geldstromen onder controle en in evenwicht te houden. Een mogelijke oplossing voor dit probleem vinden we bij de betalingstermijnen: die moeten korter voor de klant en langer voor de leveranciers. In België bedraagt de wettelijke termijn tussen ondernemingen 30 dagen. Toch ziet die termijn er in werkelijkheid soms anders uit omdat beide partijen van de regel kunnen afwijken. Bevindt een van de partijen zich in een dominante positie, dan is de andere vaak genoodzaakt om de voorwaarden van de eerste te aanvaarden ... met als gevolg dat de termijn wordt verlengd. Maar over alles valt te onderhandelen, zelfs met uw grootste leveranciers. Doe het wel voorzichtig en houdt de commerciële relatie in stand.

Wie is uw leverancier?

Informatie is macht. Een stelling die in deze context zeker klopt. Hoe beter u de tegenpartij immers kent, hoe beter u de krachtsverhouding naar uw hand kunt zetten. Hoe zit het met zijn financiële situatie en liquide middelen? Zit hij in moeilijkheden? Wat is zijn plaats op de markt ten opzichte van zijn concurrenten? Hoe sterk bent u van hem afhankelijk? Hoe betaalt hij en wat is zijn aankoophistoriek? De antwoorden op al deze vragen kunnen u helpen om een standpunt in te nemen bij de onderhandelingen, de beste aanvalshoek te kiezen en uw tegenstander te verrassen. Zoek naar informatie op gespecialiseerde websites en in databanken of ga te rade bij concurrenten.

Wat wilt u precies?

En vooral, wat bent u bereid op tafel te leggen om uw doel te bereiken? Met andere woorden, u kunt zich best zo goed mogelijk voorbereiden en uw strategie bepalen: wat wil u afstaan (en hoeveel zal het u kosten) en wat wil u absoluut verkrijgen? Denk eraan dat uw gesprekspartner in principe niets heeft gevraagd en dus mogelijkerwijs weinig te winnen heeft. U kunt dus niet met lege handen naar de onderhandelingstafel gaan. Bent u bijvoorbeeld bereid om uw bestelvolumes te verhogen om de betalingstermijn te verlengen? Is een contractueel engagement op lange termijn te overwegen? Of kunt u zelfs meer betalen om de betalingen te spreiden? Net als bij poker is het ook hier uiterst belangrijk dat u uw troeven niet te snel uitspeelt. Wacht het juiste moment af om uw partner te tonen dat u bereid bent om toegevingen te doen ...

Naar een geslaagde onderhandeling?

Onderhandelen is een kunst en dus geen eenvoudige klus. Zelfs met een perfecte voorbereiding moet u de volgende principes in het achterhoofd houden:

  • Ook als u zelf met een voorstel komt, moet u naar uw gesprekspartner blijven luisteren en letten op de details om opnieuw te kunnen inpikken.
  • U wilt uw commerciële relatie met uw leverancier uiteraard niet in het gedrang brengen, maar laat gerust even uw tanden zien. Speel het hard en vertel bijvoorbeeld ook wat de concurrentie u te bieden heeft.
  • Communiceer beheerst zodat uw gesprekspartner niet de indruk krijgt dat u kasmoeilijkheden hebt. Benadruk dat achterstallige betalingen voor niemand goed zijn en dat u maar beter een redelijke en haalbare termijn kunt afspreken.
  • Duurt de relatie al een tijdje? Vermeld dan de goede samenwerking en zeg dat u die zeker wenst voort te zetten.
  • Herhaal tijdens het gesprek regelmatig welke weg u al hebt afgelegd en welke vooruitgang u samen hebt geboekt. Een positieve noot doet altijd wonderen ...
  • Loopt de onderhandeling vast? Probeer de situatie dan te ontwarren: het moment om een van uw troeven (een toegeving) op tafel te gooien.
  • Denk eraan: een goed akkoord is een evenwichtig akkoord waarbij geen enkele partij zich benadeeld voelt. Wees dus niet té gulzig en zorg dat het de moeite waard blijft.
  • Bent u tevreden? Probeer de deal dan af te ronden: aanvaard wat er op tafel ligt of hak een laatste keer de knoop door met een rechtvaardig compromis.
Article

08.08.2019

Welk type digitale onderneming bent u?

De trein van de digitalisering wacht niet. Elk bedrijf moet nu mee aan boord springen voor het te laat is... Digitalisering gaat niet enkel over technologische wijzigingen maar heeft ook te maken met een mentaliteitswijziging. Ontdek hier in welke categorie u zich het meest thuis voelt.

Om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden is een digitale transformatie onontkoombaar voor ieder bedrijf. Daarover bestaat geen twijfel...Maar de weg doorheen deze digitale transitie bevat veel onbekende factoren. Die kunnen bovendien tal van vormen aannemen, afhankelijk van allerlei factoren: omvang van het bedrijf, sector, maturiteitsgraad, marktpositie enzovoort. Dus hoe pakt u die digitalisering best aan? Volgens PwC is het niet de bedoeling om allemaal de nieuwe Amazon of Google te worden. Maar elk bedrijf moet wel de wil hebben om te veranderen, elk op zijn eigen niveau, zodat het zijn ontwikkelingspotentieel optimaal kan benutten.

Het uur is gekomen

In een wereldwijde enquête bij ruim 2000 bedrijven haalt PwC enkele elementen aan die het verschil maken tussen ‘digitale leaders’ en de rest...

  • Eerste vaststelling is dat er heel wat bedrijven zeggen dat ze bezig zijn met digitalisering, maar dat het water tussen (goede) voornemens en realiteit vaak nog te diep blijkt. Het is dus belangrijk de realiteit onder ogen te zien en te investeren in echte verandering.
  • Disruptieve technologieën zijn alomtegenwoordig, zoveel is zeker. Vormen ze een bedreiging, of een kans? Beide! Maar het is vooral essentieel voor het succes en het voortbestaan van een bedrijf dat het zich bewust is van de gevaren.
  • Een ander belangrijk punt zijn de technologische vaardigheden van vooral managers, die immers een bepalende rol spelen bij de begeleiding van loontrekkenden doorheen de transformatie. Opleiding heeft dus een grote strategische hefboomfunctie.

Wat zijn uw digitale ambities?

Op basis van de verzamelde gegevens ziet PwC vier afzonderlijke manieren om de digitalisering en zijn gevolgen aan te vatten. In welke groep zit u?

  1. Efficiëntiezoekers. Hun bedoeling? Beter en sneller worden, dankzij de technologische vooruitgang. Maar dat alleen volstaat niet... Deze ‘efficiëntiejagers’ focussen op de technische aspecten en de resultaten die daaruit voortvloeien, maar hebben het moeilijk om de digitale transformatie binnen het bedrijf te verankeren, om hun werknemers erbij de betrekken en de interne zuilen te doorbreken. Ze krijgen af te rekenen met tal van uitdagingen. Zo moeten ze erin slagen de digitalisering tot pijler van de globale bedrijfsstrategie te maken, innovatie op alle vlakken stimuleren en voluit gaan voor digitaal leiderschap. Opgelet ook met een overmatig vertrouwen in de technologie: deze bedrijven mogen niet de fout maken op hun lauweren te rusten.
  2. Veranderingsgezinden geven blijk van de juiste mentaliteit: ze geloven in een diepgaande verandering van het bedrijf en het bijbehorende businessmodel en voegen de daad bij het woord. Ze geloven rotsvast in open innovatie en transparante besluitvorming en slagen er op die manier in om de digitale transitie in het hart van het bedrijf te integreren. Toch blijven de resultaten soms nog achter, omdat hun investeringen nog te weinig doorwegen op hun successen. Hoe dat komt? Voornamelijk door een gebrek aan digitale vaardigheden (creatieve strategie, gegevensanalyse, agile beheer enz.), zowel bij de leidinggevenden als bij de werknemers.
  3. Verkenners zijn de pioniers onder de bedrijven. Als rasechte durvers trekken ze de kar van de innovatie in hun sector. Zelfs zonder de vereiste digitale vaardigheden in leidinggevende functies, wat uiteraard gevolgen heeft voor de rest van het bedrijf. Maar digitalisering maakt volwaardig deel uit van de globale ondernemingsstrategie en dient als drijvende kracht voor verandering, zowel op cultureel, operationeel als strategisch vlak. Deze bedrijven kunnen de voordelen van een digitale transformatie vaak optimaal benutten op voorwaarde dat ze inzien dat de eerste zijn niet altijd volstaat...
  4. Vernieuwers zorgen zelf mee voor innovatie, vaak gestimuleerd door leidinggevenden die in grote mate zelf betrokken zijn bij de digitale transformatie. De digitale inspanningen, met name op het vlak van tools en interne werkingsmethoden, maken deze bedrijven heel aantrekkelijk in de ogen van werkzoekenden én van de talenten die er al werken. Toch hebben ze het soms moeilijk om deze dimensie volledig te integreren in de globale ondernemingsstrategie. Goede voornemens zijn belangrijk, maar ze moeten ook omgezet worden in acties...
Article

30.07.2019

Kmo’s: drijvende kracht achter de werkgelegenheid, maar (nog) niet achter de lonen ...

Hoewel kmo’s een van de drijvende krachten vormen wat de werkgelegenheid in België betreft, volgt het salarisniveau meestal niet. Zo zouden de lonen er 20% lager liggen dan in grote bedrijven ...

De voorbije tien jaar is het aantal kmo’s blijven groeien in België. Dat blijkt ook uit het rapport van Graydon in samenwerking met de UCM en UNIZO: tussen 2008 en 2017 zou hun aantal met 23,2% gestegen zijn. Dat betekent dat er eind 2017 meer dan een miljoen kmo’s actief waren. Aangezien ze 99% van het nationale economische weefsel vertegenwoordigen, zijn ze van cruciaal belang voor onze economie, zeker als het gaat om het creëren van banen ...

De evolutie van de werkgelegenheid? Gestaag

Er wordt al jarenlang een stijging genoteerd. Dat werd in het eerste kwartaal van 2019 nog maar eens bevestigd met een stijging van 0,9% van de banen die gecreëerd worden in bedrijven met minder dan 100 werknemers. In dit positieve kader zijn het de allerkleinste kmo’s (minder dan 20 werknemers) die het nog beter doen. Een vaststelling die volledig in lijn ligt met het recentste rapport van de OESO over het onderwerp op Europees niveau (“Perspectieven van de OESO op de kmo’s en het ondernemerschap). Het percentage jobcreatie zou er immers hoger liggen dan in grotere ondernemingen. Een gunstige situatie die evenwel de obstakels niet mag verdoezelen die de ontwikkeling van kmo’s remmen, onder andere de moeilijkheid om financiering te vinden, nieuwe markten te veroveren of partnerschappen aan te knopen. Om nog maar te zwijgen over de problemen om bekwaam personeel aan te werven en op te leiden. Die struikelblokken beïnvloeden uiteraard hun productiviteit, maar ook hun looncompetitiviteit ...

“Slabakkende” lonen

20%: zoveel bedraagt het verschil volgens het rapport van de OESO tussen de verloningen aangeboden door de kmo’s en die van grote bedrijven op Europees niveau. Een trend die zich ook in België doorzet. Verschillende factoren kunnen die situatie verklaren: de moeilijkheden die verbonden zijn aan hun grootte, meer bepaald om toegang te krijgen tot strategische hulpmiddelen (competentie, financieringen, ...). Heel wat kmo’s zijn bovendien ook nog “jong”. 24,3% is minder dan vijf jaar oud en 44,1% minder dan tien jaar. Omdat ze afhankelijker zijn van het economische ecosysteem en van de “overheidsacties”, moeten ze ook een evenwicht zien te vinden tussen hun financiële stabiliteit (die aan het verbeteren is) en een vaak nog stagnerende rentabiliteit. Een context die een stijging van de lonen niet meteen in de hand werkt ...

Er bestaan oplossingen!

Ondanks dit alles vatten tal van kmo’s de koe bij de hoorns om het dagelijkse leven van hun werknemers te verbeteren en om de beste krachten aan te trekken en te behouden. En dat moet ook nu er een heuse “talentenoorlog” woedt. Zelfs als een loonsverhoging niet altijd mogelijk is, bestaan er alternatieven om bekwame profielen te overtuigen, meer bepaald met een dynamische werkcontext die de werknemer motiveert, maar ook met extralegale voordelen of flexibele verloningsmodellen: resultaatgebonden bonusplannen, aanvullend pensioen of een hospitalisatieverzekering. En dan hebben we het nog niet over het stijgende succes van de “winstpremie”. Het is dan ook geen toeval dat een kwart van de Belgische kmo’s deze mechanismes wil invoeren in de loop van 2019. Stuk voor stuk systemen die eenvoudig geïmplementeerd kunnen worden en zowel voor de werknemer als de werkgever fiscaal voordelig zijn. Maar dat is niet altijd genoeg ...

Overheidsacties ...

Zoals het rapport van de OESO benadrukt, moet de overheid tegen een achtergrond van extreme concurrentie en technologische veranderingen ook in actie treden om de groei van de kmo’s te blijven steunen. Hoe dan? Door de factoren te beïnvloeden die de groei stimuleren en door bepaalde struikelblokken op te heffen op het vlak van rekrutering, financiering en innovatie. De uitdaging bestaat er ook in de versnelling van de verspreiding van innovatie te bevorderen en ervoor te waken dat de kmo’s het ritme van de digitale transformatie kunnen volgen. De staat heeft er bovendien alle belang bij om een klimaat te creëren dat de werkgelegenheid en de permanente opleiding van het personeel aanmoedigt. Dat kan bijvoorbeeld door het opheffen van de administratieve verplichtingen of door de belastingdruk naar beneden te halen. Kwestie van de kmo’s dat noodzakelijke duwtje in de rug te geven, dat hen kan helpen om een betere rentabiliteit te verzekeren en de lonen te boosten ...

Article

01.07.2019

Deze start-ups bezorgen de fast fashion heel wat kopzorgen

Met meer dan 100 miljard kleren die jaarlijks worden geproduceerd, is de modesector de tweede meest vervuilende ter wereld. Net na de oliesector ... Steeds meer spelers zetten dan ook in op slow fashion!

Vandaag staan we op een kruispunt: klimaatverandering, uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, watercrisis en onomkeerbare schade aan de biodiversiteit. We moeten duidelijk iets doen. Het is dus geen toeval dat de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties prioritair blijven om onze planeet te redden. Een uitdaging van formaat die niet alleen de overheden en het maatschappelijk middenveld aangaat, maar uiteraard ook de economische spelers. Terwijl de vaststelling heel duidelijk is en door iedereen wordt erkend, is de richting die we moeten volgen nog niet altijd zo vanzelfsprekend. Toch duiken er in tal van sectoren initiatieven op rond duurzame idealen. In de textielindustrie bijvoorbeeld, waar het er op dit moment niet al te best uitziet.

Een andere look? Het kan!

Een uitstoot van 1,2 miljard ton broeikasgassen per jaar, goed voor 50 miljard plastic flessen in onze oceanen en 4% van het beschikbare drinkwater dat wordt gebruikt om onze kleren te produceren. De cijfers liegen er niet om: de textielindustrie moet zich dringend heruitvinden. En dat is ook de hoop die wordt gekoesterd door een reeks start-ups die zich willen inzetten voor een duurzamere sector. Deze nieuwe aanpak – slow fashion genaamd – steunt op een meer ecologisch verantwoord gebruik van de hulpbronnen (zoals biokatoen, houtpulp of hennep) en op gezondere en meer ethische productiemethoden. Bovendien is deze nieuwe insteek een belangrijke hefboom om een mentaliteitsverandering bij de consument teweeg te brengen en een nieuw paradigma op te leggen op het vlak van kledingconsumptie (kwaliteit, herstellen, tweedehands enz.). Dit fenomeen is lang niet nieuw, maar de fabrieksramp in Dacca (Bangladesh) in 2013 heeft zeker en vast bijgedragen aan een toenemende bewustwording.

Een steeds uitgebreidere collectie

People Tree, dat in 1991 werd opgericht in Japan, is een van de pioniers in de sector, net als Patagonia dat ook vaak als voorbeeld naar voren wordt geschoven. Sinds de jaren 2000 speelt het Verenigd Koninkrijk een voortrekkersrol op het vlak van slow fashion, onder meer via projecten zoals het 'Center for sustainable fashion' in Londen, dat in 2008 zijn deuren opende. Maar ook andere landen springen mee op de trein. Denk bijvoorbeeld aan Frankrijk, met merken als Veja, Laure Derrey, Loom of Ekyog en platformen zoals Sloweare en applicaties als Good on you die kopers begeleiden doorheen de 'groene' kledingcollecties. En in België?

Ook België gaat voor verandering

Ons land blijft niet achterop op het vlak van creativiteit en initiatieven om ethische en duurzame mode te promoten. Enkele voorbeeldige voorbeelden? Made & More is een onlinewinkel die werd opgericht door Stéphanie Fellen in 2013. Ze verkoopt er haar eigen kledij die ze bedacht in Luik, maar ontwierp in Frankrijk, Italië en Portugal. De volledige confectie gebeurt transparant, precies volgens de principes van slow fashion. En Stéphanie Fellen is lang niet de enige. Zo zijn er bijvoorbeeld ook Belgium Bio, nog een merk uit Luik, en de Brusselaars van Wear a story die mikken op upcycling. Of kent u het kinderkledingmerk Bonjour Maurice al? De kleren van Bonjour Maurice kunnen aan beide zijden worden gedragen en zijn volledig Belgisch en ethisch. En dan iets helemaal anders ... Het Brusselse bedrijf Coucou zet in op de functionaliteitseconomie en biedt zijn klanten de mogelijkheid om een outfit te huren voor een speciale avond. Een heropleving van de Belgische mode die ook Up & Down Hill wist te inspireren: een webshop met focus op nationale designers.

Slow fashion binnen klikbereik?

Grote merken zijn alomtegenwoordig en ijzersterk en maken het kleinere bedrijven dus niet makkelijk om zich kenbaar te maken en hun publiek te bereiken. Wat er soms ontbreekt zijn structurerende projecten die verschillende merken samenbrengen. Vanuit die vaststelling ontstond ook de start-up We'co. Het idee? Ethische en duurzame mode promoten door kledingmerken te selecteren die de principes van slow fashion respecteren. Diezelfde aanpak zien we ook bij L'Envol du Colibri: biologische en ethische confectiekleding voor dames die tijdens een event bij u thuis wordt verkocht. Er duiken ook steeds meer alternatieven op voor 'massatextiel' met voorbeelden als de e-shop Supergoods of Everybody Agrees, een platform gespecialiseerd in ecologisch verantwoorde 'basics'.

Stuk voor stuk verdienstelijke projecten die hun steentje bijdragen aan een echte revolutie, gesteund door uiteenlopende initiatieven zoals de Fashion Revolution Week of Fashion for Good Experience Amsterdam. Het gaat zelfs zo ver dat ook de grote merken erop inzetten ... Zij lopen daarbij wel het risico dat ze hun jeans en T-shirts gaan greenwashen.

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top