Article

11.03.2019

Ook bedrijven horen noodkreet van het klimaat

Het klimaat stelt ons voor enorme uitdagingen, met in de hoofdrol de uitstoot van broeikasgassen. Maar hoe ver staan de bedrijven in hun aanpak om 'koolstofvrij' te worden?

De Top van de Aarde in Rio de Janeiro in 1992 en de goedkeuring van een actieplan in de strijd tegen de opwarming van het klimaat liggen alweer enkele jaren achter ons ... De positieve resultaten daarvan blijven echter gematigd. Sinds 1992 volgden een hele reeks COP's (of Conferences of the Parties) elkaar op. Telkens opnieuw werden er min of meer concrete beloftes gedaan, met name door een aantal grote vervuilers zoals de Verenigde Staten, die het Akkoord van Parijs uiteindelijk lieten voor wat het was. Een terugblik op de voorbije jaren ...

Noodkreet van het klimaat

Het Akkoord van Parijs werd goedgekeurd tijdens de COP21 in 2015 en had als belangrijkste verdienste dat de verschillende landen het eens werden over één gemeenschappelijk punt: de weg naar een meer duurzame en koolstofarme toekomst. Het moeilijkste moest echter nog komen: de concrete modaliteiten. Die waren dan ook het doel van de volgende conferenties in Marrakesh in 2016, in Bonn in 2017 en onlangs nog in Katowice. De verwachtingen voor de recente COP24 waren dus erg hoog en de ambitie was tweeledig: enerzijds moesten de onderhandelingen uitmonden in regels voor de uitvoering van het Akkoord van Parijs en anderzijds moest een nieuwe impuls worden gegeven om de milieudoelstellingen nog verder te versterken.

Het doel is nog ver weg ...

Volgens het recentste rapport van het UNEP (het VN-milieuprogramma) over de kloof tussen de behoeften en de perspectieven op het vlak van de beperking van de uitstoot zijn we met de huidige nationale bijdragen op weg naar een opwarming van 3,2 °C. De doelstellingen van Parijs om de stijging van de temperatuur onder 1,5 °C te houden, zijn dus nog heel ver weg. Volgens het bijzondere rapport van het IPCC zou die doelstelling elk jaar (tussen 2016 en 2032) een investering van bijna 2.400 miljard dollar vereisen. Een astronomisch, maar wel noodzakelijk bedrag ... Niet alleen om het energiemodel van onze planeet te hervormen, maar ook om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 45 % te verlagen (ten opzichte van het niveau van 2010) en zo vóór 2050 koolstofneutraal te worden.

De privésector mobiliseren

Om deze dringende situatie te verhelpen, is een globale actie nodig. Landen en steden engageren zich meer en meer, maar ook de privésector moet – zowel individueel als per sector – absoluut zijn steentje bijdragen aan deze nieuwe aanpak. Helemaal terecht trouwens, want ongeacht hun grootte zijn het precies de bedrijven die het zwaarst doorwegen op de uitdagingen voor ons leefmilieu. Het toenemende engagement van de 'niet-statelijke actoren' was recent nog voelbaar tijdens de Top van San Francisco in september 2018. Het rapport van het UNEP benadrukte voor die gelegenheid dat bijna 6.000 bedrijven – goed voor bijna 36.000 miljard dollar aan inkomsten – beloofden om hun uitstoot terug te dringen, net als 42 landen, 7.000 steden en 245 regio's. Een mooie stap vooruit, maar er is nog een lange weg te gaan ...

Van bewustwording tot actie

Bedrijven moeten ontegenzeglijk deel uitmaken van de oplossing, met name door hun koolstofvoetafdruk te meten (en daarbij ook rekening te houden met hun onderaannemers), komaf te maken met energieverspilling en hun activiteiten en bevoorradingsketen koolstofvrij te maken. Bovendien kunnen al deze maatregelen de bedrijven ook nieuwe opportuniteiten of betere prestaties opleveren. Of zelfs leiden tot meer duurzame en innovatieve businessmodellen die bijvoorbeeld passen in de logica van de circulaire of functionaliteitseconomie. Maar van een intentie ook echt een concrete actie maken, is vaak een complex proces. Daarom bestaan er een aantal strategische tools die bedrijven kunnen helpen bij hun overgang naar een koolstofarme aanpak:

  • 'Carbon pricing': volgens een rapport van CDP, een ngo die de milieu-impact van de grootste bedrijven wereldwijd onderzoekt, zouden slechts acht Belgische bedrijven deze hefboom in de strijd tegen de klimaatverandering binnen de bedrijven benutten. Wat betekent het concreet? Carbon pricing betekent dat bedrijven een prijs aanrekenen voor hun eigen uitstoot om zo de strategische beslissingen te beïnvloeden, de investeringen te sturen of de blootstelling aan de risico's van de evoluerende regelgeving te analyseren. Dit instrument is een stuk aantrekkelijker dan een systeem voor CO2-tarifering en zou de komende jaren weleens vaker gebruikt kunnen worden ...
  • Het begrip 'total cost of ownership': bij beslissingen rond investeringen of productontwikkeling moeten bedrijven in hun analyse van de total cost of ownership (TCO) meer dan ooit rekening houden met duurzaamheid. Zo kunnen ze de impact van het investeringsproject of het product meten voor de volledige levensduur, en daarbij rekening houden met alle 'kosten' die eraan verbonden zijn: dat zijn niet alleen de rechtstreekse kosten, maar ook de kosten die onrechtstreeks een invloed hebben, zoals kosten rond milieu-, energie- en maatschappelijke aspecten.

Uw bedrijf heruitvinden is geen eenvoudige klus

Zich bewust worden van de uitdagingen, er grondig over nadenken en een duurzaam project uitbouwen voor uw onderneming… Om u daarbij te helpen, richtte BNP Paribas Fortis een gloednieuw concept op, uniek op de Belgische markt: het SBCC of Sustainable Business Competence Centre. Wat mag u verwachten? Het SBCC begeleidt klanten bij hun overstap naar een duurzamer businessmodel.
Article

18.02.2019

Het is nog niet te laat!

De experts van het IPCC trekken aan de alarmbel voor het klimaat. Volgens hun rapport is het nog mogelijk om de klimaatopwarming te beperken als er de komende jaren ongeziene maatregelen worden genomen.

Sinds 1950 zijn de hoeveelheden koolstofdioxide in de atmosfeer alleen maar toegenomen. De niveaus die sindsdien worden bereikt, zijn nooit eerder waargenomen op aarde. De eerste gevolgen van die verstoring kent iedereen maar al te goed: stijging van de temperatuur op aarde, sterke daling van de biodiversiteit, stijging van het niveau van de zeespiegel ...

Een daadkrachtig rapport

Het Intergovernmental Panel on Climate Change, of kortweg IPCC, publiceerde een rapport waarin wordt gezegd dat het nog mogelijk is om de meest dramatische gevolgen van de klimaatverandering te beperken en ons te wapenen tegen de meest onvoorspelbare gevolgen. Daarvoor moet er de komende jaren een reeks ongeziene maatregelen worden genomen. Volgens het IPCC is de Overeenkomst van Parijs niet ambitieus genoeg. Die Overeenkomst werd in 2015 ondertekend tijdens de COP21 en wil dat de verhoging van de gemiddelde temperatuur op aarde tegen 2100 onder 2 °C blijft ten opzichte van het pre-industriële niveau. Daarbij zal zelfs worden getracht om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Maar wat is nu precies het verschil tussen een temperatuurstijging van 1,5 en 2 °C? En welke maatregelen moeten worden genomen om de klimaatopwarming tegen te gaan? Het rapport van het IPCC brengt duidelijkheid. 

Wat zijn de gevolgen?

Ondanks het feit dat onze aarde al met gemiddeld 1 °C opgewarmd is ten opzichte van het pre-industriële niveau, kan het scenario van 1,5 °C nog op heel wat vlakken voor significante verschillen zorgen. Zoals? Extreme warmte in de bewoonde gebieden, en dus ook in Europa en België, waar de temperaturen kunnen stijgen tot boven 50 °C in de zomer, intensieve neerslag in de meeste streken wereldwijd, hogere risico's op droogte en ga zo maar door. Bij een klimaatopwarming van 2 °C zullen de risico's verbonden aan deze fenomenen nog significanter toenemen. Een stijging van meer dan 1,5 °C of zelfs meer dan 2 °C zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat de ijskap van Groenland onomkeerbaar afsmelt en dat de ijskap van Antarctica instabiel wordt. En dat zou op zijn beurt een stijging van het zeewaterniveau met meerdere meters kunnen veroorzaken. Het ergste gevolg is het ontstaan van een positief terugkoppelingsmechanisme, waarbij de opwarming nog sneller gaat en zichzelf gaat versterken. Gevolg? Bosbranden, het smelten van de permafrost waarbij enorme hoeveelheden methaan vrijkomen (een broeikasgas dat nog een stuk sterker is dan koolstof), opwarming van de oceanen enz.

Wat nu?

Eén ding is zeker: onze levensstijl zal drastisch veranderen. Willen we de klimaatopwarming beperken tot 1,5 °C? Dan moeten we volgens de experts de uitstoot van broeikasgassen met 45 % beperken tegen 2030 en rond 2050 een netto nul-uitstoot bereiken. Voor die doelstellingen is betrokkenheid en verandering in alle lagen van onze samenleving nodig, met andere woorden: van particulieren tot grote bedrijven. Naast de drastische vermindering van de uitstoot, is ook de opname van CO2 cruciaal om de doelstellingen te bereiken. In de eerste plaats zijn er de natuurlijke oplossingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de stopzetting van de ontbossing en herbebossing, maar ook aan een transitie in de voedingsmiddelenindustrie, met onder meer de overgang naar agro-ecologie. Ook op technologisch vlak bestaan er oplossingen om CO2 uit de atmosfeer te halen en onder de grond te stoppen of als grondstof te gebruiken. De toepassing van deze oplossingen op grote schaal is echter onderhevig aan verschillende haalbaarheids- en duurzaamheidsfactoren.

Bedrijven als motor van de verandering

Welk scenario er ook wordt gekozen, bedrijven zullen altijd een cruciale rol spelen om de te volgen weg te tonen. Daarom willen wij bedrijven begeleiden bij hun overgang naar een duurzame samenleving. Het klimaat vraagt om dringende acties en de ongelijkheid neemt toe. We kunnen dus niet anders dan bedrijven helpen bij het veranderen van hun businessmodel, zodat ze hun steentje bijdragen aan een 'duurzame welvaart'. Het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) biedt bedrijven naast advies ook financieringsoplossingen om hen te helpen bij hun transitie naar meer duurzaamheid. In samenwerking met zijn partners, bouwt het SBCC voortdurend verder aan zijn expertise en deelt het die zowel intern (via opleidingssessies, Academy Cafés enz.) als extern (via Learning Expeditions, thema-evenementen, workshops enz.). Als grootste Belgische bank zijn wij ervan overtuigd dat we een belangrijke rol spelen om de Belgische ondernemers bewust te maken van deze thema's.

Article

11.01.2019

Duurzame ontwikkeling: waar blijven de acties?

In 2015 keurden de Verenigde Naties een nieuw programma voor Duurzame Ontwikkeling goed. Vandaag zijn we drie jaar later en blikken we terug. Hoe hebben de bedrijven gebruikgemaakt van deze opportuniteit op het vlak van transformatie en innovatie?

De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (of SDG’s in het Engels) werden officiëel gelanceerd in 2015 als onderdeel van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties. Een to-dolijst voor onze planeet, zeg maar. De bedoeling is om tot een meer duurzame samenleving te komen, zowel op sociaal, ecologisch als economisch vlak. Welke zijn die sustainable development goals dan zoal? Enkele voorbeelden: dringend actie ondernemen om de klimaatverandering en haar impact te bestrijden, met name in de bedrijven (SDG 13), de invoering van duurzame productiepatronen (SDG 12), het bevorderen van aanhoudende, gedeelde en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen (SDG 8) of de strijd voor gendergelijkheid, met name in het economische leven (SDG 5).

Tijd voor een eerste balans

Het VN-programma voor Duurzame Ontwikkeling bevat niet alleen een reeks grote uitdagingen, maar ook enkele unieke opportuniteiten voor het ontstaan van alternatieve oplossingen, innovatieve visies en disruptieve spelers. Maar hoe zijn de economische spelers hier in de praktijk precies mee aan de slag gegaan? Om die vraag te beantwoorden, deden een aantal landen een grondige evaluatie. Ook Frankrijk blikte even terug. En wat blijkt? Ondanks de massale oproep om deze wereldwijde uitdagingen te begrijpen en te identificeren, blijven concrete acties uit. En België? De Antwerp Management School, de Louvain School of Management en de Universiteit Antwerpen sloegen de handen in elkaar en kwamen zo tot een eerste barometer (2018) over de uitvoering van de sustainable development goals. De resultaten werden voorgesteld tijdens het allereerste Belgische SDG-Forum dat plaatsvond in oktober. Die resultaten hebben zowel betrekking op de overheidsinstellingen als op de privéspelers, waaronder 20% familiebedrijven en 18% beursgenoteerde bedrijven.

Belangrijke bewustwording

Wat was de voornaamste vaststelling van het onderzoek? 61% van de Belgische organisaties schenken zeer veel aandacht aan de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen en staan ervoor open om ze op te nemen in hun strategie. 36% van de bevraagden geeft aan acties te ondernemen binnen de eigen organisatie en 27% zegt dat samen met andere spelers te doen. Maar vanwaar die interesse voor duurzaamheid? De bedrijven willen in de eerste plaats innoveren, zich onderscheiden van de concurrentie en zo een relatief voordeel bekomen op hun markt. De ondertekening van de SDG’s steunt dan ook op drie belangrijke redenen: het belang van de toekomstige uitdagingen wereldwijd, het bewustzijn van de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en het feit dat de SDG’s deel uitmaken van een internationaal kader. Andere drijfveren die in de bedrijven naar boven komen, zijn hun reputatie en de opportuniteiten op de markt. De bedrijven van de BEL20 focussen tot slot vooral op SDG 8 (waardig werk en economische groei) en SDG 13 (strijd tegen klimaatverandering).

Nog veel groeimarge

Ondanks de bemoedigende resultaten (en andere positieve initiatieven) is er nog een lange weg te gaan. Tal van spelers hebben de SDG’s immers nog niet ondertekend en veel van hen zien er op korte termijn geen commerciële oppportuniteiten in. We merken bovendien op dat de interne betrokken partijen worden gezien als de belangrijkste rem op de integratie van de doelstellingen. Daarnaast geeft 24% van de ondervraagden aan niet over de nodige interne competenties te beschikken en ook niet over een duidelijk afgelijnd actieplan. We onderstrepen tot slot dat de Belgische organisaties de SDG’s eerder elk afzonderlijk zien: sommige SDG’s geven ze alle aandacht, terwijl ze andere links laten liggen (zoals SDG 1 'Geen armoede', SDG 14 'Leven in het water' of SDG 15 'Leven op het land'). Volgens de barometer is het dus van groot belang om het leerproces rond de sustainable development goals te blijven stimuleren aan de hand van good practices en voorbeelden van succesverhalen.

Article

17.01.2019

Hoe ziet het ‘duurzame’ bedrijf van de toekomst eruit?

Veel bedrijven staan vandaag voor enorme maatschappelijke, ecologische en economische uitdagingen en volgen daarom steeds vaker eens strategie van duurzame. Toch is er nog een lange weg te gaan ... Maar in welke richting?

Een terechte maar ook moeilijk te beantwoorden vraag, want de wereld evolueert steeds verder en sneller. En niemand heeft een glazen bol ... In een van zijn artikels waagt de Amerikaanse professor en specialist op het vlak van milieu en duurzaamheid in bedrijven Andrew J. Hoffman zich aan dit vraagstuk en geeft hij zijn visie op de toekomst. Verschillende jaren lang pasten bedrijven duurzamere praktijken en methodes toe, onder meer om zo goed mogelijk hun 'verantwoordelijkheid' te nemen ten aanzien van de verwachtingen van de markt. Vandaag stappen een aantal bedrijven een nieuw tijdperk binnen: het tijdperk van een grondige verandering van de markt die inzet op meer sustainability.

Met andere woorden, gewoon 'het spel meespelen' volstaat niet meer. Vandaag moeten we de regels veranderen, of zelfs een 'ander' spel spelen dat rekening houdt met (de beperkingen van) onze planeet. En wat is er 'sterker' dan de markt om die revolutie te leiden? Volgens professor Hoffman zal deze overgang in twee grote fases verlopen, met de bedrijven in de hoofdrol ...

  1. Nieuwe businesstrategie

    De bedoeling? De drijvende kracht worden achter de duurzame transitie in hun eigen ecosysteem. Deze stap steunt op vier pijlers:

    Toepassing van de circulaire economie: om de nieuwe uitdagingen, met name op het vlak van middelen, aan te gaan, moeten bedrijven geleidelijk afstappen van hun lineaire model en kiezen voor een meer en meer circulaire aanpak, waarbij de producten, componenten, materialen, afval enz. maximaal worden gebruikt en benut.

    Meer uitgebreide partnerships: de grenzen vervagen, zowel geografisch als tussen sectoren, markten en publieke en privébedrijven. Het ideale moment dus voor nieuwe, rijkere, innovatieve en relevante samenwerkingsvormen.

    Meer engagement van onderuit: rekening houdend met de grootte van de uitdagingen, moeten innovatieve bedrijven als experts op het terrein meer gaan samenwerken met de overheden om zo mee te bouwen aan het overheidsbeleid.

    Vertrouwen staat centraal in de transformatie en is volgens Hoffman een belangrijk element. Meer transparantie op alle niveaus en bij alle betrokkenen zorgt voor een klimaat van vertrouwen. 

  2. De business heruitvinden

Deze tweede fase is eveneens cruciaal en nog een stuk radicaler. Nu alle mogelijkheden op de markt zijn uitgeput, is het de hoogste tijd voor een verandering van model: zeg vaarwel aan de traditionele vormen van zakendoen, creëer een innovatiever businessmodel, bekijk uw bedrijf met een nieuwe blik ... Ook hier spelen enkele elementen een beslissende rol:

Een nieuwe 'ambitie' voor uw bedrijf: en die ambitie hoeft heus niet meer alleen rond 'winst' te draaien. Denk aan andere manieren om uw doelstellingen te bepalen en het succes te meten, stap af van uw kortetermijnvisie en neem begrippen als ethiek en maatschappelijk welzijn op in uw ondernemingsstrategie.

Zet in op 'duurzame consumptie': nog zo'n belangrijke uitdaging voor de bedrijven van morgen. Laat de consumenten kennismaken met nieuwe vormen van aankopen.

Innovatieve businessmodellen: ook hier is breken met het verleden de boodschap. Zorg voor een nieuwe kijk op de werking van het bedrijf, de rol van de werknemers, de markt, de behoeften en de verwachtingen van de consument en de manier waarop u 'waarde' creëert.

Article

13.12.2018

'Een zeer krachtig signaal voor de sector'

Naar aanleiding van COP24, engageert BNP Paribas zich samen met 4 andere banken, om de klimaatimpact van zijn kredietportefeuille te meten en zich in te zetten voor een koolstofarme economie. Wilfried Remans, Head of CSR & Public Affairs, over dit Katowice Commitment.

ING, BBVA, Société Générale, Standard Chartered en BNP Paribas steunen met deze Katowice-verbintenis duidelijk een van de doelstellingen uit het Akkoord van Parijs: toewerken naar financiële stromen die verenigbaar zijn met een klimaatbestendige en broeikasgas-arme ontwikkeling. De vijf zullen daartoe niet alleen gemeenschappelijke tools ontwikkelen om de klimaatimpact van hun kredietportefeuilles te meten en te beheersen, maar ook hun balans activeren om ze geleidelijk met het Akkoord van Parijs in overeenstemming te brengen en zo bij te dragen aan het uiteindelijke doel: klimaatneutraliteit.

Een vrijblijvende verklaring of een akkoord met een reële impact?

"Het Katowice Commitment is belangrijk op verschillende gebieden", meent Wilfried Remans, Head of CSR & Public Affairs bij BNP Paribas Fortis. "Om te beginnen omdat het uitgaat van toonaangevende spelers met een gezamenlijke kredietenportefeuille van meer dan 2,4 triljoen euro. Op termijn zijn de financiële stromen die kunnen bijdragen aan een CO2-arme economie dus kolossaal. Verder gaat het ook om zeer krachtig signaal voor de sector, en redelijkerwijs mogen we hopen dat andere banken zich bij deze internationale verbintenis zullen aansluiten, die voor het eerst expliciet de link legt tussen de kredietactiviteiten en de klimaatdoelstellingen wereldwijd."

Versnelde bewustwording

Het Katowice Commitment komt er op een ogenblik dat de banken zich versneld bewust worden van hun verantwoordelijkheid inzake de klimaatverandering. "Een aantal jaren geleden kwamen in de investeringssector al internationale verbintenissen tot stand, maar nu worden vragen gesteld bij alle activiteiten van de banken. Onlangs organiseerden de Verenigde Naties met 28 banken van over de hele wereld een wereldwijde consultatieronde over de opstelling van 'Principles for Responsible Banking' voor alle bankproducten en –diensten. De groep ondersteunt die principes."

De transitie begeleiden

De banken die het Katowice Commitment ondertekend hebben, benadrukken de noodzaak om de klanten bij hun transitie te begeleiden. "Uitsluiting mag slechts als laatste redmiddel ingezet worden", meent ook Wilfried Remans. "We kunnen de praktijken van onze klanten veranderen. Dat doen we al via onze sectorpolicy’s, maar ook dankzij de nieuwe Corporate Banking-benadering, die bedrijven en institutionele klanten aanzet om hun model ter discussie te stellen. De deal die we onlangs met ORES sloten, is daarvan een perfecte illustratie. Nog een voorbeeld, dit keer op het gebied van investeringen: Dat Shell onlangs het loon van zijn managers aan de vermindering van zijn CO2-voetafdruk koppelde, gebeurde onder druk van de financiële sector, onder meer van BNP Paribas Asset Management."  

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top