Article

24.10.2016

Kilometervergoeding voor elektrische fiets niet altijd fiscaal vrijgesteld

Werknemers die met de fiets naar het werk rijden, kunnen een fietsvergoeding krijgen tot 22 eurocent per kilometer. De regeling geldt in principe ook voor elektrische fietsen. Sommige modellen zoals de speed pedelec, vallen echter uit de boot.

De elektrische fiets wint terrein: ruim één op vier verkochte tweewielers is een elektrisch exemplaar.  Steeds meer mensen gebruiken hun fiets ook om te pendelen. Werkgevers kunnen hun fietsende medewerkers een fietsvergoeding uitbetalen. Tot 0,22 EUR per kilometer is die vergoeding fiscaal onbelast. Het moet dan wel gaan om een “klassieke” elektrische fiets:

  • met een maximumsnelheid van 25 km/u;
  • met een motor van maximum 250 watt;
  • met trapondersteuning, wat betekent dat de fietser ook moet trappen, er mag dus geen sprake zijn van een autonome motor.

Niet voor speed-pedelecs

Die voordelige regeling geldt dus niet voor speed pedelecs, zeg maar de Formule 1-versie van de elektrische fiets. Speed pedelecs kunnen snelheden tot 45 km/u halen. Sinds 1 oktober moeten bestuurders daarom een helm, rijbewijs en verzekering hebben.

Voor alle duidelijkheid: pendelaars die gebruik maken van een speed pedelec kunnen wel degelijk een kilometervergoeding krijgen van hun baas. Maar die uitkering wordt dan wel  beschouwd als een belastbaar inkomen. De werknemer zal dus zowel RSZ als bedrijfsvoorheffing moeten betalen. Op die regel bestaat één uitzondering: medewerkers die kiezen voor een forfaitaire aftrek van hun beroepskosten. Zij hebben recht op een fiscale vrijstelling van maximum 380 EUR.

Wat met bedrijfsfietsen?

Werkgevers kunnen hun medewerkers een fiets ook ter beschikking stellen. Alle kosten die daaruit voortvloeien, onder andere het onderhoud, zijn vrijgesteld van belastingen. Voorwaarde is dat de medewerker de fiets daadwerkelijk gebruikt voor zijn woon-werkverkeer, al zijn zuivere privé-verplaatsingen ook toegestaan. Deze regeling geldt alleen voor de klassieke elektrische fietsen. Speed pedelecs vallen (opnieuw) niet onder deze fiscale vrijstelling.

(Bron: Partena)
Article

15.07.2019

De 'nieuwe' naamloze vennootschap onder de loep

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd grondig herzien. De naamloze vennootschap overleefde de hervorming, maar kreeg een grondige update. Dit zijn de belangrijkste veranderingen.

Na een lang wetgevingsproces trad de grote hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht op 1 mei 2019 in werking. Een ware revolutie om de werking van het economische leven in België te moderniseren en te vereenvoudigen. De voornaamste wijziging was de vermindering van het aantal juridische vennootschapsvormen van een twintigtal naar slechts zes. Een grondige inkrimping, maar de naamloze vennootschap wist toch te overleven. De nv blijft de juridische referentievorm bij uitstek voor grote bedrijven, maar onderging toch enkele grote veranderingen.

De bedoeling? Vereenvoudiging en flexibiliteit

Het streven naar vereenvoudiging en flexibiliteit vinden we in de eerste plaats terug in de wijziging van de oprichtingsmodaliteiten. Voortaan is slechts één aandeelhouder immers voldoende om een nv op te richten. Een andere vereenvoudiging is de mogelijkheid om slechts één bestuurder aan te stellen aan het hoofd van het bedrijf, terwijl dat er vroeger minstens drie (of twee, indien er slechts twee aandeelhouders waren) moesten zijn.

De volledige governance van de nv werd bovendien herbekeken om de werking ervan te vergemakkelijken. Zo zien we nu drie mogelijke modellen: de aanpak met slechts één bestuurder, een monistisch systeem met alleen een raad van bestuur (standaardoplossing) of een duaal bestuur. Dat laatste bestaat uit twee organen met elk een takenpakket dat hen specifiek door de wet is toegekend: een raad van toezicht en een directieraad. In dit tweekoppige beheer zijn dubbele mandaten voortaan wel verboden.

Nog steeds met het oog op vereenvoudiging, wordt de terugkoop van eigen aandelen vandaag eenvoudiger, want het plafond van 20% werd afgeschaft. Deze operatie blijft evenwel onderworpen aan zeer strikte regels om ervoor te zorgen dat de aandeelhouders gelijk behandeld worden en om de transparantie te waarborgen bij een eventuele wederverkoop van de aandelen.

Meer vrijheid

Dit is wellicht een van de grootste veranderingen van de hervorming: de mogelijkheid om af te wijken van het principe 'één aandeel, één stem'. Hoewel dit de standaardregel blijft, kunnen niet-beursgenoteerde bedrijven er voortaan voor kiezen om aandelen uit te geven zonder stemrecht, of het tegenovergestelde met een meervoudig stemrecht (onbeperkt). Ze kunnen zelfs aandelen uitgeven met een stemrecht gekoppeld aan een specifieke of 'voorkeurssituatie', bijvoorbeeld in het kader van een kapitaalverhoging. Met andere woorden? Ze krijgen een pak meer beweegruimte ... Ze moeten echter wel een statutenwijziging doorvoeren en 75% van de stemmen behalen om dit mechanisme in te voeren.

Voor de beursgenoteerde nv's zijn er minder mogelijkheden. De aandelen kunnen evenwel worden uitgegeven met een dubbel stemrecht. De voorwaarde is dan wel dat ze op naam zijn, volledig volgestort en in handen van dezelfde aandeelhouder sinds minstens twee jaar. Bij een overdracht verdwijnt dat tweede stemrecht (tenzij in uitzonderingen: familie-overdrachten en overdrachten binnen de groep). Om dit systeem in te voeren, is een tweederdemeerderheid nodig. Volgens de experten zou dit systeem bovendien buitenlandse bedrijven kunnen aanzetten om een notering op Euronext Brussels te vragen. 

Beperktere bestuurdersaansprakelijkheid

De wetgever zorgde ook voor een beperktere bestuurdersaansprakelijkheid, onder meer om België aantrekkelijker te maken bij hogere buitenlandse profielen. Er geldt voortaan een plafond voor die aansprakelijkheid, zowel ten opzichte van de vennootschap als van derden, en ongeacht de (buiten-)contractuele grondslag van de aansprakelijkheid. Dat plafond varieert naargelang de grootte van het bedrijf: tot 250.000 euro voor 'kleine' bedrijven en maximaal 12 miljoen euro voor de grote. Voor dat plafond zijn er uiteraard ook een reeks uitzonderingen, zoals lichte fouten die eerder gewoonlijk dan toevallig gebeuren, ernstige fouten, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden, fiscale en sociale schulden of ernstige fiscale fraude.

Statutaire zetel: minder onzekerheden

In België is vanaf nu de statutaire zetel bepalend voor de nationaliteit van het bedrijf. Het is dus wel degelijk de maatschappelijke zetel opgenomen in de statuten – en niet meer de plaats van de vestiging van de voornaamste eenheid volgens de theorie van de 'reële zetel' – die voortaan bepaalt welk recht van toepassing is op de onderneming. De bedoeling daarvan is dat de Belgische bedrijven met een operationele eenheid in het buitenland de Belgische wetgeving met zich 'mee kunnen nemen'. Het tegenovergestelde geldt uiteraard ook ... Buitenlandse bedrijven vallen dus onder hun eigen regelgeving. Deze nieuwe aanpak zorgt voor heel wat verduidelijking, want vroeger was het voor bedrijven niet altijd vanzelfsprekend om hun reële operationele zetel te bepalen. Deze grotere juridische zekerheid zou de bedrijven ook moeten geruststellen, met name bij de overdracht van een land naar een ander. Op fiscaal vlak blijft de theorie van de 'reële zetel' evenwel van kracht.

Overgang nog bezig

Dit nieuwe wettelijke kader is dus van toepassing sinds 1 mei 2019 voor de oprichting van nieuwe vennootschappen of verenigingen. Voor de reeds bestaande bedrijven is 1 januari 2020 van belang (tenzij ze hun 'opt-in' reeds voor die datum wensen te gebruiken): sommige regels van de hervorming zullen voor de bestaande bedrijven vanaf volgend jaar van toepassing zijn. Bovendien werd er tussen 2020 en 2023 een overgangsperiode voorzien om alle bestaande structuren de kans te geven om hun statuten en juridische vorm te herbekijken. Voor sommige situaties is eveneens een aanpassing van de aandeelhoudersovereenkomsten of managementovereenkomsten nodig. Die bijwerking zou ten laatste tegen 1 januari 2024 in orde moeten zijn. Een periode die bovendien nuttig kan zijn om even grondig na te denken over de nieuwe juridische gedaante van het bedrijf.

Article

16.06.2019

Welke toekomst voor de mobiliteit in België?

'Koning Auto' is nog steeds heer en meester in ons land en wordt beschouwd als het meest ‘betrouwbare, veilige en makkelijke’ vervoermiddel. Toch zou de toekomst van de mobiliteit er heel anders kunnen uitzien.

Een duidelijke vaststelling: net na de Britten zijn de Belgen de Europeanen die de meeste tijd doorbrengen in het verkeer. Volgens de cijfers van de Europese Commissie verliezen ze gemiddeld 39 uur per jaar in de file. En toch geraken de automobilisten niet ontmoedigd. Belgen leggen immers 61% van hun verplaatsingen en 74% van de afgelegde kilometers af achter het stuur. Slechts 5% doen ze met de fiets (volgens Monitor, de enquête van de FOD Mobiliteit en Vervoer). Hoewel de trend ietwat 'duurzamer' wordt, met name voor woon-werkverplaatsingen, zien we dat de auto heer en meester blijft. De milieu-uitdagingen worden echter almaar dringender ... Op die context pikte Deloitte dan ook in in zijn rapport 'Future of Mobility 2019'.

'Verstoorde' mobiliteit

Een mentaliteitsverandering is geen sinecure. Zo beschouwt 43% van de Belgen snel op zijn bestemming aankomen als het belangrijkste aspect van mobiliteit, vóór de kostprijs (20%) en de veiligheid (18%). Toch onderstreept het audit- en advieskantoor in zijn rapport vijf technologische en maatschappelijke trends die het mobiliteitslandschap in ons land stilaan zouden moeten veranderen.

  1. Gebruik in het centrum: een auto is duur in aankoop en dat terwijl hij vaak voor 96% van de tijd aan de kant blijft staan. Dat zeer lage gebruikspercentage zou steeds meer bestuurders aan het denken moeten zetten over het bezit van een auto tegenover het gebruik ervan. Het is overigens geen toeval dat oplossingen zoals autodelen of Uber in opmars zijn ...    
  2. Meer delen: steeds meer mensen beseffen dat de kostprijs per kilometer een stuk hoger ligt wanneer ze hun traject individueel afleggen. Daarom denkt Deloitte nu alvast aan een toekomst (tegen 2030) waarin 31% van de afgelegde kilometers samen met andere gebruikers gebeurt.    
  3. De komst van multimodaliteit: een vijfde van de Belgen combineert nu al verschillende vervoermiddelen. Onder impuls van de technologische innovatie zouden in de toekomst echter nog meer mensen moeten kiezen voor multimodale mobiliteit.    
  4. Digital is key: over een tiental jaar zal onze bevolking voor 40% bestaan uit digital natives en zouden zo goed als alle voertuigen geconnecteerd moeten zijn. Een realiteit die vraagt om digitale oplossingen op het vlak van mobiliteit.    
  5. Elektrisch als alternatief: auto's zullen nog niet meteen verdwijnen, maar steeds meer constructeurs bieden haalbare elektrische alternatieven aan. Er zou dus een verschuiving komen van de voertuigen op fossiele energie naar elektrisch rijden. Zo zou tegen 2030 20% van de wagens op onze wegen elektrisch zijn.

Een actieplan om de toekomst te veranderen

Met deze vaststellingen in het achterhoofd stelt Deloitte een 'New Deal' voor de mobiliteit voor. Die steunt op drie grote assen en vereist het engagement van alle betrokken partijen: overheid, economische spelers en middenveld.

  1. In de eerste plaats zouden alternatieven een stuk aantrekkelijker moeten worden gemaakt. En terecht, want wie vandaag de fiets of het openbaar vervoer neemt, is bijna 67% langer onderweg. De auto heeft nog marge, ondanks de milieukwesties en het fileleed. De verschillende spelers moeten zich dus op die uitdaging storten. En dan vooral in de steden, want stadsmobiliteit blijft er eentje van formaat. Een van de pistes die Deloitte naar voren schuift, is de ontwikkeling van een netwerk van aantrekkelijke multimodale polen rond Brussel: een initiatief dat zou vermijden dat 20.000 auto's de hoofdstad inrijden en dat het fileleed met 40% zou verminderen. Nog voorstellen? Meer inzetten op het aspect 'gebruik' in mobiliteit en dat ook aanmoedigen, met name via 'Mobility as a Service' (MaaS). Of meer investeren in fietsinfrastructuur om de fiets ook echt als een alternatief te promoten.    
  2. Een tweede actiegebied is een gedragsverandering op het vlak van mobiliteit. Om onze gewoontes te veranderen, zijn er immers grondigere maatregelen nodig, met name op fiscaal vlak. De 'New Deal' van Deloitte stelt voor om werknemers met een bedrijfswagen te 'responsabiliseren' (goed voor 8% van het wagenpark voor 16% van de verplaatsingen) en de bevolking meer bewust te maken van de impact van hun verplaatsingen op het milieu. Hoe dan? Via een 'duurzaam mobiliteitsbudget' dat wordt uitgebreid naar alle burgers en niet alleen meer bestemd is voor werknemers met een bedrijfswagen.

Derde actiepunt: omdat de auto toch niet van vandaag op morgen zal verdwijnen, moeten we 'groener' rijden. Het idee is dus om elektrisch rijden aan te moedigen (0,8% van het huidige wagenpark) om zo tegen 2030 aan 20% elektrische wagens te komen. Uiteraard zijn er dan wel oplossingen nodig voor de huidige obstakels: laadpalen en thuis opladen, de capaciteit van het elektriciteitsnet en het feit dat deze wagens (ondanks de fiscale incentives) nog een stuk duurder zijn dan hun tegenhangers op fossiele energie.

Article

22.05.2019

Steeds meer werknemers gaan met de fiets naar het werk

Voor woon-werkverplaatsingen blijft 'koning auto' aan de macht. Toch wordt ook zachte en duurzame mobiliteit steeds populairder bij heel wat werknemers en werkgevers. Het bewijs zien we in de cijfers!

De resultaten van de recentste enquête over woon-werkverkeer die tussen 2017 en 2018 werd uitgevoerd door de FOD Mobiliteit en Vervoer, zijn formeel: hoewel de cijfers stabieler zijn dan ooit, blijft de auto in het hele land veruit het meest gebruikte vervoermiddel voor woon-werkverkeer (65%). De fiets komt op de tweede plaats en wordt almaar populairder, met name bij pendelaars en in het bijzonder in Vlaanderen (17%). En er zijn nog meer verschillen tussen de gewesten. Zo gaat in Brussel de voorkeur uit naar het openbaar vervoer (bijna 53%), dat daar duidelijk meer wordt gebruikt dan de wagen (36%). En in Wallonië? Daar is de wagen nog steeds heer en meester (83%), hoewel de fiets in de grote steden stilaan terrein wint. Benieuwd naar alle details? Lees dan zeker verder!

De wagen verliest (lichtjes) terrein ...

De trends – tussen 2005 en 2017 – zijn voor het hele land duidelijk: zowel de wagen (- 2,7%) als carpooling (- 47%) en de motorfiets (- 34%) moesten het voorbije decennium inleveren. De trein (+ 12%), het openbaar vervoer (+ 15%) en vooral de fiets (+ 43%) doen het daarentegen steeds beter. Door die stijging wordt de (al dan niet elektrische) fiets het tweede populairste vervoermiddel bij de Belgische werknemers. En dat geldt voor de drie gewesten, met name voor Brussel (+ 259%) waar de motor ook een zeker succes kent (+ 70%). Tot slot merken we op dat het 'collectief vervoer georganiseerd door de werkgever' niet meer zo populair is: minder dan 53% in het hele land.

Waarom de fiets?

Hoewel het gebruik van de fiets overal in België toeneemt (+ 43%), zien we bij dit vervoermiddel toch ook de grootste verschillen tussen de gewesten. Vlaanderen bevestigt zijn status als hét fietsgewest bij uitstek. Vlaamse werknemers nemen immers bijna tien keer meer de fiets dan hun Waalse collega's. Ook in Brussel zien we een onwaarschijnlijke toename van het aantal fietsers. Die gaat echter niet ten koste van de voetganger, want ook daar zien we een stijging van 29% sinds 2005. Ondanks dit positieve resultaat blijft het gebruik van de fiets in onze hoofdstad nog een stuk lager (5 keer) vergeleken met de grote stadscentra in Vlaanderen. Hoe dan ook wordt de fiets almaar populairder. De sleutel tot dat succes? De fietsvergoeding – die sinds 2005 zowel voor de werkgever als voor de werknemer een reeks voordelen biedt – heeft hier ongetwijfeld een belangrijke rol in gespeeld. Daarnaast hebben ook de technologische ontwikkelingen, zoals elektrische of plooifietsen, een steentje bijgedragen aan deze positieve evolutie. Tot slot is er ook nog de toename van de inrichtingen en infrastructuren in stadscentra en werden er een aantal politieke maatregelen genomen om de zachte mobiliteit te bevorderen. Zo is er onder meer het mobiliteitsbudget dat zowel de bedrijven als de werknemers heel wat meer flexibiliteit biedt.

Factoren met impact

Het is vrij logisch dat steden veel meer fietsers aantrekken dan gebieden die buiten de stadscentra liggen. In de enquête wordt bovendien onderstreept dat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer er niet voor zorgt dat het aandeel 'actieve' vervoerwijzen daalt. Bedrijven die buiten het stadscentrum liggen, zullen daarentegen meer geneigd zijn om hun werknemers aan te sporen om de wagen en de motor te gebruiken. Wanneer de afstanden kleiner worden, neemt het aantal voetgangers en fietsers dan weer toe. Een ander thema dat in de enquête aan bod kwam, waren de verschillen tussen mannen en vrouwen. Hoewel het aantal mannelijke en vrouwelijke fietsers in Vlaanderen gelijk is, nemen in onze hoofdstad slechts twee vrouwen op vijf de fiets. In het zuiden van het land is dat cijfer nog lager. Een andere interessante vaststelling zijn de redenen waarom we de fiets links laten liggen. Zo vinden we het traject bijvoorbeeld te gevaarlijk, is de afstand naar het werk te groot of zijn er te weinig fietsvoorzieningen (zowel in het openbaar als op de werkplek).

Werkgevers gaan voor zachte mobiliteit

Woon-werkverplaatsingen zijn goed voor maar liefst 65% van het verkeer tijdens de spitsuren. De FOD is hierover heel duidelijk: een lager percentage wagens betekent daarom niet dat er ook minder files zijn. En dat klopt, want ook het aantal werknemers neemt toe. Door die situatie worden werkgevers aangemoedigd om maatregelen te nemen voor duurzame mobiliteit. Weet u nog dat de grote Brusselse bedrijven ook wettelijk verplicht zijn om dat te doen? Om het gebruik van de fiets te stimuleren, kunnen de bedrijven dan ook kiezen uit een heel 'mobiliteitsarsenaal'. In de eerste plaats is er natuurlijk de fietsvergoeding, maar daarnaast zijn er ook heel wat andere mogelijkheden zoals de terbeschikkingstelling van bedrijfsfietsen, de toegang tot een beveiligde parking, sensibiliseringscampagnes, overdekte fietsenstallingen, kleedkamers en douches of zelfs onderhoudsdiensten. We benadrukken tot slot dat gratis openbaar vervoer nog steeds mensen weet te overtuigen én dat ook telewerk terrein wint (+ 39% sinds 2014), vooral dan bij banken en verzekeraars, openbare instellingen of in de informatie- en communicatiesector.

NB: Deze diagnostiek kwam tot stand na een enquête bij bedrijven en openbare instellingen met meer dan 100 werknemers in dienst (goed voor in totaal meer dan 11.000 vestigingseenheden) en gaat over de verplaatsingen van 1,5 miljoen werknemers. Ze is dus van centraal belang om een beeld te krijgen van de mobiliteit in ons land en met name na te gaan welke factoren nog een belemmering vormen voor duurzamere woon-werktrajecten.

Article

06.05.2019

De Arval Mobility Card, de toekomst van de mobiliteit

Arval en XXImo bundelen nu al meer dan 6 maanden hun krachten om een flexibele mobiliteitsoplossing te ontwikkelen en een geïntegreerd mobiliteitsbeleid in te voeren.

Flexibiliteit, eenvoud en snelheid. Drie woorden die de nieuwe mobiliteitsoplossing van Arval en XXImo voor Belgische en Nederlandse klanten perfect samenvatten. Met de Arval Mobility Card en de nieuwe app kunt u de verschillende mobiliteitsdiensten voor uw medewerkers plannen en betalen: openbaar vervoer, taxi's, auto- en fietsdelen, hogesnelheidstrein, enz. Gedaan met onkostennota's en ontvangstbewijzen, alles gebeurt met behulp van een elektronische kaart.

Meer info vindt u

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top