Article

23.05.2016

Zo investeert u slim en rendabel in duurzame energie

Veel ondernemers willen wel, maar durven niet. Logisch, want groene investeringen zijn vrij nieuw en behoorlijk complex. De sleutel ligt bij maatwerk.

Als ondernemer hebt u nauwelijks grip op de stijgende energieprijzen. Nochtans wegen die zwaar door op het budget. Door te investeren in duurzame energie slaat u twee vliegen in één klap: een kostenbesparing én goed risicobeheer.

In een crisisperiode is het belangrijk de kosten te drukken, dat geldt ook voor de energiekosten. Veel ondernemers gaan er ten onrechte van uit dat energiebesparingen alleen gerealiseerd kunnen worden door te investeren in dure technologieën en materialen. Dat hoeft niet noodzakelijk het geval te zijn. Vaak is het een kwestie van de juiste technische keuzes te maken bij het ontwerp en de toepassing van de energieprojecten.

Bedrijven besteden best ook aandacht aan hun energiebevoorrading. België is erg energie-afhankelijk, we importeren netto meer elektriciteit dan we uitvoeren. Die energieafhankelijkheid, in combinatie met de voortdurende prijsstijgingen, verzwakt onze economie en bedreigt de concurrentiekracht. Bedrijven die investeren in hernieuwbare energie (windmolens, zonnepanelen, ...) of de energieprestatie van hun gebouwen (bijvoorbeeld door de installatie van een efficiënt verwarmingssysteem) zijn minder afhankelijk van de schommelende energieprijzen.

Ook het groene imago is mooi meegenomen. Door te investeren in duurzame energie onderstrepen bedrijven hun maatschappelijk engagement.

Raar maar waar: ondanks al die voordelen van duurzame investeringen hebben veel ondernemers koudwatervrees. Daar zijn verschillende redenen voor. Om te beginnen zijn veel technieken behoorlijk complex en gespecialiseerd. Verder is de potentiële rentabiliteit niet altijd even makkelijk te becijferen.

Multidisciplinaire aanpak graag!
Maar hoe pakt u een duurzame investering dan wel aan? Denk eraan dat een duurzame investering een multidisciplinair project is, waarbij verschillende actoren betrokken zijn. Projectontwikkelaars, beleggers, studiebureaus, bouwheren en financieringsinstellingen kunnen best zo snel mogelijk aan tafel gaan zitten om zo veel mogelijk vraagtekens weg te werken.

Nog een tip: maak zo snel mogelijk een afspraak met de bank. De afdeling Sustainable Energy Services van BNP Paribas Fortis stelt gratis specialisten ter beschikking. Naast de haalbaarheid van het project analyseren de experts ook de technische en financiële risico’s. Ondernemers krijgen ook begeleiding bij mogelijke overheidssteun en het wettelijke en reglementaire kader van de investeringen. Sustainable Energy Services volgt het investeringsdossier nauwgezet op. De specialisten vergelijken de verschillende financieringssystemen, zoals een traditionele banklening, leasing of een energieprestatiecontract. Het resultaat? Financiering op maat.

Advies met raad en daad...

Sustainable Energy Services heeft de voorbije jaren enkele mooie projecten gerealiseerd.

  • In Roeselare verminderde Karel Sterckx nv zijn energiefactuur met maar liefst 30% door de bouw van twee windturbines
    De onderneming produceert champignonsubstraten, zeg maar een ondergrond om champignons in te kweken. De klimaatinstallatie die daarvoor nodig is, verbruikt handenvol energie, 15.000 MWh elektriciteit per jaar om precies te zijn, ongeveer evenveel als het energieverbruik van 4.000 gezinnen. De bouw van windmolens lag voor de hand, maar de ondernemers begrepen dat de investering complex is. Onze deskundigen ontfermden zich over de bouwvergunning, de rentabiliteitsstudie en de financiering. Het resultaat mag gezien worden: vandaag produceren de twee windturbines samen 5.300 MWh per jaar, goed voor een energiebesparing van 30% en 4.000 ton minder CO2-uitstoot.
     
  • Het Luikse ISSOL ontwikkelt fotovoltaïsche projecten
    De onderneming rekent op BNP Paribas Fortis voor de financiële structurering van haar projecten. ISSOL bouwt niet alleen zonnepanelen voor particulieren en bedrijven, het bedrijf treedt ook op als sleutel-op-de-deurdienstverlener. Kort gezegd komt het hierop neer: een bedrijf of een lokaal bestuur sluit een contract met ISSOL om een gebouw om te vormen tot een ‘elektrische centrale’, door de installatie van zonnepanelen. ISSOL financiert die werken en staat in voor het beheer van de centrale. In ruil ontvangt ISSOL de inkomsten van de elektriciteitsproductie. Onze specialisten hebben deze financiële constructie mee vormgegeven.
     
  • Verlichtingsexpert VSE bouwt een passiefkantoor in Neder-Over-Heembeek
    Het bedrijf zocht een innoverende financiering voor de constructie van dat passiefgebouw. BNP Paribas Fortis stelde een onroerende leasing van 6,6 miljoen EUR voor: 5,7 miljoen EUR voor de constructie van het gebouw en 900.000 EUR voor de verwerving van een recht van opstal op het stuk grond, waardoor de klant de aankoopprijs van de grond gedeeltelijk kan herfinancieren. Het gebouw zal na de oplevering door BNP Paribas Leasing Solutions ter beschikking worden gesteld via een financiële lease met een looptijd van vijftien jaar. VSE betaalt vanaf dan periodieke huurgelden voor de aflossing van de financiering.
Article

23.05.2016

Schommelende energieprijzen? Zo beperkt u het risico

Hoe kan een bedrijf zich indekken tegen de schommelende energieprijzen? Om die vraag te beantwoorden, moet je een heuse specialist zijn. Veel bedrijven doen daarom een beroep op een onafhankelijke energieadviseur, zoals GDF Suez Trading.

Sales trader Stéphane Pirotte van GDF Suez Trading legt uit hoe bedrijven zich kunnen wapenen tegen de schommelingen op de energiemarkten.

“In essentie heb je twee mogelijkheden. Verwacht je prijsstijgingen? Koop vandaag. Denk je dat de prijzen dalen? Stel je aankoop uit. In verschillende gesprekken achterhalen we de energiebehoefte van de klant, het aankoopvolume, de dekkingsgraad, maar ook het risicoprofiel en de doelstellingen van de onderneming. Sommige bedrijven verkiezen een strikte budgettaire controle, andere opteren voor een dynamische aanpak. Ons advies is onafhankelijk: we zeggen niet met welke leverancier u in zee moet gaan. Dat garandeert onze klanten een optimale oplossing.”

Welke elementen bepalen de energieprijzen en wat zijn de verwachtingen voor de komende maanden?
Dit zijn volgens GDF Suez Trading de 5 belangrijkste variabelen:

  1. De macro-economische situatie
    De energiemarkten volgen de economische conjunctuur. Voor elk procentpunt dat de economie groeit, neemt de wereldwijde vraag naar energie toe met ongeveer 0,6%. Ook de economie in de groeilanden speelt een belangrijke rol. Neem nu India. Dat land is een grote verbruiker van fossiele brandstoffen, zoals steenkool. Een toename (of een daling) van de Indiase economie zal dus gevolgen hebben op de steenkoolprijs. En ten slotte beïnvloedt ook de wisselkoers de energieprijzen. Olie en steenkool, bijvoorbeeld, noteren in Amerikaanse dollar. Een sterke euro vergroot met andere woorden de koopkracht van de Europese industrie op de energiemarkt.
     
  2. Olie: prijzen opnieuw in de lift
    De huidige oliemarkt is stijgend, nadat de prijs voor een vat Brent-olie op enkele maanden tijd gedaald was van 110 naar 50 dollar. Veel bedrijven hebben zich toen op lange termijn ingedekt door olie tegen een zeer lage prijs te kopen. Vandaag zien we een stijgende vraag, vooral in de groeilanden en Europa, waar de steunmaatregelen van de ECB stilaan hun vruchten schijnen af te werpen. Volgens GDF Suez Trading zou de prijs voor een vat Brent-olie eind 2015 kunnen oplopen tot 70 dollar.
     
  3. Steenkool: daling zet zich door
    De steenkoolprijzen zijn de voorbije jaren gekelderd. Daarin speelt de toenemende ontginning van schaliegas in de VS een belangrijke rol. Zo moest Colombia, tot voor kort een van de belangrijkste steenkoolleveranciers van de VS, noodgedwongen op zoek naar andere afzetmarkten. Het Zuid-Amerikaanse land levert vandaag meer dan vroeger aan Europa. Er speelt ook een ander effect: de daling van de emissierechten in Europa maakt de opwekking van elektriciteit door steenkool voordelig (zie verder). België profiteert minimaal van de lage steenkoolprijzen omdat ons land maar één operationele steenkoolcentrale meer heeft.
     
  4. Aardgas: lagere productie in Europa zorgt voor meer volatiliteit
    Europa is voor zijn aardgas hoofdzakelijk aangewezen op import. Amper 30% van onze aardgasbehoefte komt uit EU-landen als Nederland, het VK en Denemarken. De aardgasproductie in de EU neemt elk jaar af. In Nederland bijvoorbeeld zal de aardgasproductie op amper twee jaar tijd met ruim 19 miljard kubieke meter dalen. Ter vergelijking: België verbruikt jaarlijks 15 miljard kubieke meter... Op korte termijn wordt de dalende Europese productie gecompenseerd door een verhoogde invoer uit Rusland.

    Ons land importeert ook lng, aardgas dat bij een temperatuur van -160°C vloeibaar is geworden, waardoor het per schip kan getransporteerd worden. De grote opslag in Loenhout maakt ons land relatief immuun voor grote vraagschommelingen. Op lange termijn is het uitkijken naar nieuw af te sluiten samenwerkingsverbanden met onder meer Azerbeidzjan en Turkmenistan. Die overeenkomsten kunnen de Europese aardgasbevoorrading verzekeren.
     
  5. Emissierechten: hervorming gewenst
    De vervuiler betaalt. Dat is het basisprincipe van de emissiehandel. Europa introduceerde het mechanisme om de uitstoot van o.a. broeikasgassen te verminderen. Het systeem is behoorlijk ingewikkeld. Het komt erop neer dat vervuilende bedrijven steeds hogere emissierechten zouden moeten betalen. Maar het mechanisme had geen rekening gehouden met de gevolgen van de financieel-economische crisis. Resultaat: de emissierechten werden goedkoper, waardoor bedrijven vandaag amper ‘gestraft’ worden voor hun schadelijke uitstoot
Article

23.05.2016

Een analyse van de Belgische energiemarkt

De liberalisering, de opkomst van hernieuwbare energie, de aangekondigde kernuitstap: de Belgische energiemarkt stond de voorbije jaren niet stil.

Al die evoluties hebben een impact op de productie, de prijzen én de bevoorrading. Laten we eerst het energielandschap even onder de loep nemen. De Belgische elektriciteitsmarkt wordt bevolkt door maar liefst zes spelers:

  • de elektriciteitsproducenten
    Zij staan aan het begin van de keten. De producenten wekken energie op in onder andere kerncentrales, STEG-centrales (stoom- en gasturbine), windmolen- of zonneparken en waterkrachtcentrales. Al die stroom komt terecht in het transmissienet (hoogspanning) of in de distributienetten (laag- of middenspanning).
     
  • de energiebeurzen
    Hier kopen of verkopen de marktspelers hun energie. Het systeem bevordert de concurrentie en een transparante prijszetting.
     
  • de transmissienetbeheerders
    Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de transmissienetten op hoge en zeer hoge spanning. België heeft één transmissienetbeheerder, Elia. België is natuurlijk geen eiland. De transmissienetten van alle Europese landen zijn met elkaar verbonden. Landen kunnen dus elektriciteit importeren of exporteren, in functie van hun behoeften.
     
  • de distributienetbeheerders
    Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de distributienetten op laag- en middenspanning. De distributienetbeheerders brengen de elektriciteit tot bij de klant en staan in voor de straatverlichting.
     
  • de regulatoren
    De regulatoren bewaken de energiemarkt. Ze verdedigen de belangen van de verbruikers en zien onder meer toe op de mededinging en de transparantie. Naast drie gewestelijke regulatoren is er één federale regulator, de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas).
     
  • de klanten
    Sommige industriële klanten zijn rechtstreeks op het hoogspanningsnet aangesloten. Particuliere klanten en kmo’s worden bevoorraad via het distributienet.

Hoe wordt de energieprijs bepaald?

Het energielandschap heeft ook gevolgen voor de prijszetting. Logisch, want alle spelers moeten vergoed worden voor de rol die ze spelen.  De prijs bestaat in grote lijnen uit drie componenten, die in principe moeten terug te vinden zijn op de factuur die bij de klant in de bus valt. We staan even in detail stil bij de verschillende prijselementen:

  • de ‘zuivere’ energieprijs
    Het is de leverancier/producent die de energieprijs bepaalt. De prijs bestaat doorgaans uit een (vaste) abonnementsprijs en een variabele vergoeding voor het effectieve verbruik. Die vergoeding houdt niet alleen rekening met de reële kostprijs, maar ook met een doorrekening van de kosten voor o.a. groenestroom- en WKK-certificaten (WKK staat voor warmtekrachtkoppeling).

    De Vlaamse overheid verplicht de leveranciers om een minimaal percentage groene energie of energie uit WKK-installaties aan te bieden. Als bewijs moeten de leveranciers groenestroomcertificaten en WKK-certificaten voorleggen. Bij een tekort aan certificaten moeten de leveranciers een boete betalen.

    In het Waalse Gewest levert de Commission wallonne pour l'Energie (CWAPE) groenestroomcertificaten af. Hun aantal hangt af van twee parameters: het verminderen van de CO2-uitstoot met een bepaald percentage en het gerealiseerde rendement. Elke Waalse elektriciteitsleverancier is verplicht een bepaald quota aan groene certificaten te behalen op basis van zijn verkoopvolume. 

    In het Brussels Gewest kent Brugel (de Brusselse energieregulator) groenestroomcertificaten toe aan elektriciteitsproducenten die een bepaalde CO2-besparing realiseren binnen een vastgelegde periode. De certificaten gelden voor een periode van 10 jaar.
     
  • de distributie- en transportkosten
    De distributie- en transportnetbeheerders rekenen een vergoeding aan voor de distributie en het transport van elektriciteit en aardgas en voor de openbare diensten die ze verlenen (zoals openbare verlichting, sociale tarieven, aankoopgarantie voor groenestroomcertificaten, enz.). De distributienetbeheerders kunnen hun tarieven niet zomaar aanpassen: ze hebben een goedkeuring van de overheid nodig. De distributie- en transportkosten hangen af van regio tot regio.
     
  • de taksen en heffingen
    De verschillende overheden rekenen taksen en heffingen aan op het energieverbruik. Sommige bedrijven hebben een energieovereenkomst met de overheid en zijn vrijgesteld van een aantal heffingen. Een van die heffingen is de federale energiebijdrage. Die wordt onder meer gebruikt om de werking van de CREG te financieren.

Goed om te weten

Meer info over de Belgische elektriciteitsmarkt vindt u op www.creg.be

Meer weten over de productie van groene energie?

Article

03.11.2017

Europees klimaatplan: van 20-20-20 naar 40-27-27

Minder broeikasgassen, meer hernieuwbare energie en een grotere energie-efficiëntie. Dat is het Europese strijdplan tegen de klimaatverandering.

Het klimaatplan van de Europese Unie moet de opwarming van de aarde afremmen. Bedoeling is dat de gemiddelde temperatuur op aarde maximaal twee graden hoger mag liggen dan tijdens het pre-industrieel tijdperk. Europa wil vooral de uitstoot van broeikasgassen (BKG) aanpakken, omdat die de hoofdschuldigen zijn van de klimaatopwarming.

De EU vertaalde het klimaatplan naar drie hoofdobjectieven, met als targetdatum 2020:

  1. de uitstoot van de broeikasgassen met 20% verminderen tegenover het niveau van 1990
  2. het aandeel van de hernieuwbare energieproductie optrekken naar 20%
  3. de energie-efficiëntie met 20% verhogen/opdrijven.

Het plan moet niet alleen een klimaatramp helpen afwenden, het moet de EU ook een economische boost geven. Zo rekent Europa op twee miljoen extra jobs door innovatie en energie-efficiëntie. Die efficiëntie moet op haar beurt de Europese concurrentiekracht opkrikken. Door meer in te zetten op hernieuwbare energie, kan Europa zijn energie-afhankelijkheid van de rest van de wereld afbouwen.

Volgens het klimaatplan kan de grotere efficiëntie en de lagere afhankelijkheid de EU tussen de 175 en de 320 miljard EUR besparingen opleveren. Ten slotte zou ook de gezondheid van de Europese burger erop vooruitgaan. Schonere lucht vermindert de gezondheidsrisico’s, wat zich vertaalt in lagere medische kosten.

Met dank aan de crisis!

Nobele doelstellingen zonder twijfel, maar hoe ver staan we vandaag? Op het eerste gezicht ziet het er goed uit. De 28 lidstaten hebben de uitstoot van broeikasgassen met 18% teruggedrongen. Het objectief van 20% ligt dus binnen handbereik. Opvallend is ook de verminderde energieconsumptie. In 2012 werd er in Europa 7,5% minder energie verbruikt dan in 2005. Je mag gerust van een trendbreuk spreken, want tussen 1990 en 2007 nam de energieconsumptie onafgebroken toe.

Toch is enige nuance op zijn plaats, want de trendbreuk is grotendeels op het conto te schrijven van de economische crisis. De uitstoot van broeikasgassen daalde nooit zo snel als in 2008, met maar liefst 7,3% om precies te zijn. Van 2009 tot 2012 is de daling minder scherp. In die periode is de lagere uitstoot voor de helft toe te schrijven aan de economische afkoeling.

Tussen haakjes: wie z’n horizon verruimt, ziet een heel ander verhaal. De inspanningen van de EU worden tenietgedaan door andere regio’s. Tussen 1990 en 2011 steeg de wereldwijde CO2-uitstoot met bijna 50%. De toename liet zich vooral voelen in China, waar de CO2-emissie op twee decennia verdrievoudigde.

Emissie: nood aan coördinatie

Doelstelling twee dan. Tussen 2004 en 2012 is het aandeel van hernieuwbare energie toegenomen met 70%. Die stijging is te wijten aan de lagere installatiekosten van windmolens en zonnepanelen, gecombineerd met een voordelig steunsysteem.

Volgens de laatste voorspellingen zal de EU zijn doelstellingen qua emissie moeiteloos halen, al blijven de verschillen tussen de lidstaten groot. Amper 15 lidstaten zitten op schema, de 13 overige moeten bijkomende maatregelen nemen. De EU pleit daarom voor een betere afstemming tussen de verschillende nationale klimaatplannen. De Europese Commissie waarschuwt ook voor aanpassingen aan de subsidiesystemen. Potentiële investeerders aarzelen om milieuprojecten te financieren. Volgens Europa gaat ook de afbouw van de administratieve rompslomp niet snel genoeg.

Belgisch rapport gemengd

En in eigen land? Het Belgische rapport bevat plussen en minnen. De 20-20-20-doelstellingen gelden voor de globale EU, met afzonderlijke doelstellingen voor elke lidstaat. Voor België liggen die vast op 13-15-18. Ons land is in elk geval goed op weg om zijn doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen: het aandeel van dit type energie komt stilaan in de buurt van 10%. De doelstelling van 13% tegen 2020 is dus realistisch. Met de andere objectieven is het slechter gesteld. De uitstoot van broeikasgassen lag in 2012 6% lager dan in 1990. Het streefdoel van 15% tegen 2020 staat ver af.

Eenzelfde vaststelling geldt voor de doelstellingen op vlak van energie-efficiëntie. Ons land blijft voorlopig steken op een verbetering van 9%, amper de helft van de vooropgestelde 18%. Overigens moeten deze Belgische doelstellingen voor 2020 nog altijd worden verdeeld tussen de gewesten.

Ondertussen kijkt de Europese Raad al naar 2030. Samengevat komt het hier op neer: 20-20-20 wordt 40-27-27. Wordt vervolgd met andere woorden...

Article

15.01.2021

Bouwen we binnenkort met CO²?

Het klinkt wat futuristisch, maar vandaag is bouwen met CO² mogelijk. Dankzij versnelde carbonatatie wordt CO² gebruikt om bouwmateriaal te produceren. Een duurzaam voetpad in Gent illustreert hoe veelbelovend deze nieuwe technologie is.

Versnelde carbonatatie, ook CO2 mineralisatie genoemd, is een veelbelovende technologie om de bouwsector duurzamer te maken. Het leidt niet alleen tot een lagere CO2-uitstoot, maar ook tot een negatieve CO2-uitstoot door koolstofdioxide permanent op te slaan in waardevolle producten zoals bakstenen en tal van andere bouwmaterialen.

CO2 Value Europe, een denk- en doetank die de CCU-gemeenschap (Carbon Capture & Utilisation) vertegenwoordigt in Europa, organiseerde midden december een webinar over hoe CO2 gebruikt kan worden om bouwmateriaal te creëren. Aan de hand van concrete toepassingen werd het grote potentieel van deze duurzame technologie geïllustreerd, in het bijzonder voor de bouwsector. BNP Paribas Fortis is niet alleen financiële partner van CO2 Value Europe, als bank zetten we zelf ook sterk in op de ondersteuning van duurzaamheid in bedrijven.

Tweede meest vervuilende industriële sector

De cementindustrie is niet alleen één van de grootste industrieën wereldwijd, maar met een hoge uitstoot aan rookgassen ook één van de meest vervuilende. Cement is een cruciaal onderdeel voor beton, op zijn beurt onmisbaar voor de bouwsector. Een duurzaam alternatief voor cement, zou een wereld van verschil kunnen maken. Een van de manieren om dat te doen is via carbonatatie, ook gekend als CO2 mineralisatie.  Een CCU-technologie die nog niet zo gekend is, maar die wel een grote en positieve impact kan hebben op het klimaat en het milieu.

Versneld natuurverschijnsel

Carbonatatie is een natuurlijk proces waarbij bepaalde mineralen reageren met koolstofdioxide waardoor onder meer een soort kalksteen en dolomietsteen ontstaan. Zo’n proces duurt in de natuur duizenden jaren, maar dankzij innovatieve methodes kan het vandaag versneld worden tot slechts enkelen minuten. Dat vraagt weinig energie en met het resultaat kunnen verschillende producten gecreëerd, waaronder bouwstenen, waarin CO2 permanent opgeslagen blijft.

CO2 all the way

De ontwikkeling van deze CCU-technologie is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Dat resulteert vandaag in alternatieven voor cement die beantwoorden aan de technische vereisten van de bouwsector. CO2 kan op verschillende manieren opgeslagen worden in bouwmaterialen. Zo kan de injectie van CO2 helpen bij het uitharden van cement als alternatief voor water. Maar daarnaast kan het ook gebruikt worden om mineraal afval afkomstig van de staal- en mijnindustrie om te zetten in nieuwe producten zoals toeslagmateriaal dat als basis kan dienen voor plaveien of bouwblokken.

Goed voor onze planeet

Het effect van CO2 mineralisatie op het milieu is aanzienlijk omdat het op verschillende niveaus werkt. De globale reductie van CO2-emissies wordt geschat op 250 tot 500 miljoen ton per jaar in 2030 (bron: CO2 Value Europe).

  • CO2 kan rechtstreeks onttrokken worden uit rookgassen die afkomstig zijn van industriële processen in de staal-, cement- en chemische sector. Er is geen concentratie of behandeling nodig.
  • CO2 kan rechtstreeks uit de atmosfeer gehaald worden en zorgt zo voor een negatieve koolstofuitstoot.
  • In beide gevallen blijft CO2permanent in de eindproducten opgeslagen.
  • Er wordt mineraal afval en zelfs bouwafval gebruikt om met CO2 nieuwe bouwmaterialen te maken. Dat afval komt dus niet langer op een stortplaats terecht, wat ook kosten bespaart.
  • Dankzij die recyclage moeten minder natuurlijke nieuwe bronnen aangesproken worden.

What’s the catch?

Zoals bij elke nieuwe ontwikkeling zijn er ook uitdagingen. Om een echt competitief en waardevol alternatief voor beton te kunnen aanbieden binnen een circulaire economie zijn investeringen en aanpassingen nodig.

  • Fabrieken moeten hun installaties aanpassen. De nabijheid van een voldoende grote bron van CO2, zoals een staalfabriek, is aan te raden zodat de CO2 en het afval dat gebruikt wordt niet vervoerd moet worden.
  • Nieuwe producten produceren, al is het met koolstofdioxide en afval, vraagt energie en leidt dus ook tot CO2-uitstoot. Om het duurzaam effect te vergroten, zou daarom zoveel mogelijk hernieuwbare energie gebruikt moeten worden.
  • Versnelde carbonatatie is vrij nieuw en alle processen verlopen nog niet optimaal.
  • En dan is er nog het beleid en het wetgevend kader. Dat is vandaag nog onvoldoende afgestemd op deze nieuwe technologie waardoor een snelle uitrol van CCU-technologieën gehinderd wordt. Iets wat CO2 Value Europe alvast op de voet opvolgt.

Maar ondanks deze uitdagingen gaf Andre Bardow (professor Energy & Process Systems Engineering aan ETH Zurich) in het webinar aan dat hij ervan overtuigd is dat CO2mineralisatie de CO2-voetafdruk vermindert vanuit levenscyclusperspectief. Meer zelfs dan CCS (Carbon Capture & Storage) of het opslaan van koolstofdioxide.

Zero waste in eigen land

Vandaag zijn er wereldwijd al fabrieken die CO2-arm bouwmateriaal produceren. Een daarvan staat in Limburg. Het Genkse Orbix is erin geslaagd uit restafval van staalproductie (zogenaamde metaalslakken) mineralen te zuiveren die als basis dienen voor klimaatvriendelijke betonstenen. Niet alleen wordt er vloeibare CO2 gebruikt voor de productie van betonstenen in plaats van vervuilende cement, er wordt ook restafval gerecycleerd dat anders op een stort gedumpt zou worden. 

Een mooi voorbeeld ligt in Gent. Orbix realiseerde er in samenwerking met de Vlaamse onderzoeksinstelling VITO het project Stapsteen voor de stad Gent. U kan daar over het eerste Belgische circulaire voetpad lopen in de Leewstraat: 100m2, volledig opgebouwd uit duurzame stenen en goed voor een besparing van maar liefst 2 ton CO2!

Hebt u plannen in 2021 rond duurzaamheid? Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre kunnen u adviseren over innovaties, zoals deze CO2 mineralisatie, en begeleiden bij uw duurzame transitie.

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top