Article

14.07.2017

Niet beknibbelen op onze Corporate Social Responsibility

BNP Paribas Fortis wil een verantwoorde bank zijn en voegt de daad bij het woord: ze moedigt haar medewerkers aan om hun expertise ter beschikking te stellen van sociale ondernemingen. Een getuigenis.

Generatie Y laat het ons vaak genoeg merken: om een werkgever te kiezen en een duurzame band op te bouwen, moet een werknemer zich kunnen vinden in de waarden van het bedrijf. Medewerkers zijn dus op zoek naar zingeving, een trend die zich evengoed doorzet bij onze klanten. Nu kan een onderneming pas duurzaam zijn als ze die ingesteldheid op alle niveaus doortrekt: klanten, leveranciers, aandeelhouders en uiteraard medewerkers.

Wilfried Remans, hoofd CSR & Public Affairs van BNP Paribas Fortis:

"We zijn ons bewust van onze impact, niet alleen op onze klanten en medewerkers maar ook op de economie, het milieu en de maatschappij. Daarom leveren we aanzienlijke inspanningen om uit te groeien tot een duurzame bank. Dat uit zich in gedragscodes en concrete keuzes die al jarenlang in onze strategie zijn verankerd. Neem bijvoorbeeld onze fondsen die beantwoorden aan de ESG-criteria (milieu, maatschappij en governance), ons energieadvies aan ondernemingsklanten, de opbouw van een ecosysteem rond sociale ondernemers, microkredieten, hulp aan kansarme jongeren, enz.

Toch hebben we nog een hele weg te gaan om het personeel daarvan bewust te maken, hen erin te laten geloven en onze aanpak te verdedigen. Natuurlijk zijn we bezorgd om onze reputatie, maar we laten onze bijdrage aan de sociale economie liever voor zich spreken". 

Van kennen naar beleven

Daarom biedt BNP Paribas Fortis medewerkers de kans om zelf te ervaren waar verantwoord ondernemen voor staat. Daartoe ontwikkelde de bank verschillende projecten met een sociale inslag, waarbij tijdelijke werkgroepen van bankmedewerkers met uiteenlopende technische achtergronden enkele maanden ter beschikking staan van sociale ondernemers die nood hebben aan middelen of expertise.

Een voorbeeld van zo’n project is TRAVIE, een organisatie die personen met een beperking tewerkstelt. "Het is belangrijk dat het project duidelijk afgelijnd is, dat we een toegevoegde waarde kunnen bieden en dat de expertise van de leden van de werkgroep beantwoordt aan de noden van de onderneming, bijvoorbeeld op het vlak van strategie, financiering, marketing of organisatie," verduidelijkt het hoofd CSR van de bank.

Expertise uitlenen versterkt de band met de werkgever

"Managers van een financiële instelling laten werken met sociale ondernemers kan een cultuurconflict doen ontstaan. Maar die confrontatie van ideeën is waardevol en kan tot fantastische projecten leiden," zegt Wilfried Remans.

Jean-François Vanderschrick is verantwoordelijk voor Data Analytics bij BNP Paribas Fortis Corporate Banking en is lid van het gedetacheerde team bij TRAVIE:

"Het project heeft me de kans gegeven om eens in de huid te kruipen van een zaakvoerder en bij te dragen aan de ontwikkeling van een echte onderneming. Zo kon ik me op iets anders richten dan mijn gebruikelijke doelstellingen en tegelijk mijn netwerk uitbouwen. Het was een verrijkende ervaring en ik ben trots en blij dat ik heb deelgenomen. Het is ook heel aangrijpend om de mensen ter plaatse te ontmoeten en te beseffen wat ons werk voor hen betekent."

Voor de bank is het ook de ideale gelegenheid om de collega's op korte tijd de nieuwe werkcultuur te laten uittesten, waarin alles draait rond vertrouwen, autonomie en feedback.

De magie werkt

TRAVIE, een van de grootste spelers onder de twaalf bedrijven die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest actief zijn met mensen met een beperking, stelt 335 personen tewerk, vooral in de verpakkingssector. Een activiteit die ter discussie staat omdat steeds meer bedrijven overschakelen op milieuvriendelijkere, onverpakte alternatieven. Hoewel TRAVIE overheidssteun ontvangt, kan het daarmee slechts tweede derde van de lonen betalen.

"Naast de sociale activiteiten heeft TRAVIE ook een economisch doel. Het bestuur wilde daarom het klantenbestand en het orderboekje uitbreiden. Ons team dacht na over de mogelijkheden en deed vervolgens voorstellen rond diversificatie, nieuwe vormen van marktprospectie en -positionering en bijkomende inkomstenbronnen," getuigt Jean-François Vanderschrick.

Jean-François Ghys, algemeen directeur van TRAVIE:

“Ik moet toegeven dat ik in het begin vrij sceptisch was: wat zou een bankteam nu op zo’n korte tijd voor ons kunnen doen? Maar ik voelde meteen dat er een klik was. Ze kwamen langs om het terrein te verkennen en stelden een heleboel vragen over een wereld die hen totaal onbekend was. Op hun beurt hebben ze ons de ogen geopend. Zo stelden ze voor om te peilen naar de tevredenheid van onze klanten, nieuwe behoeften op te sporen en het potentieel van andere producten in te schatten. Een verrijkende ervaring dus voor beide partijen".

Kader

Geschoolde werkkrachten, maar vaak miskend door ondernemingen

"Steeds meer bedrijven geven aan te willen samenwerken met sociale organisaties, maar slechts enkelen zijn effectief bereid de stap te zetten," stelt Jean-François Vanderschrick.

Die terughoudendheid is hoofdzakelijk te wijten aan een imagoprobleem. TRAVIE startte als een 'beschutte werkplaats', opgericht om werk te geven aan personen met een beperking en hen zo een zo normaal mogelijk leven te laten leiden. Maar ondertussen is de organisatie uitgegroeid tot een ‘echte’ onderneming die haar klanten wil bedienen en binden, ongeacht hun grootte. Zo mag TRAVIE zowel heel grote ondernemingen als start-ups tot haar klanten rekenen.

Met het oog op de toekomst wil TRAVIE het concurrentievermogen aanscherpen door diensten met toegevoegde waarde aan te bieden, zoals inpakken, onder omslag steken of elektrische fietsen monteren. Taken die vaak niet vanzelfsprekend zijn voor mensen met een beperking.

“De jobs worden uiteraard aangepast aan de graad van handicap en de individuele talenten van de medewerkers. Het blijft schipperen tussen onze sociale missie en de economische realiteit. Zo grijpen we in zodra we zien dat medewerkers zich niet op hun gemak voelen bij de uitoefening van hun taken. Bovendien splitsen we het werk op in eenvoudige taken en ontwikkelen modellen om de job zo toegankelijk mogelijk te maken," benadrukt TRAVIE-directeur Jean-François Ghys.

En hij besluit:

"Klanten willen eerst de service, de kwaliteit, de leveringssnelheid en de tarieven testen. Pas nadat ze daarover gerustgesteld zijn, zijn ze bereid een beroep te doen op personen met een beperking. Dat voorbehoud is terecht. Er zijn maar weinig mensen die het wereldje kennen en wie er wel mee vertrouwd is – via een familielid, bijvoorbeeld – zwijgt er vaak liever over."

(Bronnen: TRAVIE, BNP Paribas Fortis)

Article

07.04.2017

De Supply Chain optimaliseren

De merken in de modesector ontwikkelen producten met een verbeterde korte verkoopcyclus. Hoe slagen Zara en H&M erin hun collecties tot twee keer per week te vernieuwen zonder massale verspilling en wat kunnen we daaruit leren?

De opwarming van de aarde is niet langer alleen voor de overheid een uitdaging, maar ook voor ondernemingen, die onder druk staan om hun toevoerketen te optimaliseren. De beslissingen die eind 2016 tijdens COP22 in Marrakech werden genomen, scheppen de ideale context om de impact van de toevoerketen op het milieu in vraag te stellen, een aspect dat tegenwoordig onder de noemer 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' van een onderneming valt.

Kering gaf het voorbeeld

Kering was al vanaf 2015 een pionier op dit vlak. In het milieurapport 'Environmental Profit and Loss Account' schreef de onderneming 93% van de milieu-impact van haar activiteit toe aan haar toevoerketen (50% van die impact had te maken met de onbewerkte grondstoffen die ze gebruikte). Zo'n resultaat was nog moeilijk te verantwoorden in tijden waarin consumenten steeds meer naspeurbaarheid en deugdzaamheid verwachten.

Om daar wat aan te doen, heeft de groep een project opgestart om zijn toevoerketen aan te sturen met behulp van innovatieve tools. De onderneming deelt haar methodologie en tool in openbronformaat via haar website en spoort de rest van de sector zo aan om haar voorbeeld te volgen.

"De vier doelstellingen: de juiste voorraad, de juiste hoeveelheden,
de juiste plaats, het juiste moment.”

 

Het voorbeeld van fast fashion

In Frankrijk heeft het Agence pour l'Environnement (het Milieuagentschap) in november 2016 een rapport gepubliceerd over verspilling. Volgens dat agentschap is het tegenwoordig mogelijk met enkele kleine en goedkope ingrepen in amper drie maanden tijd tot 22% minder verspilling te komen.

Deze nieuwe keten vinden we – tegen alle verwachtingen in – bij fastfashionmerken zoals Zara, H&M en Forever 21. Deze merken houden bij de ontwikkeling van hun collecties immers rekening met korte verkoop-, vestigings- en bevoorradingscycli. Uit pure noodzaak moeten ze hun collecties tot twee keer per week kunnen vernieuwen! Nadeel: doordat ze niet konden worden gerecycleerd, verhuisden honderden tonnen kleren naar het stort. Met andere woorden: een enorme verspilling en methaanproductie. De merken moesten innovatieve en krachtige tools inzetten om minder te vervuilen en tegelijk ook overstock te vermijden.

Het aanbevolen model: minder logistieke oppervlakte, minder natuurlijke of landbouwoppervlakte en minder verpakking. De vrachtwagens worden beter gevuld en onnodige voorraadverplaatsingen worden vermeden. Bij de groep Zara geven de managers van verkooppunten bijvoorbeeld in realtime de feedback van de klanten door (wat ze zoeken of waar ze niet van houden). De gegevens worden onmiddellijk naar de hoofdzetel gestuurd, die de designers een lijst van onmiddellijke prioriteiten doorgeeft. Door zijn toevoerketen op die manier te optimaliseren, kan Zara 85% van de prijs van de kleding overhouden, terwijl de rest van de sector ten hoogste aan 60 à 70% komt. Dat bewijst dat de vereisten voor een gemoderniseerde en verantwoordelijke toevoerketen niet noodzakelijk schadelijk zijn voor de rendabiliteit van een bedrijf.

Article

22.05.2017

Hoe een klimaatpositief bedrijf worden?

Ga in uw ‘klimaatpositieve' strategie verder dan een kleinere ecologische voetafdruk. Neem het voortouw op het vlak van milieuverantwoord ondernemen! Een mooi voorbeeld daarvan is de omschakeling van de Zweedse groep H&M.

Een klimaatpositieve strategie vraagt in de eerste plaats om de nodige ‘klimaatveerkracht’, een zinspeling op de psychologische veerkracht die nodig is om te herstellen van een schok. Concreet komt het hierop neer: alle acties die u neemt moeten samen de ecologische voetafdruk drukken van de creatie van producten en diensten. Een minstens even belangrijk aspect van de strategie is het in goede banen leiden van deze acties en de veranderingen die ze teweegbrengen.

Over welke acties hebben we het?

  • Een geïntegreerd strategisch kader om de impact van de klimaatverandering binnen de organisatie onder controle te houden.
  • Meting en analyse van de ecologische voetafdruk op alle niveaus (exploitatie, producten, diensten).
  • Een positieve communicatie om deel te nemen aan het publieke debat over de risico’s en interventies.
  • Een publiek verslag in de vorm van een rapport.

Een concreet  voorbeeld

Begin april heeft H&M zijn 15e sustainability report voor het jaar 2016 gepubliceerd. Het was meteen de gelegenheid bij uitstek om de doelstellingen voor de toekomst bekend te maken, zoals het engagement van de groep om 100 % gerecycleerde of duurzame materialen te gebruiken tegen 2030 en zijn wil om een klimaatpositieve onderneming te worden over zijn volledige bevoorradingsketen tegen 2040.

Vooral de term “volledige bevoorradingsketen” is van cruciaal belang. Tal van ondernemingen gaan vandaag indrukwekkende beloftes aan: 100% hernieuwbaar of 100% CO2-neutraal binnen een bepaalde termijn. Maar ze vergeten vaak de volledige keten hierbij te betrekken. Als de veranderingen echter de volledige supply chain betreffen, hebben ze een globale impact op de organisatie en versterken ze de oprechtheid van de boodschap.

In het geval van H&M beoogt de gewenste transformatie een volledig circulaire mode-industrie.

“Onze doelstelling op lange termijn is om een 100 % circulaire economie te worden, door nauw overleg met experts en de betrokken partijen. Dat brengt ons een stap dichter bij onze doelstelling: een evolutie in gang zetten in de richting van een volledig circulaire en duurzame mode.“
Anna Gedda, verantwoordelijke Duurzame Ontwikkeling bij H&M.

“Waarvan akte”, dacht de ecologische stichting, H&M Foundation. Dat fonds lanceert sinds 2015 immers een jaarlijkse wedstrijd: de Global Change Award. Een uitgelezen manier om vernieuwende ideeën voor een milieuverantwoorde mode bij elkaar te sprokkelen.

Article

27.04.2018

Op weg naar een circulaire economie

De strategie, structuur en activiteiten van de meeste ondernemingen sluiten nog aan bij de lineaire economie. Maar is dat nog houdbaar? Vijf bedrijfsmodellen om circulair te gaan denken

Hier en daar investeren in duurzame ontwikkeling volstaat niet meer vandaag. De natuurlijke hulpbronnen raken uitgeput en de impact op het milieu bereikt een niveau waarop we het ons niet langer kunnen veroorloven om de zaken 'iets minder schadelijk' aan te pakken. Er wordt van bedrijven verwacht dat ze een positieve impact creëren door de banden tussen groei en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te verbreken. 

Zaakvoerders die maatschappelijk verantwoord willen handelen, moeten nagaan welke groeimogelijkheden die andere aanpak biedt en stilstaan bij de voordelen voor maatschappij, milieu en onderneming (naast de financiële winst) die ze kunnen teweegbrengen met hun middelen, technologie en timing.
Willen ze een positieve impact hebben, dan moeten bedrijven zich losmaken van hun lineair ingesteldheid voor ze kunnen instappen in een circulaire economie. Ze zullen waarschijnlijk hun waardeketen moeten herzien, maar dat lukt niet van de ene dag op de andere. Sommigen inspireren zich daarom op het voorbeeld van innoverende kmo's. 

Maar waar begint u, waarop focust u en hoe transformeert u zich? Accenture heeft 120 casussen geanalyseerd en kwam daarbij tot vijf bedrijfsmodellen die elk een andere benadering inhouden om de circulaire economie vorm te geven.

Duurzame aspecten inbouwen in de logistieke keten

Een eerste alternatief bedrijfsmodel: andere keuzes maken voor de grondstoffen die u nodig hebt voor uw productie. De uitdaging bestaat erin andere, hernieuwbare materialen te vinden door de toeleveringsketen aan te passen, om op termijn tot een duurzaam – en in het beste geval afvalvrij – product te komen. Een fabriek kan bijvoorbeeld plastic, een lineair bestanddeel, vervangen door bioplastic of een ander hernieuwbaar of recycleerbaar alternatief. Het mooiste voorbeeld daarvan is Ecover. Door een ingrediënt uit de duurzame scheikunde te gebruiken, slaagde het bedrijf er in de jaren 80 in om het eerste fosfaatvrije waspoeder te produceren, waardoor de vraag naar toxische en niet-afbreekbare producten is afgenomen. Sindsdien heeft Ecover zijn productengamma sterk uitgebreid.

Eenzelfde benadering is ook mogelijk stroomafwaarts in de productieketen. Een mooi voorbeeld is Sigma. De verfproducent bracht de eerste luchtzuiverende verf op de markt. Een schitterend idee, aangezien onze huizen doorgaans vol giftige stoffen zitten.

Recuperatie boven productie

Dit tweede model inspireerde onder andere enkele tapijtfabrikanten, zoals Desso en Interface, om over te schakelen op honderd procent recycleerbare producten. Hun uitdaging bestaat erin contact te houden met de klant om hun tapijten aan het einde van hun levenscyclus te recupereren, en dat tegen de laagst mogelijke kost. Geen evidentie en vooral een inspanning op lange termijn. Zo kan het voor lijstwerk uit aluminium, een zuiver en gemakkelijk te recycleren product, wel 20 tot 30 jaar duren voor de omgekeerde logistieke keten wordt geactiveerd.

Voor welke andere uitdagingen staan tapijtfabrikanten die de mogelijke restwaarde van hun product willen recycleren? Het artikel terugnemen zonder het te vernietigen. Desso bedacht daarom Refinity, een techniek om stofvezels te scheiden, van dik tot ultrafijn. Op die manier kan van het oude tapijt – na reiniging – een nieuw worden gemaakt. Dat is een techniek die het cradle-to-cradleprincipe volgt, ook wel C2C of 'van wieg tot wieg' genoemd. Daardoor zijn veel minder grondstoffen nodig en wordt er veel minder afval geproduceerd. Het product krijgt een nieuw leven zonder toevoeging van nieuwe bestanddelen. De kring is gesloten met nagenoeg geen afval.

Quentin Denis (Accenture): "Die wil om materialen te recupereren uit afval kan verbazende resultaten opleveren. Dat bewees Umicore, dat zich transformeerde van mijnbouwbedrijf met een volstrekt lineaire visie tot kampioen in de recyclage van technische materialen. Zo wist het bedrijf zijn corebusiness radicaal om te vormen van mijnbouw tot 'urban mining'. Ook DSM is een mijnbedrijf dat zich volledig heeft getransformeerd tot fabrikant van circulaire producten."

Het afval van de een is de grondstof van de ander. Engie vond een andere manier om de kring te sluiten en afval te vermijden, door zich te vestigen in de nabijheid van Arcelor Mittal (Gent) om alle stoom van dat bedrijf – die eigenlijk verloren energie is – te re-injecteren in het elektriciteitsnet. Een ander voorbeeld uit Zwitserland: IBM zet de warme ventilatielucht van zijn datacenter in Uitikon om in warm water voor het lokale zwembad. Volgens IBM is de hoeveelheid geproduceerde warmte voldoende om ongeveer 80 huizen of een heel zwembad te verwarmen.

Verkopen of huren? Wanneer geplande veroudering taboe wordt

De economie van de functionaliteit, waarbij bedrijven hun product proberen te verkopen als dienst, sluit naadloos aan op het nieuwe denken. Dit derde bedrijfsmodel kan al dan niet worden gecombineerd met andere nieuwe benaderingen zoals de deeleconomie of platformeconomie. Ze functioneren echter ook prima los van elkaar, hoewel het niet voor iedereen even duidelijk is waarin ze zich onderscheiden.

Bij een functionaliteitseconomie denken we bijvoorbeeld aan Rolls Royce, dat sinds de jaren 60 turbines maakt voor vliegtuigen en die verhuurt aan vliegtuigmaatschappijen. Welk belang heeft Rolls Royce daarbij? "Ze behouden hun recht op het onderhoud, waar ze extra inkomsten uithalen en hun bedrijfswerking mee kunnen verbeteren. Door hun producten te verhuren in plaats van ze meteen te verkopen, hebben ze gelijkmatigere inkomsten omdat een vliegtuig enkele decennia meegaat. Het allerbelangrijkste is dat het hun focus op kwaliteit compleet transformeert, omdat ze op lange termijn moeten kunnen blijven presteren, om bijvoorbeeld pannes te vermijden", vertelt Quentin Denis. Een manier om komaf te maken met geplande veroudering…

De deeleconomie blijkt vaak ideaal om de inkomsten te verveelvoudigen, omdat men meer gebruikers heeft voor een product dat niet ten volle wordt benut.

Platformeconomie of de jacht op verspilling

Het volgende model is gebaseerd op een platformeconomie en berust op het concept waarbij bijvoorbeeld een overaanbod of de lage benuttingsgraad van producten of diensten worden gedeeld via een app tussen gebruikers, particulieren of bedrijven.
Lyft is een taxiplatform dat ontstaan is vanuit de vaststelling dat in steden slechts 20% van de beschikbare autozitplaatsen wordt gebruikt. Met de Lyft-app kunnen gebruikers die een lift nodig hebben een auto met plek zoeken in de buurt. De prijs wordt geregeld via de app en is 20 tot 30% goedkoper dan bij een taxi, de commissie van 20% voor Lyft inbegrepen.

Fietskoerier Deliveroo is een ander voorbeeld. Restaurants kunnen via thuislevering door Deliveroo hun keukencapaciteit maximaal benutten. Dat levert extra inkomsten op, terwijl de kosten voor het zaalpersoneel beperkt blijven. Dat idee werd al toegepast in de logistieke sector, waar via onlineplatformen laadruimte gedeeld wordt en lege retourtransporten vermeden worden.

Quentin Denis is voorstander van het concept, tenminste als het alle partijen voordeel oplevert: "Die platformen werken met het netwerkeffect, dat bereikt wordt wanneer het volume aan de aanbodzijde – de dienstverleners, de eigenaars van Airbnb-woningen of Uber-chauffeurs – en aan de vraagzijde – vakantiegangers of passagiers – op elkaar afgestemd zijn. Dat netwerkeffect geeft hun een sterk concurrentievoordeel, dat ze zouden kunnen misbruiken om de regels van het spel van de ene dag op de andere te veranderen, door bijvoorbeeld de commissies te verhogen of de vergoedingen te verlagen." 

Producten die langer meegaan

Het laatste model volgt het principe dat onderdelen die in de lineaire wereld geen nut meer hebben vanwege slijtage, toch weer nuttig worden. Door het product te verbeteren, te herstellen of reviseren krijgt het een nieuw leven, om het dan te opnieuw te vermarkten of zelfs te personaliseren. Ook Google bindt de strijd aan met geplande veroudering, met een nieuw type gsm dat een nieuwe dimensie geeft aan functionaliteit en is samengesteld uit modules, zodat bijvoorbeeld alleen gerepareerd en betaald hoeft te worden wat echt stuk is, en waarvan alleen de nuttige functies worden geüpgraded. Het toestel gaat langer mee, en ook dat kan extra inkomsten betekenen. Er zijn minder grondstoffen nodig, er is minder afval en ook de kosten zijn lager.

Bent u klaar om circulair te denken? Laat u gaan, doe geen half werk maar weet dat quick-wins naast het product zelf ook een verantwoorde keuze kunnen blijken voor u alles transformeert.

Article

21.06.2018

België krijgt een speekselmedaille van Moeder Aarde

Het is niet allemaal kommer en kwel in Belgenland. Onze bedrijven zijn wereldtop in het sorteren van afval. Ze sorteren bijna 90% van hun bedrijfsverpakkingsafval. Toch kan het nog beter.

De wereld verandert in een grote vuilbak, lijkt het wel. Alle aardbewoners samen produceren jaarlijks 1,3 miljard ton huishoudelijk afval. Dat is het equivalent van 25.000 volgestouwde Titanicschepen. In dit tempo groeit de afvalberg tegen 2025 aan tot 2,2 miljard ton. In veel landen wordt dat afval nog grotendeels in de grond gestopt, of nog erger: gewoon de zee in geduwd. Welkom in de grote plasticsoep. Afvalverwerking heeft met 3,4% ook nog eens een niet te verwaarlozen aandeel in de CO2-uitstoot. Een onderschatting, want CO2-emissie door afvaltransport, verbrandingsovens en voedselverspilling zitten niet mee in dit cijfer verrekend.

Eén klein landje biedt moedig weerstand in deze mondiale afvalstroom, althans op het vlak van sorteren en recycleren. We hebben het wel degelijk over België. Onze huishoudens zijn al heel lang een rolmodel voor andere landen. De Belgische bedrijven doen het zo mogelijk nog beter, zo blijkt uit gegevens van VAL-I-PAC.

Ingrid Bouchez (communication manager VAL-I-PAC): “Bedrijven die verpakte goederen op de markt brengen, moeten van de overheid kunnen aantonen dat 80% van dat verpakkingsafval gerecycleerd wordt. VAL-I-PAC houdt de cijfers bij voor 7.200 kleine en grote bedrijven. In 2016 is 89% van dat bedrijfsverpakkingsafval gerecycleerd. Zo krijgt veel afval een tweede leven: 100% van het papier- en kartonafval, 56% van het plasticafval, 77% van het houtafval en 83% van het metaalafval.”

De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij OVAM kijkt niet alleen naar het bedrijfsverpakkingsafval, maar naar alle afval dat de Vlaamse bedrijven produceren. Daardoor ligt het recyclagepercentage in hun cijfers wat lager. Maar het is nog altijd een stuk beter dan de rest van de wereld.

Jan Verheyen (woordvoerder OVAM): “Ongeveer 76% van het Vlaamse bedrijfsafval wordt hergebruikt of via recyclage of compostering opnieuw in de kringloop gebracht, na maximaal twee verwerkingsstappen. Bij het huishoudelijk afval is dat ongeveer 70%. Dat zijn prima prestaties, als je weet dat het Europese gemiddelde rond de 50% ligt.”

WB_Art_Waste_Management_art1_graph1_nl

Percentage afval dat een tweede leven krijgt na twee verwerkingsstappen (%). Sinds 2010 worden de cijfers tweejaarlijks opgevraagd bij de bedrijven (enkel nog voor de even jaren).

Dat kan nog beter

Voor u op de werkvloer een feestelijke polonaise op gang trekt: het is nog geen Couckenbak. We kunnen nog altijd vooruitgang boeken. Steekproeven wijzen immers uit dat er nog behoorlijk wat recycleerbare afvalstoffen in het bedrijfsrestafval achterblijven.

Ingrid Bouchez: “Er zijn nog altijd bedrijven die niet of nog niet optimaal sorteren. Vooral de kwaliteit van de afvalstromen kan beter. Een beetje oplettendheid kan veel verschil maken. Stockeer papier en karton droog, vermijd dat papier vervuild raakt en meng geen geparaffineerd papier met uw proper karton. Hou ook de verschillende kunststoffen gescheiden: PE hoort niet samen met PET of PP.”

Jan Verheyen: “Uit studies blijkt dat bedrijven nog 20% recycleerbaar afval uit het restafval zouden kunnen halen. Het gaat voornamelijk om folies, harde plastics, hout, pmd, metalen, steenpuin en papier en karton. Vandaar onze ambitie: we willen in Vlaanderen tegen 2022 15% minder bedrijfsrestafval produceren.”

Wallonië mikt niet op percentages, maar met 100.000 ton minder bedrijfsrestafval op absolute cijfers.

Verbrandingsoven of stortplaats

Wat de verwerking van het bedrijfsrestafval betreft, hanteert België het ‘nabijheids- en zelfvoorzieningsprincipe’: het ziet restafval graag zo veel mogelijk naar de Belgische verbrandingsovens gaan, zodat die voldoende materiaal binnenkrijgen om goed te functioneren. Restafval naar het buitenland uitvoeren is niet verboden, maar wel aan strenge voorwaarden onderworpen. Het resultaat: 93% van het restafval wordt in België verbrand, de rest gaat grotendeels naar Nederland en Duitsland. In Vlaanderen en Brussel belandt zo goed als al het bedrijfsrestafval in de verbrandingsoven. In Wallonië wordt nog bijna 20% gestort. De reden is simpel: twee grote stortplaatsen zijn nog niet volgestort. Van zodra dat wel het geval is, is het gedaan met storten in België.

WB_Art_Waste_Management_art1_graph2_nl

Regio waar het restafval wordt verwerkt

WB_Art_Waste_Management_art1_graph3_nl

Soort verwerking van restafval per gewest

Meer info

VAL-I-PAC

OVAM

Uw afvalinzamelaar PS:

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top