Article

16.11.2020

Gentse biotechnologie staat op het punt Amerika te veroveren

De voorbije jaren heeft Biotalys hard gewerkt aan een eerste biologisch product om gewassen te beschermen. Het product zal eerst gelanceerd worden in de Verenigde Staten. Via zijn Innovation Hub zorgt BNP Paribas Fortis voor de nodige financieringsoplossingen en de begeleiding van de expansie naar het buitenland.

Tegen het einde van het jaar wil Biotalys het dossier indienen bij de EPA,het onafhankelijke federale agentschap van de Verenigde Staten dat belast is met de bescherming van de volksgezondheid en het milieu voor de goedkeuring en commercialisatie van zijn eerste product, het biofungicide BioFun-1.

Biologisch alternatief voor chemische pesticiden

Het jonge biotechbedrijf heeft met dit product een biologisch alternatief ontwikkeld voor de chemische pesticiden die nu worden gebruikt om de botrytisschimmel te bestrijden bij onder meer aardbeien, druiven en tomaten. Het product kan ook de bewaartijd verlengen. ‘We zijn echt wel pioniers in de agrarische biotech-industrie. We innoveren met een technologie die nog door niemand eerder is ontwikkeld. We zijn van niemand een copycat’, zegt Chief Scientific Officer (CSO) Hilde Revets.

Biotalys – dat vroeger bekend stond als Agrosavfe –werd in 2013 opgericht als een spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Het bedrijf telt intussen 50 werknemers, waarvan er zo’n 45 in het hoofdkwartier in Gent aan de slag zijn. Een team is nog aan de slag in de Verenigde Staten om er de commercialisering van het eerste product voor te bereiden.

Op vraag van consumenten en overheden

Het biotechbedrijf hoopt met nieuwe, effectieve biologische producten – die ook veiliger zijn voor het de mens en het milieu – een substantieel aandeel te verwerven in de markt van de gewasbeschermingsmiddelen en hierin klassieke, chemische middelen te vervangen. Er is ook nood aan dergelijke alternatieven, nu de weerstand van consumenten en overheden tegen chemische pesticiden toeneemt. ‘De Europese Unie is op zoek naar alternatieve bestrijdingsmiddelen. De Europese Green Deal is in die zin een schitterende zaak voor ons’, zegt Chief Operating Officer (COO) Luc Maertens.

Amerikaanse markt eerst

Toch richt het biotechbedrijf zijn pijlen in eerste instantie op de Amerikaanse markt. ‘Dat komt eenvoudigweg omdat het Europese regelgevingsproces veel meer tijd in beslag neemt en ook veel complexer is. In Europa duurt het minstens drie à vier jaar om een erkenning te krijgen, tegenover 18 maanden in de Verenigde Staten. Daardoor kunnen we onze eerste biofungicide, BioFun-1, eerst in de Verenigde Staten lanceren in 2022.’

Brede pijplijn met producten

Het jaareinde wordt een spannende periode met de indiening van ons dossier ter goedkeuring van BioFun-1 in de Verenigde Staten. ‘Maar we zijn natuurlijk geen single product company’, verzekert Revets. ‘We bouwen een brede pijplijn uit met verschillende producten waarmee we planten en gewassen kunnen beschermen tegen belangrijke schimmels, bacteriën en insecten.’

Waarde aantonen

Voor CEO Patrice Sellès is het verzekeren van die pijplijn meteen één van de grootste uitdagingen. ‘Zoals voor elk biotechbedrijf vergt het heel veel inspanningen en investeringen vooraleer er voldoende inkomsten zijn om helemaal op eigen benen te staan. Tegelijkertijd loopt de agrarische biotechnolgie waarin wij actief zijn veel minder in de kijker dan de medische biotechnologie. Daarom is het ook een belangrijke uitdaging om aan te tonen aan de rest van de wereld dat er ook veel waarde schuilt in onze technologie.’

Op zoek naar extra kapitaal

Tot dusver is dat al aardig, want het biotechbedrijf wordt geruggesteund door verschillende Belgische en internationale investeerders. ‘Zij ondersteunen ons in onze groei en begrijpen ook dat het uitbouwen van een productpijplijn grote investeringen vergt. Maar stilaan belanden we ook op het punt dat we de verschillende mogelijkheden moeten bekijken om extra kapitaal aan te trekken.’ Het wordt meteen één van de uitdagingen voor de nieuwe CFO.

Rol van de Innovation Hub

Een van de partners in dat proces is ook BNP Paribas Fortis, dat het biotechbedrijf ook begeleidt binnen zijn Innovation Hub. Relatiebeheerder Koen: ‘Het is onze rol om het bedrijf de nodige financieringsoplossingen aan te bieden en te begeleiden bij de expansie naar het buitenland. Zo verschaften we recent nog financiering voor het nieuwe laboratorium. Zo behoudt het bedrijf voldoende liquide middelen om zich echt helemaal te focussen op de kernactiviteiten, met name de ontwikkeling van heel geavanceerde groene biotechnologie.’

Article

15.01.2020

Twee experts van het SBCC helpen de Solar Impulse Foundation om de wereld te veranderen

Sinds april 2019 stellen twee specialisten van het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) als vrijwilliger hun expertise ter beschikking van de Solar Impulse Foundation. Een mooie manier om bij te dragen aan een versnelde energietransitie.

De Zwitserse psychiater en ballonvaarder Bertrand Piccard is geen man van woorden, maar van daden. In 2016 maakte hij een reis rond de wereld in een vliegtuig dat uitsluitend op zonne-energie werkte. Bij zijn terugkeer richtte hij de Solar Impulse Foundation op, met de BNP Paribas-groep als een van de belangrijkste sponsors.

Een duurzamere wereld hoeft niet meer te kosten

Die internationale stichting wil wereldwijd 1.000 duurzame oplossingen vinden die onder meer de energietransitie kunnen versnellen. Het gaat om oplossingen die grote bedrijven of kmo’s op de markt gebracht hebben – of binnenkort zullen brengen – en die zowel economisch rendabel als technologisch haalbaar zijn, maar nog niet de zichtbaarheid genieten die ze verdienen. Bertrand Piccard en zijn stichting proberen daar iets aan te doen door die oplossingen samen te brengen op hun website en er vervolgens een zo breed mogelijke ruchtbaarheid aan te geven via een reeks internationale conferenties. Op die manier willen ze aan bedrijven en besluitvormers die nog weigerachtig blijven, duidelijk maken dat je de wereld duurzamer kunt maken zonder er geld bij te verliezen. Dat er met andere woorden geen enkel excuus meer is om zich niet in te zetten voor de energietransitie. 

Meer dan 400 onafhankelijke experts, onder wie twee medewerkers van het SBCC

Om die opdracht tot een goed einde te brengen krijgt de Solar Impulse Foundation hulp van vele partners en een uitgebreide pool van 400 onafhankelijke experts uit bedrijven van over heel de wereld. Aangezien gelijk welk bedrijf zijn product op de website van de stichting mag voorleggen, moeten die experten de geregistreerde oplossingen analyseren en de rendabiliteit en de milieu-impact ervan objectief en gedetailleerd beoordelen. Daarbij gaat ook aandacht naar de mogelijkheid om de oplossingen op internationale schaal te verspreiden. Sinds enkele maanden wijden ook medewerkers van BNP Paribas Fortis zich aan die taak.

"BNP Paribas is een trouwe partner van de Solar Impulse Foundation. Vandaar dat het CSR-team van de groep contact opnam met dat van BNP Paribas Fortis, met de vraag medewerkers te vinden die bereid zijn om als vrijwilliger af en toe die rol van onafhankelijk expert  op zich te nemen", vertelt Quentin Nérincx, Cleantech Advisor van het Sustainable Competence Centre (SBCC) van Corporate Banking. "Jeroen Vangindertael, Biotech Advisor van het SBCC, en ikzelf stelden ons kandidaat op de website van de Solar Impulse Foundation, en we werden geselecteerd. Sinds april stuurt de stichting ons maandelijks een of twee dossiers om te analyseren. Elke oplossing wordt door twee verschillende experts bestudeerd, en als die allebei een positief oordeel vellen, krijgt de oplossing het label van de stichting."

Vrijwilligerswerk dat zeer nuttig is, voor de aarde… en voor de klanten

Het minste wat je kunt stellen, is dat Quentin en Jeroen zich met veel professionalisme van hun taak kwijten. "De Solar Impulse Foundation stelt een soort rangschikking op van haar 'deskundigenpool', hoofdzakelijk op basis van het aantal geanalyseerde oplossingen en de kwaliteit van de verslagen. Tot mijn genoegen vernam ik onlangs dat ik in de top 30 sta", glimlacht Quentin Nérincx.

"Ik ben in elk geval zeer blij dat ik kan bijdragen aan dit ambitieuze project. Eerst en vooral omdat ik zo nieuwe duurzame oplossingen leer kennen en dus mijn expertise in de favoriete vakgebieden van het SBCC, waaronder cleantech, kan uitbreiden. En daarnaast ook omdat het me in staat stelt de klanten een betere service te bieden. Ik kan het namelijk met hen hebben over producten en initiatieven die ze vaak nog niet kennen en die hen zouden kunnen helpen bij hun energieomschakeling. Of ik kan hen voorstellen om een of meer van hun oplossingen op het platform van de Solar Impulse Foundation in te dienen als ik vind dat die meer zichtbaarheid verdienen."

Zin om de Solar Impulse Foundation te helpen?

De stichting van Bertrand Piccard heeft intussen al 321 duurzame en rendabele oplossingen gevonden en een label gegeven. Als je haar van je expertise wilt laten profiteren om zo snel mogelijk de 1.000 te halen, stel je dan kandidaat via deze link. Eventuele vragen kun je ook mailen naar Léa Andersson, Expert Coordinator van de Solar Impulse Foundation.

Article

17.06.2020

Hoe vindt u uw weg in de certificaten voor duurzame gebouwen?

De bouwsector verandert van paradigma om in te spelen op de klimaatdreiging. Maar hoe wordt de duurzaamheid van gebouwen gemeten? Milieucertificaten spelen een belangrijke rol!

De bouwsector is verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de uitstoot op wereldschaal en weegt dus zwaar door als het gaat om broeikasgassen. Als we rekening houden met de levensduur van een gebouw, dan blijft die impact ook verschillende decennia hangen ... De klimaatopwarming dwingt de sector dus om zichzelf heruit te vinden en duurzamer te worden. Maar hoe kunnen we energie-efficiënte gebouwen ontwerpen en bouwen met een neutrale (of zelfs positieve) impact op het milieu?

Een lastige vraag. Maar het antwoord vinden we bij certificaten. Certificaten zijn onmisbare instrumenten waarmee we de prestaties van een gebouw kunnen meten tijdens de volledige levensduur en op basis van vooraf bepaalde criteria. Een vertrouwensgarantie voor de volledige keten, zeg maar: niet alleen voor de bouwers, maar ook voor het bedrijf (de klant) én de overheid. Is uw hoofdzetel aan renovatie toe of laat u een nieuwe vestiging bouwen? Dan vormt de naleving van deze normen een belangrijke uitdaging. Bovendien zijn ze een uitstekende manier om uw duurzame transitie waar te maken, uw activa te valoriseren en uw milieu-engagement kracht bij te zetten.

Ruime keuze aan referenties

Energieverbruik, materiaalkeuze, technologische beslissingen, koolstofvoetafdruk, ... Allemaal elementen waar u rekening mee moet houden vanaf het ontwerp van uw gebouw tot u het ook daadwerkelijk in gebruik neemt. Het overzicht van referenties is echter vrij complex en er bestaan ook verschillende standaarden naast elkaar. Zo is er in Frankrijk het label HQE, in de Verenigde Staten LEED, in Duitsland Passivhaus of DGNB en in het Verenigd Koninkrijk BREEAM, om maar enkele voorbeelden te noemen. De certificaten uit het buitenland worden algemeen erkend in de sector. En terecht, want vertrouwen en naambekendheid zijn cruciaal in dit domein!

De nummer één: BREEAM

Met meer dan 2 miljoen gecertificeerde gebouwen wereldwijd en 424 in België blijft BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) een van de voornaamste certificaten in ons land. De evaluatiemethode bestaat uit negen groepen van criteria: management, gezondheid, energie, water, transport, materialen, recyclage, milieu en vervuiling. Dit certificaat bestaat sinds 1986 en bevat vijf certificeringsniveaus. Het is gebaseerd op volledige berekeningen met één centraal doel: de impact van een gebouw op het leefmilieu verkleinen en tegelijk zorgen voor een betere levenskwaliteit voor de gebruikers.

... en de rest

  • Het Passivhaus-certificaat

    Eén certificaat volstaat voor een gebouw doorgaans niet. Bovendien zijn sommige labels gericht op zeer specifieke domeinen. Zo verwijst het Duitse label 'Passivhaus' naar de energieprestaties van gebouwen. De gebouwen met dit label besparen tot 90% energie door efficiënt gebruik te maken van zonlicht, interne warmtebronnen en warmterecuperatie.

  • Zero-energy buildings

    Kort uitgelegd gaat het om gebouwen die netto nul energie verbruiken: de totale hoeveelheid energie die wordt gebruikt, is dus min of meer gelijk aan de hoeveelheid hernieuwbare energie die ter plaatse wordt geproduceerd. Achter die benaming 'zero-energy building' schuilt echter soms een andere realiteit op het vlak van gebruik: het verschil zit vaak in het aandeel en de herkomst van de hernieuwbare energie. Naast de zero-energy buildings zijn er ook nog de 'autonomous buildings' (energie-onafhankelijke gebouwen) en de 'energy-plus-houses' (energiepositieve gebouwen).

  • Nearly zero-energy buildings of Bijna-energieneutraal: de Europese standaard

    Dit concept werd concreet omgezet in een Europese norm die alle lidstaten vanaf 2021 zullen moeten volgen. Elk nieuw gebouw moet vanaf dat moment een energieverbruik van bijna nul hebben ... Dat kan dankzij de hoge energieprestaties van het gebouw en omdat de zeer kleine hoeveelheid energie die nodig is uit hernieuwbare energiebronnen wordt gehaald.

  • Mooie voorbeelden
    Naast al deze certificaten zijn er ook nog andere initiatieven die duurzaam bouwen stimuleren. Zo is er bijvoorbeeld de Belgische Energie-en Milieuprijs die wordt uitgereikt aan voorbeeldige projecten in verschillende categorieën zoals de 'Sustainable Energy Award' en de 'Sustainable Building Award'. Een belangrijke troef voor bedrijven die hun inspanningen in de kijker willen zetten.

En als afsluiter?

Om af te sluiten, zetten we graag nog even het bouwproject 'Warandeberg' in de kijker: de nieuwe maatschappelijke zetel van BNP Paribas Fortis is namelijk een mooi voorbeeld van een sterk engagement. En dat is ook helemaal terecht, want het bouwproject 'Warandeberg' heeft al het tussentijdse ‘Design Stage’-certificaat gekregen, met bovendien de vermelding 'excellent', die doorgaans slechts 10% van de projecten halen. Het gaat om de eerste van twee stappen op weg naar een definitief label eens alles klaar is. We benadrukken tot slot nog dat deze certificaten geen doel op zich mogen zijn en moeten passen bij een holistische duurzame aanpak waarbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen de ecologische, economische, esthetische en maatschappelijke verwachtingen.

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

01.07.2020

Welke innovaties voor betere energieprestaties van gebouwen?

Gebouwen wegen zwaar door op de milieubalans. Bedrijven hebben dus alle belang bij energiebesparingen in hun gebouwenbestand. Maar welke oplossingen kiezen ze het best?

De energieprestaties van gebouwen zijn een van de grootste uitdagingen van de klimaatdreiging. En dat geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven. In Europa is deze sector verantwoordelijk voor maar liefst 42% van het energieverbruik (waarvan 70% voor verwarming en airconditioning) en voor 30% van de CO2-uitstoot. Overheden en bedrijven kunnen er dus maar beter alles aan doen om de efficiëntie van hun gebouwen te optimaliseren. En er is ook goed nieuws! Er komen steeds meer innovatieve oplossingen op de markt.

Evolutie in plaats van revolutie

"Zowel voor bedrijven als voor particulieren zien we vooral dat de bestaande technologieën worden verbeterd en dat de prijzen van bepaalde materialen en bouwcomponenten dalen", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Wanneer we het in de gebouwensector hebben over energie-efficiëntie, zijn er twee essentiële aspecten:

  1. de schil van het gebouw: d.w.z. de structurele isolatie, de ramen, de luchtdichtheid enz.;
  2. de 'technieken': zoals de verwarming, de ledverlichting, de ventilatiesystemen, de koelinstallaties enz.

Welke innovaties voor particulieren?

Wat het structurele gedeelte van gebouwen betreft, evolueert de markt zeer sterk, onder meer dankzij innovatieve start-ups. Zo wordt steeds meer aandacht geschonken aan natuurlijke isolatie zoals hennep in combinatie met kalk of het gebruik van panelen op basis van weidegras. Dat zijn materialen die beter ademen en dus zorgen voor een betere vochtigheidsgraad. Ook driedubbele beglazing wordt de norm, niet alleen voor de energieprestaties maar ook voor het comfort. En de technieken? Er wordt steeds vaker gekozen voor ledverlichting. Een andere innovatie is vooral de combinatie van verschillende systemen om de energie-efficiëntie van een gebouw te verbeteren. "We evolueren steeds meer naar elektrische oplossingen voor onze behoeften", verduidelijkt Quentin Nerincx. "Zo wordt een warmtepomp bijvoorbeeld gecombineerd met zonnepanelen of batterijen. Bij de eerste zagen we een aanzienlijke prijsdaling, terwijl de tweede, die ook een stuk democratischer zijn geworden, de mogelijkheid bieden om de behoeften af te vlakken en bij te stellen."

En voor bedrijven? Een andere uitdaging

De schil van gebouwen optimaliseren impliceert verplichtingen en grote investeringen. "Het gaat over de lange termijn", vertelt de expert van het SBCC. "En de terugverdientijd is zeer lang: we spreken over 20 of 30 jaar." Die realiteit dreigt de structurele transformatie van gebouwen een stuk complexer te maken ... "De voornaamste behoefte van bedrijven is monitoring. Ze moeten kunnen beschikken over digitale meetinstrumenten en consultingtools om een duidelijk beeld te krijgen van hun verbruik. Zo kunnen ze nagaan waar hun systemen ondoeltreffend werken." We zien dus voornamelijk een evolutie bij de technieken: denk maar aan het afstellen en aanpassen van verwarmings- of ventilatiesystemen, ledverlichting of de installatie van zonnepanelen of koelsystemen volgens de nieuwe regelgevingen waarbij het gebruik van bepaalde zeer vervuilende fluorhoudende gassen verboden is.

Innovatieve stappen

Zoals Quentin Nerincx al toelichtte, blijft innovatie echter niet beperkt tot technologie alleen. We moeten ook verder dan deze modellen kijken om de zaken te zien bewegen ... "Daarbij horen twee belangrijke denkpistes: een eerste rond elektrische micronetwerken en een tweede rond het concept van demand response." Deze nieuwe benaderingen steunen op het begrip energieflexibiliteit. Bij demand response wordt het energiebeheer geoptimaliseerd via artificiële intelligentie (meters, installaties, het volledige systeem enz.). Het idee? De energieproductie of het energieverbruik aanpassen aan de behoeften. "Het zou perfect kunnen dat een bedrijf de temperatuur van zijn koelkasten één graad lager zet – zonder impact op zijn activiteiten – om het net voor een bepaalde tijd te ontlasten. En dat werkt in twee richtingen. Een heuse innovatie, omdat de systemen de vraag helpen afvlakken en verhinderen dat er energiepieken worden bereikt. Bovendien vermijden we zo hogere investeringen in de energieproductie." Een win-winoplossing, want ze is zowel een stuk rendabeler als ecologischer ... Uiteraard vereist deze oplossing wel de installatie van een reeks slimme toepassingen.

Energieprestaties 'as a service'

Nog zo'n nooit geziene evolutie? De sector richt zich almaar meer op dienstverlening.

"Een nieuw paradigma voor de bedrijven dat een andere kijk biedt op energiebesparing in hun gebouwen", verduidelijkt Quentin Nerincx.

Het principe? Bedrijven krijgen het voorstel om te investeren in een dienstencontract voor energieprestaties in plaats van in infrastructuur en tools. Die aanpak wordt mogelijk gemaakt via een professionele installateur. Die laatste staat in voor het waarborgen van het niveau van energie-efficiëntie – en het onderhoud van de technieken – waardoor het bedrijf geen grote geldbedragen moet vrijmaken. Dat businessmodel zien we nu al opkomen op de markt, maar het brengt wel wat uitdagingen met zich mee ... Zo wordt de professionele installateur onder meer gedwongen om de activa op te nemen in zijn balans. Om dergelijke beperkingen te vermijden, duiken ook steeds meer innovatieve bankproducten op. De bank is dus de derde onmisbare schakel om van dit proces een succes te maken. En in de toekomst? Een winnend trio is aan zet – de onderneming/klant, de bank en een professionele installateur – waarbij elke schakel zijn expertise uitspeelt ten dienste van één gemeenschappelijk doel: energie-efficiëntie. 

Evolutie aan de gang

Hoewel 'energie-efficiëntie as a service' zich tot nu toe nog vooral op de technieken concentreert – en niet op de schil van het gebouw – is er geen twijfel mogelijk dat deze innovatieve oplossing zal bijdragen aan de uitdagingen van de gebouwensector.

"Alleen al met optimale technieken en deze conceptuele aanpak kan een bedrijf rekenen op een energiebesparing tussen 40 en 50%", bevestigt Quentin Nerincx.

Goed nieuws dus, niet alleen voor de bedrijven maar ook voor onze planeet!

Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!
Article

04.08.2020

Optimaliseer de energieprestaties van uw gebouw in drie stappen

Het regelgevende kader dwingt de spelers uit de bouwsector om zich opnieuw uit te vinden. Terecht, want nieuwe gebouwen moeten vanaf vandaag 'zero energie' zijn. En wat met de toekomst?

Tegen 2030 zal de Europese Unie passiefbouw opleggen. Die evolutie zal de nodige gevolgen met zich meebrengen en dwingt de bedrijven om zich zo snel mogelijk aan te passen. Waarom? De eerste reden is vanzelfsprekend: meer energie-efficiëntie en een duurzaam engagement. Daarnaast zijn er ook financiële redenen. De waarde van niet-conforme gebouwen zal immers geleidelijk aan afnemen op de markt. De prijs van een gebouw dat niet aan de normen voldoet, zal kelderen omdat kandidaat-kopers rekening moeten houden met het kostenplaatje om het gebouw wel conform te maken. Nog een reden om snel actie te ondernemen? Als u tot de laatste minuut wacht met de transformatie van uw vastgoed, loopt u het risico dat u – op het moment dat het écht moet – niet de nodige middelen zult kunnen vrijmaken om de werkzaamheden tot een goed einde te brengen. Door de sancties kan die vertraging u duur komen te staan.

Nu in actie schieten is dus cruciaal ... Maar welke stappen moet u zetten om met zo'n project aan de slag te gaan?

1. De diagnose: het vertrekpunt

Een nauwkeurige audit is de eerste en noodzakelijke stap. Hiervoor kunt u een beroep doen op uw interne medewerkers of de hulp inroepen van een energieconsultant. "De bedoeling van zo'n check-up is duidelijk: het bedrijf een helder beeld geven van de energiesituatie van het gebouw. Hoe werken de technische installaties? Hoeveel verbruikt de structuur op al die vlakken?", vertelt Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC). Die eerste stap wordt via financiële stimuli aangemoedigd door de drie gewesten. Met deze premies kunt u dus alvast een deel van de kosten betalen.

Waaruit bestaat die balans concreet?

  • Eerst en vooral worden de verschillende verbruikspunten geëvalueerd: water, elektriciteit, gas, ventilatiesystemen, verwarmingstechnieken, koelinstallaties, uitstoot van broeikasgassen enz.
  • Na deze fase kan een meetcampagne van enkele maanden volgen om nog meer nauwkeurige gegevens te verkrijgen.
  • De bedoeling is ook om de verschillende regelingen en parameters van elk verbruikspunt te controleren om na te gaan of er eventuele verliezen of ondoeltreffendheden zijn op het vlak van de werking.
  • Zodra de resultaten binnen zijn, worden ze vergeleken met benchmarks en verbruiksstandaarden om tot een objectieve balans te komen.

2. Een plan van aanpak voor 20% besparingen

Maar wat nu met die diagnose? U hebt nu de nodige tools in handen om een actieplan op te stellen en iets aan die verschillende punten te doen. "Alleen die aanpak kan leiden tot energiebesparingen van 20%", bevestigt de expert van het SBCC. En terecht, want met deze twee stappen kunt u zich snel bewust worden van de 'vanzelfsprekende' gebreken, zoals installaties die 's nachts nodeloos draaien of verliezen die u tot nu toe nog niet wist te identificeren.

Zo'n plan van aanpak vereist een belangrijke strategische beslissing: gaat u alleen aan de slag met dit project of laat u zich bijstaan door experten?

  • De eerste optie betekent dat u zelf de aanbestedingen uitschrijft, partners kiest, op zoek gaat naar financiering enz. Die individuele aanpak heeft één grote troef: ze is minder duur, althans in theorie. Deze beslissing vergt daarentegen wel veel tijd en interne werkkrachten.
  • Uitbesteden is een tweede mogelijkheid: hierbij vertrouwt u deze opdracht toe aan professionals. Het project kan in dat geval verschillende vormen aannemen, maar kan bijvoorbeeld concreet worden uitgewerkt in een energieprestatiecontract. Een innovatieve aanpak mét garantie op succes die geen al te grote investering vereist. Het voordeel van deze strategische beslissing is dat u zich kunt blijven concentreren op uw job.

3. Neem de 'juiste houding'

U hebt goed begrepen dat u zich maar beter niet blindelings op een energierenovatieproject stort. De derde stap heeft daar dan ook alles mee te maken: is het geschikte kader aanwezig om van dit proces een succes te maken?

  • Visie op lange termijn: Het engagement van uw bedrijf moet absoluut worden vertaald in een aanpak waarbij u zich als een goede huisvader gedraagt. "Dat betekent dat u een verantwoordelijke houding moet aannemen en moet beschikken over een langetermijnvisie op uw vastgoed", bevestigd Quentin Nerincx. Bij de energierenovatie van uw gebouwen moet u immers rekening houden met een hele reeks factoren die een impact hebben op uw aanpak. Bijvoorbeeld: hoelang gaat u het gebouw nog gebruiken en hoe zal het er over 10 of 15 jaar uitzien?
  • Globale aanpak: Dit jaar ledverlichting, over twee jaar zonnepanelen en later misschien nog een nieuw verwarmingssysteem? Een project in verschillende stukken heeft niet enkel voordelen. "Bedrijven zijn soms geneigd om de werken op te splitsen in plaats van te kiezen voor een grondige en holistische transformatie. Vaak doen ze dat om financiële redenen (en terecht) of door de complexiteit van een dergelijk energierenovatieproject. Die afvlakking is echter niet noodzakelijk een goed idee", vertelt Quentin Nerincx. Stel dat u vandaag uw ramen vervangt en in de toekomst de muurisolatie. Dan moet het eerste project rekening houden met het tweede. Gebeurt dat niet? Dan moet u uw ramen opnieuw bijstellen en dus ook twee keer betalen! Niet rendabel maar wel te vermijden.
  • Last but not least: U hebt het goed begrepen ... Het is cruciaal dat u de energieprestaties van uw gebouw op een globale en geïntegreerde manier aanpakt in plaats van progressief te werk te gaan. Met het risico dat u quickwins links laat liggen ... Want met deze aanpak kunt u de verschillende technieken van uw gebouw doeltreffend met elkaar in verband brengen. Zo hebt u een duidelijker beeld van de wisselwerkingen tussen de verschillende technieken. En komt u tot een meer samenhangende en performante holistische werking.
Onze experten van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u tijdens uw duurzame transitie.
Aarzel niet om hen te contacteren!

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

The Label Key Captcha not found

captcha
The Label Key PrivacyNoticePart1 not found The Label Key PrivacyNoticeLinkTxt not found The Label Key PrivacyNoticePart2 not found

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top