Article

27.04.2021

Experts van onze bank helpen de energietransitie vooruit via de Solar Impulse Foundation

Twee specialisten van onze bank behoren tot de topexperts van deze internationale stichting, die rendabele oplossingen verzamelt voor een snellere omschakeling naar duurzame energie.

Voor onze bank is duurzaamheid al sinds jaar en dag een belangrijke pijler. Zo zijn we CO2-neutraal sinds 2017, begeleiden we bedrijven in hun energietransitie en steunen we start-ups en organisaties die werken rond hernieuwbare energie. De Solar Impulse Foundation kan dan ook al van bij haar oprichting rekenen op sponsoring van de BNP Paribas Groep.

Ecologie en economie verzoenen

De Solar Impulse Foundation werd opgericht door de Zwitserse psychiater en pionier Bertrand Piccard, die er zijn levensdoel van maakt om de kansen van duurzame ontwikkeling aan te tonen. In 1999 maakte hij als eerste een non-stopballonvaart rond de wereld en in 2016 legde hij dat traject nog eens af met een vliegtuig op zonne-energie. Sindsdien gebruikt Piccard zijn populariteit om ruchtbaarheid te geven aan oplossingen die het milieu op een winstgevende manier kunnen beschermen. Het uiteindelijke doel? Besluitvormers en bedrijven motiveren om ambitieuzere milieudoelstellingen en een beter energiebeleid vast te leggen, om zo CO2-neutraliteit te bereiken.

1.000 duurzame oplossingen

Vier jaar geleden kondigde de Solar Impulse Foundation aan dat ze wereldwijd op zoek ging naar 1.000 duurzame oplossingen om de energietransitie te versnellen. Dat unieke portfolio aan oplossingen zou dan een essentieel onderdeel moeten worden van alle beslissingen, debatten en politieke onderhandelingen over het milieu. Concreet gaat het over oplossingen die bedrijven op de markt gebracht hebben - of zullen brengen - en die economisch rendabel en technologisch haalbaar zijn, maar nog niet de zichtbaarheid genieten die ze verdienen.

Op 13 april 2021 werd de kaap van de 1.000 oplossingen bereikt. Maar omdat innovatie nooit stopt, blijft de Foundation oplossingen toevoegen.

Expertise vanuit onze bank

Om zoveel mogelijk innovatieve oplossingen te verzamelen, krijgt de Foundation hulp van heel wat partners en een uitgebreide pool van meer dan 300 experts uit bedrijven van over heel de wereld. Aangezien gelijk welk bedrijf zijn product op de website van de stichting mag voorleggen, moeten die experten de geregistreerde oplossingen objectief en gedetailleerd beoordelen op 3 vlakken: rendabiliteit, milieu-impact en technische haalbaarheid. Sinds enkele jaren wijden ook medewerkers van BNP Paribas Fortis zich aan die taak.

Een van hen is Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij ons Sustainable Business Competence Centre, dat bedrijven adviseert om duurzamer te ondernemen. “Ik heb niet getwijfeld om mij kandidaat te stellen”, vertelt Quentin enthousiast. “Het is een boeiend project met een mooi en ambitieus doel. Maandelijks stuurt de Foundation mij een dossier om te analyseren. Elke oplossing wordt door twee verschillende experts bestudeerd en als die allebei een positief oordeel vellen, krijgt de oplossing het label van de Solar Impulse Foundation. Dat kwaliteitskenmerk kan helpen om de implementatie van de voorgestelde oplossing – bijvoorbeeld een nieuwe technologie of een product - te versnellen.” 

Ook Gunter Brems, Sustainability Expert Housing & Sourcing Services, leent zijn expertise uit: “Het is een eer om aan dit prestigieuze project mee te mogen werken. Ik heb in 2020 verschillende dossiers beoordeeld en dat was een verrijkende ervaring, niet alleen om kennis te delen maar ook om nieuwe kennis op te doen. Het is fijn om vast te stellen hoe innovatief sommige bedrijven omgaan met een wereld in verandering, net zoals onze bank dat doet, en hoe er samen naar duurzame alternatieven gezocht wordt.”

Onze bedrijfsklanten helpen bij hun energietransitie

“Ook voor mijn job als duurzaamheidsadviseur bij de bank is dit project interessant, want ik blijf op de hoogte van nieuwe oplossingen die wereldwijd ontwikkeld worden. Zo breid ik mijn expertise continu uit en kan ik breed meedenken met bedrijfsklanten die oplossingen zoeken voor hun energietransitie”, voegt Quentin toe.

Eind vorig jaar vernam Quentin dat hij in de top 20 staat van de deskundigen die expertise leveren aan de Solar Impulse Foundation. Gunter schopte het zelfs tot in de top 10. Die rangschikking maken ze hoofdzakelijk op basis van het aantal geanalyseerde oplossingen en de kwaliteit van de verslagen. “Het doet ons veel plezier dat onze inbreng gewaardeerd wordt”, vertellen de twee experts.

Overheden gidsen

De verzameling van meer dan 1.000 goedgekeurde oplossingen is te vinden op de website van de Solar Impulse Foundation. Deze zomer publiceert de Foundation ook een Solutions Guide die overheden, bedrijven en individuen in staat stelt om concrete oplossingen te vinden en te implementeren op grote schaal. Met deze tool kan iedereen in slechts drie klikken oplossingen vinden voor problemen in specifieke geografische, industriële of financiële omgevingen.

De Foundation zal bovendien aan verschillende overheidsinstanties een Cleanprint bezorgen, een soort rapport en plan voor regeringen en bedrijven om aan de hand van de verzamelde oplossingen hun klimaatdoelen te bereiken, in overeenstemming met het Klimaatakkoord van Parijs. Het rapport zal ook aangeven waar overheidsinstanties hun wettelijke kaders kunnen moderniseren voor de ambitieuze invoering van deze oplossingen. De eerste Cleanprint wordt door Bertrand Piccard gepresenteerd op de COP26 Climate Summit in november 2021 in Glasgow.

Jean-Laurent Bonnafé, CEO van BNP Paribas: “Er is geen toekomst voor de samenleving zonder een succesvolle energietransitie op lange termijn. Deze transformatie kan alleen collectief worden uitgevoerd en vereist technische en technologische serviceoplossingen. Door de uitdaging aan te gaan om 1.000 oplossingen te selecteren die milieubescherming aanmoedigen en tegelijkertijd winstgevend zijn, helpt de Solar Impulse Foundation ons om dit doel op een zeer praktische manier en in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te bereiken.”

“Zien dat er door regeringsleiders en andere besluitvormers daadwerkelijk gevolg gegeven wordt aan de verzamelde oplossingen, dat zal de kroon op ons werk zijn”, besluiten Quentin en Gunter.

Advies nodig om duurzamer te ondernemen met uw bedrijf?
Contacteer onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
Article

01.12.2023

Welke steun voor uw bedrijf?

De drie gewesten van ons land voorzien in een reeks subsidies voor bedrijven en zelfstandigen die investeren. Onze experten scheppen klaarheid en helpen u bij de indiening en opvolging van uw dossier.

De modaliteiten, bedragen en voorwaarden van investeringssteun verschillen sterk van gewest tot gewest. Welke regelgeving van toepassing is, hangt af van de ligging van de exploitatiezetel waar de investeringen worden gedaan. De maatschappelijke zetel heeft daar geen invloed op en kan in eender welk land gelegen zijn. Bovendien blijft een subsidieaanvraag een vrij zwaar administratief proces. Daarom zorgen onze experts voor alle stappen, van het indienen van de premieaanvraag tot het bekomen ervan.

Uitgebreid steunpakket in Vlaanderen

Vlaanderen kent verschillende soorten subsidies toe. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn de strategische transformatiesteun, de ecologiepremie, de strategische ecologiesteun, de kmo-portefeuille en de groeisubsidie.

Elke vorm van steun is gericht op verschillende soorten investeringen of bedrijven. Ook het subsidieniveau varieert sterk en gaat van 8% voor een strategische investering in een groot bedrijf tot wel 50% voor consultancykosten van een kmo.

Onze experten bekijken de verschillende subsidiemogelijkheden samen met u. Vervolgens brengen ze u in contact met een specialist van VLAIO, het Agentschap Innoveren & Ondernemen in Vlaanderen, die de fakkel van ons overneemt en u verder begeleidt bij uw aanvraag.

Klassieke en ecologische steunmaatregelen in Wallonië

In Wallonië zijn de investeringssubsidies voorbehouden voor bedrijven die actief zijn in een beperkt aantal sectoren. Activiteiten die niet in aanmerking komen, zijn bijvoorbeeld de detailhandel, de transportsector of de vrije beroepen.

De modaliteiten verschillen bovendien naargelang de grootte van het bedrijf. Kleine bedrijven moeten een bedrag van minstens 25.000 euro investeren. Voor grote bedrijven gelden hogere drempels en zij moeten investeren in een ontwikkelingsgebied.

Concrete voorbeelden van investeringen voor professioneel gebruik die in aanmerking komen, zijn onder meer de aankoop of de bouw van vastgoed, de aankoop van een terrein of de aankoop van nieuw bedrijfsmateriaal.

De basispremie varieert van 4% tot 6%. Verhogingen zijn mogelijk wanneer banen worden gecreëerd, bij een innovatieve aanpak, bij diversifiëring in het buitenland enz. Voor projecten die het gebruik van duurzame energie en de bescherming van het leefmilieu bevorderen, kunt u een hogere premie krijgen tot 20%.

Merk op dat u de aanvraag moet indienen voor u een definitieve verbintenis aangaat. Investeringen waarvoor u al een offerte hebt ondertekend, kunnen dus niet meer worden gesubsidieerd.

Onze experten begeleiden uw bedrijf met plezier bij alle stappen.

De overvloedigste subsidies in Brussel

De Brusselse premie voor (im)materiële investeringen of werken kan worden toegekend in de meeste sectoren. In totaal komt ongeveer 80% van de economische activiteiten in de hoofdstad in aanmerking voor subsidies. De twee grootste uitzonderingen zijn het onderwijs en de vastgoedsector.

Om een subsidie te kunnen ontvangen, moet het investeringsproject ten minste 10.000 euro bedragen voor een beginnende ondernemer en minstens 15.000 euro in de andere gevallen, naargelang de grootte van het bedrijf. De investering moet bovendien bestemd zijn om een bestaande activiteit verder te ontwikkelen of te verbeteren. Een activiteit eenvoudigweg vervangen door een andere is niet toegestaan.

De subsidie kan oplopen tot 30% van het investeringsbedrag, met een gemiddelde van 12,5%. Het subsidieniveau hangt af van een reeks criteria, zoals starter zijn of het aantal werknemers met meer dan 30% verhogen.

In de loop van 2024 zal de hervorming van de steunmaatregelen de premies voor duurzame projecten en projecten in het kader van de circulaire economie nog verder versterken.

Ook in Brussel moet u de aanvraag indienen voor u een definitieve verbintenis aangaat. Investeringen waarvoor u al een offerte hebt ondertekend, kunnen dus niet meer worden gesubsidieerd.

En ook hier kunt u rekenen op de begeleiding door onze experten tijdens elke stap van het proces.

Article

09.11.2023

ESG wordt wet: wat u moet weten

Experts uit 16 steden gaven op het Sustainable Future Forum hun visie. In Brussel sprak Virginie Frémat, Senior Partner bij CMS Law Tax, gespecialiseerd in ESG en verantwoordelijkheid van bedrijven.

ESG-factoren zijn in korte tijd uitgegroeid van een nichekwestie tot een strategische prioriteit op bestuursniveau in alle sectoren en rechtsgebieden.

ESG-implementatie en -rapportering is niet langer iets wat bedrijven doen om maatschappelijk verantwoord te ondernemen – ze zijn er nu wettelijk toe verplicht.

Van financiële instellingen tot energiebedrijven, technologie-start-ups, kmo’s en beursgenoteerde bedrijven – alle bedrijven moeten dringend focussen op ESG.

Hoewel de impact van de ESG-reglementering onbetwistbaar is, biedt de huidige en toekomstige bedrijfs- en beleggingsomgeving nieuwe kansen. De bestaande en toekomstige ESG-reglementering gaat over het integreren van mens en planeet in de langetermijnstrategie van bedrijven. Die ontwikkeling creëert kansen voor bedrijven om meer te doen voor mens en planeet en tegelijk meer waarde te creëren voor beleggers. 

Veranderend concurrentielandschap

Niet alleen overheden worden steeds veeleisender op het gebied van ESG, ook aandeelhouders en organisaties uit het middenveld laten hun stem horen. Denk maar aan de Stichting Urgenda, die de Nederlandse staat voor de rechter sleepte met de eis dat de overheid meer zou doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en gelijk kreeg. Of de Belgische Klimaatzaak de overheid kan dwingen om actie te ondernemen op het gebied van klimaatverandering ligt momenteel voor bij het Hof van Beroep.

Het aandringen tot meer concrete, meetbare en afdwingbare ESG-initiatieven vanwege bedrijven komt van drie kanten: 

  • activisme van stakeholders
  • Europese richtlijnen
  • nationale wetgeving

Sustainable Finance Action Plan

In maart 2018 lanceerde de Europese Commissie het actieplan voor een duurzaam financiewezen. Dat heeft tot doel:

  1. kapitaalstromen te sturen richting duurzame beleggingen voor inclusieve groei
  2. financiële risico’s in verband met klimaatverandering en sociale kwesties te beheren
  3. transparantie en langetermijndenken in het financiewezen te bevorderen

De belangrijkste kenmerken zijn één enkel EU-classificatiesysteem (taxonomie), de verantwoordelijkheden van beleggers, benchmarks gericht op CO2-vermindering en betere duurzaamheidsrichtsnoeren, allemaal ter bevordering van een duurzamere financiële toekomst.

Richtlijn inzake niet-financiële rapportering

Om de overgang naar een duurzamere economie te ondersteunen, heeft het Europees Parlement eind 2022 de richtlijn inzake duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (Corporate Sustainability Reporting Directive, CSRD) goedgekeurd. Dat is een uitbreiding van de richtlijn tot bekendmaking van niet-financiële informatie (Non-Financial Reporting Directive, NFRD), zowel wat betreft het aantal bedrijven dat aan de normen moet voldoen als voor het aantal thema’s waarover ze moeten rapporteren.

De NFRD is op 5 januari 2023 in werking getreden en zal uiteindelijk gelden voor ca. 50.000 bedrijven. Naast de financiële rapportering waartoe bedrijven verplicht zijn, zullen ze voortaan ook over duurzaamheid moeten rapporteren. De grootste bedrijven moeten daar als eerste mee beginnen, de kleinere volgen later. In België zijn de betreffende vereisten opgenomen in de wet van 3 september 2017, die nu deel uitmaakt van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

Taxonomieverordening

De Taxonomieverordening van de EU introduceert een classificatiesysteem voor milieuduurzame economische activiteiten. Artikel 8 van de verordening legt bekendmakingsvereisten op aan bedrijven die onderworpen zijn aan de NFRD. Bedrijven worden zo verplicht informatie te verstrekken over de mate waarin ze milieuduurzame activiteiten ontplooien en over bepaalde kritieke prestatie-indicatoren.

Richtlijn duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD)

Bedrijven die onderworpen zijn aan de CSRD moeten niet-financiële informatie opnemen in hun jaarlijkse managementverslagen, met betrekking tot milieu-, sociale, mensenrechten-, anticorruptie-, antiomkopings- en diversiteitskwesties. De CSRD legt ook een beknopte beschrijving op van het businessmodel, het beleidskader, de prestaties, de belangrijkste risico’s en de niet-financiële prestatie-indicatoren van het bedrijf.

De duurzaamheidsrapportering moet gebeuren volgens de verplichte EU-normen, waarvan de eerste reeks werd gepubliceerd op 30 juni 2023; een tweede reeks inzake aanvullende en sectorspecifieke informatie komt er tegen 30 juni 2024. Bij de rapportering moet worden gewerkt met het dubbele-materialiteitsbeginsel, wat inhoudt dat er moet worden gekeken naar de impact van duurzaamheid op de bedrijven en vice versa.

De CSRD benadrukt het belang van de waardeketen, strategie, belangen van stakeholders, implementatie van duurzaamheidsbeleid en de vooruitgang op het vlak van duurzaamheidsdoelstellingen.

De richtlijn vereist bekendmaking van zorgvuldigheidsprocessen, negatieve effecten in de hele waardeketen, de maatregelen om die effecten te beperken, materiële duurzaamheidsrisico’s en relevante indicatoren.

De CSRD komt met uitvoerige rapporteringsvereisten voor grote organisaties van openbaar belang, die gedetailleerde en transparante informatie moeten verstrekken over hun duurzaamheidspraktijken en -effecten.

Corporate Due Diligence-richtlijn (CSDD)

De richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid is van toepassing op grote EU- en niet-EU-bedrijven. Ze vereist dat de bedrijven passende zorgvuldigheid betrachten en optreden wanneer ze problemen vaststellen. Er zijn sancties voor niet-naleving. De nieuwe burgerlijke-aansprakelijkheidsregeling maakt het voor personen die schade ondervinden doordat een onderneming de regels niet naleeft mogelijk om rechtstreeks een vordering in te stellen.

Voor vennootschappen opgericht naar het recht van een EU-lidstaat is de CSDD van toepassing op vennootschappen met gemiddeld meer dan 500 werknemers en een wereldwijde omzet van meer dan 150 miljoen euro in het afgelopen boekjaar. Of op vennootschappen met gemiddeld meer dan 250 werknemers en een wereldwijde omzet van meer dan 40 miljoen euro in het afgelopen boekjaar, waarbij minstens 50% van die omzet gerealiseerd werd in sectoren die als sectoren met hoog risico worden bestempeld. Sectoren met hoog risico zijn sectoren die te maken hebben met de productie van textiel, leder, landbouwproducten, voeding, mineralen en aanverwante handel.

Daarnaast introduceert de CSDD maatregelen van toepassing op kmo’s die betrokken zijn bij de waardeketens van de betrokken ondernemingen, waarbij rekening wordt gehouden met de indirecte impact op die kmo’s.

Ik heb een kmo. Wat moet ik doen?

Niet-beursgenoteerde kmo’s vallen buiten het toepassingsgebied van de CSDD en vallen dus niet rechtstreeks onder de bepalingen ervan. Beursgenoteerde kmo’s met effecten op een EU-gereglementeerde markt (met uitzondering van micro-ondernemingen) vallen echter wel binnen het toepassingsgebied van de CSDD. Zij kunnen tot 2028 gebruikmaken van een opt-out. Daarnaast wordt gewerkt aan een specifieke reeks EU-normen voor duurzaamheidsrapportering op maat van kmo’s, waar niet-beursgenoteerde kmo’s zich op vrijwillige basis aan kunnen houden.

Het is belangrijk om te weten dat kmo’s die niet rechtstreeks onder de CSDD vallen er toch mee te maken kunnen krijgen doordat ze deel uitmaken van de waardeketens van grotere bedrijven. Zowel de EU-lidstaten als de bedrijven die onder de CSDD vallen, zijn verplicht om kmo’s in die waardeketens te ondersteunen.

Ik ben bestuurder. Wat betekent dit voor mij?

De CSDD heeft niet te onderschatten gevolgen voor bestuurders van de bedrijven die eronder vallen. Bestuurders hebben een fiduciaire plicht om het succes van hun bedrijf te stimuleren, maar lopen ook tegen risico’s aan zoals strafrechtelijke en burgerlijke aansprakelijkheid en straffen. Dat geldt in het bijzonder voor beursgenoteerde bedrijven. Daarnaast kan de aandacht rond ESG en duurzaamheidskwesties aanleiding geven tot reputatieschade. De CSDD verhoogt ook de regelgevingslast voor bedrijven, zowel qua tijd als qua kosten. Bovendien is negatieve impact op de aandelenkoersen en de kosten voor verzekeringspremies van bestuurders en kaderleden mogelijk. Over artikels 25 en 26 van de CSDD, die betrekking hebben op de plichten van bestuurders van EU-bedrijven, wordt nog steeds gediscussieerd, met mogelijk verdere verduidelijkingen.

Article

06.09.2023

Nieuwe mobiliteit: de troef van technologie

Is technologie een troef voor bedrijven om gemakkelijker naar een duurzamere mobiliteit te gaan? Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert, geeft antwoord.

Onze samenleving ondergaat een duurzame transitie. Om daaraan bij te dragen moeten bedrijven hun mobiliteit heroverwegen. Sinds 1 juli 2023 voelen we de eerste gevolgen van het uitdoven van de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfsvoertuigen met een verbrandingsmotor tegen 2026. Tegelijk maakt het federale mobiliteitsbudget deze (r)evolutie een pak concreter en werkbaarder. Eén ding is zeker: technologische tools, vooral applicaties, spelen een sleutelrol. Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert bij Arval BNP Paribas Group, legt uit waarom.

1 juli 2023: een sleutelmoment

"In de weken na het scharniermoment van 1 juli 2023 zagen we de behoeften van onze professionele klanten al veranderen", legt Philippe Kahn uit. "Sommige bedrijven hadden al concrete stappen gezet naar een duurzame transitie. Maar in heel wat bedrijven rijzen nu pas veel concrete vragen en bezorgdheden van medewerkers die beantwoord moeten worden. Hoe kan ik een elektrische auto gebruiken als ik in de stad woon en er geen oplaadpunten beschikbaar zijn? Heb ik zin om elke twee dagen op zoek te gaan naar een betrouwbare plek om op te laden? En ben ik bereid om mijn mobiliteit fundamenteel te herzien? Voor werkgevers is het een prioriteit om op al die vragen een bevredigend antwoord te geven.”

Naast het beheer van een elektrische bedrijfswagen van a tot z, inclusief opladen, beginnen almaar meer ondernemingen hun globale mobiliteitsbeleid te herzien. Ze analyseren alle bestaande alternatieven, met name de multimodale. “En dat is uitstekend nieuws”, gaat Philippe Kahn verder. “Want het is een verplichte passage voor hun toekomst. Ik denk dat de vraag naar zo’n oplossingen steeds groter zal worden. Om daar vlot op in te spelen, zijn technologie en vooral apps een belangrijke troef."

Anticiperen om beter te dienen

Ondernemingen beginnen er meer en meer over na te denken, maar voor Arval BNP Paribas Fortis en Philippe Kahn is het al jaren een prioriteit. "We anticiperen al meer dan vijf jaar op de veranderingen die aan de gang zijn, met als doel een veel bredere mobiliteitsvisie en expertise te hebben dan alleen leasing. Vandaag hebben we trouwens een volledige afdeling die zich daar uitsluitend mee bezighoudt. Dankzij die expertise kunnen we tegemoetkomen aan en zelfs vooruitlopen op de behoeften van bedrijven. Die zitten vaak met vragen en voelen zich soms wat verloren in deze mobiliteitsrevolutie."

Een vereenvoudigde en vlottere ervaring dankzij technologie

Maar waarom en hoe speelt technologie een belangrijke rol in deze transitie naar een duurzamere mobiliteit van bedrijven? "Het maakt de ervaring van deze nieuwe mobiliteit eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. De laatste marktontwikkelingen liggen in die lijn", antwoordt Philippe Kahn. "Dat geldt ook voor de nieuwe mobiliteitsapps die we onze zakelijke klanten voortaan aanbieden. Voor werkgevers vergemakkelijken ze het beheer van het mobiliteitsbudget dat de federale overheid invoerde. Dit budget met zijn drie pijlers is cruciaal om de mobiliteit te herdenken. Maar tegelijk hoort daar een zekere reglementaire complexiteit bij. Net om daarop in te spelen zijn we vijf jaar geleden al begonnen met de ontwikkeling van een hele reeks technologische tools die het beheer van het mobiliteitsbudget vergemakkelijken. Bijvoorbeeld om onze klanten in staat te stellen heel eenvoudig de gecombineerde keuze voor een elektrische wagen en een fiets te beheren binnen dat budget. Vanuit die innovatielogica, die gericht is op een aangename gebruikerservaring, integreren onze apps heel concreet alle facetten van de nieuwe professionele mobiliteit, toegankelijk via een smartphone. Gebruik van openbaar vervoer, deelmobiliteit, taxi's en zelfs parking, ook al behoort dat niet tot het mobiliteitsbudget: alles is op één plaats terug te vinden.”

Dit vergemakkelijkt ook het beheer van transacties. “Mobiliteitsaankopen voor een klein bedrag, zoals een busticket, worden onmiddellijk verrekend en gevalideerd. Er is geen manuele controle meer nodig. Volgens die logica moet er niets voorgeschoten of terugbetaald worden ... en hoeven dus ook geen tickets en andere aankoopbewijzen bewaard of beheerd te worden. Kortom: onze apps vereenvoudigen het mobiliteitsbudget door alle componenten op een gebruiksvriendelijke manier aan te reiken: auto, fiets, scooter, multimodaliteit, openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit ..."

Technologie als strategische accelerator

Het innovatietraject dat Arval België uitstippelt, illustreert perfect waarom technologie een belangrijke accelerator is om nieuwe mobiliteitsstrategieën te implementeren. En uiteraard zal wat vandaag bestaat snel evolueren naar een steeds rijkere gebruikerservaring. Philippe Kahn: "Er bestaan al heel wat innoverende tools. Maar we moeten rekening houden met de Belgische complexiteit. Een van de uitdagingen is om alle betrokken actoren onder dezelfde koepel samen te brengen en het resultaat van die samenwerking in eenzelfde 'magische' app te gieten. Wat vandaag in België bestaat, heeft nog vaak een lokale draagwijdte. Zo’n beperking bestaat bijvoorbeeld niet in Nederland dankzij de OV-kaart. Ook de stedenbouwkundige realiteit van ons land is een uitdaging. Want de invoering van mobiliteitshubs buiten de grote stedelijke centra waar alle verplaatsingsmiddelen toegankelijk zijn, is niet zo gemakkelijk."

Eén ding staat vast: de transitie naar een nieuwe bedrijfsmobiliteit staat op de rails. En de nieuwe Arval Mobility App is een waardevolle tool voor onze bedrijven. "Technologische innovatie maakt het mogelijk om de reglementaire complexiteit voor werkgevers te verminderen en multimodaliteit concreet en gebruiksvriendelijk te maken voor hun werknemers", besluit Philippe Kahn.

Arval Belgium nv, Ikaroslaan 99, 1930 Zaventem – RPR Brussel – BTW BE 0436.781.102, nevenverzekeringstussenpersoon geregistreerd bij de FSMA onder het nummer 047238 A. Onder voorbehoud van aanvaarding van uw aanvraag.

Arval Belgium N.V. is een dochtermaatschappij van BNP Paribas Fortis N.V.

Article

22.06.2023

Maritiem transport: focus op de impact van decarbonisatie en energietransitie

Eind mei brachten BNP Paribas Fortis en de Universiteit Antwerpen een groep experts samen om de vele uitdagingen rond de decarbonisatie van de maritieme transportsector te bespreken. Wat moet je onthouden?

De leerstoel BNP Paribas Fortis Transport, Logistiek en Havens werd twaalf jaar geleden opgericht en is verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Hij voert uitgebreid onderzoek naar concrete en innoverende manieren om een steeds veerkrachtiger – en duurzamer – maritiem ecosysteem te creëren.

Na het succes van de eerste twee grote evenementen in 2017 en 2019 besliste de leerstoel om dit jaar opnieuw een samenkomst te organiseren. Zo kwamen op 25 mei 2023 een reeks specialisten en actoren uit de haven- en maritieme sector samen in de gebouwen van BNP Paribas Fortis in Antwerpen. Daar bespraken ze de impact van decarbonisatie op het maritieme ecosysteem.

Dit zijn hun voornaamste conclusies ...

1 – We moeten een versnelling hoger schakelen

Maritiem transport is momenteel de meest koolstofzuinige vorm van commercieel vervoer, op basis van de CO₂-uitstoot per ton en per kilometer. Maar het kan beter.

Tot dusver gaven de spelers in de sector de voorkeur aan snelle winsten. Bijvoorbeeld door de schroeven van schepen te wijzigen en hun snelheid aan te passen. Maar op 25 mei kwamen de experts overeen dat het nu tijd is om te experimenteren met nieuwe brandstoffen en technologieën en te evolueren naar (bijna) emissievrije brandstoffen. Het tempo van de verandering versnelt, maar er is nog geen mirakeloplossing. De kosten (en risico's) zijn enorm.

2 – Eén en slechts één internationale regelgeving graag!

Het reglementaire kader is complex en evolueert voortdurend.

Tegen 2030 verbindt de International Maritime Organization (IMO), die afhankelijk is van de VN, zich ertoe de koolstofproductie van alle schepen met 40% te verminderen ten opzichte van 2008. En met 70% tegen 2050.

De Europese Unie verbindt zich ertoe om de uitstoot van broeikasgassen in het maritiem vervoer tegen 2030 met minstens 55% te verminderen, in vergelijking met 1990. Tegen 2024 zal een emissiehandelssysteem (ETS) van toepassing zijn op alle schepen van meer dan 5.000 bruto ton van en naar de havens van de EU.

Kortom: de dingen bewegen in de goede richting. Maar volgens de spelers in de sector zijn er heel wat regionale en supraregionale programma's die parallel blijven lopen. En dat brengt een administratieve en financiële overlast met zich mee.

Op 25 mei bereikten alle stakeholders een akkoord over twee punten: ten eerste is een uniek internationaal beleid noodzakelijk, aangezien het om een wereldwijde sector gaat. En ten tweede moeten spelers die de regels niet naleven, worden bestraft.

3 – De transitie naar koolstofneutraliteit 

De investering die nodig is voor de bouw van nieuwe, groenere schepen wordt geschat op 5.000 miljard dollar tegen 2050. De kosten voor de modernisering van de bestaande vloot zijn nog niet bekend, maar zullen niet min zijn ... Bovendien zal de investering om de haveninfrastructuur te vernieuwen gigantisch zijn.

4 – Grote onzekerheid over de beste brandstof en/of technologie

Wat wordt de brandstof of technologie van de toekomst? De meningen lopen uiteen.

Veel brandstofsoorten met een lage uitstoot zullen waarschijnlijk enige tijd naast elkaar blijven bestaan. Elektriciteit zal alleen worden gebruikt op kustschepen, veerboten en bepaalde trailers. Grote schepen zullen vloeibaar aardgas (LNG) of vloeibaar petroleumgas (LPG) gebruiken, of methanol, ammoniak en misschien zelfs biobrandstoffen.

Het transport over lange afstanden zal in eerste instantie afhangen van de zware brandstof, eventueel met koolstofafvang en -opslag. Waterstof heeft potentieel, maar de dichtheid, opslag en manipulatie ervan roepen vragen op. Ook wind, zonne-energie en kernenergie blijven niet achter.

Maar het echte probleem vandaag is dat als het aantal schepen dat met schonere brandstoffen kan werken, effectief toeneemt, die brandstoffen nog niet voldoende internationaal beschikbaar zijn. Het aanbod ligt met andere woorden beduidend lager dan de vraag.

5 – Banken spelen een sleutelrol

Banken spelen een sleutelrol in de financiering van de energietransitie. In 2019 hebben elf financiële instellingen – voornamelijk Europese instellingen, waaronder de groep BNP Paribas – de Poseidon-principes ingevoerd, die de overgang naar koolstofarme shipping ondersteunen. Dankzij dat wereldwijde kader kan de koolstofintensiteit van bankleningen voor de maritieme sector worden gemeten en is die voor iedereen bekend. Vandaag zijn er 24 ondertekenaars, waaronder Japanse financiële instellingen. En dat is goed nieuws.

Graag meer info?

De presentaties, video's en foto's van het evenement van 25 mei 2023 zijn beschikbaar op deze pagina.

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top