Article

24.10.2017

Waarom de ene digitale strategie al beter werkt dan de andere

Digitale technologieën zorgen al ruim twintig jaar voor aardverschuivingen in markten en bedrijven, Hoe kunt u een digitale transformatie tot een goed einde brengen?

De eerste struikelsteen is disruptie: de digitalisering maakt nieuwe, disruptieve zakenmodellen mogelijk, die een felle concurrentiestrijd aangaan met de oude zakenmodellen. Daardoor komen de omzet- en winstgroei van de bestaande spelers zwaar onder druk. Uit ons onderzoek blijkt dat wanneer zij terugslaan met een eigen digitale strategie, ze vaak een tweede concurrentiegolf ontketenen door wat Schumpeter imitatiegedrag noemde: bestaande bedrijven beginnen zelf te innoveren, soms erg agressief, om de dreiging dat nieuwkomers hun omzet- en winstgroei verder doen afkalven af te wenden. Beide golven van digitale concurrentie hebben bestaande bedrijven die niet op de digitale dreiging hebben gereageerd, gemiddeld de helft van hun jaarlijkse omzetgroei en een derde van hun winstgroei gekost.

De tweede struikelsteen is dat zelfs wanneer bedrijven als reactie op de concurrentie een transformatieplan starten, de resultaten daarvan vaak teleurstellen. Op basis van onze recente mondiale enquête bij 2.000 bestaande bedrijven uit alle grote sectoren en landen, schatten we dat het gemiddelde rendement van hun digitale initiatieven minder bedraagt dan 10% – amper meer dan de kosten van het kapitaal. Achter dat gemiddelde gaan in elke sector echter ook grote verschillen schuil in de mate waarin bedrijven erin slagen hun groei op peil te houden en hun digitale investeringen te laten renderen. De bedrijven uit het best presterende deciel realiseren acht procentpunt meer omzetgroei dan het sectorgemiddelde en tienmaal meer rendement op hun digitale investeringen dan de bedrijven in het onderste deciel.

Het leven is aan de durvers

Om te doorgronden wat die topbedrijven anders deden, doken we dieper in de cijfers. We achterhaalden dat de mate waarin zij hun activiteiten herschikten (door activiteiten te verkopen, nieuwe activiteiten aan te trekken of de verdeling van de investeringsbudgetten tussen de resterende bedrijfsonderdelen verregaand te wijzigen) en hun positie in de waardeketen in hun sector bijstelden, van levensbelang was – zowel om een hoger rendement op digitale investeringen te genereren als om de digitale vloek van lage groei af te weren.

We deelden bedrijven op twee manieren op in categorieën. Eerst keken we naar hoe gedurfd hun bedrijfsstrategie was. Daartoe voegden we aan de hiervoor vermelde maatstaven van veranderingsbereidheid twee blijken van engagement om radicaal te veranderen toe, zoals in hoeverre bedrijven veranderingen doorvoeren die ten koste gaan van hun huidige omzet- en winstbronnen en in welke mate ze bereid zijn te investeren in digitale technologie. Hoe groter de kannibalisering en hoe hoger de investeringen in vergelijking met concurrenten of sectorgenoten, hoe gedurfder de strategie. Aan de hand van die criteria onderscheidden we vier verschillende categorieën. Zo'n 13% van de bedrijven behoort tot de meest offensieve categorie (die we de 'the big and the bold' noemden): ondernemingen die hun activiteiten ingrijpender veranderen en aanzienlijk meer investeren dan hun sectorgenoten, en daarbij diep snijden in hun huidige omzet. We ontwaarden ook een duidelijk patroon: hoe gedurfder de digitale strategie, hoe groter de kans dat de digitale transformatie van het bedrijf een succes wordt. In onze cijfers gingen gedurfde bedrijfsstrategieën hand in hand met aanzienlijk betere prestaties op alle vlakken: omzetgroei, winstgroei en rendement op digitale investeringen.

Zes strategieën

Vervolgens deelden we bedrijven in op basis van de digitale strategie die zij hanteerden. Daarvoor schetsten we eerst zes digitale strategieën. De eerste drie zijn voornamelijk offensief en mikken op nieuwe vraag, nieuw aanbod of nieuwe zakenmodellen. De overige drie zijn defensief van aard, want ze beogen te verbeteren wat het bedrijf al doet.

De zes soorten digitale strategieën

1. Platformen:

Een op de drie bedrijven past in meer of mindere mate een platformstrategie toe om de waardeketen binnen hun sector te herschikken, zodat klanten en leveranciers rechtstreeks met elkaar in contact kunnen komen en kunnen profiteren van het netwerkeffect. Platformen kunnen ingrijpend veranderen hoe waarde in een waardeketen wordt verdeeld. Een goed voorbeeld is Accor, dat zijn online reservatieplatform openstelt voor onafhankelijke hotels.

2. Goedkope nieuwe markten:

Een kleiner deel van de bestaande bedrijven (13%) gebruikte digitale technologie om op een goedkope wijze voordien ontoegankelijk terrein aan te boren, vaak – maar niet altijd – in combinatie met de uitbouw van een platform. Voorbeelden hiervan zijn de Zweedse detailhandelaars H&M en Ikea, die beide een online doorverkoopmogelijkheid bieden aan hun eigen klanten, die gebruikte producen van hun merk aan elkaar kunnen verkopen.

3. Digitaal getinte producten en diensten:

Andere bedrijven (zowat 55%) gebruikten digitale technologie om nieuwe producten of diensten met digitale eigenschappen te ontwikkelen, meestal om in te spelen op nieuwe vraag. Een voorbeeld daarvan is de Oral-B tandenborstel met digitaal advies via bluetooth van P&G.

4. Categoriseren en personaliseren:

Nog eens 60% van de bedrijven gebruikt digitale technologie om zijn producten of diensten te categoriseren om ze beter af te stemmen op de bestaande klanten. Een goed voorbeeld daarvan is de betaalmuur die de New York Times rond zijn nieuwsberichten optrok en waarbij gebruikers leeslijsten kunnen personaliseren en de artikels die zij lezen kunnen organiseren.

5. Digitale distributiekanalen:

Heel wat bedrijven – bijna 60% – investeren in digitale distributiekanalen in een poging om ervoor te zorgen dat hun klanten makkelijker de weg naar hun producten of diensten vinden.

6. Kosten besparen:

Bijna de helft van alle bedrijven die wij onder de loep namen, gebruikte digitale technologie om kosten te besparen, meestal via automatisering of schaalvergroting. Aangezien operationele uitmuntendheid vandaag de norm is, lijkt die strategie eerder gericht op overleven dan op het verkrijgen van een concurrentievoordeel.

We stelden vast dat succesvolle bedrijven, met name die met een gedurfde bedrijfsstrategie, veel vaker een van de drie offensieve digitale strategieën toepasten. Geslaagde digitale transformaties leggen merkbaar minder nadruk op kostenefficiëntie en meer op nieuwe producten of nieuwe klanten.

Bedrijven die het over een andere boeg willen gooien en zich willen aanpassen, moeten er dus over waken dat hun strategie een echte transformatie tot stand brengt en niet louter bestaat uit een pakket besparingsmaatregelen. Uit onze gegevens blijkt dat terwijl digitale uitdagers vaak de markt betreden met een zakenmodel op basis van een platform, slechts een handvol bestaande bedrijven die piste volgde. Zij verliezen terrein doordat ze zich defensief opstellen. Bedrijven die de digitale disruptie met succes het hoofd willen bieden, moeten voor het offensief kiezen.

Bron: Harvard Business Review
Article

16.03.2018

Overleef de robotisering dankzij levenslang leren

Onze samenleving kent een grondige technologische transformatie. Termen als artificiële intelligentie, robotisering en het internet der dingen klinken vandaag steeds vertrouwder. Er staat dan ook een vierde industriële revolutie voor de deur. Die biedt ons heel wat nieuwe kansen en vooruitgang, maar zorgt ook voor bezorgdheid en verwarring. In de eerste plaats op de arbeidsmarkt, door de toenemende robotisering van verschillende taken. Wat kunnen bedrijven vandaag doen om de toekomst van hun werknemers van morgen voor te bereiden?

Robotisering is een feit en de impact ervan dreigt de arbeidsmarkt grondig te transformeren. In 2013 wees een studie van Oxford er al op dat robots over 10 tot 20 jaar de macht zouden grijpen. Het Brookfield Institute besloot in 2016 op zijn beurt dat bijna 40% van de banen in Canada in diezelfde tijdspanne een soort van automatisering zou ondergaan. Nog steeds niet overtuigd? Dan is er ook nog het recente rapport van het McKinsey Global Institute. In dat rapport wordt geschat dat 375 miljoen werknemers – ofwel 14% van de arbeidskrachten wereldwijd – van functiegroep zullen moeten veranderen door de technologische transformatie.

De 'inzetbaarheid' van werknemers uitbouwen

De voorspellingen zijn duidelijk: we lopen het risico dat de behoeften van de markt steeds minder overeen zullen komen met de 'kwaliteit' van het aanbod. Is dat een bedreiging? Zeker en vast. Maar het is ook een nieuwe kans die we moeten grijpen. Om de 'kloof' tussen het competentieniveau en de vereisten van de arbeidsmarkt te dichten, en om de werknemers van morgen beter 'inzetbaar' te maken, komt het rapport van McKinsey met ten minste twee oplossingen: werknemers her-opleiden en ze nieuwe vaardigheden aanleren die beter zijn afgestemd op de evolutie van de behoeften. Een belangrijke opdracht die volgens het studiebureau voor de bedrijven zelf is weggelegd.

Voortdurend opleiden en her-opleiden

Levenslang leren moet dus zowel voor de bedrijven als de werknemers de nieuwe regel worden. Die cultuurverandering is nodig om van levenslang leren een aantrekkelijk en stimulerend proces te maken. Dat betekent dat werknemers in alle 'fases' van hun loopbaan competenties kunnen verwerven en dat op alle mogelijke manieren, met name door gebruik te maken van nieuwe technologieën en zo de kennisoverdracht voor iedereen toegankelijk te maken. Onderwijsinstellingen en bedrijven spelen hierbij een belangrijke rol, maar daarnaast is het cruciaal om meer in te zetten op interactieve toepassingen en tools zoals massive open online courses (MOOC), een flexibele en kwalitatieve online leermethode.

'Leren leren' en verwerving van 'soft skills'

De wereld evolueert zo snel dat herkwalificatie en bijscholing steeds noodzakelijker worden. Dat permanente proces brengt ons bij een ander essentieel element in de toekomst van de arbeidsmarkt: kennis is dan wel belangrijk, maar doorslaggevend is toch de capaciteit van de werknemer om bij te leren. Daarnaast is een steeds grotere rol weggelegd voor de 'soft skills' van die werknemers, zoals flexibiliteit, kritische ingesteldheid, creativiteit, houding ten opzichte van problemen, enz. Hr-afdelingen van bedrijven moeten zich op dat vlak eveneens aanpassen om de werknemers te kunnen bijstaan, begeleiden en coachen op hun weg naar de 'gerobotiseerde' arbeidsmarkt van de toekomst.

Article

04.04.2018

Waarom cobots de logistiek vooruithelpen

Cobotica bevordert de samenwerking tussen robots en mensen. Robots kunnen repetitieve, gevaarlijke of fysiek zware taken overnemen, waardoor werknemers zich kunnen toeleggen op activiteiten met een hogere toegevoegde waarde.

Mechanische collega's

De verschillende technologische 'revoluties' blijven de economie en het dagelijkse leven van de economische spelers veranderen. Ook de nieuwe generatie robots evolueert razendsnel en is steeds beter aangepast aan de behoeften van bedrijven, en met name van kmo's. Dit fenomeen noemen we cobotica, of collaboratieve robotica. Het concept wordt almaar populairder en dankt zijn naam aan de samentrekking van de Engelse termen 'collaborative' en 'robot'. 

Deze hoogtechnologische bedrijfstak ontwikkelt machines die de menselijke operatoren zo goed mogelijk moeten helpen. In tegenstelling tot traditionele robots werken cobots samen met mensen en is het niet de bedoeling dat ze hen vervangen. Cobots hebben een relatief lage autonomie, maar beschikken over een uitstekend real-time aanpassingsvermogen. Bovendien kunnen ze nieuwe taken aanleren, die automatiseren en eindeloos herhalen. Dat kan dankzij machine learning en de ontwikkeling van sensoren waarmee ze kunnen voelen, zien en horen (net als Baxter, de robot met twee armen en een gezicht).

Een verlengstuk van de mens

Heel wat bedrijven hebben al begrepen dat robotica – en zeker cobotica – geen toekomstmuziek meer is, maar realiteit. Een realiteit die voornamelijk geldt voor sectoren als geneeskunde, luchtvaart, auto-industrie (bv. aan montagebanden), onderwijs (denk bijvoorbeeld aan Leka, de pedagogische en ludieke robot), industrie, enz. Ook in de logistiek zorgen cobots voor een ingrijpende verandering omdat ze moeilijke, repetitieve of gevaarlijke taken van de arbeiders kunnen overnemen, zoals goederen van de hoogste rekken nemen of zware stukken verplaatsen. Deze vooruitgang zou dus de oplossing kunnen zijn tegen de vele medische kwalen waarmee logistieke medewerkers te maken krijgen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de RSI-klachten (repetitive strain injury) die een echte plaag vormen voor de sector.

Collaboratieve robots zijn bovendien een soort 'verlengstuk' voor de mens, omdat ze bijvoorbeeld onze cognitieve capaciteiten, nauwkeurigheid, doorzettingsvermogen of fysieke kracht kunnen verhogen. Denk hierbij aan exoskeletten (zoals Hercule V3) die de menselijke vaardigheden kunnen verbeteren en dus sneller kunnen lopen, zwaardere lasten kunnen dragen of nog nauwkeuriger kunnen werken.

Taken met een lage toegevoegde waarde

De mens blijft wel nog steeds het brein achter de machine. Toch biedt het gebruik van cobots tal van voordelen. Omdat ze over meerdere armen beschikken, kunnen ze in tegenstelling tot de mens bijvoorbeeld verschillende taken tegelijkertijd uitvoeren. Een ander voorbeeld van hoe het werk in de supply chain door cobots kan worden verlicht, is de ontwikkeling van applicaties waardoor ze streepjescodes in magazijnen kunnen lezen. Dankzij die sensoren kan de assistent-robot niet alleen producten identificeren, ze op de juiste plaats zetten en veilig op palletten stapelen of er weer afhalen, maar ook taken uitvoeren die te maken hebben met kwaliteitscontrole, verpakking, enz. Ze worden dus volwaardige mechanische collega's die de repetitieve taken van hun menselijke collega’s overnemen, zodat die laatsten weer tijd hebben voor taken met een hogere toegevoegde waarde.

Beter in anticiperen

Om de samenwerking tussen de mens en de robot nog verder uit te breiden, worden zelfs mechanische assistenten ontwikkeld die in staat zijn om menselijke handelingen te detecteren en erop te anticiperen. Dat kan dankzij perceptietools (camera's, sensoren zoals gyroscopen en versnellingsmeters, capacitieve sensoren, enz.) en leeralgoritmes (machine learning). Het idee daarachter is om de cobot (zoals iiwa, CR-35iA, iZac of APAS) een soort van 'intuïtie' en 'fijngevoeligheid' te geven waarmee hij zijn gedrag kan aanpassen aan het doen en laten van de menselijke operator. Die intelligente en flexibele mechanische werknemers zorgen dus voor een enorme besparing qua tijd en energie, omdat ze bijvoorbeeld kunnen ingrijpen wanneer er een fout wordt gemaakt in een van de stappen van de productieketen.

Nieuwe evoluties

De wereld van de cobotica ziet er erg veelbelovend uit, maar er is nog veel ruimte voor verbetering. De uitdaging? Deze mechanische collega's nog flexibeler en mobieler maken, uitrusten met nog betere grijpcapaciteiten (bijna zo goed als die van de mens), een integratiesysteem en meer toegankelijke en intuïtieve programmeermethodes, en dat alles natuurlijk zonder de veiligheidsaspecten van dit collaboratieve werk uit het oog te verliezen natuurlijk!

Article

06.04.2018

Artificiële intelligentie: de toekomst is nu!

De meningen over artificiële intelligentie zijn verdeeld. Optimisten zien de technologie als een echte groeimotor. Tegenstanders denken dan weer dat er mogelijk massaal banen zullen verdwijnen. Daartussen liggen nog tal van andere meningen. Maar welke precies? Dat vroeg beroepsorganisatie UCM aan haar leden.

Om een beter beeld te krijgen van de uitdagingen en opportuniteiten rond artificiële intelligentie (AI), wijdde de Union des Classes Moyennes (UCM) onlangs een studie aan deze technologie. Iedereen is het er over eens dat artificiële intelligentie de komende jaren steeds meer in ons dagelijkse leven aanwezig zal zijn. Maar zijn de Belgische bedrijven klaar voor deze revolutie? Hoe zien zij de komst van AI? Nemen de bedrijfsleiders maatregelen om de voordelen ervan te benutten? De UCM deed enkele opvallende vaststellingen.

Nog maar weinig aanhang

Slechts 9% van de Waalse en Brusselse kmo's integreert artificiële intelligentie en amper 5% geeft aan dat 'binnenkort' te gaan doen. Een zwak resultaat, zeker als je weet dat de helft van de bedrijfsleiders ook nog eens vindt dat AI "nutteloos en niets voor hen" is. En hoe zit het met de perceptie? Een derde van de bevraagde ondernemers ziet deze technologie als een opportuniteit en 25% zegt "eerder ontvankelijk" te zijn voor de impact ervan. Uit de resultaten van de studie blijkt ook dat bijna 14% van diezelfde ondernemers AI als een bedreiging beschouwt en 17,3% zelfs als een risico. Nog verrassender is dat bijna 75% van de kmo's denkt dat AI geen gevolgen zal hebben voor hun personeelsbestand, ook al overweegt toch iets minder dan de helft om de opleidingen voor het personeel te herbekijken. Een laatste interessant gegeven is dat een derde van de ondervraagde kmo's de opkomst van AI zou willen afremmen via "belastingen op robots en/of algoritmes" om de tewerkstelling van mensen te bevorderen.

Onmisbare stimuli

Het rapport van de UCM onderstreept eveneens dat de meeste kmo's (57,8%) betere informatie zouden willen, en dan vooral toegepast op hun sector. Dat komt volgens de UCM omdat AI een verschillende impact zal hebben naargelang de betrokken sector. Daarnaast vragen bedrijven ook overheidssteun voor investeringen (37,5%). De digitale revolutie, en deze technologie in het bijzonder, brengt in de meeste gevallen immers grote kosten met zich mee. Om bedrijven te helpen die uitdaging aan te gaan, benadrukt het onderzoek ook het belang van financiële steun bij de opleiding van het personeel (20,7%) en van adviescheques (16%). Belangrijke resultaten, want volgens adviesbureau Accenture staat België helemaal onderaan de lijst op het vlak van de verwachte productiviteitsstijging door deze technologie. Verschillende landen zijn immers al actief aan de slag: volgens het Indiase bedrijf Infosys heeft 86% van de organisaties met 500 tot 5.000 werknemers al ingezet op AI.

AI: geen sciencefiction meer

Volgens de UCM "is de bedoeling van AI de 'redeneercapaciteit' van het menselijk brein te kopiëren, zonder de biologische capaciteiten ervan". Accenture definieert AI dan weer als "een geheel van technologieën waarmee machines kunnen waarnemen, begrijpen, handelen en leren, vanuit zichzelf of om de menselijke activiteit te verrijken". Volgens Thierry Geerts, CEO van Google België (die ook door de UCM werd bevraagd), lijkt de opmars van AI op de revolutionaire komst van de computer in de jaren 80. De toekomst van de bedrijven zal flink veranderen, dat is zeker. Maar hoe zal die 'nieuwe wereld' eruitzien? Er bestaan voorbeelden genoeg om deze toch wel nabije toekomst te schetsen. Denk maar aan superintelligente virtual assistants, predictive analytics dankzij machine learning, reasoning bots, automatische vervoermiddelen, enz. Om die uitdagingen te kunnen aangaan, moeten bedrijven zich voorbereiden op de integratie van artificiële intelligentie, want zoals de Franse filosoof Maurice Blondel ooit schreef: "l'avenir ne se prévoit pas, il se prépare"!

Article

11.04.2018

Europese versus Japanse robots

Oogstrobots, medische robots, bezorgrobots, ... Schiet het land van de rijzende zon Europa voorbij op het vlak van robotica?

Japan heeft een sterke reputatie op vlak van robotica. Het eerste hotel beheerd door robots, de humanoïde robot Erica die binnenkort als nieuwslezer aan de slag gaat voor een Japanse zender of Albo, de robothond van Sony – allemaal bevestigen ze de Japanse expertise op dit vlak. 

Europa heeft nog niet de reputatie een voorloper te zijn als het op robots aankomt, maar lang kan dat niet meer duren. Zo toont een studie van de Franse Instituts Fédératifs de Recherche (I.F.R.) aan dat ons continent ondertussen de meeste fabrikanten van dienstrobots telt.

Dienstrobotica

Als gevolg van de verschillende programma's van de Europese Unie ter ondersteuning van innovatie, onderzoek en bewustmaking rond robotica, telt Europa vandaag 293 bedrijven in de markt van dienstrobots, tegenover 242 in de Verenigde Staten en 134 in Azië. Tot 2020 zou deze markt jaarlijks met 20 à 25 procent groeien. Er zijn talrijke ondernemers die als robotontwerper aan de slag gaan en beleggers in de digitale sector hebben interesse in de robotica. Hoewel het aantal bedrijven in de sector Europa wereldleider maakt, is er nog vooruitgang te boeken op vlak van omzet. De sector zou dus nog verder moeten groeien.

De markt van persoonlijke robots (6 miljard dollar op wereldniveau, tegenover 40 miljard voor industriële robots) heeft talloze toepassingsgebieden: een robot als stofzuiger of grasmachine, en binnenkort wellicht ook kook- of strijkrobots. Het is een opkomende markt, net als die van de professionele dienstrobots. Deze markt is goed voor het dubbele in omzet, hoewel er minder eenheden worden geproduceerd.

De meeste vraag naar professionele dienstrobots komt uit de logistiek. De eerste logistieke robots, al aanwezig in de industrie sinds de jaren 80, met name in assemblagelijnen, nemen vandaag de magazijnen van distributiecentra over.

Toch is het niet de bedoeling dat robots in een gesloten circuit blijven, maar dat ze de openbare weg op gaan. De volgrobots van Effidence, getest door het Franse leger, helpen de gebruiker om een last te dragen. Vandaag worden ze uitgetest bij DHL en de Franse en Duitse postdiensten.

Distributie van de laatste kilometer

Verkeersopstoppingen, milieuoverwegingen, kostprijs, ... hoe dichter bij de eindgebruiker, hoe groter de uitdagingen. Oplossingen hiervoor zijn ecologische transportmethoden zoals de fiets, distributiepunten of ook robotisering. Zo heeft TwinsWheel, een bedrijf uit Lyon, bedrijven als Renault, SNCF, Siemens en Nissan al kunnen overtuigen door in te zetten op drie segmenten:

  1. logistiek op gesloten sites, indoor of outdoor, voor de industrie en kantoren
  2. semi-open sites zoals ziekenhuizen, winkelcentra en woningen
  3. de distributie van de laatste kilometer, dus op de openbare weg, een oplossing waar de sector erg naar uitkijkt.

Europa en landbouwrobotica

Logistieke robotica is niet de enige sector waar ons continent trots op kan zijn. Europa loopt ook voorop in de tot nog toe 'traditionele' landbouwsector. Zo worden er nieuwe robots ontwikkeld die kunnen oogsten, ploegen of toezicht houden op velden. 1.600 koeien melken? Een makkie voor een geautomatiseerd systeem met 24 ‘melkplaatsen’ op een draaiend plateau dat is uitgerust met vijf robotarmen. Deze machine heeft weliswaar niets weg van een humanoïde robot, maar ze kan maar wel tientallen koeien tegelijk automatisch melken.

Wat gebeurt er als twee robotingenieurs een aspergekweker ontmoeten? De geboorte van de eerste gecommercialiseerde landbouwrobot ter wereld! Hij draagt de naam Oz en is ontwikkeld door Naïo Technologies. De start-up, die vandaag in België actief is, werkt al enkele jaren rond de zware werkomstandigheden in de groenteteelt en de overdaad aan chemicaliën. In 2015 stelde ze een mechanische, gerobotiseerde onkruidbestrijding voor, zonder herbiciden.

Gezondheidszorg, een ander veelbelovend afzetgebied

Ouderen helpen in hun dagelijkse leven, het is een functie die we zien bij robots uit Japan, maar evengoed uit Roubaix. Het bedrijf Cutii uit Roubaix heeft een huishoudrobot ontworpen die, dankzij een oproep voor projecten voor nieuwe medische technologieën, werd getest bij een vijftiental ouderen. De robot wordt nu te huur aangeboden.

Daarnaast doen robots ook hun intrede in operatiekamers, met name in de neurochirurgie. Zo hebben een startup en laboratorium uit Straatsburg een neurostimulatietechniek voor de behandeling van patiënten geautomatiseerd - een wereldprimeur. De behandeling heeft de Atlantisch Oceaan overgestoken, waar ze wordt gedekt door particuliere zorgverzekeringen.

Zullen de Europese innovaties een steeds hogere vlucht nemen? Ons continent is duidelijk competitief op vlak van innovatie in de roboticasector, maar de vraag is of het ook de stap naar industrialisering zal kunnen nemen.

Bron:L'Atelier

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top