Article

20.01.2017

Uw wagenpark duurzaam laten repareren? Dat kan!

Hebt u zich al eens afgevraagd of de leasingpartner voor uw wagenpark het kwaliteitslabel 'Duurzaam Repareren' bezit? Dat zou u eens moeten nakijken als u belang hecht aan duurzaamheid.

Ecologisch verantwoord

Bij duurzame mobiliteit wordt vaak gedacht aan hybride of elektrische wagens. Of tenminste aan de materialen waarmee de wagens worden gebouwd. Het volgende op de checklist zijn de verschillende initiatieven om bijvoorbeeld carpooling of het gebruik van openbaar vervoer aan te moedigen.

Maar ook het onderhoud van wagens vult vandaag deze lijst aan. Want ook dat kan, voor hetzelfde geld, een stuk milieuvriendelijker. Ziedaar het doel van het kwaliteitslabel 'Duurzaam Repareren'. Bandencentrales, garages, carrosserie- en glasherstellers met dit certificaat bieden niet alleen een uitstekende service en professionele herstellingen maar ze doen dit ook op een duurzame wijze. Concreet betekent dit dat ze beantwoorden aan zeer nauwkeurige en meetbare criteria zoals de grip van banden op de weg, de rolweerstand van banden, de biologische afbreekbaarheid van gebruikte oliën en smeermiddelen en het waterverbruik om een wagen te wassen.

Ook uw bedrijf kan het verschil maken

Als duurzaamheid voor u belangrijk is, kies dan resoluut voor een duurzame leasingmaatschappij. In België werken veel leasingmaatschappijen met gecertificeerde garages voor het beheer van hun wagenpark. U draagt zo heel eenvoudig bij aan duurzame mobiliteit!

Alain Dubuisson, operations director bij ARVAL, leasingmaatschappij van BNP Paribas Fortis: "Duurzame leasings voorstellen is niet zomaar een modewoord, maar kan en moet deel uitmaken van de MVO-bedrijfsfilosofie (maatschappelijk verantwoord ondernemen). Bij ARVAL zijn we ons hiervan sterk bewust en streven we naar duurzame groei. We dragen deze principes dan ook dagelijks uit in ons gedrag, onze strategie en al onze initiatieven. Daarom hebben wij ook besloten op het initiatief Duurzaam Repareren in te stappen."

(Bronnen : www.duurzaamrepareren.be; www.link2fleet.com ; Le monde de l’Assurance)
Article

01.03.2016

Meer flexibiliteit en lagere kosten dankzij mobiliteitsbudget

De verkeersknoop ontwarren zal een brede waaier aan oplossingen vergen. Het mobiliteitsbudget is er alvast één van.

Bestaat er een remedie tegen het fileleed? Meer wegen aanleggen is alvast geen oplossing, want ook die zullen weer dichtslibben. De kilometerheffing voor vrachtverkeer dan? Die zou voor iets minder vrachtwagens moeten zorgen, maar hun plaats wordt wellicht ingenomen door personenwagens. Bovendien zal de heffing bestelwagens nog populairder maken dan ze al zijn. Tegen 2030 leggen die 43% meer kilometers af. Ook de accijnsverhoging op diesel doet de files nauwelijks krimpen, berekende het Planbureau.

Veel experts wijzen met een beschuldigende vinger naar de bedrijfswagens. In België krijgen die een te genereuze behandeling, vinden ze. Zowel de OESO als de Europese Commissie hekelt het fiscale voordeel voor bedrijfswagens in ons land. ‘De helft van de wagens op Belgische wegen zijn bedrijfswagens’, hoor je weleens beweren. Dat klopt niet. Het CVO (Corporate Vehicle Observatory)  vroeg bij de autofederatie Febiac de inschrijvingscijfers van het Belgisch voertuigenpark op:

  • België telt een kleine 700.000 lichte bedrijfsvoertuigen en ongeveer 930.000 andere voertuigen (autobussen, vrachtwagens, motorfietsen, ...).
  • Het leeuwendeel van de voertuigen - ongeveer 5,6 miljoen - zijn echter personenwagens. Daarvan behoren er 4,48 miljoen toe aan particulieren en 1,12 miljoen aan ondernemingen en zelfstandigen. Die laatste zijn dus niet de enige boosdoeners als het op verkeerscongestie aankomt. Enkel en alleen de gunstige fiscale regeling voor bedrijfswagens afbouwen zal niet volstaan om het probleem op te lossen.

Mentaliteitsverandering

 Dé wonderpil bestaat niet: de remedie zal uit veel puzzelstukjes bestaan. Er is vooral een mentaliteitsverandering nodig. Misschien wilt u uw medewerkers graag sensibiliseren om voor elke rit de meest efficiënte, minst vervuilende en prijsvriendelijke vervoersmodus te kiezen. Dat wordt in de toekomst mogelijk, via een mobiliteitsbudget. Bij Arval Belgium, een van de grote spelers op de leasemarkt, zijn ze die formule aan het klaarstomen. Els Costers (sales director Arval Belgium):

“Het concept is eenvoudig. In plaats van de medewerkers een auto, parkeerplaats, treinabonnement of leenfiets te geven, krijgen ze een mobiliteitsbudget. Met dat budget kunnen ze een afgesproken bedrag besteden aan een brede waaier van transportmiddelen: bedrijfswagen, openbaar vervoer, fiets, poolwagen, … De werkgever bepaalt de hoogte van het budget en het aanbod aan transportmiddelen. Werkgever en werknemer spreken ook af voor welke verplaatsingen het mobiliteitsbudget geldt: alleen voor woon-werkverkeer en professionele verplaatsingen, of ook voor zuiver privégebruik.”

Pluspunten

 Het mobiliteitsbudget heeft veel voordelen voor de werkgever:

  • U wordt een aantrekkelijke werkgever, want u stimuleert flexibel werken en biedt uw werknemers keuzevrijheid en een flexibele mobiliteitsoplossing.
  • U haalt uw MVO-doelstellingen (maatschappelijk verantwoord ondernemen) door het openbaar vervoer te stimuleren en door het aantal wagens, gereden kilometers en liters brandstof terug te schroeven.
  • U verlaagt uw TCM (total cost of mobility), want u hebt meer controle over uw leasevoertuigen, betaalt vaker voor gebruik in plaats van voor bezit en vermindert de administratieve druk.

Uw werknemers krijgen dan weer meer vrijheid en flexibiliteit bij de organisatie van hun verplaatsingen. Ten slotte vaart ook het milieu er wel bij. De toenmalige Vlaamse mobiliteitsminister Hilde Crevits bestelde in 2012 het proefproject Mobiliteitsbudget werkt. Dat toonde aan dat werknemers die over een mobiliteitsbudget beschikken, de wagen vaker aan de kant laten staan en op een andere vervoersmodus overschakelen. Bij de vijf bedrijven die het systeem uittestten, daalde het autogebruik voor woon-werkverplaatsingen met 37%.

Een fantastisch systeem dus, dat mobiliteitsbudget. Waarom is het dan nog geen gemeengoed? Daarvoor is het wachten op een nieuwe wet die een berg juridische struikelblokken uit de weg moet ruimen, vooral op het vlak van fiscaliteit en RSZ. Het wetsvoorstel ligt wel al klaar. Els Costers:

“Vandaag is het voor een werkgever onmogelijk om al die vervoersmodi open te stellen. De juridische regels zijn anders voor professionele, woon-werk- en privétrajecten en ze verschillen ook per vervoermiddel. Dat maakt de administratie erg complex en tijdrovend. Het mobiliteitsbudget doorkruist al die regels. De nieuwe wet moet dat oplossen. Als ze er is, kan het snel gaan.”

Klaar voor het mobiliteitsbudget? Enkele vuistregels!

Wie nu al in de richting van een mobiliteitsbudget wil evolueren, houdt best rekening met volgende punten:
  • Om mobiliteitsbudgetten op te stellen, moet er eerst een analyse gemaakt worden van de werking van de organisatie en de verplaatsingsgewoonten. Zo kunt u nagaan welke combinaties wenselijk, haalbaar en rendabel zijn.
  • Betrek de sociale partners bij de introductie van het mobiliteitsbudget.
  • Volgende combinaties zijn vandaag fiscaal mogelijk:
    • bedrijfswagen én belastingvrije bedrijfsfiets
    • bedrijfswagen én fietsvergoeding
    • bedrijfswagen én openbaar vervoer
    • kleinere of elektrische auto voor dagelijks gebruik met ruimere gezinswagen tijdens vakantieperiodes. In dat geval moet het Voordeel van Alle Aard (VAA) wel in functie van het gebruik berekend worden. 
  • Zet maximaal in op flexibiliteit. Met een formule als Arval Select kunnen bestuurders van leasewagens bijvoorbeeld gebruikmaken van verschillende voertuigen naargelang hun wisselende mobiliteitsbehoeften. 
Article

01.03.2016

Leasemaatschappijen ontpoppen zich tot mobiliteitsconsulenten

Leasemaatschappijen zoals Arval Belgium evolueren van pure verhuurders naar mobiliteitsconsulenten met een breed aanbod van oplossingen.

Wat heeft Arval Belgium, een van de grote spelers op de leasemarkt, nog in de lade liggen om in te spelen op de nieuwe visie op mobiliteit? Els Costers, sales director:

“We ontwikkelen een mobiliteitsplatform, onder de naam Arval Mobility Link. Daarin zitten drie modules. Eén van die modules is het Mobiliteitsbudget. Wanneer het wettelijk kader en een uniforme fiscale behandeling van dit mobiliteitsbudget op punt staan, zullen organisaties behoefte hebben aan een duidelijk overzicht van de verschillende mobiliteitsmodi, de kosten en de verplaatsingen.

De tweede daarvan is het dynamisch leasebudget. Die tool mikt specifiek op leaserijders. Vandaag spreekt u met uw leaserijders af dat ze per jaar een bepaald aantal kilometers mogen rijden - bijvoorbeeld 30.000 kilometer. Dat maximum is een passe-partout: het is hetzelfde voor iedereen. Rijdt uw werknemer meer kilometers, dan kan dat eventueel afgerekend worden. Rijdt iemand anders er minder - pakweg 10.000 kilometer - dan heeft hij pech. Jammer, want de looninlevering wordt berekend op 30.000 kilometer per jaar, niet op die 10.000.”

Bonus-malus

Het dynamisch leasebudget werkt eerlijker. Per werknemer of groep werknemers wordt bepaald hoeveel kilometer ze per jaar mogen rijden. Om dat cijfer te bepalen, wordt de woon-werkafstand in rekening gebracht. Wie de moeite doet om van Limburg naar Brussel te pendelen, is op die manier niet langer slechter af dan een collega die van Vilvoorde komt. Een werknemer die minder kilometers rijdt, bouwt een spaarpotje op. Dat kunt u later als bonus of op een andere manier uitbetalen. Wie meer kilometers rijdt, vraagt u om wat bij te betalen - bijvoorbeeld 5 cent per kilometer. Werknemers die samen carpoolen, krijgen dan weer een bonus. Hetzelfde geldt voor chauffeurs die hun tank bij een goedkoop benzinestation vullen of een zuinige rijstijl hanteren.

Els Costers: “Wij leveren de tool en helpen de werkgever om een regeling op maat uit te werken. Hoe die regeling precies in elkaar zit, hangt van de streefdoelen van de organisatie af: kosten beheersen, minder kilometers rijden, minder brandstof verbruiken, de CO2-uitstoot terugdringen, de medewerkers aanmoedigen om te carpoolen of andere vervoersmodi te gebruiken, ...”

Arval Mobility Link wordt nog dit jaar uitgerold. Dat kan snel gebeuren. Dit is wat u nodig hebt: een regeling die past bij de doelstellingen van uw organisatie, een platform waarop alles geregistreerd wordt, een zwarte doos in de leasewagen en... een eerlijke medewerker. Die moet immers op zijn laptop of smartphone de gereden kilometers aan de juiste categorie toewijzen: woon-werk, professioneel of privé.

“De black box die we gaan gebruiken voor het Arval Mobility Link-platform, gebruiken we nu al voor de telematicaoplossing Arval Active Link”, legt Els Costers uit. “Het toestel registreert onder andere de verplaatsingen, hoe snel men rijdt, remt en optrekt, het brandstofverbruik,... Dat kan helpen om medewerkers bewust te maken van hun rijgedrag en aansporen om zuinig, defensief en veilig te rijden.”

Reiskosten

Veel ondernemingen hebben een eerder beperkte leasevloot. Maar ze betalen wel reiskosten terug. De eerste module onder Arval Mobility Link, de Reiskostenvergoeding, mikt specifiek op medewerkers zonder leaseauto of mobiliteitsbudget. Via die tool kunnen hun reiskosten eenvoudig beheerd en vergoed worden, vertelt Katrien Jacobs (business team manager Arval Belgium):

“Vandaag is het reiskostenverhaal in veel bedrijven een papierslag: medewerkers brengen hun treinkaartjes, parkeertickets en briefjes van het tankstation binnen, waarna die in een map of in het beste geval in een spreadsheet bijgehouden worden. Daarna kan het maanden duren voor het bedrag op de rekening van uw medewerker overgeschreven wordt. Niet handig. Met deze tool kunnen de medewerkers hun reiskosten online declareren. En door een link te maken met het HR-platform van de organisatie, verlopen ook de terugbetalingen makkelijker.”

Article

01.08.2016

Leasing van vrachtvoertuigen: veel meer dan een financiering

Leasing wordt de klassieke financiering voor professionelen genoemd. Het is dé financieringswijze bij uitstek voor alles wat machines en rollend materieel aangaat.

Leasing brengt drie partijen samen: vervoerder, leverancier en leasingmaatschappij. De vervoerder kiest zijn materieel uit en een leverancier ervoor. Met die leverancier onderhandelt hij de exacte uitvoering en de aankoopprijs die daar tegenover staat. Daarna zal de leasingmaatschappij een contract opstellen, waarin alle eigenschappen en bijzonderheden van het met de leverancier onderhandelde contract opgenomen zijn. Belangrijk daarbij is wel dat de factuur op naam van de leasingmaatschappij staat, die bij levering van het voertuig dan ook instaat voor de betaling ervan.

Daarna betaalt de vervoerder maandelijks een huursom aan de verhuurder voor het gebruik van het voertuig en dat gedurende een in het leasingcontract vastgestelde looptijd. Het is mogelijk dat de vervoerder aan het einde van dat contract de kans heeft het voertuig aan te kopen voor een restwaarde, die eveneens vooraf is overeengekomen. De vervoerder kan er echter ook voor opteren om de huur te vernieuwen en een nieuw voertuig te leasen.

Waarom leasing?

Oxford Economics en Vlerick Management School hebben beide een studie gedaan rond financieringsmogelijkheden. De eerste studie was een internationale studie, de tweede was op ons land gericht. Uit beide studies kwam het profiel van het bedrijf naar voor dat het meeste baat heeft bij leasing van zijn machines en/of voertuigen: ondernemingen die groeien, winst maken en veel investeren.

Voor hen heeft leasing een aantal voordelen. Allereerst is er de grote flexibiliteit van het contract. Bovendien gaat het om een administratief vriendelijke formule, die niet duurder is dan andere financieringsoplossingen. De transporteur heeft trouwens zelf de keuze om zijn voertuig al dan niet op zijn balans te laten verschijnen. Die keuze is in Europa gekoppeld aan de restwaarde van het voertuig. Als die restwaarde meer dan 15% van de aankoopprijs bedraagt, wordt het contract als een huurcontract gezien, waarvoor men een maandelijkse huurprijs betaalt, die als kost in de boekhouding wordt opgenomen. Als de restwaarde op het einde van het contract minder dan 15% van de aankoopwaarde bedraagt, gaat het om een leasing, waarbij het voertuig wél op de balans wordt opgenomen en daarna afgeschreven moet worden.

De twee laatste voordelen van een leasingcontract: ze houden een echte garantie in voor de klant en er vindt een onmiddellijke btw-afrekening plaats – de vervoerder hoeft zijn btw dus niet later te recupereren.

Van Oostende tot Nancy

Het belang van leasing voor de transportwereld mag niet onderschat worden. Volgens de cijfers van Renta, de overkoepelende vereniging van leasing- en verhuurmaatschappijen van voertuigen, hebben haar leden maar liefst 44.000 bedrijfsvoertuigen in portefeuille. Een indrukwekkend cijfer, dat alleen maar indrukwekkender wordt als je weet dat al die voertuigen (trucks, opleggers, bestelwagens, ...) achter elkaar een file zouden vormen van Oostende tot het Franse Nancy.

BNP Paribas Leasing Solutions is met 13.000 bedrijfsvoertuigen goed voor bijna 30% van de totale markt en dus ook marktleider in dit segment. En dat niet alleen in België, maar eveneens in de rest van Europa.

Article

05.09.2017

Wat we nu al weten over de btw op professioneel onroerend goed

Vanaf 2018 is het btw-stelsel van toepassing op professioneel onroerend goed. Zijn daarmee complexe constructies om fiscaal voordeel te doen voorgoed verleden tijd?

Hoewel een dergelijk stelsel bij onze buurlanden wel al gold, hinkte België nog achterop. Maar niet lang meer. De onderworpenheid aan het btw-stelsel zal voortaan mogelijk zijn voor de verhuur van onroerend goed in een industriële context. Dat besliste de regering-Michel in het kader van de uitwerking van de federale begroting 2018, het beruchte “zomerakkoord 2017”.

Wat verandert er?

Concreet zal deze maatregel de bouwkosten voor de projectontwikkelaars drukken. Zij kunnen vanaf 2018 immers de 21 % btw recupereren die gefactureerd worden door een aannemer bij de bouw van een gebouw. Dat was tot nu toe – hoe vreemd het ook lijkt – niet mogelijk.

3 doelstellingen:

  • Enerzijds België fiscaal aantrekkelijker maken voor ondernemingen die hun productie-eenheid of beslissingscentrum in ons land willen vestigen.
  • Anderzijds zal de maatregel de administratieve en fiscale stappen vereenvoudigen. Tot nu toe waren er met de bouw en de verhuur van onroerend goed voor of aan bedrijven heel wat fiscale constructies gemoeid.
  • En tot slot het gevolg waar het meest naar uitgekeken wordt: de daling van de huurprijzen.

“De maatregel zal de huurprijzen doen dalen, gezien de aanzienlijke vermindering van de belastingen op de bouw- en oprichtingskosten voor gebouwen. Bovendien zal het niet langer nodig zijn om gebruik te maken van complexe constructies voor fiscale optimalisatie.”
Johan Van Overtveldt, minister van Financiën en Bestrijding van de fiscale fraude.

Een voorbeeld

Een gebouw van 500.000 euro brengt 105.000 euro aan btw met zich mee.  Vandaag wordt die 21% btw doorgerekend in de huur van het bedrijf. Binnenkort kan deze gerecupereerd worden.

Met terugwerkende kracht?

Neen. Het – niet te vergeten: optionele! – systeem betreft enkel nieuwe contracten die worden afgesloten vanaf 1 januari 2018, waarbij een verhuurder een onroerend goed ter beschikking stelt van een professionele huurder. Het gaat hier dus duidelijk om een B2B-context. Voorwaarde: de persoon of de onderneming zal het onroerend goed moeten gebruiken voor professionele of industriële activiteiten die onderworpen zijn aan btw. 

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top