Article

18.12.2017

Start-ups ondernemen actie om de smart city ademruimte te geven

Adem eens in... en weer uit. De lucht die we in onze longen krijgen, is soms vervuild. Sensio AIR, Clarity, Flow en andere start-ups doen er dan ook alles aan om de luchtkwaliteit en dus ook de volksgezondheid te verbeteren. Ze doen dat zij aan zij met de smart city.

Luchtkwaliteit is een major issue voor de volksgezondheid. Elk jaar sterven er wereldwijd 6,5 miljoen mensen door luchtvervuiling, zo blijkt uit een onderzoek dat op 20 oktober 2017 in het medische tijdschrift The Lancet verscheen. Volgens een OESO-rapport bedragen de medische kosten door vervuiling in 2015 alleen al 21 miljard dollar en kan het prijskaartje nog flink stijgen. De luchtkwaliteit is niet alleen een probleem in landen waarvan we weten dat er veel vervuiling is, zoals China. In de Deense hoofdstad Kopenhagen bijvoorbeeld wordt het aantal sterfgevallen door vervuiling op 500 geraamd. Om dat probleem te verhelpen, besloot de stad om de luchtkwaliteit in real time te gaan meten. Over gegevens beschikken en vaststellingen doen, is één ding. Maar actie ondernemen, is natuurlijk wat anders. Hoe pakken de smart cities het probleem dan aan? Hoe kunnen ze samenwerken met start-ups die in dat domein actief zijn? Steden kunnen verbintenissen aangaan en een beleid uitwerken om de toestand op termijn te verbeteren. Maar wat kunnen de inwoners intussen zelf doen? Start-ups, waarvan sommige aanwezig waren op TechCrunch Disrupt 2017 of op de laatste DemoDay van de versneller HAX in San Francisco, komen met oplossingen voor de dag.

Start-ups helpen burgers om zich tegen luchtvervuiling te beschermen

Volgens de Amerikaanse stichting Astma en Allergie lijden in de Verenigde Staten bijna 25 miljoen mensen aan astma. Sommige studies tonen bovendien aan dat luchtvervuiling niet alleen de ademhalingsproblemen van astmapatiënten kan verergeren, maar de ziekte zelfs kan veroorzaken bij tot dan toe gezonde personen. De beste manier om astmasymptomen te vermijden, is zuivere lucht inademen. En dat is nu net waar Sensio AIR voor wil zorgen. De CEO en medeoprichter van deze jonge start-up, Cyrille Najjar, die trouwens ook aanwezig was op TechCrunch Disrupt 2017, legt uit dat zijn toepassing en toestel bedoeld zijn voor "mensen niet alleen in de stad, maar ook thuis willen weten hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit".

Maar hoe moeten we nu precies begrijpen wat voor lucht we inademen? Welke cijfers moeten we geloven? Het bepalen van de luchtkwaliteit gebeurt nog altijd subjectief. "De internationale instellingen bereikten nog geen akkoord over een drempelwaarde voor elke vervuilende stof, waarboven de luchtkwaliteit slecht is. Elk land hanteert zijn eigen luchtkwaliteitswaarden, met als gevolg dat de politiek een belangrijke rol speelt bij het bepalen van die drempels",  zegt Najjar. "Wetenschappers zijn er ook nog niet uit of een langdurige, matige blootstelling aan een verontreinigende stof gevaarlijker is dan een korte maar zeer sterke blootstelling."  Daarom werkt Sensio AIR met de waarden die de bevolking de meeste bescherming bieden.

De start-up beschikt over een "gigantisch sensorennetwerk" in huizen en steden, dat waarden opneemt in "wagens, treinen, openbare gebouwen, hangars enz." Dat is een goede manier om de vervuilingsgraad of de hoeveelheid schadelijke stoffen in de lucht op een welbepaalde plek nauwkeurig te meten en advies te geven. "We zullen de oorzaken kunnen achterhalen en aan de gebruikers kunnen zeggen dat ze bijvoorbeeld vandaag de ramen moeten openen, een luchtontvochtiger moeten plaatsen enz." Mensen die last hebben van astma en allergieën kunnen "de symptomen in de toepassing registreren. Hoe meer ze dat doen, hoe beter [Sensio AIR] in staat zal zijn om te voorspellen wanneer dezelfde situatie zich opnieuw zal voordoen", voegt Cyrille Najjar eraan toe. De start-up legt zich dus vooral toe op het voorkomen van ademhalingsziekten en -allergieën.

Starter Plume Labs streeft datzelfde doel na. Het jonge, Londense bedrijf wil met zijn toepassing Air Report gebruikers helpen om vervuilingspieken te vermijden. Het idee erachter is dat we de lucht die we inademen niet kunnen verbeteren, maar dat we ons wel kunnen aanpassen aan de vervuilingsgraad. Om te kiezen wanneer hij gaat joggen, met de kinderen naar het park gaat of de hond uitlaat, kan de gebruiker gewoon naar de vervuilingsgraad kijken op tijdstip T en de volgende uren. Net zoals bij een weerbericht dus. En om een precies idee te hebben van de luchtkwaliteit in en om het huis, introduceerde Plume Labs de draagbare sensor Flow, een soort van wearable om aan een tas vast te maken.

Het jonge Franse bedrijf Wair, dat aanwezig was op CES 2017, komt dan weer met sjaals met een ingebouwd masker, zodat voetgangers en fietsers zich in vervuilde steden tegen schadelijke stoffen kunnen beschermen. De bevolking wordt dus wel degelijk aangemoedigd om haar gewoonten te veranderen en dus beter te ademen. Toch kan ze in werkelijkheid maar weinig doen. De toestellen en sensoren zijn wel nuttig om de bewustmaking te stimuleren, maar niet alles kan op individueel niveau worden opgelost. Alleen slimme steden kunnen de luchtkwaliteit ook echt significant verbeteren.

De gezondheid van de mens gaat hand in hand met die van de smart city op lange termijn

Om de luchtkwaliteit te verbeteren, passen smart cities verschillende strategieën toe. In Kopenhagen levert het bedrijf CPH Sense met zijn sensoren in real time informatie over de vervuilingsgraad. Er bestaat een gelijkaardig systeem in andere steden, zoals de overheidswebsite AirNow in San Francisco. De start-up Clarity, die dankzij HAX een stevige boost kreeg, zegt dat in zes jaar tijd drie keer meer steden de luchtkwaliteit actief meten: 3.000 nu tegenover 1.100 vroeger. Is dat het bewijs van een echte bewustwording?

In de stad Oakland, ten noorden van San Francisco, werkten verschillende overheids- en privé-instanties in elk geval samen om meer inzicht te verwerven in het luchtvervuilingsprobleem. Onderzoekers van de universiteit van Texas in Austin, teams van Google Earth Outreach en de ngo Environmental Defense Fund maakten in juni 2017 het resultaat bekend van hun samenwerking met Aclima, een start-up die milieugegevens verzamelt. De sensoren van die start-up werden een jaar lang op Google Street View-auto's geplaatst en tonen aan in welke mate de luchtkwaliteit per wijk kan verschillen. Dergelijke studies tonen aan dat de luchtkwaliteit zo lokaal mogelijk moet worden gemeten. En precies daar kunnen jonge bedrijven als Clarity helpen. Dankzij zijn uitgebreide sensorennetwerk verzamelt het bedrijf in real time gegevens over de luchtkwaliteit die meteen in de cloud worden opgeladen. "De nauwkeurigheid van de gegevens wordt daarna verbeterd door middel van machine learning-algoritmes op basis van de door de regeringsstations verzamelde gegevens", zegt Meiling Gao, doctor in de volksgezondheid en het milieu en COO van Clarity.

"Steden hebben vaak luchtkwaliteitsmeetstations die gebruikmaken van referentiemethodes met een hoge nauwkeurigheidsgraad. Het nadeel is dat ze zeer duur zijn, ook qua onderhoud. Daarom zijn ze schaars", zegt Cyrille Najjar. In heel het Verenigd Koninkrijk staan er volgens hem maar 150 dergelijke apparaten. "Ze bevinden zich meestal op daken van gebouwen of ver van dichtbevolkte gebieden", weet Meiling Gao. De sensoren van de starters – die talrijker en vaak goedkoop en makkelijk te onderhouden zijn – vullen die van de overheid aan en geven "een totaalbeeld van de luchtkwaliteit in de stad", zegt de CEO van Sensio AIR.

Zijn start-up kan de plaatselijke autoriteiten dan waarschuwen bij ongewone situaties of grote problemen en aanbevelingen doen. "Sommige steden hebben bijvoorbeeld op grond van de gegevens hun stadsplan gewijzigd om specifieke bronnen van vervuiling te verminderen", vertelt Najjar. "Verkeerslichten zijn een grote bron van vervuiling omdat de auto's op die plaats weer starten. Daarom werden sommige lichten verplaatst en trajecten gewijzigd om gevoelige bewoners te beschermen (jonge kinderen, zieken, ouderen ...). Door het openbaar vervoer op vervuilde wegen te versterken kon, de vervuiling drastisch worden verlaagd."  Die aanbevelingen zijn logisch, maar niet altijd makkelijk uit te voeren in steden, die met allerlei obstakels kampen.

Burgers, overheid en privésector moeten de luchtkwaliteit samen aanpakken

Een van de pijnpunten is "de multisectoraliteit van het luchtkwaliteitsbeheer", weet Meiling Gao. "De overheidsinstellingen voor milieubescherming die bevoegd zijn voor het controleren van de luchtkwaliteit hebben niet altijd het nodige gezag om maatregelen op te leggen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zoals het elektrisch maken van stadsbussen of het beperken van het verkeer in bepaalde stadswijken."  Luchtvervuiling is een zaak voor de verantwoordelijken van transport, energie en milieu. "En die verantwoordelijken moeten samen rond de tafel gaan zitten om het probleem op te lossen." Bovendien hebben ze betere gegevens nodig om de juiste beslissingen te kunnen nemen. "Er zijn veel oorzaken van luchtvervuiling. Het klimaat en de menselijke activiteit zijn er daar twee van. De beslissers moeten dus over gelokaliseerde informatie beschikken om te begrijpen welke factoren een impact hebben op de luchtkwaliteit en hoe die te bestrijden. Daarbij moeten ze in real time de efficiëntie van hun overheidsbeleid meten om het te kunnen bijsturen", zegt de specialiste.

De bevolking bewustmaken en de inwoners doen beseffen dat hun gedrag wel degelijk iets kan veranderen, is ook een opdracht voor de smart city. De COO van Clarity vindt daarom dat "informatie over de luchtkwaliteit even gewoon en wijdverspreid zou moeten zijn als het weerbericht of de verkeersinfo. En hoe meer die informatie over plaatsen gaat waar mensen komen, zoals scholen, parken, publieke tuinen of winkelbuurten, hoe interessanter het voor ze wordt."

Omgekeerd is er voor de inwoners ook een rol weggelegd: de smart city ertoe bewegen haar verantwoordelijkheid op te nemen. "Ze kunnen bijvoorbeeld informatie opzoeken over de gezondheidsrisico's van vervuiling en maatregelen voor betere lucht aanmoedigen. Initiatieven zoals het aanleggen van groenzones, fietspaden en een beter openbaarvervoersnet zijn stappen in de juiste richting om een duurzame stad met gezonde inwoners te creëren. Maar daarvoor zijn er meer en betere gegevens nodig", weet Meiling Gao.

Is luchtzuivering een oplossing?

Er is nog een laatste mogelijkheid om de lucht gezonder te maken: als de lucht vuil is, waarom dan niet filteren of zuiveren? Die techniek lijkt radicaler dan het langetermijnbeleid van de overheid, maar werd alleen ontwikkeld voor kleinschalig gebruik. Start-ups als Molekule of Arcadya bieden een product aan om thuis te gebruiken en de lucht dus binnen te verbeteren. Volgens hen brengen we daar immers het grootste deel van onze tijd door. Voor de buitenlucht test Londen momenteel een luchtfilterende bank uit in Bird Street. Daar zuigt AirLabs de omgevingslucht op en stoot gezuiverde lucht uit. "Een nuttige oplossing op korte termijn, maar dan alleen als het probleem ook aan de bron wordt aangepakt", zegt Meiling Gao. Het is met andere woorden een pleister op een houten been.

Het meten van de luchtkwaliteit lijkt misschien overbodig als alles normaal is, maar bewijst zijn grote nut als het misgaat. Door de recente branden in Californië was de luchtkwaliteit in Silicon Valley ernstig verslechterd. Meer inwoners gingen daardoor informatie opzoeken over de toestand en de gevolgen voor hun gezondheid en levenswijze. Misschien zullen ze daar later mee doorgaan. Hopelijk motiveert het de breinwerkers in de baai om nieuwe GreenTechs op te zetten in de strijd tegen vervuiling. Andere moderne technieken geven alvast een sprankeltje hoop, zoals deze IJslandse fabriek die meer CO2 opslorpt dan ze uitstoot.

Bron: L’Atelier

Article

05.11.2017

Welke ondernemingen zitten er achter de Smart City Awards?

Agoria heeft eind januari zijn Smart City Awards uitgereikt aan een aantal Belgische steden. Daarom bekijken wij welke partnerbedrijven deze noodzakelijke transformatie mogelijk hebben gemaakt.

"Volgens onze ramingen zal de bevolking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen 2050 met 35% gestegen zijn. Onze steden moeten zich anders organiseren als ze leefbaar willen blijven voor hun burgers", zegt CEO Marc Lambotte van Agoria.

Eind januari werden met de Smart City Awards van de federatie opnieuw zes steden en gemeenten bekroond: drie in Vlaanderen en drie in Wallonië. De steden werden gekozen op basis van 18 projecten in heel België. Wij bespreken hier vier van die projecten.

Agoria Smart City Award Mobility: Kortrijk, met Shop&Go

Met Shop&Go gebruikt de stad intelligente systemen om zijn parkeerplaatsen te beheren. Dankzij een systeem met nummerplaatherkenning kan iedereen 30 minuten gratis parkeren, ook in de ondergrondse parkings, zonder ticket en zonder cash. Het systeem omvat ook een mobiele app waarmee je van tevoren een plaats kunt reserveren. Het is uniek in Europa en werd mede uitgewerkt door LinkID, een onderneming gespecialiseerd in beveiligde mobiele betalingen.

Agoria Smart City Award Living in Wallonië: Houffalize, met Letsgocity

De gemeente nam de Belgische mobiele app Letsgocity in gebruik voor haar inwoners en voor dagtoeristen. Zo kunnen zij een verbinding maken met de gemeentediensten en de handelaars. Via geolokalisatie krijgen ze ook nuttige informatie aangeboden.

Agoria Smart City Award Living in Vlaanderen: Hasselt, met CitizenLab

Hasselt heeft een co-creatiesysteem gebruikt om het gemeentepark Kapermolen te renoveren. Daartoe ontwikkelde de stad een mobiele app, in samenwerking met CitizenLab. De inwoners konden ideeën aanbrengen en bespreken. Commerciële partner CitizenLab ontwikkelde in België een gebruiksklaar en volledig personaliseerbaar platform in meer dan 20 talen, op basis van cloudsoftware.

Agoria Smart City Award Digital: Brugelette, met Orange en Cropland

Brugelette wilde "objectieve, betrouwbare en volledige gegevens over het wegverkeer rond Pairi Daiza" verzamelen om een doeltreffend circulatieplan uit te werken. Dat doel werd bereikt dankzij een project van de overheidsdiensten van Wallonië. Die aanpak op basis van big data en de analyse van enkele maanden mobiele telefoniegegevens gaven de gemeente een duidelijker beeld van het wegverkeer, bevestigt Michaël Trabbia, CEO van Orange Belgium:

"In samenwerking met Cropland creëerden wij zes zones rond Pairi Daiza om het verkeer in kaart te brengen, en dat met behulp van gegevens afkomstig van masten in Ath en Bergen. Dit is een heel mooi voorbeeld van de kracht van digitale tools en big data ten dienste van intelligente steden."

Alle projecten en de recentste informatie over het onderwerp vindt u op de Smart City Awards- website van Agoria

Article

15.06.2017

Banken en smart cities: een gedeelde toekomst

Om onze steden tot smart cities te maken, zullen burgers, bedrijven en overheden de handen in elkaar moeten slaan. Met steun van de bankensector.

De techno-economische uitdagingen voor steden zijn enorm en behelzen diverse aspecten die verband houden met de financiering van kapitaalinvesteringen, de marktsituatie, industriële herstructurering, toekomstige tewerkstelling, innovatie en de plaats van de grootsteden in de wereldmaatschappij. We zien bijvoorbeeld hoe er buitengewoon actieve stedelijke bedrijfsecosystemen worden gevormd, waarvan de meest toonaangevende zijn te vinden in San Francisco, Seoel, Parijs, Shenzhen en Tel Aviv. Zal dat de ontwikkeling van nieuwe steden belemmeren of leiden tot het verval van steden die minder actief bezig zijn met netwerking?

Ook sociale vraagstukken spelen hierbij een grote rol. We zullen waarschijnlijk nieuwe stedelijke levensstijlen zien opduiken, een toenemende ongelijkheid en toekomstige maatschappijvormen die sterk verschillen van de huidige. U hoeft maar de levensstijl van een jonge ingenieur in Silicon Valley te vergelijken met die van een gepensioneerde in Wenen om te zien hoe digitale tools en systemen mensen kunnen samenbrengen in de manier waarop ze dingen doen, maar ook uit elkaar kunnen drijven als het op culturele normen en generatieverschillen aankomt. En aan het eind van de dag blijven we nog steeds geconfronteerd met klimaatproblemen en grote milieuvraagstukken. We zullen onze economische modellen en systemen volledig moeten herzien, aangezien die nog in hoge mate de stempel van de laatste industriële revolutie dragen. Bij elk van die grote uitdagingen is er voor de banken een sleutelrol weggelegd.

De bankensector: traditionele partner van steden

 De kapitaal- en liquiditeitsstromen tussen sociaaleconomische spelers vormen het fundament van menselijke initiatieven door basisinfrastructuur en ontwikkelingsprogramma's te financieren. Zo helpen ze de stedelijke ecosystemen vorm te geven die we vandaag als vanzelfsprekend beschouwen. De financiële wereld en de belichaming ervan – de bank – is verweven met alle lagen van de maatschappij, op alle niveaus: steden, landen, regio's en transnationale ruimtes. De bankensector is een van de grootste tegenhangers van steden en de entiteiten waaruit ze zijn samengesteld, van individuen tot bedrijven en de gemeenschap als geheel. Banken financieren, lenen, ondersteunen en evalueren; ze zijn sterk verbonden met vooruitgang. Ze zijn actief in het hart van de steden en faciliteren relaties, net zoals het postkantoor, het gemeentehuis en de horeca.

In reactie op de toenemende vraag naar meer efficiëntie en comfort in de westerse landen, en naar meer inclusiviteit en toegang tot financiering in de opkomende landen, verruimen ook banken hun digitale vaardigheden. Banken zien voortdurend nieuwe vormen van financiering en risicobeheer verschijnen – zoals crowdfunding en de trend van 'groene financiering' – en stellen alles in het werk om die te integreren in hun bestaande bedrijfsmodellen. Bovendien helpen ze hun klanten en partners om hetzelfde pad te volgen en overbruggen ze de kloof tussen de nieuwe behoeften van mensen en bedrijven en de technologieën die oplossingen kunnen aanreiken.

Slechts één rol voor banken in de stad?

Banken zijn altijd al strategische partners van staten, bedrijven, ondernemers en burgers geweest. Per definitie, maar ook uit roeping, hebben banken altijd bijgedragen aan het bevorderen van innovatie in diverse domeinen, zoals infrastructuurontwikkeling, energie, onderwijs en gezondheidszorg. Vandaag de dag lijkt hun rol zich echter sterk te beperken tot die van geldverstrekker. Wat opvalt is dat banken tegenwoordig in steden alleen worden gezien als financiers, of bij individuele of collectieve projecten soms zelfs als lastige of nukkige risicomanagers. Banken houden zich nochtans bezig met veel meer dan dat. Nu we onze stedelijke ruimten heruitvinden, kunnen we maar beter gebruikmaken van de diverse vaardigheden van de banken op het vlak van planning, bedrijfsintelligentie en gegevensanalyse en van hun rol als drijvende kracht achter het sociale weefsel van wijken. Banken moeten nadenken over de vraag hoe ze hun vaardigheden in de stedelijke ruimte kunnen optimaliseren door hun traditionele sterke punten, te weten transparantie, pragmatisme en rationele planning, met elkaar te combineren.

Gegevens in dienst van de stedelijke ruimte

 Met haar miljoenen bankgegevens levert een financiële instelling een belangrijke bijdrage aan het economische leven van een stad. Een bank kan bijvoorbeeld een reeks indicatoren opstellen voor het aanbod van lokale handelaars – wat nuttige informatie oplevert voor consumenten – of statistieken over bezoekersaantallen, de vastgoedmarkt of zelfs de arbeidsmarkt. Als financiële tussenpersonen kunnen banken ook toonaangevende observatoria worden voor alle soorten bedrijfsactiviteiten, rapporteren over de relaties en het machtsevenwicht tussen diverse lokale spelers en entiteiten en gedetailleerde overzichten opstellen voor de bewoners, lokale politici en bedrijven in een bepaald gebied. Dat is trouwens een prioritair domein voor de wereldwijde digitale reuzen, zeker die in Silicon Valley. Banken hebben op dat vlak ook altijd al een benijdenswaardig strategisch voordeel gehad.

Prioriteit: burgers dienen

Nu de digitale technologie onze manier van leven transformeert, is het misschien tijd om over de stad van de toekomst te spreken als over een slimme, digitale ruimte? Maar afgezien van deze terminologische fijnproeverij, zouden we die technologieën en technieken nu al in dienst moeten stellen van mensen, en dat is precies waar de werelden van de digitale technologie en informatie bij elkaar komen. Vanuit dat paradigma zullen banken de burgers kunnen voorzien van kwalitatief hoogwaardige informatie ten gunste van zowel individuen als gemeenschappen.

En afgezien van de waardevolle informatie – over reizen, consumptiepatronen enz. – die gegevens en hun verwerkingsalgoritmen bieden, willen steeds meer stadsbewoners een andere levensstijl aannemen – met minder planning en regels en meer gericht op het 'nu'. Comfort en beleving zijn hier de sleutelwoorden. En ook hier is een rol weggelegd voor de banken.

Banken kennen al een cultuur van vertrouwen, vertrouwelijkheid en conformiteit en hebben ervaring met de behandeling en verwerking van gegevens in een sterk gereguleerde omgeving. Gelet op de nood aan verantwoord gedrag en het delen van middelen, zal iedereen er baat bij hebben wanneer banken een frisse kijk ontwikkelen op hun – al omvangrijke – betrokkenheid bij de steeds sneller evoluerende veranderingen in de stedelijke ruimte.

Bron: L’Atelier BNP Paribas
Article

09.10.2017

Verhuurdiensten krijgen een tweede jeugd door de zelfrijdende auto

Traditionele verhuurbedrijven en start-ups van nieuwe technologieën slaan de handen in elkaar om de zelfrijdende auto op grote schaal te lanceren.

Om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de logica van de smart city, moeten ze evenwel het goede model kiezen.

Onlangs gingen Alphabet en Apple allebei partnerships aan met autoverhuurbedrijven in het kader van hun respectieve programma's voor zelfrijdende auto's. Waymo, de divisie van Alphabet die zich toelegt op auto's zonder bestuurder, ging een samenwerking aan met Avis, leider in de verhuur voor professionele doeleinden op de Amerikaanse markt. Volgens de voorwaarden van de overeenkomst zal Avis instaan voor het beheer van het park zelfrijdende auto's die Waymo ontwikkelt in Phoenix, Arizona. Het bedrijf ging in april van start met een pilootproject. Het bood vrijwilligers de mogelijkheid om gratis in de wagens te stappen om naar de bestemming van hun keuze te rijden. In ruil werden ze gevraagd om hun bevindingen aan het bedrijf mee te delen.

Partnership Waymo – Chrysler

De auto's die Waymo ontwikkelt zijn ook het resultaat van een partnership dat in mei werd aangegaan met de Amerikaanse autoconstructeur Chrysler. Het gaat om Pacifica-minivans, die het volledige eigendom van Waymo blijven. Avis staat in voor het stockeren en onderhouden van de voertuigen, waarvoor het zijn al bestaande infrastructuur gebruikt. De niet-exclusieve overeenkomst is verschillende jaren geldig en houdt geen financiële voorwaarden in. Apple van zijn kant ging een partnership aan met Hertz, de nummer twee in Amerikaanse autoverhuur qua omzet, voertuigen en verhuursites. Door de overeenkomst kan Apple auto's van het model Lexus RX450h huren om zijn software voor autonome besturing te testen. Er rijden al zowat zes wagens met deze software in de omgeving van San Francisco.

De combinatie van software en materiaal 

Het kan misschien verrassend lijken dat twee bedrijven, die pionier zijn in nieuwe technologieën, zich associëren met vertegenwoordigers van een sector die weinig recente veranderingen kende. De verklaring ligt in het feit dat Alphabet en Apple allebei veel meer interesse hebben voor de ontwikkeling van de technologie en van de software dan voor het dagelijkse beheer van een park zelfrijdende auto's, een sector waarin de twee bedrijven strikt genomen geen ervaring hebben. "Nu ons stijgende aantal zelfrijdende wagens ter beschikking worden gesteld van het publiek, moeten we ze onderhouden en schoonmaken zodat ze op elk moment van de dag of nacht kunnen worden gebruikt", zo verklaarde John Krafcik, CEO van Waymo, in een persbericht. "Met duizenden verhuursites wereldwijd kan Avis Budget Group ons helpen om deze technologie voor meer mensen en op meer plaatsen toegankelijk te maken." Hoewel Apple aanvankelijk zijn eigen auto wilde bouwen. Liet Tim Cook, CEO van Apple, in Juni in een interview met het Amerikaanse medium Bloomberg al weten dat ze uiteindelijk toch besloten hebben om hun inspanningen te focussen op kunstmatige-intelligentiesoftware. "We focussen op de autonome systemen. Ze vormen de kern van onze artificiële-intelligentieprogramma's. Het is ongetwijfeld een van de moeilijkst te realiseren zaken."

Naast hun expertise in het beheer van een groot wagenpark brengen de verhuurbedrijven ook hun klanten, financiële activa en infrastructuren in, die de nieuwetechnologiereuzen de middelen kunnen geven om hun ambities waar te maken. Zo telt Avis wereldwijd maar liefst 11.000 verhuursites, waarop Waymo voortaan kan rekenen om zijn voertuigen te onderhouden in het kader van de toekomstige expansieprojecten. Wanneer ze deze infrastructuur niet zelf moeten bouwen of het personeel om er te werken niet moeten rekruteren, kan dat een flinke duw in de rug betekenen op deze super concurrentiële markt. Volgens John Krafcik zullen de zelfrijdende en gedeelde auto's gemiddeld zes keer meer rijden dan individuele auto's: onderhoud is dus een kritiek punt in deze strijd. Nog een belangrijk gegeven: in 2013 kocht Avis Zipcar, een start-up die ook gespecialiseerd is in verhuur, maar die een flexibeler en innovatiever businessmodel heeft dat veel succes kent bij een jong publiek. Met een miljoen Zipcar-gebruikers, onder wie flink wat jonge technofielen, en de Avis-klanten, met een traditioneler profiel, heeft Waymo over toegang tot een groot publiek. Tot slot verhuren Avis en Hertz niet enkel aan particulieren: ze verhuren ook wagenparken aan bedrijven. Zo hebben ze het vermogen om het volledige wagenpark dat een professional gebruikt om te vormen naar autonome besturing. Dat is een doorslaggevend argument voor de actoren die zich inzetten om deze technologie te promoten. 

Avis, Hertz en consorten hebben op hun beurt alles te winnen door het aangaan van dergelijke partnerships. Ze hadden immers zwaar te lijden onder de komst van innovatieve actoren op de markt, zoals Zipcar en Getaround, gecombineerd met de sterke groei van bedrijven die mobiliteit op verzoek aanbieden, zoals Lyft en Uber: zo daalde het aandeel van Hertz het voorbije jaar bijvoorbeeld 75 procent in waarde. De traditionele verhuurbedrijven krijgen nu de kans om terug in de running te komen en een plaats te veroveren in deze nieuwe sector, die de automarkt duurzaam belooft te veranderen.

Op naar zelfrijdende, elektrische en gedeelde taxi's?

Het autolandschap is trouwens volledig aan het hervormen. Aangezien voorlopig geen van de actoren over alle troeven beschikt om de leider te zijn, zien we een spel van allianties, waar sommigen hun softwarekennis inbrengen, anderen hun knowhow als constructeur en nog anderen hun capaciteit om grote wagenparken te beheren. Zo associeerde Waymo zich ook met Honda en Lyft. Het laatste bedrijf sloot dan weer een overeenkomst met General Motors, dat zelf afdelingen heeft die zich toeleggen op zelfrijdende wagens en autodelen, en met Nutonomy, een start-up die gespecialiseerd is in het ontwerpen van software voor auto's zonder bestuurders. De kleine start-up Getaround, die een verhuurmodel van particulier tot particulier aanbiedt, werkt op zijn beurt samen met Toyota, dat ook een eigen afdeling voor zelfrijdende auto's heeft. Te midden van al deze allianties zien we verschillende mogelijke modellen opduiken. 

Een eerste optie zou erin bestaan het volledige wagenpark van de verhuurbedrijven om te zetten in zelfrijdende auto's, die min of meer op dezelfde manier als vroeger zouden functioneren, maar met meer flexibiliteit, het gebruik van apps om een voertuig te bestellen enz. Dit model is vrij eenvoudig in te voeren maar toch niet het interessantste, omdat het geen optimalisering van de activa mogelijk maakt. Als iedereen een individuele zelfrijdende auto voor eigen gebruik huurt, dan blijft de winst in termen van minder verkeer, minder vervuiling en meer beschikbare openbare ruimte beperkt. Voor een maximale efficiëntie moeten we weg van het idee dat een individu helemaal alleen een auto inneemt met plaats voor vier of vijf mensen en van auto's die werkloos voor gebouwen op hun eigenaars staan te wachten. Een tweede oplossing, die complexer maar veel efficiënter is, bestaat erin alle wagens die in een stedelijke omgeving actief zijn om te vormen in een ecosysteem van elektrische, zelfrijdende en gedeelde taxi's die iedereen via een app kan bestellen, die permanent rondrijden en die worden beheerd en onderhouden door de verhuurbedrijven. We staan allang achter de verdiensten van zo een ecosysteem, dat ons zou toelaten de essentie van de technologie van de autonome besturing te benutten. Naast de privéactoren moeten ook de openbare actoren zich echter engageren om deze toekomst mogelijk te maken. De steden New York en Los Angeles kondigden onlangs aan dat ze werken aan een dergelijk ecosysteem, waarmee ze een stap in de goede richting zetten.

Bron: L’Atelier
Article

10.10.2017

De negen criteria van de smart city in 2020

Wat maakt een stad intelligent? Negen criteria, volgens een recent onderzoek van het onderzoeks- en adviesbureau Frost & Sullivan.

Smart city. Iedereen heeft het erover. Alle steden willen het zijn. Maar wat houdt het precies in? Het onderzoeks- en adviesbureau Frost & Sullivan definieert het concept in een recent onderzoek. Negen criteria zullen de intelligente stad in 2020 kenmerken. Zo moet de stad een intelligent energienet ontwikkelen en bijvoorbeeld smart grids gebruiken. De gebouwen zijn er groen, dankzij het BIM of andere technieken die een verlaging van de energiefactuur mogelijk maken, zoals de speciale bekleding die de temperatuur verlaagt in de straten van Los Angeles. Mobiliteit staat voorop in de innovatie dankzij multimodale vervoerssystemen en voertuigen van de toekomst, die zelfrijdend en elektrisch zijn. De smart city is technologisch en geconnecteerd. Er gaat ook veel aandacht naar de gezondheid en dat via een hogere observatie door wearables en de gegevens die worden verzameld. Ook de infrastructuur is intelligent, de wegen zijn geconnecteerd en het afval wordt technologisch beheerd. De stadsbesturen en de regering moedigen smart city-initiatieven aan. De technologie zorgt ook voor meer veiligheid in de stad. Tot slot worden de burgers actief betrokken bij de smart city, ze zijn proactief en hebben een juiste levenswijze, met respect voor hun stad. De auteurs van het onderzoek zeggen dat een stad aan minstens vijf van deze criteria moet beantwoorden om als smart city bestempeld te worden. Momenteel is dat voor geen enkele stad het geval – tenminste niet voor de volledige stad. Tegen 2026 kunnen er echter wel verschillende intelligente steden opduiken, waaronder Parijs, San Francisco of Singapore. Tegen die tijd kan de wereldwijde markt van de intelligente stad exploderen en stijgen van 900 miljard dollar in 2016 tot 1,5 biljoen dollar in 2020. Smart city is meer dan een concept, het is een trend die werkelijkheid wordt.

 Bron: L’Atelier

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top