Article

11.08.2017

REACH-programma blaast tien kaarsjes uit: een terugblik

REACH verplicht bedrijven informatie te verstrekken aan consumenten over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in hun producten. Hoe blikken de Belgische bedrijven na tien jaar terug op dit Europese programma?

Wat is REACH precies?

REACH is een verordening om de Europese burgers te beschermen tegen de risico's van chemische stoffen en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de chemische industrie in de EU te verbeteren. De verordening werd in juni 2007 aangenomen. Sindsdien zijn bedrijven verplicht om informatie te verzamelen over de eigenschappen en het gebruik van de stoffen die ze produceren of importeren (vanaf een ton of meer per jaar). Op lange termijn is het de bedoeling om de gevaarlijkste stoffen te vervangen door minder gevaarlijke alternatieven.

In totaal zijn er al 120.000 chemische stoffen op de Europese markt gebracht. We vinden ze in producten die we elke dag gebruiken. Sinds de start van REACH zijn 15.000 van deze stoffen geregistreerd bij het ECHA, het Europees Agentschap voor chemische stoffen.

2007-2017: 1800 stoffen geregistreerd in België

Uit een enquête van Agoria blijkt dat 80 procent van de bedrijven vindt dat het Europese programma heeft “bijgedragen aan een beter leefmilieu”. 73 procent van de bedrijven bevestigt dankzij REACH beter op de hoogte te zijn van de risico's van chemische stoffen. Toch heeft het REACH-programma amper of zelfs helemaal niet geleid tot de vervanging van zeer gevaarlijke stoffen. Slechts 12 procent van de bedrijven stelt immers dat het nieuwe producten met andere veiligere (of niet betrokken) stoffen heeft ontwikkeld.

“België staat op de zesde plaats binnen de EU voor het aantal geregistreerde chemische stoffen (1794 om precies te zijn). Een bewijs dat we een belangrijke economische speler zijn in de productie en het gebruik van stoffen. (...) Sommige producten bevatten duizenden onderdelen met verschillende stoffen. Al die analyses zorgen vooral voor meer papierwerk, zonder meerwaarde voor het milieu, de consument of het bedrijf.”
Marc Lambotte, CEO van Agoria

Voor het overgrote deel van de ondervraagde Belgische bedrijven kost REACH tussen 50.000 en 100.000 euro. Bij 5 procent gaat het om kosten van bijna een half miljoen euro. De Federatie heeft in 2015 de REACH Compliance Tool ontwikkeld waarmee de Belgische bedrijven gratis hun verplichtingen kunnen aftoetsen.

Article

17.05.2017

Marktmisbruik: dit moet u onthouden over de nieuwe reglementering

Om zich aan te passen aan de Europese richtlijn, voert België een nieuwe regelgeving over marktmisbruik in. Het wetsvoorstel legt de onderzoeksbevoegdheden vast en verfijnt ze. Hoe raakt u wegwijs in de nieuwe regels?

Sinds juni 2016 geldt een nieuw juridisch kader voor marktmisbruik binnen de Europese Unie. De verordening Marktmisbruik (596/2014) is bedoeld om erop toe te zien dat de regelgeving van de lidstaten wordt aangepast aan de financiële ontwikkelingen om zo misbruiken op de financiële markten (met inbegrip van de derivatenmarkten) en op de grondstofmarkten te voorkomen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie soorten misbruik:

  • Marktmanipulatie;
  • Handelen met voorkennis;
  • Wederrechtelijke mededeling van voorkennis.

De Europese wetgever is van mening dat marktmisbruik de integriteit van de financiële markten schaadt en het vertrouwen aantast, zowel op de effecten- als op de derivaatmarkten. We merken op dat de toepassingssfeer van de verordening wordt uitgebreid naar verhandelbare financiële instrumenten.

"Voor een geïntegreerde, efficiënte en transparante financiële markt is marktintegriteit nodig." Europees Parlement, 16 april 2014

België past zich aan

Op 31 maart laatstleden keurde de ministerraad een wetsvoorstel goed voor de invoering van de Europese verordening over marktmisbruik in België. Hoewel het reglement direct van toepassing was in ons land, moesten bepaalde bepalingen toch eerst worden omgezet in nationaal recht.

Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, zal dat de onderzoeksbevoegdheden vastleggen en verfijnen. Wat zijn de maatregelen? Onder andere het beroepsverbod, de vraag om gegevens over elektronische communicatie, beslag en huiszoekingen en de invoering van voorzieningen voor klokkenluiders.

De sancties zijn bovendien zwaar. De EU legt voortaan administratieve boetes op van een bedrag van 1 tot 15 miljoen euro of 15% van de totale jaaromzet van de ondernemingen.

Aandeleninkoop

De omgezette verordening heeft ook betrekking op inkooptransacties voor eigen aandelen. Om het vermoeden van legitimiteit te genieten, moeten aandeleninkopen voldoen aan de bepalingen van de verordening. De transacties moeten voortaan worden uitgevoerd op gereglementeerde markten of een MTF (Multilateral Trading Facility). Voor derivaten geldt dat vermoeden niet.

Article

19.09.2017

Een eerlijkere bevoorradingsketen in de voedingssector

Dat is althans de doelstelling van de Europese Unie, die online een publieke bevraging lanceert. Bent u actief in de productie of distributie? Dan is uw mening van belang.

De Europese Commissie heeft een publieke bevraging gelanceerd over de manier waarop de bevoorradingsketen in de voedingssector eerlijker kan worden. Die consultatie ging eind augustus van start en inspireert zich openlijk op het werk van de Agricultural Markets Task Force (AMTF), een werkgroep die in januari 2016 werd samengesteld door commissaris Hogan.

Daarin stelde de AMTF een aantal concrete maatregelen voor om de positie van de landbouwers in de voedingsbevoorradingsketen te versterken.

De Commissie wil haar toekomstige acties baseren op dit werk.

Betrokken partijen?

Landbouwers, burgers, verenigingen en uiteraard de betrokken bedrijven. De doelgroepen die de Commissie heeft uitgewerkt, bestaan uit distributeurs, supermarkten, advocatenbureaus en landbouwbedrijven. Via een consultatie (enkel online) worden de partijen sinds enkele dagen uitgenodigd om hun mening te geven over de werking van de bevoorradingsketen in de voedingssector.

De huidige minpunten wegwerken

Volgens de Europese Unie wordt de toegevoegde waarde niet correct verdeeld over de verschillende schakels van de voedingsbevoorradingsketen. De reden daarvoor zou het verschil in onderhandelingskracht zijn tussen de kleine spelers en hun commerciële partners.

De Commissie wil nu getuigenissen verzamelen die haar kunnen helpen om de nood aan gepaste maatregelen en de mogelijkheden te evalueren die de commerciële praktijken in de voedingsmiddelenindustrie beter zouden regelen.

“De landbouwers vormen de eerste schakel in de keten, maar ze blijven vaak ook de zwakste schakel. Om de zwakheden in de voedingsbevoorradingsketen weg te werken, nemen wij nu het initiatief om in actie te komen. Met deze online consultatie willen we burgers, landbouwers en de betrokken partijen in de EU aanmoedigen om hun mening met ons te delen.
Phil Hogan, Europees commissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling.

U kunt de aanvangseffectbeoordeling (2016) raadplegen. Als u wenst deel te nemen aan de publieke consultatie, kan dat via deze pagina. De consultatie ging op 16 augustus van start en blijft online beschikbaar tot 17 november middernacht in alle talen van de Unie. 

Article

09.11.2017

Een overzicht van de vloot in Europese kmo's

Het Corporate Vehicle Observatory (CVO) publiceerde zopas de resultaten van een enquête bij Europese kmo's. Die geeft ons een mooi overzicht van hun vloot en financieringsgewoontes.

Het Corporate Vehicle Observatory hield een enquête bij 98 kmo's in België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Italië en Spanje in verschillende representatieve sectoren (industrie, diensten, bouw en distributie).

Die enquête leert ons dat 90% van de ondervraagde ondernemingen tussen één en negen voertuigen bezit. Interessant is ook dat bijna alle ondernemingen overwegen om hun vloot uit te breiden. De meeste voertuigen worden nog steeds aangekocht, maar ook verschillende vormen van leasing winnen terrein. Voor alle fleetmanagers zijn de snelle levering en de maandelijkse huurprijs hierbij doorslaggevend. De Britten staan het meest open voor de vernieuwing van hun vloot, terwijl de Italianen meer in termen van gebruikskost denken.

57% van de kmo's heeft de voertuigen in zijn bezit. Die aankoop gebeurde met eigen middelen (45%) of via een lening bij de bank (12%). Financiële leasing (met aankoopoptie dus) is goed voor 30% van de aankopen. Verder steeg het aantal operationele leasings met 2% sinds 2013, waardoor deze vorm van leasing nu aan 14% komt.

Frankrijk, een rijpe markt

Frankrijk is een schoolvoorbeeld en verdient dus een grondige studie. Al vijftien jaar lang daalt het aandeel particuliere voertuigen in dat land. Sinds twee jaar zorgen de bedrijfswagens dan ook voor de groei op de automarkt.

Daar zijn drie redenen voor :

  1. Tijdens de crisis hebben de bedrijven hun voertuigen langer gehouden en niet zo snel vervangen. Dat verschijnsel verdwijnt nu en er worden meer vloten vernieuwd.
  2. Er wordt meer aandacht besteed aan het milieu en aan maatschappelijke verantwoordelijkheid. Door de vernieuwing van de vloten komen er in het wagenpark steeds meer auto's terecht met een lagere CO2-uitstoot om de cost of ownership van de vloot te verlagen.
  3. De connectiviteit – het gebruik van telematica – evolueert voortdurend waardoor de verplaatsingen beter worden beheerd. Bovendien worden steeds meer voertuigen speciaal voor bedrijven ontwikkeld, met alle nodige technologische snufjes. De wagen is dus niet meer alleen een vervoermiddel maar ook een werkplek.

Uit de studie van het CVO kwamen ook nog twee andere opmerkelijke trends naar boven:

  • Op financieel vlak wordt steeds meer rekening gehouden met de total cost of ownership, die ook de kosten voor het onderhoud en de fiscaliteit bevat.
  • De verkoop van demowagens neemt toe: de fleetmanagers van het bedrijf verkopen de wagens met een lage kilometerstand door als tweedehandswagen op de particulierenmarkt (goed voor zomaar even 15% van de inschrijvingen in de ondervraagde landen).
Article

10.11.2017

Waarom Europa nood heeft aan een belastingstelsel voor de digitale wereld

De Europese Commissie wil een meer rechtvaardige belastingheffing voor de digitale economie garanderen die de groei stimuleert, met name van de Europese bedrijven. Hoe dan wel?

Vorige week ging het hard voor de voorstanders van een Europese fiscaliteit voor digitale krachtpatsers (allemaal Amerikaans). Frankrijk – gesteund door 19 andere landen – legde op de Europese Top van Tallinn immers zijn wetsontwerp voor de belasting op de omzet van Amerikaanse digitale reuzen, de zogeheten GAFA (Google, Amazon, Facebook, ...), voor. Een maatregel waarvan twee lidstaten niet willen weten: Luxemburg en Ierland.                    

Nochtans is de goedkeuring van een gemeenschappelijk kader essentieel. De duurzaamheid van de belastinginkomsten van de lidstaten staat namelijk op het spel, zo vindt Valdis Dombrovskis, vicevoorzitter bevoegd voor de euro: “Onze fiscale systemen moeten evolueren om rekening te houden met nieuwe bedrijfsmodellen. Ze moeten bovendien rechtvaardig, doeltreffend en tijdloos zijn nu onze traditionele fiscale bronnen onder grote druk staan.

De onenigheid tussen de lidstaten blijft groot. Vandaar het idee van een overkoepelend project voor een meer rechtvaardige belastingheffing op de digitale economie. Dat zou het ontstaan van Europese spelers die met de GAFA kunnen concurreren, moeten bevorderen. Dat bevestigt ook Andrus Ansip, vicevoorzitter bevoegd voor de digitale eengemaakte markt: “Moderne regels op het vlak van belastingheffing zijn van cruciaal belang om het potentieel van de digitale eengemaakte markt van de Unie ten volle te benutten en om innovatie en groei te stimuleren. Onze missie: gelijke concurrentievoorwaarden voor alle bedrijven.

Het rapport dat op 21 september gepubliceerd werd, staat online. Het kadert in een hele reeks voorstellen die tegen het voorjaar van 2018 klaar moeten zijn.

En dat niet enkel op Europees niveau. In de huidige geglobaliseerde digitale context wacht de Commissie vol ongeduld op het rapport van de OESO op de top van de G20, die begin 2018 op het programma staat. Dit rapport zou leidraden geven voor een belastingskader voor de digitale economie op internationaal niveau. De OESO werkt er ondertussen al jarenlang aan, zonder groot succes. Dit rapport uit 2014 dat al pleitte voor maatregelen om de fiscale uitdagingen van de digitale economie aan te gaan, is daar een bewijs van:

“De ontwikkeling van de digitale economie doet problemen rijzen op het vlak van internationale fiscaliteit. De digitale economie is geneigd om uit te groeien tot de economie zelf. Sommige economische modellen en de voornaamste eigenschappen van de digitale economie kunnen de risico’s op erosie van de belastinggrondslag en winstverschuiving vergroten.

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top