Article

01.03.2019

Oslo, Groene Hoofdstad van Europa

De Noorse stad Oslo werd gekroond tot 'Groene Hoofdstad van Europa' voor 2019 en wordt zo de opvolger van Nijmegen in Nederland. De prijs werd uitgereikt door de Europese Commissie, die vooral lovend is voor de holistische aanpak van de stad op het vlak van duurzame ontwikkeling. Die aanpak focust op mobiliteit, sociale samenhang, volksgezondheid, burgerschap, biodiversiteit en uitstoot van broeikasgassen.

Ambassadeur van duurzame stadsontwikkeling

Oslo kreeg officieel de titel van 'Groene Hoofdstad van Europa 2019'. De stad die vroeger Christiania heette, telt bijna 675.000 inwoners en is 450 km² groot. Al jarenlang is ze een van de meest actieve steden op het vlak van duurzame ontwikkeling. In perfecte harmonie met de omliggende natuur, neemt de stad haar toekomst in handen en gaat ze de milieu- en klimaatuitdagingen die zo zwaar wegen op onze planeet ten volle aan. De titel van 'Groene Hoofdstad' wordt uitgereikt door de Europese Commissie op basis van een reeks criteria en zet op die manier steden in de kijker die een referentie zijn op het vlak van respect voor het milieu.

Deze bekroning is voor de Noorse hoofdstad een mooie gelegenheid om haar inwoners en bedrijven te blijven mobiliseren, maar ook om haar voorbeeldige beleid, good practices en milieukennis te delen om zo ook de andere lidstaten te inspireren. Oslo is een echte ambassadeur van duurzame stadsontwikkeling. Maar wat is nu precies het toekomstplan van de stad voor de komende jaren? Bijna 200 partners organiseren samen maar liefst 350 uiteenlopende evenementen, gaande van internationale conferenties tot wijkvergaderingen, met één doel voor ogen: zo dicht mogelijk bij de inwoners komen.

Oslo, toekomstige koolstofvrije stad

Oslo kreeg de titel van 'Groene Hoofdstad' vooral om haar globale aanpak. Ondanks het feit dat Noorwegen bekendstaat om zijn rijke energiebronnen, koos de hoofdstad van het land resoluut voor een duurzame transitie. Oslo wil haar uitstoot van broeikasgassen tegen 2020 immers met 36 % terugdringen en tegen 2050 zelfs een koolstofneutrale stad worden.

Zo'n tachtig klanten-ondernemers van BNP Paribas Fortis kregen de kans om die innovaties op het vlak van decarbonisatie zelf te gaan ontdekken tijdens een studiereis die begin februari werd georganiseerd door Corporate Banking. Het was trouwens al de derde editie. De bezoeken aan Berlijn en Parijs stonden in het teken van twee andere thema's - circulaire economie en smart city - die passen binnen de vier pijlers van de strategie die Corporate Banking vooropstelt.

Ruimte voor zachte mobiliteit

Oslo is de stad die wereldwijd het grootste aantal elektrische wagens per inwoner telt. Daarbovenop is het centrum van de stad voortaan verboden terrein voor motorvoertuigen ... De laatste jaren heeft Oslo enorme inspanningen geleverd om het autoverkeer in het stadscentrum terug te dringen en zo vrij spel te geven aan zachte mobiliteit, onder meer via de aanleg van infrastructuren om het gebruik van de fiets te stimuleren. Zo daalde het autoverkeer tussen 2005 en 2012 met 10 %, terwijl het gebruik van het openbaar vervoer sinds 2007 met 50 % is toegenomen. Tot slot rijdt een groot deel van de bussen en vuilniswagens op biogas, waardoor ze hun eigen bioafval en vuil stadswater zinvol gebruiken.

Stedenbouw goes green

De stad telt 3.000 meter aan waterlopen met een rijke biodiversiteit en startte daarom met een groot renovatieproject voor haar waterwegen. In het verleden werden immers heel wat rivieren en beken afgesloten om de stadsuitbreiding te kunnen opvangen ... Via dit nieuwe project wil Oslo de waterwegen echter opnieuw openstellen om ze toegankelijk te maken voor het grote publiek, het behoud van de ecosystemen te bevorderen en bij te dragen aan een doeltreffend regenwaterbeheer. Op het vlak van stadsvernieuwing is de wijk Vulkan een prachtig voorbeeld van een milieuvriendelijk bouwproject. Deze nieuwe wijk werd immers opgetrokken in wat voorheen een industriegebied was. Onze tachtig klanten-ondernemers mochten dit ecodistrict gaan bewonderen. Het is eigenlijk een volledig autonome 'stad in de stad' waar elk gebouw zelf energie produceert. Alle warmte die wordt geproduceerd, wordt er gecentraliseerd en opnieuw verdeeld.

Burgers en bedrijven

Een van de stokpaardjes die de stad naar voren schuift binnen haar actieve en innovatieve aanpak, is de burgerparticipatie. Het idee? Banden met de burgers aanknopen en versterken om ze zo steeds verder te betrekken bij de acties. En de bedrijven? Er werd een netwerk 'Business for Climate' opgezet om de samenwerking te versterken tussen de stad en de zakenwereld, maar ook met andere betrokken partijen zoals het maatschappelijk middenveld, ngo's en noem maar op. Het uiteindelijke doel is zonneklaar: samen nadenken over de gevolgen van handelstransacties op het leefmilieu. De bewustmaking bij de bedrijven vertaalt zich bovendien in verschillende projecten zoals de stadsboerderij van Losæter of het project Landbrukskvartalet.

Ambities voor de toekomst

De ideeën van de Noorse hoofdstad zijn bovendien nog lang niet uitgeput. Zo is de stad nog van plan om vanuit de luchthaven een groene wijk op te trekken, het zogenaamde Oslo Airport City-project. Die wijk wordt een intelligente, geconnecteerde en 100 % ecologische stad gebaseerd op het concept van de aerotropolis, of een 'luchthavenstad'. Over maar liefst vier miljoen km² zullen de gebouwen worden verbonden met een energiesysteem dat wordt gevoed met hernieuwbare energie. Zo zullen openbare gebouwen, woningen, scholen, slimme wegen en zelfs vliegtuigreizen vanaf 2025 100 % elektrisch zijn. Een groene en vernieuwende toekomst dus ... maar dan morgen al!

Article

27.03.2018

België geeft de op een na grootste groene staatsobligatie ter wereld uit

Wat een succes voor de Belgische staat en BNP Paribas Fortis! Op 26 februari 2018 heeft de Belgische staat 4,5 miljard euro opgehaald om de transitie naar een duurzame economie te financieren. Een grote primeur, zowel voor ons land als voor de bank.

De Belgische staat wil projecten financieren die bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie. Om in aanmerking te komen moeten die projecten inspelen op drie belangrijke milieu-uitdagingen: klimaatverandering, biodiversiteit en vervuiling. De ingezamelde fondsen zullen worden besteed aan projecten uit vijf groene sectoren die die uitdagingen aanpakken: schoon vervoer, biologische hulpbronnen en bodemgebruik, hernieuwbare energie, circulaire economie en energie-efficiëntie.

"Zelfs voor de Belgische staat liet weten dat hij van plan was een groene obligatie uit te geven, hadden wij al diverse groene financieringsmogelijkheden voorgesteld aan het Federaal Agentschap van de Schuld. Ons marktleiderschap op de Belgische schuldmarkt en onze deskundigheid inzake de structurering van groene financieringsproducten plaatsten ons in een sterke positie om te worden geselecteerd als Structuring Advisors", vertelt Katherine Dior, verantwoordelijke voor obligatie-uitgiftes bij BNP Paribas Fortis. "We kregen bovendien de rol van Joint Bookrunner voor de transactie. Daarom hebben we een roadshow georganiseerd in meerdere Europese landen om groene investeerders aan te spreken en hun het product voor te stellen."

Een (bijna) klassiek product

Sinds meerdere jaren is BNP Paribas één van de pioniers in de uitwerking van groene obligaties op de Belgische markt. "We hebben aan tal van Europese projecten omtrent groene financiering gewerkt. In België deden we dat bijvoorbeeld voor bedrijven als Aquafin, Renewi (voormalig Shanks) en Cofinimmo. Vanwege onze ruime ervaring in het domein heeft het Federaal Agentschap van de Schuld een beroep gedaan op onze expertise om deze eerste groene staatsobligatie uit te werken", licht Katherine Dior toe.

Groene obligaties hebben exact dezelfde kenmerken als conventionele obligaties, op één verschil na: de gefinancierde projecten moeten beantwoorden aan de 'Green Bond Principles'. De emittent moet ook een jaarverslag publiceren voor twee cruciale aspecten: de toekenning van het opgehaalde bedrag aan groene projecten en een follow-up van hun ecologische impact.

Een centrale rol

"Vanaf september 2017 hebben onze teams het Federaal Agentschap van de Schuld geholpen om alle uitgaven van de federale instellingen uit te vlooien. De bedoeling was projecten te vinden die op basis van hun uitgaven mogelijk konden worden gefinancierd via de groene obligatie", legt Katherine Dior uit. "Na drie maanden speurwerk hadden we een lijst van in aanmerking komende projecten voor een totaalbedrag van 5,5 miljard euro. Tegelijkertijd had het Federaal Agentschap van de Schuld ook een beroep gedaan op een 'second opinion provider', Sustainalytics. Die moest nagaan of het kader van de groene obligatie was afgestemd op de Green Bond Principles. Op basis van de 5,5 miljard euro aan opgespoorde uitgaven besloot de Belgische staat uiteindelijk het bedrag van de groene obligatie vast te leggen op 4,5 miljard euro, om nog een zekere veiligheidsmarge in te bouwen."

Onze wereld in verandering wordt duurzamer

Als grootste bank van België moeten we een voortrekkersrol spelen en een katalysator zijn voor de verwezenlijking van een duurzame maatschappij. Dat is niet zomaar een ambitie, maar een concreet engagement naar de maatschappij toe. Duurzame ontwikkeling is onbetwistbaar een van de grootste thema's in de beleggingswereld van morgen. "Als geëngageerde bank kunnen we trots zijn op onze centrale rol in de uitgifte van deze eerste groene obligatie van de Belgische staat", besluit Katherine Dior.           

De groene obligatie van de Belgische staat in enkele cijfers

De 4,5 miljard euro werd opgehaald bij ongeveer 150 institutionele beleggers, als volgt verdeeld: fondsenbeheerders (33 procent), openbare instellingen (26 procent), pensioenfondsen (16 procent), schatkist (12 procent), verzekeringsmaatschappijen (5 procent), speculatieve beleggingsfondsen (5 procent) en banken (3 procent). De verscheidenheid aan profielen en het totale bedrag tonen aan hoe sterk beleggers in dergelijke producten geïnteresseerd zijn. Enkele financiële cijfers: het rendement van de coupon van deze eerste groene obligatie, met een looptijd van vijftien jaar, bedraagt 1,289 procent. De obligatie vervalt op 22 april 2033.

Article

21.03.2019

Met klanten naar de groenste Europese hoofdstad: bekijk het sfeerverslag

Na de trips naar Berlijn en Parijs, waar de focus lag op de thema’s circulaire economie en ‘smart city’, ging het richting Oslo. Daar leerden we bij op het vlak van decarbonisatie.

Sinds eind 2017 organiseert BNP Paribas Fortis Corporate Banking studiereizen (Berlijn, Parijs) die de vier pijlers van zijn strategie, gebaseerd op de Duurzaamheidsdoelstellingen van de VN, in de kijker zetten. De studiereizen hebben telkens hetzelfde doel: klanten inspireren en aansporen om te starten met de energetische transitie van hun bedrijf, of die verder te zetten.

Van 5 tot 7 februari trokken we naar Oslo met 80 klanten, geselecteerd op basis van hun potentiële CO2-impact. We wilden de Noorse paradox verduidelijken: hoe kan Noorwegen de op twee na grootste olie-uitvoerder ter wereld zijn en tegelijk een van de meest koolstofvrije landen? De experts van het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) hadden een rijk en gevarieerd programma voorbereid. “We toonden een aantal globale initiatieven die ze in Noorwegen, en meer specifiek in Oslo, namen om decarbonisatie aan te moedigen”, vertelt Erik Vanberg (SBCC), een van de organisatoren van de reis.

Benieuwd naar de beelden?

Of was u mee naar Oslo en wil u de trip herbeleven? Bekijk de video!

Een van de voorbeelden:

"Onze klanten kregen uitleg van vijf start-ups over hoe zij decarbonisatie stimuleren. Ze maakten ook kennis met Yara, wereldleider in chemische meststoffen. En dus zowat de grootste vijand van alle ecologisten op deze planeet", vervolgt Erik Vanberg. "Het bedrijf denkt nochtans echt na over zijn maatschappelijke rol en doet heel wat inspanningen om zijn CO2-uitstoot te verminderen. Een goed voorbeeld voor onze klanten dat toont hoe een business met het etiket van ‘slechte leerling’ toch kan veranderen en het verschil kan maken door een ecologische koers te varen."

CO2 als grondstof?

Het echte doel van de trip was de klanten aanmoedigen om de energetische transitie van hun bedrijf te versnellen.

Erik Vanberg: "We willen uitkijken naar nieuwe technologieën die ons interessant lijken om te onderzoeken. Zoals de opvang van CO2 om die definitief op te slaan of te gebruiken als grondstof. Zulke technologie was voor onze klanten onbekend terrein, maar sprak hen wel sterk aan. En gelijk hebben ze. Want daarmee kunnen ze decarboniseren en moeten ze grondstoffen niet meer ondergronds ontginnen om ze vervolgens eindeloos te recycleren."

Meer weten over decarbonisering

De klanten zijn vragende partij

"De thema’s die tijdens ons verblijf aan bod kwamen, belangen ons allen aan. Ik was dan ook zeer blij eraan te kunnen deelnemen", getuigt John Vanhoucke, CEO van Streamovations. "Dit soort trips toont aan dat BNP Paribas Fortis zich bewust is van de grote milieu-uitdagingen van vandaag en morgen. En ook dat de bank op de goede weg is, en een pionier in de bankwereld. Een dikke pluim aan de organisatoren: ze hebben aangetoond dat het mogelijk is om de problematiek van de decarbonisatie efficiënt aan te pakken. Zo creëer je optimisme. Het was een zeer verrijkende en inspirerende trip."

Networking is een wezenlijke troef

Wat de klanten ook zeer op prijs stelden aan hun verblijf waren de feedbacksessies na elk bezoek en elke presentatie, zodat ze een debat konden voeren en niet enkel ideeën, maar ook visitekaartjes uitwisselen.

“Ik ben er echt van overtuigd dat de trip bij heel wat klanten een bewustwordingsproces op gang heeft gebracht”, vertelt Véronique Dumont (Multimedia Content Management, Corporate banking). “Velen onder hen hebben trouwens aangegeven dat ze contact willen houden om elkaar te steunen bij de energetische transitie van hun bedrijf."

Tot slot willen we nog benadrukken dat Corporate Banking de ecologische voetafdruk berekende van de heen- en terugvlucht en de verplaatsingen per bus. De bank gaat via haar partnership met WeForest de CO2-uitstoot compenseren door bomen te planten in Zambia.

Article

05.11.2017

Welke ondernemingen zitten er achter de Smart City Awards?

Agoria heeft eind januari zijn Smart City Awards uitgereikt aan een aantal Belgische steden. Daarom bekijken wij welke partnerbedrijven deze noodzakelijke transformatie mogelijk hebben gemaakt.

"Volgens onze ramingen zal de bevolking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen 2050 met 35% gestegen zijn. Onze steden moeten zich anders organiseren als ze leefbaar willen blijven voor hun burgers", zegt CEO Marc Lambotte van Agoria.

Eind januari werden met de Smart City Awards van de federatie opnieuw zes steden en gemeenten bekroond: drie in Vlaanderen en drie in Wallonië. De steden werden gekozen op basis van 18 projecten in heel België. Wij bespreken hier vier van die projecten.

Agoria Smart City Award Mobility: Kortrijk, met Shop&Go

Met Shop&Go gebruikt de stad intelligente systemen om zijn parkeerplaatsen te beheren. Dankzij een systeem met nummerplaatherkenning kan iedereen 30 minuten gratis parkeren, ook in de ondergrondse parkings, zonder ticket en zonder cash. Het systeem omvat ook een mobiele app waarmee je van tevoren een plaats kunt reserveren. Het is uniek in Europa en werd mede uitgewerkt door LinkID, een onderneming gespecialiseerd in beveiligde mobiele betalingen.

Agoria Smart City Award Living in Wallonië: Houffalize, met Letsgocity

De gemeente nam de Belgische mobiele app Letsgocity in gebruik voor haar inwoners en voor dagtoeristen. Zo kunnen zij een verbinding maken met de gemeentediensten en de handelaars. Via geolokalisatie krijgen ze ook nuttige informatie aangeboden.

Agoria Smart City Award Living in Vlaanderen: Hasselt, met CitizenLab

Hasselt heeft een co-creatiesysteem gebruikt om het gemeentepark Kapermolen te renoveren. Daartoe ontwikkelde de stad een mobiele app, in samenwerking met CitizenLab. De inwoners konden ideeën aanbrengen en bespreken. Commerciële partner CitizenLab ontwikkelde in België een gebruiksklaar en volledig personaliseerbaar platform in meer dan 20 talen, op basis van cloudsoftware.

Agoria Smart City Award Digital: Brugelette, met Orange en Cropland

Brugelette wilde "objectieve, betrouwbare en volledige gegevens over het wegverkeer rond Pairi Daiza" verzamelen om een doeltreffend circulatieplan uit te werken. Dat doel werd bereikt dankzij een project van de overheidsdiensten van Wallonië. Die aanpak op basis van big data en de analyse van enkele maanden mobiele telefoniegegevens gaven de gemeente een duidelijker beeld van het wegverkeer, bevestigt Michaël Trabbia, CEO van Orange Belgium:

"In samenwerking met Cropland creëerden wij zes zones rond Pairi Daiza om het verkeer in kaart te brengen, en dat met behulp van gegevens afkomstig van masten in Ath en Bergen. Dit is een heel mooi voorbeeld van de kracht van digitale tools en big data ten dienste van intelligente steden."

Alle projecten en de recentste informatie over het onderwerp vindt u op de Smart City Awards- website van Agoria

Article

07.04.2017

De Supply Chain optimaliseren

De merken in de modesector ontwikkelen producten met een verbeterde korte verkoopcyclus. Hoe slagen Zara en H&M erin hun collecties tot twee keer per week te vernieuwen zonder massale verspilling en wat kunnen we daaruit leren?

De opwarming van de aarde is niet langer alleen voor de overheid een uitdaging, maar ook voor ondernemingen, die onder druk staan om hun toevoerketen te optimaliseren. De beslissingen die eind 2016 tijdens COP22 in Marrakech werden genomen, scheppen de ideale context om de impact van de toevoerketen op het milieu in vraag te stellen, een aspect dat tegenwoordig onder de noemer 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' van een onderneming valt.

Kering gaf het voorbeeld

Kering was al vanaf 2015 een pionier op dit vlak. In het milieurapport 'Environmental Profit and Loss Account' schreef de onderneming 93% van de milieu-impact van haar activiteit toe aan haar toevoerketen (50% van die impact had te maken met de onbewerkte grondstoffen die ze gebruikte). Zo'n resultaat was nog moeilijk te verantwoorden in tijden waarin consumenten steeds meer naspeurbaarheid en deugdzaamheid verwachten.

Om daar wat aan te doen, heeft de groep een project opgestart om zijn toevoerketen aan te sturen met behulp van innovatieve tools. De onderneming deelt haar methodologie en tool in openbronformaat via haar website en spoort de rest van de sector zo aan om haar voorbeeld te volgen.

"De vier doelstellingen: de juiste voorraad, de juiste hoeveelheden,
de juiste plaats, het juiste moment.”

 

Het voorbeeld van fast fashion

In Frankrijk heeft het Agence pour l'Environnement (het Milieuagentschap) in november 2016 een rapport gepubliceerd over verspilling. Volgens dat agentschap is het tegenwoordig mogelijk met enkele kleine en goedkope ingrepen in amper drie maanden tijd tot 22% minder verspilling te komen.

Deze nieuwe keten vinden we – tegen alle verwachtingen in – bij fastfashionmerken zoals Zara, H&M en Forever 21. Deze merken houden bij de ontwikkeling van hun collecties immers rekening met korte verkoop-, vestigings- en bevoorradingscycli. Uit pure noodzaak moeten ze hun collecties tot twee keer per week kunnen vernieuwen! Nadeel: doordat ze niet konden worden gerecycleerd, verhuisden honderden tonnen kleren naar het stort. Met andere woorden: een enorme verspilling en methaanproductie. De merken moesten innovatieve en krachtige tools inzetten om minder te vervuilen en tegelijk ook overstock te vermijden.

Het aanbevolen model: minder logistieke oppervlakte, minder natuurlijke of landbouwoppervlakte en minder verpakking. De vrachtwagens worden beter gevuld en onnodige voorraadverplaatsingen worden vermeden. Bij de groep Zara geven de managers van verkooppunten bijvoorbeeld in realtime de feedback van de klanten door (wat ze zoeken of waar ze niet van houden). De gegevens worden onmiddellijk naar de hoofdzetel gestuurd, die de designers een lijst van onmiddellijke prioriteiten doorgeeft. Door zijn toevoerketen op die manier te optimaliseren, kan Zara 85% van de prijs van de kleding overhouden, terwijl de rest van de sector ten hoogste aan 60 à 70% komt. Dat bewijst dat de vereisten voor een gemoderniseerde en verantwoordelijke toevoerketen niet noodzakelijk schadelijk zijn voor de rendabiliteit van een bedrijf.

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top