Article

08.11.2017

Leasing: de checklist

U hebt de stap naar leasing nog niet gezet? Doe de test. Het duurt maar enkele minuten en kan u later heel wat tijd en geld besparen!

Stel uzelf de juiste vragen

  • Hebt u momenteel meerdere ‘klassieke’ financieringen lopen?
  • Hebt u plannen op korte termijn waarvoor u uw liquide middelen moet aanspreken?
  • Wilt u uw materieel (wagens, computers, enz.) regelmatig vernieuwen en houdt u zich liever niet bezig met de verkoop ervan?
  • Wilt u de btw van uw aankoop gespreid betalen?
  • Wilt u bijkomende fiscale voordelen genieten?

Kies de leasing die bij u past

  • Bent u op zoek naar een oplossing die niet op uw balans weegt?
  • Plant u het materieel te kopen nadat het leasingcontract is afgelopen?
  • Wilt u verlost worden van alle administratieve formaliteiten (bestelling, follow-up, onderhoud, enz.)?
  • Zoekt u een ‘all-in formule’ (verzekering, bijstand, enz.)?
  • Wilt u maandelijks/driemaandelijks hetzelfde bedrag betalen, of verkiest u een verhoogde eerste betaling?
  • Voor hoeveel voertuigen (voor professioneel of persoonlijk gebruik) of computers wilt u een leasing aangaan?

Het antwoord op deze vragen geeft uw relatiebeheerder een beter inzicht in uw behoeften, zodat hij of zij samen met u een geschikte leasingformule kan vinden. Aarzel niet om contact op te nemen!

Article

08.11.2017

Leasing: Op de balans? Of niet? En wat met de btw?

Het is niet altijd eenvoudig de weg te vinden in het doolhof van de leasingregelgeving. Een toelichting door onze specialisten.

Kan een onderneming beslissen om de leasing niet in haar balans op te nemen?

Philippe Tilkin, Marketing & Solutions Manager bij BNP Paribas Leasing Solutions:

“Dat hangt af van de gekozen formule. Bij een leasing voor kapitaalgoederen (auto, IT, enz.) zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is de aankoopoptie lager dan of gelijk aan 15% van het bedrag van de investering, en dan moet de huurder de lease op zijn balans afschrijven (on-balance leasing). Ofwel is de aankoopoptie hoger dan 15% van het bedrag van de investering, en dan kan hij de lease als algemene kosten in zijn resultatenrekening opnemen. Zo verlaagt hij zijn belastbare winst en dus het belastingbedrag dat hij aan de fiscus verschuldigd is. De verrichting staat dan op de balans van de verhuurder en niet op die van de huurder (off-balance leasing of buiten balans).

Ook voor de leasing van een gebouw zijn er twee mogelijkheden. Ofwel wordt het kapitaal volledig terugbetaald tijdens de looptijd van de leasing (full pay out) en wordt de verrichting dus op de balans geboekt (activering en afschrijving door de leasenemer, schuld op het passief). Ofwel is er geen full pay out (doorgaans bij contracten met een residuele waarde van 10% op het gebouw, verhoogd met de waarde van het terrein als dat in de leasing is opgenomen) en dan wordt de verrichting niet geboekt op de balans (de huurgelden worden beschouwd als kosten).

Ik zeg wel ‘in de zin van de huidige wetgeving’, want de internationale boekhoudregels lijken aan belang te winnen. Het zou dus kunnen dat in de toekomst elke leaseverbintenis op de balans van de huurder moet verschijnen. Maar er is nog niets beslist. En ik deel de mening van de heer Tanguy van de Werve, algemeen directeur van Leaseurope (beroepsvereniging die de Europese leasesector vertegenwoordigt). Volgens hem zou het zeer riskant zijn om te raken aan het huidige boekhoudmodel van leasing, zeker in een context waarin de Europese politieke gezagsdragers de toegang tot productieactiva willen bevorderen om de groei te boosten.”

En wat doet ze met de btw?

P. Tilkin: “Via leasing kunnen btw-plichtige ondernemingen de btw voorfinancieren en vervolgens spreiden over de hele looptijd van het contract. Bovendien kunnen zij de btw op de huurgelden en op de interesten in die huurgelden terugvorderen. En als de onderhouds- en herstellingskosten ten laste zijn van de huurder, dan is daar ook terugvorderbare btw op verschuldigd.”

Marc Melis, Commercieel Directeur bij Arval: “Wat voertuigen betreft, is één van de voordelen van operationele leasing dat de klant slechts een deel van de btw betaalt, berekend op het verschil tussen de initiële investering en de residuele waarde van het voertuig aan het eind van het contract. De btw-plichtige bedrijven kunnen een deel van de btw recupereren die is betaald op hun maandelijkse huurgelden. Die recuperatie verloopt via de btw-administratie, die sinds januari 2013 diverse methodes heeft ingevoerd om de recuperatie te bepalen in functie van de verhouding tussen het beroeps- en privégebruik (met een maximum van 50%).”

P. Tilkin: “Voor onroerende leasing moeten we een onderscheid maken tussen recente of op te richten gebouwen waarop btw van toepassing is – en dus terugvorderbaar, in zoverre de leasenemer een belastingplichtige met recht op aftrek is – en oude gebouwen die niet onder het btw-stelsel vallen. Er moet dan geen btw worden betaald op de huurgelden.”

Article

08.11.2017

Financiële, operationele of roerende lease?

Wat betekenen deze termen, die vaak door elkaar worden gebruikt, in de praktijk?

Leasing is een contract waarin de verhuurder in ruil voor huurgeld afstand doet van het recht om een goed te gebruiken gedurende een overeengekomen periode. De verhuurder blijft de hele looptijd van het contract de wettelijke eigenaar van de activa. De eigendom van de activa kan aan het einde van het contract al dan niet aan de huurder worden overgedragen. Contracten die vanaf het begin voorzien in de onmiddellijke overdracht van de wettelijke eigendom van de activa aan de klant worden niet als leasingcontracten beschouwd.

Wettelijk kader

Leasing kwam in België op de markt in november 1961. Maar het duurde nog zes jaar voordat leasing een wettelijk statuut kreeg via het Koninklijk Besluit nr. 55 van 10 november 1967.

Dit Koninklijk Besluit is vandaag nog altijd van toepassing. Het geeft leasing de wettelijke benaming "financieringshuur", bepaalt de criteria waaraan de verrichtingen moeten voldoen en voorziet in het principe van een erkenning door de Federale Overheidsdienst Economie voor de beoefening van die activiteit.

Het KB maakt een onderscheid tussen roerende en onroerende leasing.

1. Roerende leasing

  • moet betrekking hebben op kapitaalgoederen die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt
  • de huurder kiest zelf het materieel
  • de looptijd van het leasingcontract stemt overeen met de vermoedelijke economische levensduur
  • de huurprijs moet zo worden vastgesteld dat het bedrag van de investering over de huurtijd wordt afgeschreven
  • de huurder kan eigenaar van het goed worden door de aankoopoptie uit te oefenen

2. Onroerende leasing

  • dient betrekking te hebben op bebouwde onroerende goederen (alleen voor een terrein is dus geen onroerende leasing mogelijk)
  • het leasingcontract moet een vaste looptijd hebben en kan niet worden opgezegd
  • het genot van de gebouwen en van de grond waarop ze zijn opgericht moet door de verhuurder aan de huurder worden toegestaan
  • de huurder kan eigenaar van het goed worden door de aankoopoptie uit te oefenen

Commercieel kader

Er zijn twee leasingformules op de markt:

  1. Financiële lease: dit is de oudste en eenvoudigste formule, omdat er weinig diensten aan verbonden zijn. De formule biedt als voordeel dat de betaling over een bepaalde looptijd kan worden gespreid. Hoewel de verhuurder tijdens de hele looptijd van het contract de wettelijke eigenaar van de activa blijft, profiteert de huurder in de praktijk van de activa alsof hij er de eigenaar van is: hij draagt de risico's en geniet de voordelen die uit de eigendom van de activa voortvloeien.
     
  2. Operationele lease: daaraan zijn vaak allerlei extra diensten verbonden. Naast de administratieve en financiële functies zorgt de verhuurder ook voor de support en het technische beheer van de activa.

Hier draagt de huurder niet de risico's en geniet hij niet de voordelen van de eigendom.

Boekhoudkundig kader

Toen leasing op de Belgische markt verscheen, werden de verrichtingen niet in de jaarrekening van de huurder opgenomen. Hij behandelde die leasingverrichtingen als huurcontracten en boekte de periodieke huurgelden als algemene kosten.
Op die manier nam de onderneming de uit de leasing ontstane verplichtingen niet in haar jaarrekening op en waren haar verbintenissen onderschat.

Op verzoek van onder meer de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen (tegenwoordig de FSMA) werd het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1976 uitgevaardigd. Dat wijzigde de boekhoudkundige principes van de leasingverrichtingen. Het bepaalt immers dat de boekhoudkundige verwerking van leaseverrichtingen moet uitgaan van de economische eigendom van het goed (en niet uitsluitend van de wettelijke eigendomsrechten).

Hierdoor is de huurder verplicht om de leaseverrichtingen in zijn balans op te nemen. Dat is echter niet het geval voor leasing van roerende goederen met ankoopopties van meer dan 15% en van bepaalde onroerende goederen.

Article

01.03.2016

Betere bereikbaarheid bedrijven cruciaal

Het fileleed zit de werkende Belg hoog. Zo hoog, dat het een serieuze domper op de arbeidsvreugde zet. Zelfs uw retentiebeleid lijdt eronder.

Bijna een kwart (23%) van alle werknemers wil immers van werk veranderen. Niet omdat de job zelf hem of haar de keel uithangt, maar gewoon om dichter bij huis te werken en minder pendeltijd te verliezen. Dat blijkt uit een onderzoek van Securex.

De HR-dienstverlener vroeg aan 1.671 Belgische werknemers hoe lang ze naar en van het werk onderweg zijn. Vooral Brusselaars zijn de woon-werkverplaatsing grondig beu, constateert Hermina van Coillie, HR-expert bij Securex:

“Niet minder dan 1 op de 3 Brusselse werknemers overweegt om die reden van werk te veranderen. In Wallonië is dat 1 op de 4, in Vlaanderen 1 op de 5. Niet verrassend: vooral mensen met kinderen (31%) dromen van een werkplek dichter bij huis. Ook al is dat niet dé  mirakeloplossing. Uit de studie blijkt dat zo een verhuis niet noodzakelijk tijdwinst oplevert.”

Hoe dan ook: voor bedrijven die hun medewerkers ’s morgens graag met een smile op hun gezicht zien binnenwaaien, zijn het zorgwekkende cijfers.

Oplopende reistijd

 Het is niet zozeer de afstand die op het gemoed van de pendelaar weegt, maar de reistijd. En die loopt op. Tot 54 minuten per dag: zoveel tijd verliest de Belg gemiddeld om zich van en naar zijn werk te verplaatsen. Veel hangt af van het vervoermiddel. Wie wandelt of fietst, is per dag gemiddeld 29 minuten onderweg. Met de auto loopt het op tot bijna een uur. De trein dan maar? Dat valt tegen: het openbaar vervoer wordt vaak als filevrij alternatief naar voor geschoven, maar met de trein, de tram en de bus loopt de gemiddelde reistijd tot 96 minuten per dag op. Als we straks in een zelfsturende auto kunnen werken (of een kaartje leggen voor wie aan carsharing doet), dreigt de trein veel van zijn charme te verliezen.

U zou uw medewerkers kunnen aanraden om niet van werk, maar van adres te veranderen. Maar dan mag u als onderneming liefst niet midden in de stad zitten. Uw verhuisde werknemer legt dan misschien wel minder kilometers af, maar dat levert niet altijd tijdwinst op. Een werknemer verliest 61 minuten pendeltijd om zich te verplaatsen van en naar een werkgever in een Belgische stad. Buiten de stad is dat een kwartier minder. Vooral in Brussel is de toestand penibel. Ruim 60% van wie in Brussel werkt, is meer dan één uur onderweg. In Vlaanderen en Wallonië is dat maar voor 21% het geval. Vooral de Brusselaars zelf komen er bekaaid af. Ze verliezen per dag meer dan anderhalf uur (95 minuten) pendeltijd. In Vlaanderen en Wallonië schommelt dat rond de 50 minuten.

Inzetten op bereikbaarheid

Laatste frappante cijfers uit het Securex-onderzoek: 71% van de werknemers rijdt meestal met de auto naar het werk. 15% stapt of fietst, 14% neemt het openbaar vervoer. Als de voorspellingen van het Federaal Planbureau uitkomen, blijven de Belgische wegen ook in de toekomst verder dichtslibben en zal het fileleed niet verminderen, integendeel. On the road again… again… is de bedrieglijk vrolijk klinkende titel van een studie die het Planbureau eind 2015 voorstelde.

Kort samengevat: als er niets verandert, staan we in 2030 nog langer in de file dan vandaag. Bij een ongewijzigd beleid stijgt het aantal reizigerskilometers tegen 2030 met 11% en het aantal tonkilometers met 44% (in vergelijking met 2012). Het wegvervoer blijft dominant en is in 2030 goed voor 87% van de reizigerskilometers, waarvan 82% met de wagen, en 70% van de tonkilometers, waarvan 66% met de vrachtwagen. Gevolg: de gemiddelde snelheid van het verkeer daalt verder. Tijdens de spitsuren zullen we 24% langer in de file staan. Geen prettig vooruitzicht...

Article

01.03.2016

Meer flexibiliteit en lagere kosten dankzij mobiliteitsbudget

De verkeersknoop ontwarren zal een brede waaier aan oplossingen vergen. Het mobiliteitsbudget is er alvast één van.

Bestaat er een remedie tegen het fileleed? Meer wegen aanleggen is alvast geen oplossing, want ook die zullen weer dichtslibben. De kilometerheffing voor vrachtverkeer dan? Die zou voor iets minder vrachtwagens moeten zorgen, maar hun plaats wordt wellicht ingenomen door personenwagens. Bovendien zal de heffing bestelwagens nog populairder maken dan ze al zijn. Tegen 2030 leggen die 43% meer kilometers af. Ook de accijnsverhoging op diesel doet de files nauwelijks krimpen, berekende het Planbureau.

Veel experts wijzen met een beschuldigende vinger naar de bedrijfswagens. In België krijgen die een te genereuze behandeling, vinden ze. Zowel de OESO als de Europese Commissie hekelt het fiscale voordeel voor bedrijfswagens in ons land. ‘De helft van de wagens op Belgische wegen zijn bedrijfswagens’, hoor je weleens beweren. Dat klopt niet. Het CVO (Corporate Vehicle Observatory)  vroeg bij de autofederatie Febiac de inschrijvingscijfers van het Belgisch voertuigenpark op:

  • België telt een kleine 700.000 lichte bedrijfsvoertuigen en ongeveer 930.000 andere voertuigen (autobussen, vrachtwagens, motorfietsen, ...).
  • Het leeuwendeel van de voertuigen - ongeveer 5,6 miljoen - zijn echter personenwagens. Daarvan behoren er 4,48 miljoen toe aan particulieren en 1,12 miljoen aan ondernemingen en zelfstandigen. Die laatste zijn dus niet de enige boosdoeners als het op verkeerscongestie aankomt. Enkel en alleen de gunstige fiscale regeling voor bedrijfswagens afbouwen zal niet volstaan om het probleem op te lossen.

Mentaliteitsverandering

 Dé wonderpil bestaat niet: de remedie zal uit veel puzzelstukjes bestaan. Er is vooral een mentaliteitsverandering nodig. Misschien wilt u uw medewerkers graag sensibiliseren om voor elke rit de meest efficiënte, minst vervuilende en prijsvriendelijke vervoersmodus te kiezen. Dat wordt in de toekomst mogelijk, via een mobiliteitsbudget. Bij Arval Belgium, een van de grote spelers op de leasemarkt, zijn ze die formule aan het klaarstomen. Els Costers (sales director Arval Belgium):

“Het concept is eenvoudig. In plaats van de medewerkers een auto, parkeerplaats, treinabonnement of leenfiets te geven, krijgen ze een mobiliteitsbudget. Met dat budget kunnen ze een afgesproken bedrag besteden aan een brede waaier van transportmiddelen: bedrijfswagen, openbaar vervoer, fiets, poolwagen, … De werkgever bepaalt de hoogte van het budget en het aanbod aan transportmiddelen. Werkgever en werknemer spreken ook af voor welke verplaatsingen het mobiliteitsbudget geldt: alleen voor woon-werkverkeer en professionele verplaatsingen, of ook voor zuiver privégebruik.”

Pluspunten

 Het mobiliteitsbudget heeft veel voordelen voor de werkgever:

  • U wordt een aantrekkelijke werkgever, want u stimuleert flexibel werken en biedt uw werknemers keuzevrijheid en een flexibele mobiliteitsoplossing.
  • U haalt uw MVO-doelstellingen (maatschappelijk verantwoord ondernemen) door het openbaar vervoer te stimuleren en door het aantal wagens, gereden kilometers en liters brandstof terug te schroeven.
  • U verlaagt uw TCM (total cost of mobility), want u hebt meer controle over uw leasevoertuigen, betaalt vaker voor gebruik in plaats van voor bezit en vermindert de administratieve druk.

Uw werknemers krijgen dan weer meer vrijheid en flexibiliteit bij de organisatie van hun verplaatsingen. Ten slotte vaart ook het milieu er wel bij. De toenmalige Vlaamse mobiliteitsminister Hilde Crevits bestelde in 2012 het proefproject Mobiliteitsbudget werkt. Dat toonde aan dat werknemers die over een mobiliteitsbudget beschikken, de wagen vaker aan de kant laten staan en op een andere vervoersmodus overschakelen. Bij de vijf bedrijven die het systeem uittestten, daalde het autogebruik voor woon-werkverplaatsingen met 37%.

Een fantastisch systeem dus, dat mobiliteitsbudget. Waarom is het dan nog geen gemeengoed? Daarvoor is het wachten op een nieuwe wet die een berg juridische struikelblokken uit de weg moet ruimen, vooral op het vlak van fiscaliteit en RSZ. Het wetsvoorstel ligt wel al klaar. Els Costers:

“Vandaag is het voor een werkgever onmogelijk om al die vervoersmodi open te stellen. De juridische regels zijn anders voor professionele, woon-werk- en privétrajecten en ze verschillen ook per vervoermiddel. Dat maakt de administratie erg complex en tijdrovend. Het mobiliteitsbudget doorkruist al die regels. De nieuwe wet moet dat oplossen. Als ze er is, kan het snel gaan.”

Klaar voor het mobiliteitsbudget? Enkele vuistregels!

Wie nu al in de richting van een mobiliteitsbudget wil evolueren, houdt best rekening met volgende punten:
  • Om mobiliteitsbudgetten op te stellen, moet er eerst een analyse gemaakt worden van de werking van de organisatie en de verplaatsingsgewoonten. Zo kunt u nagaan welke combinaties wenselijk, haalbaar en rendabel zijn.
  • Betrek de sociale partners bij de introductie van het mobiliteitsbudget.
  • Volgende combinaties zijn vandaag fiscaal mogelijk:
    • bedrijfswagen én belastingvrije bedrijfsfiets
    • bedrijfswagen én fietsvergoeding
    • bedrijfswagen én openbaar vervoer
    • kleinere of elektrische auto voor dagelijks gebruik met ruimere gezinswagen tijdens vakantieperiodes. In dat geval moet het Voordeel van Alle Aard (VAA) wel in functie van het gebruik berekend worden. 
  • Zet maximaal in op flexibiliteit. Met een formule als Arval Select kunnen bestuurders van leasewagens bijvoorbeeld gebruikmaken van verschillende voertuigen naargelang hun wisselende mobiliteitsbehoeften. 

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top