Article

12.06.2018

Herbebossing en biodiversiteit in de praktijk

Er zijn belangrijkere streefdoelen dan de EBITDA. Bomen bijvoorbeeld. Ze zorgen voor biodiversiteit en zijn goed voor de fauna en flora, de bodem, het water en de lucht. WeForest mobiliseert bedrijven om meer bos te planten.

Herbebossing is geen modeverschijnsel of een hippiedroom. Het is nodig voor het klimaat, de biodiversiteit, de kwaliteit van de bodem en het water, de voeding en dus de toekomst van alle soorten. 

De oplossingen zijn nog te weinig bekend en kunnen een steuntje in de rug gebruiken. Nochtans hoeft er niets opgedolven te worden en komen er geen ingewikkelde technieken of eindige grondstoffen aan te pas. Ze zijn onmiskenbaar efficiënt, geïnspireerd op de werking van natuurlijke ecosystemen en integreren bomen in de velden. Lees ook het artikel 'Het grote potentieel van herbebossing'.

We stellen u graag twee privé-initiatieven voor. Ecosia, de zoekmotor van een Berlijnse start-up, telt 7 miljard gebruikers en plant een boom per 45 uitgevoerde zoekopdrachten. Dat komt vandaag overeen met zowat 27 miljoen geplante bomen. De vzw WeForest heeft een ruime expertise in herbebossing en engageert zich met zijn sterke wetenschappelijke basis en netwerk van bedrijven voor duurzame herbebossing. We hadden een gesprek met Marie-Noelle Keijzer, oprichtster van WeForest.

Van koolstofcompensatie tot de watervoetafdruk van bedrijven

Aanvankelijk was de vzw niet helemaal overtuigd van koolstofcompensatie. Dat systeem was volgens haar te simplistisch, maar wel een goede manier om haar doelpubliek – bedrijven die hun koolstofuitstoot willen meten, terugdringen en compenseren, maar daar moeilijk in slagen – mee aan boord te krijgen. Vandaag is WeForest overgestapt op een 'net positive'-visie, waarbij het de bedoeling is om ook de emissies uit het verleden te compenseren.

“Het is logisch dat we op milieuvlak ook verder kijken dan koolstof. Veel bedrijven nemen bijvoorbeeld ook hun watervoetafdruk onder de loep. Er waait een nieuwe wind, die van de steun aan een duurzame ontwikkeling door herbebossing. Landen uit de armoede halen, niet gewoon bomen planten en opstappen. Bedrijven willen vandaag maatschappelijk verantwoord handelen", vertelt Marie Noëlle Keijzer, CEO van WeForest.

Werken aan vegetatie, koolstof, water, lucht en tewerkstelling

Sinds 2011 hebben zich al 270 bedrijven aangesloten bij WeForest, waardoor er eind 2017 ruim 17 miljoen bomen zijn geplant en 13.000 hectare bos is hersteld. De vzw wil dat cijfer tegen 2020 verdubbelen. Ze reikt haar bedrijfsklanten een impactvolle marketing aan, in de stijl van 'we planten een boom voor elke aankoop'.

In 2014 besloot Brabantia 'het anders aan te pakken'. Verkopen bleef uiteraard belangrijk, maar er kwam meer aandacht voor de problemen van onze planeet. Daarom stapte het bedrijf samen met WeForest in een project voor medefinanciering van herbebossing. "Sinds Brabantia op zijn website, YouTube-kanaal en verpakking vermeldt dat er per verkocht droogrek of verkochte droogmolen een boom wordt geplant, stijgt de verkoop ieder jaar met 25%", vertelt de verantwoordelijke van WeForest, die zich baseert op case studies die onderbouwd worden door gecertificeerde metingen: "We blijven niet hangen bij de theorie. Elke klant krijgt een gps-kaart van de hectaren die hij financiert, in volledige transparantie. Vervolgens beschermen we de bossen en valideren we de projecten van onze klanten door een socio-economische activiteit te ontwikkelen voor de hele regio, door alternatieve bronnen voor inkomsten te genereren, banen te scheppen, enz."

Een levende boom heeft meer waarde dan een gekapte

Toen WeForest naar Zambia trok, was dat niet omdat het land afhankelijk is van internationale hulp, maar wel om enkele honderden landbouwers te sensibiliseren die al hun bomen hadden gekapt om ze te verkopen als brandhout. De vzw bracht hen samen om hen te tonen dat ze niet noodzakelijk bomen hoeven om te hakken om houtsnippers te verkopen maar ook selectief biomassa kunnen verzamelen als brandstof. Ze leidt vrouwen op tot boomkwekers en geeft hen een job en een inkomen. WeForest levert de landbouwers ook bijenkorven, zodat ze ook honing kunnen verkopen. De bijen zijn bovendien goed voor de bestuiving van bloemen, planten, fruitbomen, enz. "Het is heel eenvoudig: als we bijen en vogels doden met pesticiden en insecticiden, dan verstoren we de werking van de natuur", benadrukt Marie-Noëlle Keijzer.

Bomen, een habitat voor dieren en een natuurlijke meststof voor planten

In streken in Brazilië met maar 3% bossen meer, is het luipaard volledig verdwenen. Overal waar de bodem vlak is, heeft de landbouw bossen doen verdwijnen. WeForest kan een dergelijk groot land natuurlijk niet alleen aanpakken. Daarom zijn er groene corridors gecreëerd waar opnieuw leven ontstaat. Er werden opnieuw planten en bomen geplant die vogels en dieren aantrekken om er te leven, zich te voeden en zich voort te planten.

Bomen zijn ook een natuurlijke meststof: in de buurt van bomen groeit maïs sneller. Ze geven schaduw en houden water vast in de bodem ...

Er zijn bomen en bomen

Niet alle herbebossingsprojecten zijn even interessant. Sommige bomen zijn beter voor de voeding of het stikstofgehalte in de bodem, zoals dat ook met luzerne zou kunnen. Andere zijn slecht voor de diversiteit: in een aanplanting van palmbomen leven er geen dieren als de bodem vol chemicaliën zit. "We lossen niets op als we de oorzaak van de ontbossing niet aanpakken: de intensieve landbouw voor de productie van vlees bijvoorbeeld", besluit een overtuigde Marie Noëlle Keijzer. Er zijn volop oplossingen. Het is aan ieder van ons om onze verantwoordelijkheid te nemen.

Bronnen: BNP Paribas Fortis, WeForest
Article

07.12.2017

Met een Innovation Plane naar Berlijn

Wegens het succes van de Innovation Train naar Parijs (afgelopen maand juni), charterden Co.Station, BECI en Brussels Creative – met de steun van BNP Paribas Fortis – op 23 november een vlucht met 100 zitjes naar Berlijn. In het vliegtuig zaten niet minder dan 54 klanten, medewerkers en experts, uitgenodigd door de bank: klaar om in Berlijn twee dagen lang ogen en oren de kost te geven in het zenuwknooppunt van de circulaire economie.

'Circulaire economie', 'Scaling-up' en 'Artificiële intelligentie en support om de stad opnieuw uit te vinden', zo luidden de drie aangeboden trajecten voor het verblijf in Berlijn. Het programma omvatte bedrijfsbezoeken, workshops en networking. De bank koos resoluut voor het eerste traject en had al haar genodigden ook in die zin gebrieft.

"De circulaire economie is inderdaad een van de grote thema's* in de strategische ontwikkeling van Corporate Banking", verduidelijkt Aymeric Olibet, verantwoordelijk voor de werkgroep die in juli specifiek voor dit thema werd opgericht.

"Wij zijn ervan overtuigd dat de meeste ondernemingen, rekening houdend met de enorme milieu-uitdagingen – met name klimaatverandering en krimpende resources – vroeg of laat hun businessmodel zullen moeten wijzigen. We willen hen sensibiliseren voor die noodzaak, en de reis naar Berlijn was een van onze eerste initiatieven in dat verband. De ondernemingen, maar ook hun relatiebeheerders, moeten weten dat de bank hen kan begeleiden in die overgang."

Verwondering bij klanten

  Frédéric Tourné, Head of Environmental Management bij Befimmo, was ook van de partij. "De uitnodiging was een verrassing, maar wel een héél aangename. Dit is niet meteen wat je van je bankier verwacht, toch? Ik heb kunnen kennismaken met inspirerende projecten zoals 'Block-6' dat afvalwater van een reeks woongebouwen recupereert, zuivert en opnieuw in circulatie brengt: in de woningen maar ook in de groenteteelt (hydroponie) en de viskweek (aquaponie). Ook de ontmoeting met een van de oprichters van Ecosia, de zoekmotor die bomen plant, was zeer interessant."

"Wat me heel speciaal opviel, was de aandacht en de beschikbaarheid die de mensen van de bank voor ons toonden: zij wilden écht inzicht krijgen in onze verwachtingen en behoeften; ze wilden weten waar wij staan in onze denkoefeningen omtrent een meer duurzame wereld. Als je merkt dat je bank die bezorgdheid deelt, krijg je meteen zin om nieuwe projecten op te zetten. Duurzaamheid is absoluut een kernwaarde bij Befimmo, maar we kunnen nog meer doen. Dat is meer dan ooit mijn overtuiging. Het is ook zeer waardevol om andere ondernemingen te ontmoeten, even uit te breken uit je dagelijkse routine met haar oogkleppen. Kortom: ik ben teruggekeerd met mijn jaszak vol businesskaartjes en met heel veel zin om dingen in beweging te brengen in mijn onderneming."

Inspiratie vanuit de natuur

De circulaire economie vindt inspiratie in de principes van het levende: alles draait rond cycli (en recyclage), onderlinge afhankelijkheid, samenwerking, optimalisering (in plaats van maximalisering).

Aymeric Olibet: "Dat soort economie streeft naar beperking van negatieve bijwerkingen zoals het verbruik van grondstoffen en energie, ten voordele van positieve bijwerkingen zoals het regenereren van de biosfeer of het scheppen van lokale werkgelegenheid. Het is onze ambitie om projecten te ondersteunen die willen overstappen van lineaire naar circulaire industriële productieprocessen. Ondersteuning, dat is niet alleen aangepaste financiële oplossingen aanbieden, maar ook en vooral de klant helpen om zichzelf kritisch te wegen en de stap te zetten. De reis naar Berlijn was – zo hoop ik – het eerste event in een lange reeks."

Meer informatie over de reis vind je hier.

*De andere thema's in de strategische ontwikkeling van Corporate Banking zijn: de decarbonisatie, het menselijke kapitaal en de smart cities.
Article

26.01.2018

Barometer Green IT: best practices voor 2017

De barometer 2017 met tips voor een ecologisch verantwoord IT-beleid is er weer. Zo hebt u meteen alle troeven in handen voor een groenere informatica in uw bedrijf. We vatten de belangrijkste punten voor u samen.

De barometer wordt gepubliceerd door de Franse Alliance Green IT (AGIT), een organisatie die ‘groene’ IT-spelers samenbrengt. AGIT wil de ecologische voetafdruk van de informatie- en communicatietechnologie verkleinen, ‘groene’ IT-competenties ontwikkelen in organisaties en opleidingen en meehelpen in de strijd tegen greenwashing (ondernemingen die zich milieubewuster voordoen dan ze in werkelijkheid zijn).

Voor de editie van 2017 werd het studiegebied van de barometer uitgebreid. Zo gaat het onder meer over het ecodesign van softwarepakketten, het verwerken van elektronisch afval en energiebesparing in data- en printcentra.

Nog veel werk aan de winkel

Na het lezen van de studie leren we vooral dat er nog veel werk is. Vooral de cijfers zijn veelzeggend. Aan deze enquête namen 550 bedrijven of organisaties deel die representatief zijn voor hun activiteitensector of omzet. Veertig procent van hen doet een beroep op de inzamelcentra voor afval, die eigenlijk voor particulieren bestemd zijn. Meer dan de helft van die bedrijven en organisaties weet bovendien niet of ze gebruikmaken van materiaal met een ecolabel.

Ondanks het feit dat de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven vandaag een belangrijk onderdeel is van de economische activiteit, wordt het criterium duurzaamheid nog niet echt in aanmerking genomen, bijvoorbeeld als het gaat om IT-aankopen. Het beroep van aankoper zou dus een grondige evolutie moeten ondergaan, waarbij ze eerder drager worden van een bedrijfsproject dat eigen is aan het bedrijf.

IT: een nieuw paradigma

Een van de best practices die in de studie worden aangehaald, is het hergebruik van computers. In plaats van alleen de basismaterialen te recycleren, krijgen ze een upgrade zodat ze opnieuw kunnen worden ingezet. Op die manier worden honderden banen gecreëerd die bovendien perfect in eigen land kunnen blijven en dus niet naar het buitenland hoeven te verhuizen. Andere rechtstreekse gevolgen zijn een lagere uitstoot van broeikasgassen (810.000 ton) en minder waterverbruik (6 miljard liter), het equivalent van de jaarlijkse ecologische voetafdruk van maar liefst 100.000 mensen. En dat alleen al voor Frankrijk (het voornaamste studiegebied van de organisatie).

Over het levenseinde van informaticamateriaal gesproken ... Ruim acht bedrijven op tien weten niet wat er gebeurt met elektronisch afval, ook wel e-waste genoemd. Nochtans is de nuttige toepassing ervan verplicht sinds de inwerkingtreding van een Europese richtlijn in 2005 en is het bijgevolg een erg lucratieve markt geworden. E-waste wordt nu immers beschouwd als een bron van secundaire grondstoffen.

Article

05.02.2018

Recyclage van afvalwater komt in stroomversnelling

Het is een simpele woordspeling, maar ze illustreert goed de omvang van het probleem. Onze planeet zit nu eenmaal niet zo eenvoudig in elkaar. Afvalwater recycleren gaat om een duurzame houding aannemen tegenover een grondstof die zeldzamer is dan we denken. Om meer te weten te komen, brengen we een bezoek aan Block 6 in Berlijn-Kreuzberg.

De uitdaging

Wist u dat zoet water minder dan 4% van de watervoorraad op onze planeet vertegenwoordigt en dat het merendeel daarvan onbruikbaar is omdat het diep in de aarde verborgen zit of bevroren is? Anders dan wat u op het eerste gezicht zou denken, is zoet water dus geen onbeperkte grondstof die maar naar kranen moet worden geleid. Of het nu om industrieel of huishoudelijk gebruik gaat, water moet worden opgevangen, gezuiverd, verdeeld en gereinigd na gebruik. Het draagt een grote economische kostprijs die in de toekomst zal blijven stijgen.

Met die vaststelling in het achterhoofd is er een pilootproject opgestart in de Berlijnse wijk Kreuzberg, in het gebouwencomplex 'Block 6' en op enkele aansluitende sites. Daar werd 30 jaar geleden een recyclage-installatie voor afvalwater geplaatst, die in de loop van de tijd is geperfectioneerd. Een installatie die goed werkt en zuiver water levert, goedkoper dan leidingwater.

Een goed voorbeeld

Block 6 bestaat uit een 180-tal appartementen rondom een groene zone die plaats biedt voor zowel ontspanning als zuivering. Het complex dateert uit 1987 en hield al van bij de conceptfase werd er rekening met milieuoverwegingen. Daaronder valt de zuivering van het afvalwater, het zogenaamde 'grijze water’ (licht vervuild water afkomstig van douches, baden, wastafels en wasmachines). Daarvoor is het gebouw sinds de bouw voorzien van een dubbel afvoercircuit waarmee water kan worden opgevangen volgens de herkomst en het gedifferentieerd hergebruik. 

Al doende leert men, ook bij waterzuivering. De installatie onderging met de jaren belangrijke verbeteringen. Vandaag staat de technologie op punt en zijn de resultaten meer dan overtuigend. Het ‘grijze water’ wordt naar een reeks vaten geleid waar het een geleidelijk zuiveringsproces ondergaat door de toevoeging van bepaalde bacteriën. Aan het einde van het traject heeft het water opnieuw een kwaliteit die in de buurt komt van het leidingwater, en kan het probleemloos worden hergebruikt. De huidige wetgeving laat niet toe om het water als drinkbaar te beschouwen, dus wordt het enkel gebruikt voor de toiletten en de tuinen. Dat is echter een wettelijke beperking die geen betrekking heeft op de intrinsieke kwaliteit. Het is dan ook zaak om de wet aan te passen om rationeel gebruik te kunnen maken van die nieuwe grondstof.

Afvalwater of primaire grondstof?

Na verloop van tijd is het project uitgebreid naar het zogenaamde 'zwarte' water, het meest vervuilde water afkomstig uit keukens en toiletten. Dat water vol voedingsstoffen en andere chemische verbindingen wordt opgevangen via een afgescheiden afvoercircuit en heeft een aparte verwerking nodig. De lokale zuivering van ‘zwart water’ is van belang omwille van twee redenen. Enerzijds kunnen de vervuilende stoffen 'bij de bron' worden opgevangen, wat veel efficiënter is dan wanneer ze verdund zijn in grote volumes water afkomstig uit meer afgelegen zuiveringsstations. Zo kan worden vermeden dat de verkeerde bestanddelen worden geloosd in de oceanen, waar zuiveren niet meer mogelijk is. Anderzijds kunnen de voedingsstoffen in het afvalwater (stikstof, kalium, enz.) worden opgevangen en herwerkt tot meststoffen die niet onderdoen voor commerciële producten.

Als u weet dat de productie van een kilo industriële meststof meer dan een liter aardolie vraagt, wordt het snel duidelijk dat de benadering van afvalwater als nieuwe primaire grondstof heel interessant is. Het gaat dan wel om experimenteel onderzoek dat nog niet klaar is voor commerciële exploitatie, maar het werkt!

Energiebron

Lokaal opgevangen water recycleren heeft nog andere voordelen, waaronder betrouwbaarheid. Het proces verloopt heel gecontroleerd en het risico op een onderbreking is zeer beperkt. In geval van moeilijkheden volstaat het om over te stappen naar het publieke distributienet om een tijdelijke onderbreking van de zuivering te overbruggen. Omdat de prijs van gerecycleerd water die lager ligt dan die van leidingwater, wordt dat laatste een aanvulling bij de lokale productie, wat de kosten voor de eindgebruiker verlaagt.

Water heeft ook een niet te onderschatten energetische kant. De watercyclus in een stedelijke omgeving verbruikt enorm veel elektriciteit. Zo komt het verbruik van de Berlijnse watervoorziening (3,5 miljoen inwoners) overeen met het totale energieverbruik van een stad met 280.000 inwoners. Het water ter plaatse recycleren bespaart energie. Bij ‘grijs water’, hoofdzakelijk afkomstig uit badkamers, is het perfect mogelijk de overblijvende warmte om te zetten in elektriciteit, die op haar beurt weer wordt gebruikt om het water voor te verwarmen dat naar diezelfde badkamers terugvloeit. Nabijheid is daarbij de bepalende succesfactor: warmte gaat immers verloren met de afstand die het water moet afleggen. En hoe meer energie ter plaatse kan worden teruggewonnen, hoe lager het verbruik van bijkomende energie. Het is een win-winsituatie.

Techniek van de toekomst

De resultaten bewijzen dat het model werkt. Sinds 2013 doet de site daarom dienst als voorbeeld van de efficiëntie van lokale recyclagetechnieken. Er wordt voortdurend onderzoek uitgevoerd om de processen verder te verbeteren en in nieuwe richtingen te stuwen. We hebben het al gehad over de productie van vloeibare voedingsstoffen voor de landbouw, maar we kunnen er eveneens de kweek (hydrocultuur), de visteelt (aquacultuur) of de productie van vloeibare meststoffen uit 'zwart water’ aan toevoegen. Dat alles zonder het oorspronkelijke doel van de installatie uit het oog te verliezen, namelijk afvalwater omzetten in zuiver water dat opnieuw kan worden verdeeld voor consumptie. Gerecycleerd water drinken is ongetwijfeld nog niet aan de orde, maar de gedachte sijpelt langzaam door. De dag dat het eenvoudigweg niet anders kan, zal er snel zijn. Is dat al niet het geval in ruimtestations? 

Meer weten: www.roofwaterfarm.com/en/block-6

Article

15.03.2018

‘Duurzaamheid als uitdaging’ uitgelegd door een expert in ecologische transitie

Ecologisch gezien is geen enkele activiteit neutraal. Marc Lemaire (EcoRes, Groupe One) over regulering, circulaire economie en de natuurwetten in zijn geheel.

Het lot van mens, aarde en economie is nauw met elkaar verbonden. Niets van wat wij doen is neutraal voor onze planeet ... "Toch hebben we steeds vertrouwd op het paradigma van de scheiding en dat heeft tot de huidige ecologische situatie geleid.
Een geplunderde planeet, een bedreigde biodiversiteit, een extreme CO2-uitstoot, een schadelijke conventionele landbouw", betreurt Marc Lemaire, handelsingenieur, agro-econoom en maatschappelijk ondernemer, die refereert aan de beperkingen van onze planeet waarbinnen de mens correct kan functioneren en leven. " We zijn op een historisch punt beland: drie ervan zijn overschreden.
En we stevenen recht op de muur af. We hebben nooit eerder zo veel dier- en plantensoorten verloren noch zoveel CO2 uitgestoten! Zolang we maar de juiste ingesteldheid hebben, is het evenwel nog niet te laat om te reageren. Marc Lemaire: "Of we blijven aarzelen, of deze generatie neemt haar verantwoordelijkheid voor de volgende en controleert de staat waarin we de aarde aan onze kinderen nalaten. Rekening houdend met het tijdelijk effect; de bosbranden in Portugal en andere klimaatrampen zijn het gevolg van het CO2-gehalte in 1968!"

Volgens de logica van scheiding is het alsof wij ongestraft beslist hebben dat onze activiteiten schadelijk konden zijn voor al de rest: het milieu, de middelen, het planten- en dierenrijk en de planeet waarop we leven.

Collectieve en snelle verandering verwacht

Voor William De Vijlder, hoofdeconoom van de BNP Paribas-groep, is het duidelijk dat de politiek kan helpen om in de markt weer een eenheid, een band te scheppen. Ze kan dit doen door economische spelers aan te moedigen met fiscale voordelen zoals subsidies, fiscaliteit, de markt van de emissierechten ... die de positieve neveneffecten helpen vergroten alsook met normen en sancties om de negatieve externe factoren te beperken.
Marc Lemaire, pionier in ecologische transities, zou de zaken graag sneller zien veranderen: "Het akkoord van Parijs eist reële inspanningen van alle betrokkenen, maar het merendeel valt niet te controleren." Enkel die van grote industriële bedrijven zijn controleerbaar via sectorakkoorden. Daarin worden ze verplicht om hun buitensporige CO2-uitstoot te compenseren door de aankoop van groene certificaten die in het zuidelijke halfrond ontwikkelingsprojecten van hernieuwbare energie financieren."

De bewustwording komt op gang

Waren de meesten van ons zich 20 jaar geleden al echt bewust van de draagwijdte van onze daden en het effect op de aarde die we aan onze kinderen nalaten? Velen waren nog sceptisch over de oorzaken en de omvang van de schade. Vandaag zien we de zaken helderder. Dat is een belangrijke stap die we hebben gezet. Het verband met de gezondheid wordt ook hoe langer hoe belangrijker. Zo bestempelt de Wereldgezondheidsorganisatie 'hormoonontregelaars' (die onder meer terug te vinden zijn in zuigflessen, kunststoffen en conservenblikjes) als risicovol voor de gezondheid. Daarnaast zien we een stijging van het aantal astmalijders en gevallen van vroegtijdige puberteit ... Hierover worden al 15 tot 20 jaar studies gepubliceerd. Vandaag begrijpen we beter wat er allemaal op het spel staat.

Wat wordt van bedrijven verwacht?

Diezelfde bewuste burgers zijn ook werknemers die steeds gevoeliger worden voor de aanpak van hun bedrijf in de strijd tegen de klimaatproblemen. Ze willen een verantwoorde langetermijnaanpak waar iedereen wel bij vaart, gaande van loontrekkenden tot aandeelhouders. Voortaan wordt van een organisatie verwacht dat zij, onder meer in haar financiële balans, rekening houdt met CO2-uitstoot, fijn stof maar ook met de sociale impact. Haar positieve bijdrage aan de maatschappij wordt even belangrijk als haar cijfers en inkomsten.

Waarden waar pioniers als Exki voor staan, zijn inspiratiemodellen geworden. Maar volgens Marc Lemaire zou met een wet het collectieve belang wellicht meer kunnen primeren. "Laten we uitgaan van een sectorlogica: Coca-Cola gaat zich voor deze kwestie niet meten met een IT-speler en een bank vergelijkt zich niet met een Unilever. Laten we dus per sector de uitblinkers identificeren en uitzoeken volgens welke criteria zij strijden. Bionade is een 100% biologisch geproduceerde limonade met 100% biologische grondstoffen zonder een gram alcohol ... Zijn hun criteria algemeen toepasbaar in de hele sector? Zo ja, zou het dan niet opportuun zijn om hun goede praktijken als norm op te leggen aan alle frisdrankmerken?", stelt Marc Lemaire voor.

En afval verandert in een nieuw product

Dit thema moet geen vergaarbak worden van zomaar wat CSR, een beetje groene ontwikkeling en ietwat maatschappelijke verantwoordelijkheid. Steeds meer bedrijfsleiders zien in dat het belangrijk is om de duurzame weg te bewandelen, maar de geleverde inspanningen zijn onvoldoende en blijven verspreid. Vandaag moeten we de volgende stap zetten en de aanpak structureren afhankelijk van de kernactiviteit van het bedrijf. Het concept circulaire economie gaat een vaste plaats verwerven, het is geen hype. Marc Lemaire benadrukt: "Inmiddels is iedereen overtuigd van het belang van recycleren. Dat is goed maar we blijven steken in de lineaire economie, het soort economie dat voor al haar behoeften mineralen uit de aarde haalt en ze daarna weggooit. We doen hetzelfde met 'consumptiegoederen'. "

Laten we dus de natuur observeren en ons laten leiden door haar 'wetten', ingegeven door gezond verstand. In de natuur gaat niets verloren. Alles transformeert uiteindelijk. Een levend organisme dat sterft, wordt geregenereerd als voedingsstof om een ander het leven te schenken. De cycli van leven en dood zijn nauw met elkaar verbonden. Enkel de mens heeft de notie van afval gecreëerd.

In tegenstelling tot de lineaire economie creëert de circulaire economie lussen en zorgt ervoor dat industrieel afval wordt gebruikt binnen een andere economische cyclus: zo wordt frituurolie niet langer weggegooid maar voor 90% gebruikt voor de productie van biodiesel.

Het aparte beheer van biologische en technische cycli is een ander basisprincipe van de circulaire economie. Uit een houten stoel worden 'inerte' onderdelen zoals schroeven en bouten gehaald, die van de levende delen worden gescheiden. Het hout kan opnieuw in het biologische circuit worden opgenomen en een nieuwe cyclus doormaken. Doel? Dat het zoveel mogelijk levens heeft. Dat is ook denkbaar voor de bouten. We gaan hun levensduur trachten te verlengen door ze te recupereren en meermaals te gebruiken zodat we er uiteindelijk minder moeten produceren.

Hoe de levens en de gebruiksduur beheren? Door eigenaar te worden van het materiaal en de traceerbaarheid ervan te organiseren, zoals Umicore dat kobalt koopt in de mijnen van Katanga en er verantwoordelijk voor blijft.
Vanuit deze zorg om middelen intelligent te verdelen, levert de functionaliteitseconomie ook haar bijdrage. "Ik ga geen auto meer kopen om mijn gezin en mezelf zo nu en dan te vervoeren, maar ik ga de dienst ervan huren. Verhuurdiensten breiden zich uit naar steeds meer domeinen, maar er is nog weinig onderzoek naar gedaan", voegt Marc Lemaire er nog aan toe.

De rol van een bank? Keuzes maken

De gevolgen voor de bank zijn in eerste instantie indirect aangezien ze alle activiteiten van haar klanten ondersteunt. Hierdoor krijgt ze nog een andere verantwoordelijkheid.

Hoe ziet Marc Lemaire de rol van een bank in de toekomst? "Een financiële instelling kan zaken echt in beweging zetten. Zoals een boom moet een bank rendabel zijn en wil ze niet sterven. Maar als ze zich de verantwoordelijkheid van een boswachter toe-eigent, kan ze de biodiversiteit in de hand werken door het ontstaan van nieuwe soorten te ondersteunen. Heb ik in mijn bos bomen die de bodem verarmen, met een aanzienlijke bodemdegradatie tot gevolg?" Marc Lemaire: "Stel u voor dat ze, als goede beheerder, beslist om een keuze te maken: minder financiering voor bedrijven die net als sparren de bodem verarmen en een gemakkelijker toegang tot geld voor jonge scheuten die willen groeien. Dit zijn de duurzame goudklompjes van morgen. Dat gebeurt niet van de ene dag op de andere, maar op termijn zou haar portefeuille hierdoor optimaal gestructureerd moeten zijn." Met andere woorden, de bank heeft ook de verantwoordelijkheid om te beslissen waar ze haar energie insteekt: in ondernemingen die de duurzame economie doen draaien of 'sparren' die schadelijk zijn voor het ecosysteem ...

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top