Article

02.07.2018

Een 100% elektrisch wagenpark: tegen elke prijs?

Hoewel in België zo'n 600.000 (of zelfs meer) bedrijfswagens rondrijden en meer dan 800.000 lichte vrachtwagens, denken bedrijven er steeds vaker aan om te investeren in een ecologischer wagenpark.

Op het vlak van mobiliteit heerst er een kleine revolutie: van de aangekondigde dieselcrisis tot de opkomst van steeds krachtigere hybride of elektrische motoren en van zelfrijdende wagens en de steeds groeiende populariteit van 'zachte' alternatieven tot de instabiliteit van het fiscale en regelgevingskader (stimuli, taksen, cash for car en andere soorten mobiliteitsbudgetten). In deze context weten bedrijven niet altijd goed op welke manier ze een doeltreffend en ecologisch verantwoord mobiliteitsbeleid kunnen invoeren.

Alles elektrisch? Nog niet voor morgen!

Het is een feit dat de markt van de elektrische voertuigen in België terrein wint. De verkoop steeg tussen 2015 en 2016 met 147% maar blijft toch nog erg gering (nauwelijks 1,6% van het volledige wagenpark). Ondanks verschillende fiscale stimuli rijden vandaag nog zeven op de tien wagens op diesel (volgens de cijfers van Febiac). Bij de lichte vrachtwagens rijdt ook slechts één bestelwagen op tien elektrisch. Naast het gebrek aan efficiënte oplossingen (met name voor de lichte vrachtwagens), zijn er ook onvoldoende laadvoorzieningen voor die wagens, zowel privé als openbaar. Volgens de fleetmanagers is de toekomst echter wel elektrisch, want zij mikken op een marktaandeel van 32% voor elektrische voertuigen tegen 2028 (dat blijkt uit de recente enquête in het Belgian Company Cars Report). Ondanks die vooruitzichten blijft het debat rond de vervanging van onze klassieke wagens door elektrische modellen hevig verdergaan. Denk hierbij aan onderwerpen als de 'onderaanneming' van de CO2-productie in de elektriciteitscentrales, de elektriciteitsbevoorrading, de capaciteit van het net en ga zo maar door.

'Groene' initiatieven!

Ondanks de nog onzekere context, hebben sommige bedrijven er toch al voor gekozen om volledig elektrisch te gaan. Zo schakelde Lampiris over op 100% elektrische voertuigen. Een progressive aanpak – met name tegen het gebrek aan aangepaste oplossingen op de markt (bijvoorbeeld: wagens voor grote gezinnen) – met een positieve impact voor de werknemers en eentje die de samenleving nauwelijks iets kost. Om de hogere aankoopprijs van de elektrische voertuigen te compenseren, hield de energieleverancier er rekening mee dat de totale kost tijdens de volledige levensduur van de elektrische wagen een stuk lager ligt dan bij gewone wagens (qua fiscaliteit, verbruik, onderhoud enz.). Daarnaast moest het bedrijf ook een aantal andere problemen oplossen, zoals de terugbetaling van de oplaadkosten wanneer dat bij de werknemer thuis gebeurt. Lampiris zorgde ook voor een systeem om een onderscheid te maken tussen het verbruik van het gezin en dat van het opladen van de wagen. Tot slot stelt Lampiris zijn werknemers een 'elektriciteitskaart' ter beschikking die werkt volgens hetzelfde principe als de 'tankkaart'.

Niet zwichten voor 'greenwashing'!

En ook niet voor elektrisch rijden tegen elke prijs ... Voor bedrijven de stap zetten, moeten ze immers goed nadenken over hun mobiliteitsstrategie om zo tot een oplossing te komen aangepast aan hun eigen noden en het reële gebruik van hun werknemers. Een multimodale aanpak met verschillende alternatieven lijkt in dat geval onvermijdelijk (autodelen, hybride als overgangsoplossing, zachte mobiliteit, openbaar vervoer, telewerk enz.). Met de wagen – ook al is die elektrisch – naar een meeting rijden vlakbij en midden in de stad, is inderdaad vrij zinloos!

Bovendien is een groener wagenpark (nog) niet de ideale oplossing voor werknemers die veel kilometers afleggen. En daar zit de autonomie van de wagens uiteraard voor iets tussen ...  In dat opzicht zal de technologische evolutie zeker voor heel wat innovaties op middellange termijn zorgen. Wanneer een bedrijf zo'n analyse maakt, moet het in elk geval rekening houden met de kenmerken van zijn eigen structuur (situatie, grootte, doelstellingen), zijn sector, zijn interne cultuur enz. Tot slot moet het ook rekening houden met de laatste nieuwigheden, anticiperen en zijn medewerkers sensibiliseren (bijvoorbeeld via opleidingen ecodriving). Conclusie? Deze context brengt niet alleen opportuniteiten maar ook verplichtingen met zich mee. Om geloofwaardig te zijn, moet de ecologisch verantwoorde aanpak van het bedrijf dus absoluut een globale visie op lange termijn bevatten. 

Article

06.12.2017

IJslandse fabriek neemt meer CO2 op dan ze uitstoot

Is GreenTech de sleutel om de klimaatopwarming tegen te gaan? Een IJslandse fabriek geeft alvast het goede voorbeeld en wordt koolstofnegatief.

Heel wat landen, waaronder Frankrijk, hebben zich ertoe verbonden hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen door de Klimaatovereenkomst van Parijs te ondertekenen. Steden als Kopenhagen en Barcelona gaan nog verder en willen over enkele jaren koolstofneutraal zijn. Het IJslandse voorbeeld laat zien dat GreenTech kan helpen om die wens in vervulling te laten gaan. Op dat kleine eiland nam het Zwitserse bedrijf Climeworks in een geothermische centrale onlangs het eerste systeem in gebruik dat meer koolstofdioxide (CO2) opneemt dan uitstoot. Het bedrijf past daarbij het CarbFix2-project toe. Het principe is eenvoudig: de machine haalt CO2 uit de lucht en zet het gas voor miljoenen jaren vast in gesteente, zodat het al die tijd niet in de atmosfeer komt. Het proces is wel nog duur, maar een dergelijke vooruitgang voedt de hoop om de opwarming van de aarde onder 2 °C te kunnen houden en de klimaatverandering tegen te gaan. De IJslandse fabriek wordt hiermee de allereerste die koolstofnegatief is.

Bron: L'Atelier
Article

11.12.2017

GreenTech start-up zet luchtvervuiling om in inkt

Wat als luchtvervuiling een grondstof was? Start-up Graviky, geselecteerd op de Hello Tomorrow Global Summit, komt met een originele, milieuvriendelijke oplossing.

Sommige start-ups beschermen de bevolking tegen luchtvervuiling, andere proberen er iets nuttigs mee te doen. Zoals Graviky Labs, een spin-off van MIT Media Lab en uitgeroepen tot een van de zes beste start-ups in de categorie Leefmilieu op de Hello Tomorrow Summit 2017: het bedrijf ontwikkelde Air-Ink, de eerste inkt die gemaakt is van luchtvervuiling.

Met Kaalink, een technologisch procedé aangebracht in het verlengde van de uitlaatpijp van een motorvoertuig, worden de roetdeeltjes in de uitlaatgassen opgevangen. De verzamelde materie ondergaat verschillende bewerkingen om de kankerverwekkende en zware metalen eruit te halen. Het verkregen eindproduct is een gezuiverd pigment op basis van koolstof.

Dat pigment ondergaat vervolgens een aantal scheikundige bewerkingen en levert uiteindelijk verschillende soorten inkt en verfstoffen op. Maar waarom luchtvervuiling niet gewoonweg elimineren in plaats van er inkt van te maken? Omdat vuildeeltjes de neiging hebben om in de lucht te zweven en dat willen we verhinderen, zegt Graviky. Op dit moment loopt een octrooiaanvraag voor de technologie. De toepassingen zijn vooral te vinden in de kunst. Het procedé zou al 1,6 miljard microgram deeltjes hebben opgevangen, wat overeenkomt met het saneren van 1,6 miljard liter buitenlucht. Om het met de woorden van de Amerikaanse architect, ontwerper, uitvinder en futurist Richard Buckminster Fuller te zeggen: "Luchtvervuiling is niets anders dan een grondstof die we niet gebruiken. We laten ze ontsnappen omdat we de waarde ervan niet kennen."

Bron: L’Atelier
Article

12.12.2017

Supergroene bedrijven scoren bij millennials

Millennials liggen wakker van de opwarming van de aarde, maar rekenen op de bedrijfswereld om er iets aan te doen, zo blijkt uit recent onderzoek. Ligt de toekomst van de retailhandel in GreenTech?

Er komt van overal hulp voor onze planeet: 145 landen ondertekenden de Klimaatovereenkomst van Parijs. Op kleinere schaal leggen sommige steden zichzelf normen op die nog verder gaan. Twaalf grootsteden wereldwijd maakten onlangs zelfs bekend dat ze tegen 2030 koolstofneutraal willen zijn om de klimaatopwarming tegen te gaan.

Maar wat doen de bedrijven? Jongere generaties rekenen alvast op hen om actie te ondernemen. Volgens een recent onderzoek, gepubliceerd door PR-groep Shelton, maakt 76% van de millennials zich zorgen over de gevolgen van de klimaatverstoring voor hun levenskwaliteit en 82% voor de levenskwaliteit van hun kinderen. Zelf doen ze weinig: amper 34% recycleert, tegenover 52 % van de Amerikanen in alle leeftijdscategorieën samen. Het probleem gaat hun petje te boven, maar 59% van generatie Y rekent wel op de bedrijven om het uit de wereld te helpen. 70% van de millennials zegt bijvoorbeeld dat de milieupraktijken van een onderneming hun aankoopkeuze beïnvloeden.

Bij de vraag "Aan welke soorten milieu- of sociale praktijken hecht u het meest belang?", komen milieu-issues op de tweede plaats, net na het welzijn van de werknemers. De resultaten stemmen overeen met een eerder onderzoek van Nielsen, waaruit bleek dat 55% van de consumenten bereid zou zijn om meer te betalen voor merken die een positieve impact beloven op het milieu. En dan is er ook nog een rapport van UCLA dat zegt dat werknemers van groene bedrijven productiever zijn dan werknemers van andere bedrijven. Het lijkt er dus op dat bedrijven er veel bij kunnen winnen als ze milieuvriendelijk zijn. Wellicht kan GreenTech de overgang faciliteren.

Bron: L’Atelier
Article

22.02.2018

Elektrische voertuigen, oplaadpunten ... Waar te beginnen?

Elektrische voertuigen hebben oplaadpunten nodig om inzetbaar te zijn. En diezelfde oplaadpunten hebben een voldoende grote elektrische vloot nodig om rendabel te worden. De kip of het ei dus?

Als er twee zaken op het vlak van innovatie nauw met elkaar verbonden zijn, dan wel elektrische wagens en hun oplaadvoorzieningen.

Als u een early adopter bent, beschikt u ofwel over een mooie villa of privéparking waar u een oplaadpunt kunt plaatsen tegen een zeer interessante prijs, ofwel bent u de gelukkige medewerker van een milieubewuste onderneming die gratis oplaadpunten ter beschikking stelt van haar personeel.

Alle andere bestuurders die openstaan voor groene voertuigen en geïnteresseerd zijn in een stille wagen, staan voor verschillende uitdagingen: waar een oplaadpunt te vinden, en tegen welke prijs? Zij moeten uiteraard gerustgesteld worden voordat ze de stap naar een elektrisch voertuig zetten.

Twee huidige gedragspatronen op vlak van opladen

 In 80% van de gevallen laadt de bestuurder het voertuig thuis op. Dat is vaak voldoende omdat de elektrische auto vandaag vooral als vervoersmiddel voor korte afstanden wordt gebruikt (gemiddelde dagelijkse afstand van ongeveer 30 km), voornamelijk in steden.
Voor minder dan 1.000 euro kan de eigenaar van een villa of van een privéparking een oplaadpunt laten installeren door een gespecialiseerde leverancier, zijn autodealer of zijn energieleverancier.

En de overige 20%? De bestuurder van een voertuig dat op straat geparkeerd wordt, zal op zoek gaan naar een openbaar oplaadpunt.
Gelukkig reikt de werkplek steeds vaker de oplossing aan: ondernemingen beginnen, als dienst aan hun medewerkers, oplaadpunten te installeren op hun personeelsparking. Het is een bijkomende tool om milieubewustere mobiliteit te bevorderen. Opladen is vaak gratis en als het gecombineerd wordt met opladen 's nachts, worden langere woon-werkverplaatsingen mogelijk.
Winkelcentra bieden hun klanten ook al gratis oplaadpunten aan. Zo zorgen ze voor meer shoppers, aangezien de klanten zo'n 40 tot 60 minuten in het winkelcentrum blijven.

Nieuwe opportuniteiten, maar met welk businessmodel?

 Privé-exploitanten en energieleveranciers voorzien publieke ruimte, parkings en straten van betalende oplaadpunten. Ze zijn gericht op inwoners die hun wagen elders niet kunnen opladen.
Om het gebruik van elk oplaadpunt te bevorderen, worden creatieve oplossingen voorzien: de beste plaatsen identificeren en bemachtigen, een netwerk vervoegen met een mobiele toepassing die oplaadpunten vindt voor leden, de betaling vereenvoudigen, samenwerken om gelijk te schakelen met de thuistarieven en ga zo maar door. De rentabiliteit van openbare voorzieningen, die afhangt van het gebruik van het oplaadpunt, zal echter onzeker blijven zolang de voorwaarden van andere oplaadmethodes (thuis of op het werk) de voorkeur genieten. Omdat ze niet genoeg kunnen uitbreiden, remmen ze de ontwikkeling van de elektrische wagen af. Een mooie uitdaging voor steden die zich inspannen om het elektrische verhaal de komende jaren verder te ontwikkelen.

Bronnen: LinkedIn

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top