Article

04.05.2018

Digitalisering zal Smart City inclusief maken

Door de grootschalige digitalisering van de steden van morgen ontstaat er stilaan een nieuw ecosysteem dat is gebaseerd op participatie. Digitale technologie biedt vandaag al tal van kansen om deel te nemen aan het stadsleven. In de toekomst zal deze rol van inclusiefactor nog versterken: de Smart City zal niemand in de kou laten staan.

Door de communicatiecapaciteit en -mogelijkheden tussen personen fors te verhogen, stuwt de digitale technologie de samenwerkingseconomie vooruit en stimuleert ze de vorming van een nieuw maatschappelijk model, dat minder op consumeren en meer op delen is gericht. De vrees dat de stad van morgen door de sterkere aanwezigheid van technologie zijn menselijk karakter zou verliezen, is onterecht. Het tegendeel is zelfs waar.

Onder meer op het gebied van onderwijs, burgerinitiatief, bijstand aan kansengroepen of ouderenzorg biedt de digitale technologie uitzicht op nieuwe oplossingen. Apps en platformen zijn uitgegroeid tot een ideaal middel om maatschappelijke innovatie en deelinitiatieven te stimuleren. Via doorgedreven digitalisering verbindt het Smart City-concept zo alle inwoners met elkaar. Om correct te werken en al haar beloften waar te maken, moet de Smart City bovendien nieuwe, meer inclusieve modellen omarmen. Nu al biedt de digitale technologie ontelbare kansen om de stad meer solidair te maken.

Deeleconomie

De waarde van de samenwerkingseconomie zou tegen 2025 570 miljardeuro bedragen.

De voorbije jaren is de ontwikkeling van de samenwerkingseconomie in een stroomversnelling geraakt. Vandaag heeft ze een plaats in alle bevolkingsgroepen. De digitale platformen hebben voor de ideale infrastructuur gezorgd om haar te laten uitgroeien tot een volwaardig economisch model. Door zich te positioneren als een parallelle economie en een alternatief voor de crisis, spreekt ze bovendien meer en meer mensen aan. Werk zoeken, diensten aanbieden, iets verkopen, ... het kan allemaal in enkele kliks. Economische disruptie door verbinding te maken met internet: nooit was het zo eenvoudig.

Als we de cijfers van het auditbureau PWC mogen geloven, is het zelfs booming business. De transacties van de samenwerkingseconomie zijn vandaag goed voor een totaalbedrag van 28 miljard euro, en volgens de laatste ramingen kan dat cijfer tussen dit en 2025 vertwintigvoudigen tot 570 miljard euro. Dit soort hallucinante cijfers zegt duidelijk iets over de groei van het verschijnsel. Start-ups hebben goed begrepen welke voordelen ze uit de 'nieuwe markt' kunnen halen en lanceren allerlei projecten, waardoor ze het samenwerkingsmodel nog verder aanmoedigen. Het sociale netwerk Smiile van de Franse verzekeraar MAIF bijvoorbeeld biedt zijn leden een hele reeks diensten aan: van carsharing tot groepsaankopen tot het delen van voorwerpen en competenties, allemaal uitgekiend op basis van nabijheid en ruil. Smiile heeft vandaag 340.000 leden en hoopt over enkele maanden aan een miljoen te geraken.

Pril begin
"Wij willen het puur virtuele aspect van sociale netwerken overstijgen en wijkbewoners de kans geven elkaar te ontmoeten en sociale banden te creëren."
David Rouxel, Oprichter van Smiile

Het baanbrekende sociale netwerk beperkt zich niet tot het bevorderen van contact tussen particulieren. Het is ook een integratieplatform voor start-ups en bedrijven uit de deeleconomie – Smiile sloot inmiddels partnerships met bijna 7.000 producenten en handelaars voor zijn aanbiedingen voor groepsaankopen, maar ook met ondernemingen als Koolicar om zijn leden een hoogwaardige service aan te bieden op het vlak van deelmobiliteit. Nog interessanter is dat de oprichter van Smiile, David Rouxel, ondertussen ook Smiile City aan het ontwikkelen is. Hij doet dat volgens hetzelfde model, maar dan gefocust op gemeenten, intercommunales en spelers uit de woningsector. Bedoeling is de dialoog tussen wijkbewoners te bevorderen en de communicatie rond specifieke problemen, zoals lokale mobiliteit, te vergemakkelijken door de informatie tijdig naar het bevoegde niveau te kanaliseren. Smiile City werd al uitgetest in verschillende ecowijken en wil een onmisbaar instrument worden voor Smart Cities.

In de steden van morgen zullen ook apps een belangrijke plaats krijgen. Enerzijds omdat ze nog makkelijker te gebruiken zullen zijn en ze nog meer mensen zullen bereiken dankzij hyperdigitalisering. Anderzijds vooral omdat ze een antwoord bieden op de ongerustheid over massale vernietiging van arbeidsplaatsen en de angst voor ontbering die leeft bij de laagst opgeleide werknemers.

Uitsluiting bestrijden

 Door digitalisering zal de Smart City kansarme groepen ook beter kunnen identificeren en kwantificeren. Het zal bovendien mogelijk worden om de levensomstandigheden van die groepen sterk te verbeteren dankzij een ecosysteem van toepassingen. Zo zullen mensen die zich in een situatie van uitsluiting bevinden een waaier aan specifieke 2.0-diensten aangeboden krijgen. Concreet voorbeeld: Brits informatica-ingenieur en startend ondernemer Alex Stephany richtte onlangs het platform Beam op, wat staat voor 'Be Amazing'. Doel is daklozen te helpen een nieuw leven te beginnen. Beam is een sociale crowdfundingwebsite die geld inzamelt zodat mensen een opleiding kunnen volgen of opnieuw gaan studeren met als doel weer werk te vinden. Beam werkt volgens hetzelfde systeem als alle andere jobcenters: iedere werkzoekende krijgt een beheerder toegewezen die zijn competenties en beroepswensen in kaart brengt en een opleidingsproject uitwerkt. Daarna wordt een budget vastgelegd waarin alle kosten zitten: huisvesting, voeding, transport. Vervolgens wordt de crowdfundingcampagne opgestart met een passende communicatie die gebruikmaakt van de sociale netwerken en de verzending van specifieke newsletters voor elk project. Er is ook nog een ander nuttig initiatief, dat een idee geeft van hoe de minstbedeelden in de toekomst kunnen worden geholpen via digitale technologie: het project Youth Homeless Databank. Dat werd in Engeland opgestart in 2016 en is bedoeld om nauwkeurige gegevens te verstrekken over jongeren die op straat leven, zodat ze efficiënter hulp krijgen van sociale diensten.

Met een toepassing die de gegevens van plaatselijke organisaties, liefdadigheidsinstellingen en woningaanbieders deelt, raken er meer details bekend over jongeren die in de marge van de maatschappij leven, hun precieze aantal, hun parcours en de plaats waar ze zich ophouden. Door die gegevens door te geven aan hulpverenigingen voor daklozen, speelt de Youth Homeless Databank vandaag een centrale rol in de hulpverlening voor die jongeren, het zoeken van huisvesting en hun re-integratie in de maatschappij. Digitalisering speelt hier een verbindende rol tussen instellingen en verenigingen om efficiënter te kunnen werken op het terrein.

De opmars van de deeleconomie en van solidariteit 2.0 illustreert wellicht gewoon welke sociale omwentelingen en veranderingen in de arbeidswereld er op til zijn, zoals voorspeld door Jeremy Rifkin in zijn boek 'De derde industriële revolutie'. Onze bejaarden zullen beter worden geholpen dankzij allerlei verbonden objecten en apps om in real time hun gezondheid te monitoren. Ook zullen kansengroepen beter worden geïdentificeerd en makkelijker geholpen, en zullen werklozen aan een job raken via samenwerkingsplatformen. Ook Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen doen mee met fablabs die streven naar plaatselijke maatschappelijke vernieuwing en die inzetten op 'samen maken' en 'samen beslissen'. Alle stappen vooruit die via digitalisering zijn gezet, vormen de bouwstenen van de Smart City. Als die het gehoopte succes wil bereiken, moet ze zoveel mogelijk burgers in haar project opnemen. De stad van morgen moet collaboratief en inclusief zijn, want anders zal ze misschien nooit uit de grond verrijzen.

Bron : L’Atelier
Article

18.07.2016

Disruptive innovation: J.S. Bach versus The Rolling Stones

Gevestigde bedrijven doen aan incrementele innovatie, start-ups aan disruptieve innovatie. Het is een gevecht tussen Goliath en David, en we weten intussen wie dat gewonnen heeft.

Stel u een malse wei voor, onder een zalig lentezonnetje. Twee professionele muzikanten, netjes in het pak, spelen de Sonate voor fluit en klavecimbel van Johann Sebastian Bach. Plots worden die lieflijke klanken ruw aan flarden gereten door een elektrische gitaar. Het is de beroemde riff uit Start Me Up, de hit van The Rolling Stones. Wanneer ook de bas en de drums invallen, gaan de klassieke klanken ten onder in een orgie van elektrisch versterkte instrumenten. Op de doorgroefde tronie van Keith Richards verschijnt een gemene grijns.

De fantastische muziek van J.S. Bach staat hier symbool voor de gevestigde ondernemingen. Hun aanpak is doordacht, hun producten zijn af. Ze hebben een jarenlange band van vertrouwen met hun klanten opgebouwd. Zo kunnen ze nog heel lang doorgaan, denkt iedereen. Is de muziek van The Rolling Stones even fantastisch als die van Bach? Daar kan over gediscussieerd worden. Ze is in elk geval ánders. Ruig, minder afgelikt, mikkend op directe impact. En zeker niet minder commercieel. De rocksongs van Jagger en Richards staan hier symbool voor de jonge start-ups. Die verstoren de rust van de gevestigde ondernemingen en halen soms zelfs de grootste spelers onderuit.

Spelen volgens andere spelregels

The Rolling Stones waren innovatief. Ze stopten oude blues in een hip jasje, cultiveerden bewust hun imago van stoute jongens en maakten dankbaar gebruik van de massamedia om zichzelf op de markt te zetten. Ze waren disruptief - verbrekend en verwoestend - avant la lettre. Natuurlijk maakt ook de sector van de klassieke muziek gebruik van moderne opname- en distributietechnieken. Maar dat is eerder incrementele innovatie, een geleidelijke verandering. Het product zelf evolueert niet zoveel meer. Het verschil tussen die twee begrijpen - incrementele en disruptieve innovatieve - is van levensbelang voor ondernemingen, stelt Cedric Donck, business angel en oprichter van de Virtuology Academy.

“Gevestigde ondernemingen doen aan incrementele innovatie. Ze verbeteren hun producten of diensten stap voor stap, maar blijven in hetzelfde businessmodel bezig. In de hotelsector wil dat zeggen: we zorgen dat onze kamers wifi hebben, dat we op TripAdvisor staan, dat we een aantrekkelijke website hebben, ... 

Start-ups doen aan disruptieve innovatie. Ze spelen volgens andere spelregels. Denk maar aan Airbnb. Of neem de banken. Die proberen elkaar de loef af te steken met apps en andere digitale innovaties. Dat is nodig, maar het volstaat niet. Disruptieve spelers als Lendio lenen ‘peer to peer’ geld aan bedrijven, zonder dat er een klassieke bank aan te pas komt. Die ‘Uberisatie’ duikt overal op. Disruptieve innovatie is niet te stoppen.”

Hoe anders is disruptieve innovatie?

  • Disruptieve innovatie komt nooit uit de sector zelf
    Spotify is niet opgericht binnen de muzieksector, Uber niet door een taximaatschappij, The Huffington Post niet in de klassieke mediawereld en Tesla niet door een autofabrikant. Disruptie die bestaande bedrijven onderuithaalt, komt niet uit die bedrijven zelf.
  • Er is een fundamenteel verschil in visie op technologie
    In klassieke bedrijven is technologie een ondersteuning voor de business of de marketing. Vaak is het een bron van irritatie of frustratie. Een CTO die in de raad van bestuur zit, is een zeldzaamheid. Start-ups vertrekken net van nieuwe technologie (big data, artificiële intelligentie, nieuwe algoritmes, robotica,...) en vragen zich af: wat kunnen we daarmee doen?
  • De innovatie gaat steeds sneller
    Innovatieve bedrijven kunnen op hun beurt onderuitgehaald worden. Apple zag Spotify niet aankomen, Google werd in snelheid gepakt door WhatsApp. Ook disruptieve bedrijven zijn niet immuun voor disruptie. Dat proces verloopt steeds sneller.
  • Start-ups vinden vandaag gemakkelijk geld
    Starters die een goed idee hebben en kunnen bewijzen dat er business in zit, raken tegenwoordig relatief gemakkelijk aan geld om hun idee te ontwikkelen. Groot en kapitaalkrachtig zijn is geen voordeel meer.
Article

18.07.2016

Disruptief werken: de Build - Measure - Learn cyclus

In de lean start-upmethode wordt een imperfect ‘minimum viable product’ snel uitgetest op de markt, aangepast en opnieuw getest, tot het goed zit. Of tot het product gedropt wordt.

Interne innovatie is in gevestigde bedrijven meestal een top-down verhaal. De directie beslist iets en instrueert het middle management, dat de opdracht weer aan de werkvloer doorgeeft. Daarna gaat het weer omhoog en zo een aantal keren op en neer. Geen wonder dat innovatie veel tijd in beslag neemt. Bovendien komt het initiatief van het management. Dat is niet altijd een garantie dat de markt erop zit te wachten.

Start-ups pakken het anders aan. Ze bekijken het door de ogen van de klant, denken na over diens problemen en vragen zich af hoe ze daar als bedrijf een oplossing voor kunnen verzinnen. Die hypothese wordt als ‘minimum viable product’ (MVP) op de markt uitgetest. Zo’n MVP is niet perfect, maar dat geeft niet: het doel is om te leren of er een behoefte aan is. Door de juiste parameters te meten, kan het product snel aangepast en opnieuw uitgetest worden. En weer aangepast. ‘Build - Measure - Learn’ wordt die ontwikkelingscyclus weleens genoemd. In die startfase wordt vooral uitgezocht of het product toekomst heeft. ‘Pivot or Persevere’, heet dat in het jargon: een andere richting uitslaan of verdergaan op de ingeslagen weg.

Article

18.07.2016

De 'Lean start-up'-methode: zo pakt u het aan

Met de lean start-upmethode werken in een gevestigde onderneming kan betekenen: het eigen businessmodel in vraag stellen en desnoods afbreken. Niet simpel, maar er is geen keuze.

De ideeën van de lean start-up toepassen in een bestaande onderneming, dat ligt niet voor de hand. Ze kunnen immers voor disruptie zorgen, en er zijn niet veel ondernemingen die zichzelf vrijwillig schade willen berokkenen. Maar er is geen keuze: wie niet zelf aan disruptieve innovatie doet, dreigt op termijn van de kaart geveegd te worden door concurrenten die het wel doen. Of opgepeuzeld. The Washington Post, een eerbiedwaardige instelling met 180 jaar traditie en een karrenvracht Pulitzerprijzen, werd in 2013 simpelweg opgekocht door Jeff Bezos, de man achter Amazon.
Hoe pakt u het dan best aan? Cedric Donck, business angel en oprichter van de Virtuology Academy, somt 5 aanbevelingen op.

  1. Zorg voor een sponsor uit het topmanagement
    Echte innovatie wil zeggen: de dingen anders doen. Het team dat aan lean start-up doet, zal daarom gegarandeerd in conflict komen met behoudsgezinde krachten, tegensputterende legal en compliance en baronieën die hun terrein verdedigen. Niet alle bedrijfsstructuren zijn in het belang van het bedrijf. Als het erom spant, moet het team kunnen rekenen op steun van die sponsor uit het topmanagement die zijn voet zet als het nodig is.
  2. Stel een dynamisch en divers team samen
    Het lean start-upteam is best een mix van dynamische interne en externe mensen. De eerste kennen het bedrijf, de tweede zorgen voor de frisse blik van buitenaf. Alle geledingen van de onderneming (productie, commercieel, legal, ...) moeten vertegenwoordigd zijn. Zo kunnen eventuele struikelstenen snel vanuit alle nodige hoeken bekeken en opgeruimd worden. Een goede verhouding tussen jong en oud en verschillende niveaus helpt ook.
  3. Vertrek vanuit een aparte plek
    Buiten de onderneming aan innovatie doen, heeft geen impact. Maar binnen kan de boel stranden op allerlei vertragingsmechanismen. Soms is het een goed idee om op een aparte plek te beginnen, tot er een kritische massa bereikt is. Een vijftigtal personen is vaak een goede maatstaf. Daarna kan het team weer ingebouwd en geïntegreerd worden. Op dat moment moeten er processen (compliance, kwaliteit, boekhouding, ...) opgezet worden, en dan komt de expertise van een groot bedrijf wél van pas. De timing is cruciaal: te vroeg en je versmoort het nieuwe team, te laat en het ontploft door de groei.
  4. Leid het team op in lean start-up
    De laatste jaren zijn er verschillende lean start-upmethodes ontwikkeld – veel ervan vindt u terug in de top tien boekenlijst van Cedric Donck.
  5. Zoek de vruchtbaarste grond voor disruptieve innovatie
    Het doel van disruptieve innovatie is om de grootste impact te hebben met de minste energie. U moet dus op zoek naar de vruchtbaarste grond daarvoor.

Daarna kunnen we Nike citeren: just do it! Opgepast: u zult daarbij komaf moeten maken met twee populaire waanideeën.

  • Ik mag geen fouten maken
    Creëer een cultuur waarin foutjes niet afgestraft worden: zonder mislukkingen is innovatie onmogelijk. Analyseer wel ‘post mortem’ waarom het is mislukt en wat u ervan kunt leren.
  • Ik mag alleen met een perfect product naar buiten komen
    Durf met een imperfect product naar buiten te komen. Customer discovery en product improvement zijn de clou van het verhaal. Uw klant zal blij zijn dat hij mag helpen bij de ontwikkeling van uw product.
Article

18.07.2016

Disruptief werken in 4 quotes

We sluiten af met enkele prikkelende quotes van business angel Cedric Donck. Food for thought...

“Alle gevestigde bedrijven moeten wakker liggen van disruptieve innovatie. En ze moeten uit hun silo komen. Dat besef begint nu toch wel door te dringen. De Franse telecomgroep Orange heeft samen met een verzekeringsgroep een bank voor mobiele telefonie opgestart. En gsm-operator Mobile Vikings is onlangs opgekocht door het mediabedrijf Medialaan. Wie had dat drie jaar geleden durven te voorspellen?”

“Iedereen heeft het altijd over Amazon of Zalando, maar sommige klassieke ondernemingen doen al tientallen jaren aan disruptieve innovatie. IBM verkocht in de jaren 70 mainframe computers en in de jaren 80 en 90 pc’s. Daarna zijn ze aan consulting gaan doen. En de komende vier jaar investeren ze 1 miljard in de artificiële intelligentie van hun supercomputer Watson. IBM wordt soms beschouwd als een dinosaurus, maar dat is onterecht: het bedrijf vindt zichzelf om de tien jaar weer uit.”

“Sommige start-ups doen niets anders dan marktaandeel veroveren zonder winst te maken. Dat is met de Lotto spelen. Het kan echt wel anders. Een internetbedrijf als Immoweb is rustig gegroeid, zonder veel heisa in de pers en op een gezonde manier. Een paar jaar geleden heeft de Duitse mediagroep Axel Springer, uitgever van Bild en Die Welt, 130 miljoen betaald voor een meerderheidsbelang. Proficiat, zeg ik daartegen. Helaas halen veel journalisten hun wierookvat alleen maar boven voor start-ups die miljoenen ophalen, zonder dat ze een deftige businesscase hebben. Ik vind: geld ophalen is de toelating krijgen om verlies te maken. De centen van iemand anders uitgeven, dat is toch niets om trots op te zijn? Zweedse wetenschappers hebben onlangs geanalyseerd hoe start-ups uit 2008 het stelden in 2013. De conclusie: hoe meer kapitaal ze hadden, hoe minder ver ze vijf jaar later stonden. Als je te veel geld hebt, dan geloof je je eigen verhaal en je eigen fantasieën. Heb je weinig geld, dan moet je heel goed naar je klanten luisteren. En dat is de beste manier om succesvol te zijn.”

“België doet het niet slecht. Grote spelers als BNP Paribas Fortis starten intern initiatieven op als Home for Innovation. Bovendien hebben ze meer hefbomen dan business angels zoals ik om start-ups te ondersteunen. Ook de overheid begint haar werk te doen. De tax shelter voor start-ups is bijvoorbeeld een fiscaal instrument om jong ondernemerschap aan te moedigen. Wie investeert in een Belgische start-up, kan rekenen op een vermindering in de personenbelasting. Als het goed is, mag het ook weleens gezegd worden.”

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top