Article

01.07.2019

Deze start-ups bezorgen de fast fashion heel wat kopzorgen

Met meer dan 100 miljard kleren die jaarlijks worden geproduceerd, is de modesector de tweede meest vervuilende ter wereld. Net na de oliesector ... Steeds meer spelers zetten dan ook in op slow fashion!

Vandaag staan we op een kruispunt: klimaatverandering, uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, watercrisis en onomkeerbare schade aan de biodiversiteit. We moeten duidelijk iets doen. Het is dus geen toeval dat de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties prioritair blijven om onze planeet te redden. Een uitdaging van formaat die niet alleen de overheden en het maatschappelijk middenveld aangaat, maar uiteraard ook de economische spelers. Terwijl de vaststelling heel duidelijk is en door iedereen wordt erkend, is de richting die we moeten volgen nog niet altijd zo vanzelfsprekend. Toch duiken er in tal van sectoren initiatieven op rond duurzame idealen. In de textielindustrie bijvoorbeeld, waar het er op dit moment niet al te best uitziet.

Een andere look? Het kan!

Een uitstoot van 1,2 miljard ton broeikasgassen per jaar, goed voor 50 miljard plastic flessen in onze oceanen en 4% van het beschikbare drinkwater dat wordt gebruikt om onze kleren te produceren. De cijfers liegen er niet om: de textielindustrie moet zich dringend heruitvinden. En dat is ook de hoop die wordt gekoesterd door een reeks start-ups die zich willen inzetten voor een duurzamere sector. Deze nieuwe aanpak – slow fashion genaamd – steunt op een meer ecologisch verantwoord gebruik van de hulpbronnen (zoals biokatoen, houtpulp of hennep) en op gezondere en meer ethische productiemethoden. Bovendien is deze nieuwe insteek een belangrijke hefboom om een mentaliteitsverandering bij de consument teweeg te brengen en een nieuw paradigma op te leggen op het vlak van kledingconsumptie (kwaliteit, herstellen, tweedehands enz.). Dit fenomeen is lang niet nieuw, maar de fabrieksramp in Dacca (Bangladesh) in 2013 heeft zeker en vast bijgedragen aan een toenemende bewustwording.

Een steeds uitgebreidere collectie

People Tree, dat in 1991 werd opgericht in Japan, is een van de pioniers in de sector, net als Patagonia dat ook vaak als voorbeeld naar voren wordt geschoven. Sinds de jaren 2000 speelt het Verenigd Koninkrijk een voortrekkersrol op het vlak van slow fashion, onder meer via projecten zoals het 'Center for sustainable fashion' in Londen, dat in 2008 zijn deuren opende. Maar ook andere landen springen mee op de trein. Denk bijvoorbeeld aan Frankrijk, met merken als Veja, Laure Derrey, Loom of Ekyog en platformen zoals Sloweare en applicaties als Good on you die kopers begeleiden doorheen de 'groene' kledingcollecties. En in België?

Ook België gaat voor verandering

Ons land blijft niet achterop op het vlak van creativiteit en initiatieven om ethische en duurzame mode te promoten. Enkele voorbeeldige voorbeelden? Made & More is een onlinewinkel die werd opgericht door Stéphanie Fellen in 2013. Ze verkoopt er haar eigen kledij die ze bedacht in Luik, maar ontwierp in Frankrijk, Italië en Portugal. De volledige confectie gebeurt transparant, precies volgens de principes van slow fashion. En Stéphanie Fellen is lang niet de enige. Zo zijn er bijvoorbeeld ook Belgium Bio, nog een merk uit Luik, en de Brusselaars van Wear a story die mikken op upcycling. Of kent u het kinderkledingmerk Bonjour Maurice al? De kleren van Bonjour Maurice kunnen aan beide zijden worden gedragen en zijn volledig Belgisch en ethisch. En dan iets helemaal anders ... Het Brusselse bedrijf Coucou zet in op de functionaliteitseconomie en biedt zijn klanten de mogelijkheid om een outfit te huren voor een speciale avond. Een heropleving van de Belgische mode die ook Up & Down Hill wist te inspireren: een webshop met focus op nationale designers.

Slow fashion binnen klikbereik?

Grote merken zijn alomtegenwoordig en ijzersterk en maken het kleinere bedrijven dus niet makkelijk om zich kenbaar te maken en hun publiek te bereiken. Wat er soms ontbreekt zijn structurerende projecten die verschillende merken samenbrengen. Vanuit die vaststelling ontstond ook de start-up We'co. Het idee? Ethische en duurzame mode promoten door kledingmerken te selecteren die de principes van slow fashion respecteren. Diezelfde aanpak zien we ook bij L'Envol du Colibri: biologische en ethische confectiekleding voor dames die tijdens een event bij u thuis wordt verkocht. Er duiken ook steeds meer alternatieven op voor 'massatextiel' met voorbeelden als de e-shop Supergoods of Everybody Agrees, een platform gespecialiseerd in ecologisch verantwoorde 'basics'.

Stuk voor stuk verdienstelijke projecten die hun steentje bijdragen aan een echte revolutie, gesteund door uiteenlopende initiatieven zoals de Fashion Revolution Week of Fashion for Good Experience Amsterdam. Het gaat zelfs zo ver dat ook de grote merken erop inzetten ... Zij lopen daarbij wel het risico dat ze hun jeans en T-shirts gaan greenwashen.

Article

30.04.2019

Veja: ethisch van kop tot teen!

"We beseften dat we een ecologisch topproduct konden creëren, maar deden het tegelijk zelf niet zo goed op dat vlak", vertelt het ethische sneakermerk. Hét bewijs dat duurzaamheid een continue strijd is!

 

In 2005 lanceerden Sébastien Kopp en François-Ghislain Morillon, beiden uit Frankrijk, het sneakermerk Veja. Van bij het begin wilden ze een ecologisch product ontwerpen dat niet moest onderdoen voor de grote jongens uit de sector. Een economisch model dat rekening houdt met de maatschappelijke en ecologische impact en dat sindsdien ook al enkele andere spelers zich hebben toegeëigend. Hoewel deze duurzame visie al van bij het begin aanwezig was, moest het bedrijf zichzelf voortdurend heruitvinden. Zo ook in 2007, toen het een fundamentele verandering doorvoerde in zijn aanpak rond maatschappelijk verantwoord ondernemen. 

2007: keerpunt naar een globale aanpak

De vaststelling? Veja was erin geslaagd om een andere sneaker te creëren, een meer ecologisch en maatschappelijk evenwichtiger model dan de traditionele merken. Maar hoe zat het met de rest, zoals de kantoren, het personeel, de loongelijkheid en de leveranciers? Via die denkoefening beslisten de twee oprichters om de werking van hun bedrijf volledig om te gooien naar een transversale, duurzame aanpak. Een ommekeer van formaat, want Veja voert zo geleidelijk aan een reeks structurele veranderingen door, onder meer in de keuze van de partners (andere dan de partners voor de productie). Zo geeft Veja voortaan bijvoorbeeld de voorkeur aan een 'ethische' bank of een 'cleane' elektriciteitsleverancier. Een ander stokpaardje van het merk met de 'V' is loongelijkheid. Een globale mvo-aanpak die volgens de oprichters menigeen uit het veld heeft geslagen, maar "het antwoord is heel duidelijk nu: je kunt geen product maken dat anders is, als de rest niet volgt!".

Beheersing van de productie

Veja bewijst dat een andere wereld wel degelijk mogelijk is. Het merk toont aan dat je je businessmodel perfect kunt baseren op duurzaamheid, en er tegelijk een commercieel succes van kunt maken. Het Franse merk verkoopt jaarlijks zo'n 600.000 paar schoenen wereldwijd, kent een jaarlijkse groei van 30 tot 40% en wist al tal van internationale prijzen in de wacht te slepen (The Guardian en The Observer Ethical Awards). Hoewel de mvo-aanpak van Veja vandaag meer dan ooit een globale aanpak is, was de uitdaging in de eerste plaats om een ethische sneaker te produceren. In dat opzet is Veja alvast geslaagd, onder meer door het volledige productieproces onder handen te nemen: van de ontginning van de grondstoffen tot en met de distributie. De Veja-schoen bevat in de zool zo'n 85 gram wilde rubber uit het Amazonegebied, het resultaat van een reis door Brazilië waar de oprichters jarenlang hebben gewerkt aan lokale partnerships die de ethische en ecologische standaarden van het merk hoog in het vaandel dragen.  

'Gewoon' een kwestie van keuzes

Maar welke dan? Voor biokatoen bijvoorbeeld, terwijl de helft van de spelers uit de sector gebruikmaakt van genetisch gemodificeerd katoen, waarvoor veel pesticiden en herbiciden nodig zijn. Veja past ook de principes van eerlijke handel toe in zijn relaties met de Braziliaanse producenten, bijvoorbeeld door vooraf een aankoopprijs te bepalen die dus niet afhankelijk is van de koersschommelingen. Het rubber – de andere grondstof voor de schoenen – wordt getransformeerd via een innovatief procedé (L.R.T.) nadat het werd geoogst uit wilde hevea's. Deze werkwijze is een stuk beter voor het bos en de bodem. En leder? Nog zo'n uitdaging. En ook die heeft het merk overwonnen. Na vijf jaar onderzoek en ontwikkeling en verschillende mislukkingen, is Veja erin geslaagd een 'vegan sneaker' te ontwikkelen dankzij een ecologisch alternatief voor leder (C.W.L.): een grondstof die voor een deel bestaat uit maïsafval uit de voedingsindustrie. Nog meer innovatie? Voor dit sneakermodel wordt tot slot stof gebruikt dat voor een stuk wordt gemaakt uit gerecycleerd plastic. Als werkgever gaat Veja er bovendien prat op dat het zijn werknemers in de Braziliaanse fabriek beter betaalt: hun lonen liggen namelijk 30% boven het nationale minimum.

A never-ending story!

Veja is erin geslaagd om van zijn ethische keuzes echte sterktes te maken en positioneert zich op die manier als een bedrijf dat eerst in eigen boezem kijkt. Veja blijft evenwel een bedrijf en moet dus ook economisch performant blijven ... Het hoeft dan ook niet te verbazen dat een paar ecologische sneakers vijf tot zeven keer meer kost dan de klassieke tegenhanger. Om die reden nam het Franse merk een drastische beslissing: Veja maakt geen reclame en stopt die middelen rechtstreeks in de productieketen. Zoals u misschien wel weet, bestaat de kostprijs van een 'klassieke' sneaker van een groot merk voor 70% uit marketingkosten. Dankzij die beslissing kan Veja dus blijven concurreren op de markt.

Veja betekent 'kijk' in het Portugees. Een meer dan symbolisch teken dat transparantie een van de kernwaarden is van het merk. Uiteraard is bij Veja ook niet alles perfect en zal het bedrijf ook altijd de eerste zijn om de beperkingen van zijn aanpak te onderstrepen. Met name dankzij het B Corp-label wordt Veja voortdurend aangemoedigd om waakzaam te blijven en zichzelf telkens opnieuw in vraag te stellen.

Article

27.04.2021

Experts van onze bank helpen de energietransitie vooruit via de Solar Impulse Foundation

Twee specialisten van onze bank behoren tot de topexperts van deze internationale stichting, die rendabele oplossingen verzamelt voor een snellere omschakeling naar duurzame energie.

Voor onze bank is duurzaamheid al sinds jaar en dag een belangrijke pijler. Zo zijn we CO2-neutraal sinds 2017, begeleiden we bedrijven in hun energietransitie en steunen we start-ups en organisaties die werken rond hernieuwbare energie. De Solar Impulse Foundation kan dan ook al van bij haar oprichting rekenen op sponsoring van de BNP Paribas Groep.

Ecologie en economie verzoenen

De Solar Impulse Foundation werd opgericht door de Zwitserse psychiater en pionier Bertrand Piccard, die er zijn levensdoel van maakt om de kansen van duurzame ontwikkeling aan te tonen. In 1999 maakte hij als eerste een non-stopballonvaart rond de wereld en in 2016 legde hij dat traject nog eens af met een vliegtuig op zonne-energie. Sindsdien gebruikt Piccard zijn populariteit om ruchtbaarheid te geven aan oplossingen die het milieu op een winstgevende manier kunnen beschermen. Het uiteindelijke doel? Besluitvormers en bedrijven motiveren om ambitieuzere milieudoelstellingen en een beter energiebeleid vast te leggen, om zo CO2-neutraliteit te bereiken.

1.000 duurzame oplossingen

Vier jaar geleden kondigde de Solar Impulse Foundation aan dat ze wereldwijd op zoek ging naar 1.000 duurzame oplossingen om de energietransitie te versnellen. Dat unieke portfolio aan oplossingen zou dan een essentieel onderdeel moeten worden van alle beslissingen, debatten en politieke onderhandelingen over het milieu. Concreet gaat het over oplossingen die bedrijven op de markt gebracht hebben - of zullen brengen - en die economisch rendabel en technologisch haalbaar zijn, maar nog niet de zichtbaarheid genieten die ze verdienen.

Op 13 april 2021 werd de kaap van de 1.000 oplossingen bereikt. Maar omdat innovatie nooit stopt, blijft de Foundation oplossingen toevoegen.

Expertise vanuit onze bank

Om zoveel mogelijk innovatieve oplossingen te verzamelen, krijgt de Foundation hulp van heel wat partners en een uitgebreide pool van meer dan 300 experts uit bedrijven van over heel de wereld. Aangezien gelijk welk bedrijf zijn product op de website van de stichting mag voorleggen, moeten die experten de geregistreerde oplossingen objectief en gedetailleerd beoordelen op 3 vlakken: rendabiliteit, milieu-impact en technische haalbaarheid. Sinds enkele jaren wijden ook medewerkers van BNP Paribas Fortis zich aan die taak.

Een van hen is Quentin Nerincx, Senior Advisor Cleantech bij ons Sustainable Business Competence Centre, dat bedrijven adviseert om duurzamer te ondernemen. “Ik heb niet getwijfeld om mij kandidaat te stellen”, vertelt Quentin enthousiast. “Het is een boeiend project met een mooi en ambitieus doel. Maandelijks stuurt de Foundation mij een dossier om te analyseren. Elke oplossing wordt door twee verschillende experts bestudeerd en als die allebei een positief oordeel vellen, krijgt de oplossing het label van de Solar Impulse Foundation. Dat kwaliteitskenmerk kan helpen om de implementatie van de voorgestelde oplossing – bijvoorbeeld een nieuwe technologie of een product - te versnellen.” 

Ook Gunter Brems, Sustainability Expert Housing & Sourcing Services, leent zijn expertise uit: “Het is een eer om aan dit prestigieuze project mee te mogen werken. Ik heb in 2020 verschillende dossiers beoordeeld en dat was een verrijkende ervaring, niet alleen om kennis te delen maar ook om nieuwe kennis op te doen. Het is fijn om vast te stellen hoe innovatief sommige bedrijven omgaan met een wereld in verandering, net zoals onze bank dat doet, en hoe er samen naar duurzame alternatieven gezocht wordt.”

Onze bedrijfsklanten helpen bij hun energietransitie

“Ook voor mijn job als duurzaamheidsadviseur bij de bank is dit project interessant, want ik blijf op de hoogte van nieuwe oplossingen die wereldwijd ontwikkeld worden. Zo breid ik mijn expertise continu uit en kan ik breed meedenken met bedrijfsklanten die oplossingen zoeken voor hun energietransitie”, voegt Quentin toe.

Eind vorig jaar vernam Quentin dat hij in de top 20 staat van de deskundigen die expertise leveren aan de Solar Impulse Foundation. Gunter schopte het zelfs tot in de top 10. Die rangschikking maken ze hoofdzakelijk op basis van het aantal geanalyseerde oplossingen en de kwaliteit van de verslagen. “Het doet ons veel plezier dat onze inbreng gewaardeerd wordt”, vertellen de twee experts.

Overheden gidsen

De verzameling van meer dan 1.000 goedgekeurde oplossingen is te vinden op de website van de Solar Impulse Foundation. Deze zomer publiceert de Foundation ook een Solutions Guide die overheden, bedrijven en individuen in staat stelt om concrete oplossingen te vinden en te implementeren op grote schaal. Met deze tool kan iedereen in slechts drie klikken oplossingen vinden voor problemen in specifieke geografische, industriële of financiële omgevingen.

De Foundation zal bovendien aan verschillende overheidsinstanties een Cleanprint bezorgen, een soort rapport en plan voor regeringen en bedrijven om aan de hand van de verzamelde oplossingen hun klimaatdoelen te bereiken, in overeenstemming met het Klimaatakkoord van Parijs. Het rapport zal ook aangeven waar overheidsinstanties hun wettelijke kaders kunnen moderniseren voor de ambitieuze invoering van deze oplossingen. De eerste Cleanprint wordt door Bertrand Piccard gepresenteerd op de COP26 Climate Summit in november 2021 in Glasgow.

Jean-Laurent Bonnafé, CEO van BNP Paribas: “Er is geen toekomst voor de samenleving zonder een succesvolle energietransitie op lange termijn. Deze transformatie kan alleen collectief worden uitgevoerd en vereist technische en technologische serviceoplossingen. Door de uitdaging aan te gaan om 1.000 oplossingen te selecteren die milieubescherming aanmoedigen en tegelijkertijd winstgevend zijn, helpt de Solar Impulse Foundation ons om dit doel op een zeer praktische manier en in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te bereiken.”

“Zien dat er door regeringsleiders en andere besluitvormers daadwerkelijk gevolg gegeven wordt aan de verzamelde oplossingen, dat zal de kroon op ons werk zijn”, besluiten Quentin en Gunter.

Advies nodig om duurzamer te ondernemen met uw bedrijf?
Contacteer onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
Article

25.02.2021

Hoe kan de blauwe economie een verschil maken?

Wat als de toekomst van duurzaam ondernemen nu eens op de bodem van de oceaan ligt? De mariene biodiversiteit bevat rijkdommen die een antwoord kunnen bieden op milieu-uitdagingen van veel sectoren. Misschien ook de uwe? Kom het te weten op 11 maart 2021 tijdens een online evenement over de veelbelovende blauwe economie.

Blauw is het nieuwe groen

71% van onze planeet bestaat uit water. Zeeën en oceanen spelen een cruciale rol voor het klimaat. Kustgebieden kunnen tot vijf keer meer CO2 opvangen dan tropische wouden. De blauwe economie wil van al die troeven gebruikmaken om zowel het milieu als ons welzijn te verbeteren.

Lokaal is daarbij het sleutelwoord. En daar zit het verschil met de groene economie die ook inzet op milieu en gezondheid, maar niet altijd op een even duurzame en slimme manier. Biologisch geteelde quinoa uit Ecuador eten, is bijvoorbeeld gezond en ecologisch, maar het transporteren naar hier, is duur en erg vervuilend.

Duurzaamheid uit de zee

Wat heeft de onderwaterwereld te bieden dat herbruikt, gerecycleerd of omgezet kan worden in nieuwe duurzame producten? Heel wat, zo blijkt. Unieke eigenschappen van organismen zoals algen, zeesterren, kwallen of zeekomkommers kunnen getransformeerd worden tot duurzame producten met een grote meerwaarde. Dat proces vraagt om creativiteit en innovatie, maar die is er vandaag wel degelijk.

Ook voor uw sector

De blauwe economie is in volle expansie en zou voor een omwenteling kunnen zorgen in uiteenlopende sectoren zoals gezondheidszorg, de voedingssector, de plastiekindustrie, cosmetica, energie, en zelfs de ruimtevaart. Ze heeft alles in zich om bedrijven te helpen hun traditionele activiteiten om te zetten naar een duurzaam model. En met haar havens bezit België alvast een grote troef en een mooie toegang tot kust- en overzeese gebieden.

Nog een schepje microalgen?

Microalgen bijvoorbeeld, zijn bijzonder veelbelovend. Ze kunnen zichzelf vernieuwen en gedijen zowel in de woestijn als in de oceaan. Ze bevatten heel wat gezonde bestanddelen, zoals eiwitten, waarmee voedingsmiddelen ontwikkeld kunnen worden.

Duurzaam plastiek

Wordt er over de oceanen gesproken, dan is de plastiekproblematiek nooit veraf. De mens produceert steeds meer plastiek naarmate de wereldbevolking toeneemt. Het probleem met het huidige plastiek is dat het amper te recycleren is omdat de verschillende onderdelen moeilijk te scheiden zijn. Door een totaal andere soort plastiek te maken van biomassa wordt van in de ontwerpfase al rekening gehouden met dat recyclage-aspect. In de oceanen is een grote hoeveelheid biomassa aanwezig die nog onbenut blijft. Het gebruik van slimme natuurlijke polymeren bijvoorbeeld kan de plastiekproductie revolutionair veranderen. Die polymeren kunnen zich vernieuwen en aanpassen aan hun omgeving.

Wie gaat dat betalen?

Prachtige ideeën denkt u, maar wie gaat dat betalen? De financiële sector wil alvast een rol opnemen in deze omwenteling en is bereid risico’s te nemen en te investeren in nieuwe technologieën, productiesystemen en R&D.

Tijdens de klimaatweek in New York eind september 2020 werd dat engagement op verschillende manieren geformaliseerd. BNP Paribas tekende de Principles for Responsable Banking (PRB) en sloot zich aan bij de Collective Commitment to Climat Action van de UNEP FI, een partnerschap tussen het United Nations Environment Program en de financiële sector. Wat de maritieme sector in het bijzonder betreft, engageerde de bank zich om samen met klanten te ijveren voor het behoud en de duurzame exploitatie van de oceanen. Lees hier meer details over dat engagement (uitsluitend beschikbaar in het Frans).

Benieuwd of de blauwe economie voor uw sector een verschil zou kunnen maken?
Schijf u hier in voor een gratis online evenement (uitsluitend in het Engels) rond dit thema op 11 maart 2021 georganiseerd door BNP Paribas Fortis Chair Transport, Logistics and Ports.

Verschillende ervaringsdeskundigen delen hun inzichten en ook onze experts van het Sustainable Business Competence Centre komen aan het woord. Zij kunnen u adviseren over innovaties en begeleiden bij uw duurzame transitie. Neem gerust contact op.
Article

10.02.2021

Wat met de mobiliteit na de coronacrisis?

De gezondheids- en economische crisis heeft alle sectoren in al hun aspecten getroffen. Onder meer de mobiliteit, zowel voor particulieren als voor bedrijven.

De mobiliteit evolueert elke dag. En deze evolutie is met de coronacrisis in een hogere versnelling geraakt. Heel wat mensen werden geïsoleerd en telewerken werd de norm in een groot deel van de wereld.

De coronacrisis heeft de bezorgdheden op het vlak van transport veranderd

Vanaf nu verplaatsen we ons niet langer op dezelfde manier. En onze bekommernissen zijn ook niet meer dezelfde. Volgens een rapport van BCG Consulting zijn de fysieke afstand en de netheid van het voertuig het belangrijkst voor respectievelijk 41 en 39% van de respondenten wanneer ze een transportmiddel moeten kiezen. Er is ook het fenomeen van de pre- en postcoronamobiliteit, aangezien de respondenten nu meer dan vóór de crisis geneigd zijn om te voet te gaan of hun eigen fiets, scooter of wagen te gebruiken.

Duurzame en alternatieve mobiliteit in de komende jaren

Het is niet zo dat de mobiliteit gewacht heeft op de coronacrisis om te evolueren. Het aandeel milieuvriendelijke voertuigen zal blijven toenemen, steeds volgens dezelfde verhouding. Tegen 2035 zullen de elektrische auto's meer dan 35% uitmaken van het aandeel nieuwe voertuigen en zal elektriciteit wereldwijd de overheersende aandrijfkracht zijn. Het aandeel zelfrijdende wagens zal ook toenemen, met 10% voertuigen van niveau 4 (die zich bijvoorbeeld zonder bestuurder kunnen verplaatsen) en 65% van niveau 2 of hoger.

Mobiliteit op maat van de werknemers, vanaf nu

De toekomst van de mobiliteit speelt ook vandaag al, met name voor de ondernemingen en de zelfstandigen. De noodzaak aan alternatieve verplaatsingsmiddelen is niet alleen voelbaar bij particulieren maar ook bij werknemers. Er is geen enkel vervoermiddel meer dat bij elke situatie past, maar we hebben wel een waaier aan mogelijkheden, afhankelijk van de behoefte van het moment. Elektrische wagens, hybride wagens, elektrische fietsen, een abonnement voor het openbaar vervoer, autodelen, leasing ...  Deze middelen kunnen verschillende vormen aannemen en bijvoorbeeld worden gecombineerd in een mobiliteitskaart. Voordelig voor de medewerkers en managers van een onderneming, maar ook voor de samenleving zelf dankzij de kostenbesparing, de optimalisatie en het beheer van het wagenpark.

Meer weten over duurzame en alternatieve mobiliteit voor u en uw medewerkers?
Ontdek onze mobiliteitsoplossingen op maat

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top