Article

07.03.2017

De Supply Chain van de toekomst wordt flexibel en verantwoord

Kent u Supply21? Deze revolutionaire toevoerketen - en een idee van het bureau Proconseil - moet "gewaagder, respectvoller en meer verbonden" zijn. Zo moet ze eruitzien.

Proconseil stelde Supply21 voor het eerst voor tijdens een conferentie in Parijs eind januari. Deze - nog conceptuele - methode wordt gelanceerd op een moment waarop 38 % van de ondernemingen nog niet heeft nagedacht over de fabrieken en de logistiek van de toekomst. Toch zijn er enkele sectoren die daarop een uitzondering vormen en pioniers zijn op dit vlak, zoals de automobielsector. In die sector werkt 50 % van de ondernemingen al op basis van open innovation. In de voedingssector zit het aantal ondernemingen dat aan de fabriek van de toekomst werkt, ongeveer op hetzelfde niveau.

Wat is Supply21?

Supply21 (een zinspeling op de 21e eeuw) noemt zich een "referentiekader om zichzelf te evalueren aan de hand van de 3 P's (People, Planet, Profit)", op basis van een geëngageerd ecosysteem. De methode, die werd voorgesteld door David Gau (Proconseil), steunt op een model van permanente aanvoer dat "rekening houdt met de mensen, waakt over ingrijpende sociale, organisatorische en technologische innovaties en op een collaboratieve manier werkt."

Modus operandi: het verhaal van Manon

Het bureau beschrijft de keten op basis van een bestelling van een fairphone (een eerlijke smartphone), op maat besteld in het kader van een leasing:

"Manon kreeg 3 sms'en om haar mee te delen dat haar product in productie ging in de lokale fabriek. Dankzij een 3D-printer produceert de fabriek in amper twee uur tijd de specifieke opties van haar product, waarna die worden geassembleerd met de standaardonderdelen. Net zoals 70 % van de jongeren van 7 tot 99 jaar is Manon verslingerd aan haar gsm. Ze is ongeduldig. Ze heeft de lokale fabriek zelf uitgekozen, want die heeft de laagste CO2-uitstoot. Marc, een voetkoerier van de solidaire firma La tournée du dernier kilomètre identificeert op basis van de flashcode van de lokale winkel de te leveren telefoon en het adres van Manon, die op een augmented-realityapp ontdekt hoe ze haar telefoon kan gebruiken.”

Ook al zijn sommige aspecten al grondig uitgewerkt, toch blijft het voorlopig vooral een theoretisch model. Op basis van de eerste resultaten hoopt het observatorium tegen eind 2017 een stap vooruit te zetten met de publicatie van een nieuw referentiesysteem, waarin de sectoren beter vertegenwoordigd zijn. Onlangs werd een witboek gepubliceerd, waarin deze verbazende nieuwe evolutie van de Supply Chain wordt toegelicht. U kunt dat (in het Frans of in het Engels) downloaden door dit formulier in te vullen.

Article

15.01.2021

Bouwen we binnenkort met CO²?

Het klinkt wat futuristisch, maar vandaag is bouwen met CO² mogelijk. Dankzij versnelde carbonatatie wordt CO² gebruikt om bouwmateriaal te produceren. Een duurzaam voetpad in Gent illustreert hoe veelbelovend deze nieuwe technologie is.

Versnelde carbonatatie, ook CO2 mineralisatie genoemd, is een veelbelovende technologie om de bouwsector duurzamer te maken. Het leidt niet alleen tot een lagere CO2-uitstoot, maar ook tot een negatieve CO2-uitstoot door koolstofdioxide permanent op te slaan in waardevolle producten zoals bakstenen en tal van andere bouwmaterialen.

CO2 Value Europe, een denk- en doetank die de CCU-gemeenschap (Carbon Capture & Utilisation) vertegenwoordigt in Europa, organiseerde midden december een webinar over hoe CO2 gebruikt kan worden om bouwmateriaal te creëren. Aan de hand van concrete toepassingen werd het grote potentieel van deze duurzame technologie geïllustreerd, in het bijzonder voor de bouwsector. BNP Paribas Fortis is niet alleen financiële partner van CO2 Value Europe, als bank zetten we zelf ook sterk in op de ondersteuning van duurzaamheid in bedrijven.

Tweede meest vervuilende industriële sector

De cementindustrie is niet alleen één van de grootste industrieën wereldwijd, maar met een hoge uitstoot aan rookgassen ook één van de meest vervuilende. Cement is een cruciaal onderdeel voor beton, op zijn beurt onmisbaar voor de bouwsector. Een duurzaam alternatief voor cement, zou een wereld van verschil kunnen maken. Een van de manieren om dat te doen is via carbonatatie, ook gekend als CO2 mineralisatie.  Een CCU-technologie die nog niet zo gekend is, maar die wel een grote en positieve impact kan hebben op het klimaat en het milieu.

Versneld natuurverschijnsel

Carbonatatie is een natuurlijk proces waarbij bepaalde mineralen reageren met koolstofdioxide waardoor onder meer een soort kalksteen en dolomietsteen ontstaan. Zo’n proces duurt in de natuur duizenden jaren, maar dankzij innovatieve methodes kan het vandaag versneld worden tot slechts enkelen minuten. Dat vraagt weinig energie en met het resultaat kunnen verschillende producten gecreëerd, waaronder bouwstenen, waarin CO2 permanent opgeslagen blijft.

CO2 all the way

De ontwikkeling van deze CCU-technologie is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Dat resulteert vandaag in alternatieven voor cement die beantwoorden aan de technische vereisten van de bouwsector. CO2 kan op verschillende manieren opgeslagen worden in bouwmaterialen. Zo kan de injectie van CO2 helpen bij het uitharden van cement als alternatief voor water. Maar daarnaast kan het ook gebruikt worden om mineraal afval afkomstig van de staal- en mijnindustrie om te zetten in nieuwe producten zoals toeslagmateriaal dat als basis kan dienen voor plaveien of bouwblokken.

Goed voor onze planeet

Het effect van CO2 mineralisatie op het milieu is aanzienlijk omdat het op verschillende niveaus werkt. De globale reductie van CO2-emissies wordt geschat op 250 tot 500 miljoen ton per jaar in 2030 (bron: CO2 Value Europe).

  • CO2 kan rechtstreeks onttrokken worden uit rookgassen die afkomstig zijn van industriële processen in de staal-, cement- en chemische sector. Er is geen concentratie of behandeling nodig.
  • CO2 kan rechtstreeks uit de atmosfeer gehaald worden en zorgt zo voor een negatieve koolstofuitstoot.
  • In beide gevallen blijft CO2permanent in de eindproducten opgeslagen.
  • Er wordt mineraal afval en zelfs bouwafval gebruikt om met CO2 nieuwe bouwmaterialen te maken. Dat afval komt dus niet langer op een stortplaats terecht, wat ook kosten bespaart.
  • Dankzij die recyclage moeten minder natuurlijke nieuwe bronnen aangesproken worden.

What’s the catch?

Zoals bij elke nieuwe ontwikkeling zijn er ook uitdagingen. Om een echt competitief en waardevol alternatief voor beton te kunnen aanbieden binnen een circulaire economie zijn investeringen en aanpassingen nodig.

  • Fabrieken moeten hun installaties aanpassen. De nabijheid van een voldoende grote bron van CO2, zoals een staalfabriek, is aan te raden zodat de CO2 en het afval dat gebruikt wordt niet vervoerd moet worden.
  • Nieuwe producten produceren, al is het met koolstofdioxide en afval, vraagt energie en leidt dus ook tot CO2-uitstoot. Om het duurzaam effect te vergroten, zou daarom zoveel mogelijk hernieuwbare energie gebruikt moeten worden.
  • Versnelde carbonatatie is vrij nieuw en alle processen verlopen nog niet optimaal.
  • En dan is er nog het beleid en het wetgevend kader. Dat is vandaag nog onvoldoende afgestemd op deze nieuwe technologie waardoor een snelle uitrol van CCU-technologieën gehinderd wordt. Iets wat CO2 Value Europe alvast op de voet opvolgt.

Maar ondanks deze uitdagingen gaf Andre Bardow (professor Energy & Process Systems Engineering aan ETH Zurich) in het webinar aan dat hij ervan overtuigd is dat CO2mineralisatie de CO2-voetafdruk vermindert vanuit levenscyclusperspectief. Meer zelfs dan CCS (Carbon Capture & Storage) of het opslaan van koolstofdioxide.

Zero waste in eigen land

Vandaag zijn er wereldwijd al fabrieken die CO2-arm bouwmateriaal produceren. Een daarvan staat in Limburg. Het Genkse Orbix is erin geslaagd uit restafval van staalproductie (zogenaamde metaalslakken) mineralen te zuiveren die als basis dienen voor klimaatvriendelijke betonstenen. Niet alleen wordt er vloeibare CO2 gebruikt voor de productie van betonstenen in plaats van vervuilende cement, er wordt ook restafval gerecycleerd dat anders op een stort gedumpt zou worden. 

Een mooi voorbeeld ligt in Gent. Orbix realiseerde er in samenwerking met de Vlaamse onderzoeksinstelling VITO het project Stapsteen voor de stad Gent. U kan daar over het eerste Belgische circulaire voetpad lopen in de Leewstraat: 100m2, volledig opgebouwd uit duurzame stenen en goed voor een besparing van maar liefst 2 ton CO2!

Hebt u plannen in 2021 rond duurzaamheid? Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre kunnen u adviseren over innovaties, zoals deze CO2 mineralisatie, en begeleiden bij uw duurzame transitie.

Article

15.12.2020

Sunglasses that can help save the oceans

Yuma Labs makes sunglasses from recycled PET bottles. The Belgian firm has grown from a one-man startup into a company that manufactures items for other brands as well. But can the firm combine growth with sustainability? At BNP Paribas Fortis we certainly think so.

Yuma Labs (originally named YR Yuma) is the brainchild of Sebastiaan de Neubourg, explains his business partner Lenja Doms. She tells us: "Sebastiaan was working as a consultant, but he was itching to set up his own business.  His idea was to use a 3D printer to make sunglasses from recycled plastic. He then found out at first hand why no-one had tried this before. Because it proved to be quite a bit harder than expected,” laughs Lenja.

Crowdfunding

By 2017 Sebastiaan had a workable prototype and he started a crowdfunding campaign for his sustainable sunglasses. It was an immediate hit.  However, the project wasn’t first and foremost about achieving successful sales, reveals Lenja. “Sebastiaan saw the sunglasses primarily as a tool for making people aware of the basic principles of the circular economy. There’s no such thing as waste. A used Polyethylene terephthalate (PET) bottle provides the raw material for a new product, such as a pair of sunglasses.” And to complete the circle, the customer is encouraged to trade the sunglasses back in at the end of their life, in exchange for a new pair at an attractive discount.

More expensive

Sustainable manufacturing, as Yuma Labs does it, inevitably means that the final product is more expensive. “Fully twice as expensive,” Lenja points out, explaining: “We certainly don’t want to see the circular economy pigeon-holed as the province of the elite. We already take account of the entire life-cycle of a product, and we take responsibility for the recycling and re-use of the materials.  And let’s be quite clear about this: that’s more costly than just putting a product on the market without worrying about what happens to it later.”

Aiming for growth

In summer 2019, Lenja Doms and Ronald Duchateau came on board the Yuma team. This provided an opportunity to broaden the focus and look further than the consumer market. This month, Yuma Labs announced a collaborative project with a major fashion company. This upscaling will enable Yuma Labs to reach out to a much larger audience.

A good mix

In order to grow, a business needs financial resources. Yuma Labs has looked into quite a number of possible solutions, says Lenja. “These days there are a lot of initiatives designed to support sustainable businesses – from banks, the government and private investors. We’ve always tried to find the right balance between our own capital and external finance, and to achieve a good mix of different forms of finance between capital, grants and loans.”

Lenja has a golden tip for other businesspeople in the circular economy: "All too often I observe that the economic side of the story is neglected because companies keep on trying to find the perfect solution or the perfect product. There’s no sense in that.  You shouldn’t try to be whiter than white.”

Creating added value

At BNP Paribas Fortis, Maxime Prové is the Account Manager for Yuma Labs. He endorses Lenja Doms’ view on this. “Entrepreneurs who set out to do sustainable or social business must also have a desire to create added value, otherwise the business won’t last,” Maxime points out, underlining: “You can’t pursue a sustainable, environmental or social business model unless it’s underpinned by a profit-making scenario. That’s the only way you’ll be able to grow, hire more people and make a greater impact.”

Photo: Karel Hemerijckx

Article

07.12.2020

Anticiperen op het verbod op fluorgassen, een belangrijke uitdaging voor kmo's

Bepaalde fluorgassen, die in airco- en koelsystemen worden gebruikt, zullen tegen 2030 worden verboden op grond van een Europese richtlijn. Wacht liever niet tot 2029 om u daaraan aan te passen.

Waar er gekoeld wordt, zijn er zeker ook fluorhoudende gassen aanwezig. Dat is hoe we het gebruik van deze gassen eenvoudig kunnen uitleggen. Fluorgassen worden veel gebruikt in de industrie en de handel, denk maar aan ijsmachines, koelsystemen, laboratoria, apothekers enz.

Het probleem is dat die gassen tegen 2030 geleidelijk zullen worden verboden, op grond van een Europese richtlijn die in de Belgische wetgeving is omgezet. "Waarom? Omdat die gassen een zeer hoge CO2-uitstoot hebben", geeft Véronique Leonard, hoofd van de pool Milieu bij Sowalfin in de video hierna aan. Een grote uitdaging voor kmo's: "De beslissingen die ze vandaag nemen, zullen in de toekomst een impact hebben, want de wetgeving is veranderd", zegt ze.

En wat als de richtlijn niet wordt nageleefd?

"Laten we beginnen met het slechte nieuws: ondernemingen die niet in orde zijn, zullen hoge boetes moeten ophoesten", waarschuwt Erik Vanberg, Sustainable Business Developer bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) van BNP Paribas Fortis.

De beslissing is vooral bedoeld om de duurzame transitie van kmo's en ondernemingen te versnellen. Zo kunnen ze hun duurzaam engagement concreet maken en de financiële impact van de richtlijn beperken.

"In de decarbonisatiestrategie is de koelsector een van de eerste waar we actie kunnen ondernemen", legt de expert van het SBCC uit. "Net als ledverlichting, de installatie van hoogrendementsketels of de betere isolatie van gebouwen."

De eerste stappen naar die transitie vormen geen probleem en zijn makkelijk uit te voeren.

Bekijk het video-interview met Véronique Leonard, hoofd van de pool Milieu bij Sowalfin. 

Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u graag bij uw duurzame transitie.
Aarzel dus niet om hen te contacteren!
Article

07.12.2020

Scale-up sluit megacontract af in volle coronacrisis

De Antwerpse scale-up IPEE transformeert gewone toiletten tot innovatieve producten. BNP Paribas Fortis is hierbij meer dan enkel een financiële partner. Zo kwam IPEE al meermaals in contact met de juiste mensen via het netwerk van de bank.

‘Het klassieke urinoir heeft geen brein. Het infrarood-oog detecteert enkel dat er iemand voor het urinoir staat. Het gevolg? Veel waterverspilling en miserie’, zegt Bart Geraets, die in 2012 samen met Jan Schoeters IPEE oprichtte.

De scale-up bedacht nieuwe meettechnologie die toelaat om doorheen het keramiek van een urinoir te detecteren wanneer iemand plast of wanneer het urinoir verstopt geraakt. Met die innovatieve technologie ontwierp de scale-up urinoirs die de helft minder water verbruiken en toiletten die zonder aanraking kunnen worden bediend.

Strak ontwerp

‘IPEE is een atypische scale-up die innoveert in een sector waar de voorbije decennia weinig is veranderd’, zegt Conchita Vercauteren, relatiebeheerder binnen de Innovation Hub van BNP Paribas Fortis.

Jan Schoeters: ‘Aanvankelijk trokken we vooral de kaart van de duurzaamheid. Maar al snel voelden we dat bij niet-residentiële toepassingen de potentiële waterbesparing ondergeschikt is aan het operationele karakter. We moesten toegevoegde waarde kunnen bieden aan elke stakeholder van het aankoopproces.’

Er werd gekozen voor strakke ontwerpen om architecten en de eindgebruiker te verleiden. De eenvoudige installatie trekt installateurs over de streep en onderhoudsmensen zien de voordelen van het strakke ontwerp – dat makkelijk te poetsen is – en toiletten die nooit overlopen.

Investeerders nodig

Tot in 2015 staken Schoeters en Geraets samen met Victor Claes, expert in meetmethodes en grondlegger van de IPEE-technologie, hun energie in productontwikkeling en marktverkenning. De financiering was vooral afkomstig van geld dat ze ophaalden in hun netwerk van friends, fools and family.

Voor productie en commercialisatie moesten ze uit een ander vaatje tappen. Geraets: ‘We hadden een product, maar dat was niet klaar voor verkoop. Om die stap te nemen, hadden we investeerders nodig.’

De zoektocht naar nieuwe investeerders was een uitdaging. Schoeters: ‘We zijn geen software-ontwikkelaars en we zijn niet actief in een sexy sector. Daardoor vallen we uit de boot bij een grote doelgroep van investeerders.’

De jonge scale-up trok de aandacht van Ronald Kerckhaert, die eind 2015 zijn succesvolle bedrijf Sax Sanitair had verkocht. ‘Hij heeft ons gepusht om groot te denken, meer dan we zelf durfden. Hij heeft zich ook nooit georiënteerd naar een exit. Zijn uitdrukkelijke doelstelling was om ons product wereldmarkt in de markt te zetten’, zegt Schoeters.

Groeipad

Intussen heeft IPEE een indrukwekkend groeitraject afgelegd. Het productaanbod werd uitgebreid en er werden nieuwe sectoren aangeboord: onderwijsinstellingen, kantoorgebouwen en ziekenhuizen. De technologie wordt intussen gebruikt door Kinepolis, Texaco, Schiphol en Changi Airport (Singapore).

‘We hebben ons heel snel gericht op Azië, omdat nieuwe technologie daar sneller wordt omarmd’, zegt Geraets. De IPEE-technologie wordt verdeeld in onder meer Singapore - waar de scale-up een eigen verkoopkantoor heeft -, China, Thailand en Vietnam. Zowat de helft van de omzet komt uit het buitenland, al zal de coronacrisis dit jaar wel sporen nalaten.

Supporter

‘Mijn grootste kopzorg is om gezond te groeien’, zegt Bart Geraets. Een voordeel voor IPEE is dat in coronatijden hygiëne hoog op de agenda staat. Het touchless sanitair van de scale-up komt daaraan tegemoet.

Tegelijkertijd is waterschaarste en de nood om zuinig om te springen met water erg actueel. Geraets: ‘We merken dat we in deze gekke tijden nog meer voet aan de grond krijgen. In volle coronacrisis sloten we een contract af met de grootste fabrikant van sanitair wereldwijd. Het komt er nu op aan om onze business, het personeelsbeleid en de marketing verder te professionaliseren.’

De huisbankier is daarbij een belangrijke partner. Schoeters: ‘Die is toch meer dan enkel een financiële organisatie. Via het netwerk van de bank zijn we al meermaals in contact gekomen met de juiste mensen. Onze bankier voelt eerder aan als een supporter die ook mee zijn schouders zet onder ons verhaal.’

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top