Article

01.08.2018

De koning en BNP Paribas Fortis over sociaal ondernemerschap

De koning wil meer weten over sociaal ondernemerschap. Daarom organiseerde het paleis in juni een rondetafelgesprek met enkele ondernemers en deskundigen, waaronder BNP Paribas Fortis.

De bank is op verschillende manieren zeer actief in de sector. Sinds 2010 ondersteunt ze de microkredietinstelling microStart, die al duizenden jobs creëerde, en biedt ze een specifieke aanpak voor sociaal ondernemers. "Dat wij mee mogen aanschuiven vind ik een mooie blijk van erkenning voor de inspanningen van alle bankteams die zich hiervoor inzetten", zegt Wilfried Remans, Head of CSR & Public Affairs bij BNP Paribas Fortis.

BNP Paribas Fortis werkt mee aan het ecosysteem van sociaal ondernemers via een specifiek team van achttien commerciële medewerkers en zestien kredietanalisten in het hele land. Via zijn 'Social Impact Bonds*’ geeft het sociaal ondernemers ook de kans om zich anders te financieren.

Boodschappen voor de koning

De ontmoeting was niet alleen een gelegenheid om met huidige en toekomstige partners ideeën uit te wisselen, maar ook om enkele boodschappen over te brengen aan de koning: sociaal ondernemers spelen altijd in op een sociale uitdaging die ze sneller dan de anderen opgepikt hebben. Hun zin voor innovatie is een fundamentele inspiratiebron voor grote ondernemingen, die onder druk van de publieke opinie, de regelgevers en de financiële markten in toenemende mate ESG-criteria (ecologische, sociale en governancecriteria n.v.d.r.) in hun model moeten integreren. 

"Verder kunnen we volgens mij de sociaal ondernemers nog heel wat helpen bij het opstarten van hun activiteiten. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn om alle bestaande steun, platformen en initiatieven te centraliseren. Ook moet er op het vlak van Social Impact Bonds een duidelijker wettelijk kader komen," zegt Wilfried Remans. Hij benadrukt dat het microkrediet in België meer impact moet krijgen.

Voor meer info over de andere deelnemers aan het rondetafelgesprek verwijzen we naar de officiële website van het Belgisch Koningshuis
 

*De Social Impact Bond (sociale-impactobligatie) is een instrument dat programma’s met een sociaal doel financiert. Het moet uitgaan van verenigingen of structuren uit de zogenoemde sociale en solidaire economie. Om een specifieke sociale actie op te zetten is een partnership tussen vier partijen nodig: overheid, financiers, een beoordelende organisatie en een deskundige op het terrein.
Article

15.01.2021

Bouwen we binnenkort met CO²?

Het klinkt wat futuristisch, maar vandaag is bouwen met CO² mogelijk. Dankzij versnelde carbonatatie wordt CO² gebruikt om bouwmateriaal te produceren. Een duurzaam voetpad in Gent illustreert hoe veelbelovend deze nieuwe technologie is.

Versnelde carbonatatie, ook CO2 mineralisatie genoemd, is een veelbelovende technologie om de bouwsector duurzamer te maken. Het leidt niet alleen tot een lagere CO2-uitstoot, maar ook tot een negatieve CO2-uitstoot door koolstofdioxide permanent op te slaan in waardevolle producten zoals bakstenen en tal van andere bouwmaterialen.

CO2 Value Europe, een denk- en doetank die de CCU-gemeenschap (Carbon Capture & Utilisation) vertegenwoordigt in Europa, organiseerde midden december een webinar over hoe CO2 gebruikt kan worden om bouwmateriaal te creëren. Aan de hand van concrete toepassingen werd het grote potentieel van deze duurzame technologie geïllustreerd, in het bijzonder voor de bouwsector. BNP Paribas Fortis is niet alleen financiële partner van CO2 Value Europe, als bank zetten we zelf ook sterk in op de ondersteuning van duurzaamheid in bedrijven.

Tweede meest vervuilende industriële sector

De cementindustrie is niet alleen één van de grootste industrieën wereldwijd, maar met een hoge uitstoot aan rookgassen ook één van de meest vervuilende. Cement is een cruciaal onderdeel voor beton, op zijn beurt onmisbaar voor de bouwsector. Een duurzaam alternatief voor cement, zou een wereld van verschil kunnen maken. Een van de manieren om dat te doen is via carbonatatie, ook gekend als CO2 mineralisatie.  Een CCU-technologie die nog niet zo gekend is, maar die wel een grote en positieve impact kan hebben op het klimaat en het milieu.

Versneld natuurverschijnsel

Carbonatatie is een natuurlijk proces waarbij bepaalde mineralen reageren met koolstofdioxide waardoor onder meer een soort kalksteen en dolomietsteen ontstaan. Zo’n proces duurt in de natuur duizenden jaren, maar dankzij innovatieve methodes kan het vandaag versneld worden tot slechts enkelen minuten. Dat vraagt weinig energie en met het resultaat kunnen verschillende producten gecreëerd, waaronder bouwstenen, waarin CO2 permanent opgeslagen blijft.

CO2 all the way

De ontwikkeling van deze CCU-technologie is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Dat resulteert vandaag in alternatieven voor cement die beantwoorden aan de technische vereisten van de bouwsector. CO2 kan op verschillende manieren opgeslagen worden in bouwmaterialen. Zo kan de injectie van CO2 helpen bij het uitharden van cement als alternatief voor water. Maar daarnaast kan het ook gebruikt worden om mineraal afval afkomstig van de staal- en mijnindustrie om te zetten in nieuwe producten zoals toeslagmateriaal dat als basis kan dienen voor plaveien of bouwblokken.

Goed voor onze planeet

Het effect van CO2 mineralisatie op het milieu is aanzienlijk omdat het op verschillende niveaus werkt. De globale reductie van CO2-emissies wordt geschat op 250 tot 500 miljoen ton per jaar in 2030 (bron: CO2 Value Europe).

  • CO2 kan rechtstreeks onttrokken worden uit rookgassen die afkomstig zijn van industriële processen in de staal-, cement- en chemische sector. Er is geen concentratie of behandeling nodig.
  • CO2 kan rechtstreeks uit de atmosfeer gehaald worden en zorgt zo voor een negatieve koolstofuitstoot.
  • In beide gevallen blijft CO2permanent in de eindproducten opgeslagen.
  • Er wordt mineraal afval en zelfs bouwafval gebruikt om met CO2 nieuwe bouwmaterialen te maken. Dat afval komt dus niet langer op een stortplaats terecht, wat ook kosten bespaart.
  • Dankzij die recyclage moeten minder natuurlijke nieuwe bronnen aangesproken worden.

What’s the catch?

Zoals bij elke nieuwe ontwikkeling zijn er ook uitdagingen. Om een echt competitief en waardevol alternatief voor beton te kunnen aanbieden binnen een circulaire economie zijn investeringen en aanpassingen nodig.

  • Fabrieken moeten hun installaties aanpassen. De nabijheid van een voldoende grote bron van CO2, zoals een staalfabriek, is aan te raden zodat de CO2 en het afval dat gebruikt wordt niet vervoerd moet worden.
  • Nieuwe producten produceren, al is het met koolstofdioxide en afval, vraagt energie en leidt dus ook tot CO2-uitstoot. Om het duurzaam effect te vergroten, zou daarom zoveel mogelijk hernieuwbare energie gebruikt moeten worden.
  • Versnelde carbonatatie is vrij nieuw en alle processen verlopen nog niet optimaal.
  • En dan is er nog het beleid en het wetgevend kader. Dat is vandaag nog onvoldoende afgestemd op deze nieuwe technologie waardoor een snelle uitrol van CCU-technologieën gehinderd wordt. Iets wat CO2 Value Europe alvast op de voet opvolgt.

Maar ondanks deze uitdagingen gaf Andre Bardow (professor Energy & Process Systems Engineering aan ETH Zurich) in het webinar aan dat hij ervan overtuigd is dat CO2mineralisatie de CO2-voetafdruk vermindert vanuit levenscyclusperspectief. Meer zelfs dan CCS (Carbon Capture & Storage) of het opslaan van koolstofdioxide.

Zero waste in eigen land

Vandaag zijn er wereldwijd al fabrieken die CO2-arm bouwmateriaal produceren. Een daarvan staat in Limburg. Het Genkse Orbix is erin geslaagd uit restafval van staalproductie (zogenaamde metaalslakken) mineralen te zuiveren die als basis dienen voor klimaatvriendelijke betonstenen. Niet alleen wordt er vloeibare CO2 gebruikt voor de productie van betonstenen in plaats van vervuilende cement, er wordt ook restafval gerecycleerd dat anders op een stort gedumpt zou worden. 

Een mooi voorbeeld ligt in Gent. Orbix realiseerde er in samenwerking met de Vlaamse onderzoeksinstelling VITO het project Stapsteen voor de stad Gent. U kan daar over het eerste Belgische circulaire voetpad lopen in de Leewstraat: 100m2, volledig opgebouwd uit duurzame stenen en goed voor een besparing van maar liefst 2 ton CO2!

Hebt u plannen in 2021 rond duurzaamheid? Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre kunnen u adviseren over innovaties, zoals deze CO2 mineralisatie, en begeleiden bij uw duurzame transitie.

Article

15.12.2020

Sunglasses that can help save the oceans

Yuma Labs makes sunglasses from recycled PET bottles. The Belgian firm has grown from a one-man startup into a company that manufactures items for other brands as well. But can the firm combine growth with sustainability? At BNP Paribas Fortis we certainly think so.

Yuma Labs (originally named YR Yuma) is the brainchild of Sebastiaan de Neubourg, explains his business partner Lenja Doms. She tells us: "Sebastiaan was working as a consultant, but he was itching to set up his own business.  His idea was to use a 3D printer to make sunglasses from recycled plastic. He then found out at first hand why no-one had tried this before. Because it proved to be quite a bit harder than expected,” laughs Lenja.

Crowdfunding

By 2017 Sebastiaan had a workable prototype and he started a crowdfunding campaign for his sustainable sunglasses. It was an immediate hit.  However, the project wasn’t first and foremost about achieving successful sales, reveals Lenja. “Sebastiaan saw the sunglasses primarily as a tool for making people aware of the basic principles of the circular economy. There’s no such thing as waste. A used Polyethylene terephthalate (PET) bottle provides the raw material for a new product, such as a pair of sunglasses.” And to complete the circle, the customer is encouraged to trade the sunglasses back in at the end of their life, in exchange for a new pair at an attractive discount.

More expensive

Sustainable manufacturing, as Yuma Labs does it, inevitably means that the final product is more expensive. “Fully twice as expensive,” Lenja points out, explaining: “We certainly don’t want to see the circular economy pigeon-holed as the province of the elite. We already take account of the entire life-cycle of a product, and we take responsibility for the recycling and re-use of the materials.  And let’s be quite clear about this: that’s more costly than just putting a product on the market without worrying about what happens to it later.”

Aiming for growth

In summer 2019, Lenja Doms and Ronald Duchateau came on board the Yuma team. This provided an opportunity to broaden the focus and look further than the consumer market. This month, Yuma Labs announced a collaborative project with a major fashion company. This upscaling will enable Yuma Labs to reach out to a much larger audience.

A good mix

In order to grow, a business needs financial resources. Yuma Labs has looked into quite a number of possible solutions, says Lenja. “These days there are a lot of initiatives designed to support sustainable businesses – from banks, the government and private investors. We’ve always tried to find the right balance between our own capital and external finance, and to achieve a good mix of different forms of finance between capital, grants and loans.”

Lenja has a golden tip for other businesspeople in the circular economy: "All too often I observe that the economic side of the story is neglected because companies keep on trying to find the perfect solution or the perfect product. There’s no sense in that.  You shouldn’t try to be whiter than white.”

Creating added value

At BNP Paribas Fortis, Maxime Prové is the Account Manager for Yuma Labs. He endorses Lenja Doms’ view on this. “Entrepreneurs who set out to do sustainable or social business must also have a desire to create added value, otherwise the business won’t last,” Maxime points out, underlining: “You can’t pursue a sustainable, environmental or social business model unless it’s underpinned by a profit-making scenario. That’s the only way you’ll be able to grow, hire more people and make a greater impact.”

Photo: Karel Hemerijckx

Article

07.12.2020

Anticiperen op het verbod op fluorgassen, een belangrijke uitdaging voor kmo's

Bepaalde fluorgassen, die in airco- en koelsystemen worden gebruikt, zullen tegen 2030 worden verboden op grond van een Europese richtlijn. Wacht liever niet tot 2029 om u daaraan aan te passen.

Waar er gekoeld wordt, zijn er zeker ook fluorhoudende gassen aanwezig. Dat is hoe we het gebruik van deze gassen eenvoudig kunnen uitleggen. Fluorgassen worden veel gebruikt in de industrie en de handel, denk maar aan ijsmachines, koelsystemen, laboratoria, apothekers enz.

Het probleem is dat die gassen tegen 2030 geleidelijk zullen worden verboden, op grond van een Europese richtlijn die in de Belgische wetgeving is omgezet. "Waarom? Omdat die gassen een zeer hoge CO2-uitstoot hebben", geeft Véronique Leonard, hoofd van de pool Milieu bij Sowalfin in de video hierna aan. Een grote uitdaging voor kmo's: "De beslissingen die ze vandaag nemen, zullen in de toekomst een impact hebben, want de wetgeving is veranderd", zegt ze.

En wat als de richtlijn niet wordt nageleefd?

"Laten we beginnen met het slechte nieuws: ondernemingen die niet in orde zijn, zullen hoge boetes moeten ophoesten", waarschuwt Erik Vanberg, Sustainable Business Developer bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) van BNP Paribas Fortis.

De beslissing is vooral bedoeld om de duurzame transitie van kmo's en ondernemingen te versnellen. Zo kunnen ze hun duurzaam engagement concreet maken en de financiële impact van de richtlijn beperken.

"In de decarbonisatiestrategie is de koelsector een van de eerste waar we actie kunnen ondernemen", legt de expert van het SBCC uit. "Net als ledverlichting, de installatie van hoogrendementsketels of de betere isolatie van gebouwen."

De eerste stappen naar die transitie vormen geen probleem en zijn makkelijk uit te voeren.

Bekijk het video-interview met Véronique Leonard, hoofd van de pool Milieu bij Sowalfin. 

Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u graag bij uw duurzame transitie.
Aarzel dus niet om hen te contacteren!
Article

25.11.2020

Geen woorden, maar daden: hoe concretiseert u uw internationale project?

Voet aan de grond krijgen in het buitenland? Geen sinecure, en alleen wat goede raad volstaat niet. Trade Development van BNP Paribas Fortis is de perfecte partner om de theorie om te zetten in de praktijk!

Heel wat bedrijven willen hun geluk buiten onze landgrenzen beproeven en voet aan de grond krijgen in nieuwe markten. Dat is niet alleen nodig om te kunnen blijven groeien, maar ook om concurrentieel te kunnen blijven. Maar als je niet weet waar te beginnen, is het moeilijk om de daad bij het woord te voegen. Hoe vind je de juiste markt? Hoe spoor je prospecten op? Hoe bereid je de hele operatie in al zijn aspecten voor? Welke risico’s moet je afdekken? En welke partner kun je vertrouwen? Allemaal belangrijke vragen die uw project kunnen maken of kraken. En zo komt het dat internationale ambities soms op ijs blijven liggen...

“Wij willen bedrijven helpen om hun internationale ambities waar te maken”, vertelt Rob van Veen, verantwoordelijke van de dienst Trade Development bij BNP Paribas Fortis.

“We bekijken de lokale markt waarop het bedrijf zich wil lanceren en zorgen ervoor dat het onderliggende potentieel voldoende is.” En zo is de eerste stap naar succes gezet.

Wanneer goede raad niet volstaat...

Tussen theorie en praktijk ligt een diepe kloof die zaakvoerders niet altijd durven oversteken. Veel gegevens en informatie inzamelen is een cruciale stap maar zeker niet voldoende. Dan moet de daad nog bij het woord worden gevoegd. Overgegaan worden tot actie. De eerste steen van uw groeiproject moet worden gelegd... liefst met zo groot mogelijke slaagkansen en zo weinig mogelijk risico’s. Bij zo’n avontuur is een (goede) begeleiding geen overbodige luxe. Reden te meer om een beroep te doen op de steun van Trade Development: een partner die u kan bijstaan met een ruime waaier aan oplossingen en kan meebouwen aan een strategische langetermijnvisie. In België, maar ook daarbuiten.

“In de eerste fase van hun project vinden bedrijven vaak heel wat informatie en ondersteuning bij de Belgische instanties voor de promotie van de export”, vertelt Rob van Veen. “Maar ze krijgen niet alle praktische antwoorden die ze nodig hebben om hun activiteiten in een gegeven land ook concreet uit te rollen.” 

Kies wijs!

Aangezien in België de groeivooruitzichten eerder beperkt zijn, moeten bedrijven dus op zoek naar internationale groei. Maar waar? Op dat punt komt het team van Trade Development op het toneel. De keuze van uw doelmarkt in immers van cruciaal belang. Een vage, ondoordachte beslissing kan dramatische gevolgen met zich meebrengen: voorbeelden van mislukkingen genoeg – onder andere omdat bedrijven de plaatselijke ‘cultuur’ niet begrijpen. Bedrijven lonken soms naar exotische markten, omdat anderen hen daarin zijn voorgegaan. Maar ieder internationaal project is uniek: past die of die markt wel bij uw algemene strategie? Bent u op de hoogte van alle – reglementaire, commerciële enz. – uitdagingen?

“We nemen het voorbeeld van een bedrijf dat zich in Brazilië wil vestigen. Onze eerste vraag is dan: welke activiteiten hebt u al uitgewerkt in Europa? Misschien zitten daar nog wel nieuwe, onontdekte opportuniteiten? Het is bijvoorbeeld veel gemakkelijker voor een bedrijf om zich te vestigen in Polen dan in Brazilië, waar de taksen op invoerproducten ontzettend hoog zijn”, gaat Rob van Veen voort.

Broodnodige ‘lokale’ contactpersonen

Uw project heeft vaste vorm gekregen, uw doelmarkt is bepaald. Dan is het moment gekomen waarop Trade Development een van zijn grootste troefkaarten bovenhaalt: toegang tot een wereldwijd netwerk van competente en betrouwbare partners.

“We introduceren de klant bij lokale specialisten die zijn project in het buitenland van a tot z kunnen begeleiden. De ene houdt zich bezig met de ontwikkeling van de activiteiten, de andere is gespecialiseerd in juridische en fiscale kwesties en een derde neemt het administratieve luik voor zijn rekening. Wij werken het liefst samen met kleine, lokale agentschappen. De meesten van hen zijn langetermijnpartners van het BNPPF-netwerk”, aldus Rob van Veen.

Die contactpersonen hebben een perfecte kennis van de nationale regels en gebruiken en weten hoe ze zich aan dat specifieke kader moeten houden. Het bedrijf heeft dus het grote voordeel dat het kan genieten van dat bekwame team: een win-winsituatie. “Onze vaste contactpersonen worden bovendien na ieder project door de klant geëvalueerd. Op die manier kunnen we de kwaliteit van onze dienstverlening garanderen!” 

Relaties opbouwen: tijdwinst en efficiëntieverbetering

Zoekt u een daadkrachtige verdeler of een betrouwbare vertegenwoordiger? Een ideale leverancier ter plaatse? Wilt u het ware potentieel van deze contacten bepalen of eventuele nieuwe partners leren kennen? Niet simpel voor een bedrijf…

“De meesten zijn op zoek naar een witte raaf. In overleg met de klant stellen onze trade developers realistische selectiecriteria op. Ze maken een financiële analyse van de commerciële partners en controleren hun technische bagage en hun reputatie”, licht Rob van Veen toe.

Eerst wordt een lijst opgesteld van vier of vijf serieuze en geïnteresseerde kandidaten en dan volgt de contactfase. “Onze lokale contactpersoon stelt de kandidaten voor aan het Belgische bedrijf om er zeker van te zijn dat beide partijen geïnteresseerd zijn in een partnerschap. Zodra al die kwesties zijn opgehelderd, kunnen de relaties snel worden uitgediept.” 

Het terrein: sleutel tot het succes

Iedere doelmarkt heeft zo zijn problemen en risico’s: van de taal tot de culturele en commerciële verschillen. Erg concrete en vanuit België vaak moeilijk te regelen problemen, zeker in het post-COVID-19-tijdperk. Vandaar het grote belang om zich te laten omringen door specialisten die het land kennen als hun broekzak. Een voorbeeld? “Om te kunnen leveren aan kleinhandelaars in het Verenigd Koninkrijk, moet je vaak op lokaal niveau kunnen factureren”, legt Rob van Veen uit. “Onze trade developer kan dan optreden en de plaatselijke facturatie en boekhouding voor rekening van het bedrijf regelen tegen een vast en transparant tarief voor iedere operatie. Dat is een lichte beginstructuur die geen grote investeringen vraagt, maar professioneel wel bijzonder interessant is.” Uiteraard kan de klant nadien als hij dat wenst zijn eigen lokale partner zoeken. “Ook dat is een taak die hij aan onze contactpersoon kan overlaten. Hij beschikt immers over de nodige ervaring om dat te doen.” Nog een voorbeeld? Rusland, waar alles enorm veel tijd vraagt... Ook hier kan het netwerk van experts van Trade Development de zaken aanzienlijk versnellen en problemen sneller oplossen.

 

 Klaar om uw geluk over onze landgrenzen heen in alle sereniteit te beproeven?
Neem contact met ons op 

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top