Article

10.04.2018

Circulaire economie kan de planeet redden

Een oproep om de helse cirkel van oneindige groei te doorbreken en het wangebruik van grondstoffen te stoppen.

Vandaag telt de middenklasse wereldwijd twee miljard mensen en verbruiken we jaarlijks al bijna dubbel zoveel grondstoffen als onze planeet kan produceren. Als we in dat tempo blijven consumeren, dreigt een totale catastrofe als er tegen 2020 nog eens drie miljard middenklassers bijkomen. Onze biosfeer is niet opgewassen tegen zo’n sterke toename op zo’n korte termijn. Volgens Matthieu Leroy, tot voor kort Sustainability Manager bij IKEA, zitten we dan niet alleen aan het plafond voor ons olieverbruik, maar ook aan dat van suiker, rood vlees, verbruiksgoederen en... meubelen! Niet alleen onze uitstoot van kooldioxide neemt exponentieel toe, maar ook die van giftige stoffen die onze water- en luchtkwaliteit bedreigen en onze biosfeer verzieken. En terwijl grondstoffen steeds schaarser worden, recycleren we toch maar 7 procent van ons afval om het opnieuw in de economie in te brengen.

Waarom? We houden vast aan een lineair economisch systeem dat gebaseerd is op oneindige groei ten koste van de natuurlijke rijkdommen van onze aarde. Bijgevolg riskeren we erg binnenkort te kampen te krijgen met grote grondstoffentekorten. De prijzen zullen ook sterk gaan schommelen en stijgen.

We moeten dus zo snel mogelijk afstappen van het principe 'ontginnen, fabriceren, weggooien'. Als we onze CO2-uitstoot en ons grondstoffengebruik de komende drie tot vijf jaar niet drastisch gaan aanpakken, verliezen we elke grip op de klimaatverandering en staan we voor een massale uitsterving van dier- en plantensoorten. Om vaart te zetten achter de overstap naar een nieuwe economie wordt een nieuwe Europese wet besproken. Die zal bedrijven verplichten eigenaar te blijven van de materialen die ze gebruiken voor de fabricage van hun producten en niet alleen de dienst in verband met het gebruik ervan te verkopen. Onze pragmatische Nederlandse buren hebben de stap al gezet: in 2030 moet de helft van de aankopen van openbare diensten circulair zijn. 

Hoog tijd voor een andere aanpak

Innovatie transformeert onze oude manieren van denken: 'light as a service', bijvoorbeeld,  waarbij u verlichting in plaats van lampen koopt, of huurcontracten voor banden, of kopieermachines die eenvoudig demonteerbaar zijn en alleen nog kunnen worden geleased, enz. De eerste ervaringen met circulariteit tonen ons dat met het concept op middellange termijn meer winst te rapen valt dan met de pure verkoop. Vandaag blijven de milieustrategieën van de meeste bedrijven echter beperkt tot een marginale inperking van hun negatieve impact.

"Dat moet veranderen. We kunnen de welvaart niet blijven verhogen en blijven groeien als we niet minder en vooral beter gaan consumeren", vertelt Matthieu Leroy. Hoewel zijn vorige werkgever IKEA sterk inzet op recyclage, wilde hij zijn passie voor circulaire economie sterker uitleven en richtte hij STRATA op.

Zijn bedrijf richt zich eerder op de verhuur dan op de verkoop van meubelen, en dat voor het nichesegment van eigenaars van studenten- of expatwoningen. "Wanneer een tafel niet langer nodig of hip is, wordt ze meestal in haar geheel weggegooid. Dat zien we ook bij kindermeubelen, die al na twee jaar niet meer nodig zijn", licht Matthieu Leroy toe, om aan te tonen dat het anders moet. We moeten onze manier om waarde te creëren fundamenteel herzien. We mogen klanten niet langer zien als consumenten van een product maar als gebruikers van een dienst.

Frentlife is een ander Belgisch bedrijf dat zich specialiseert in de verhuur van meubelen. Aan het eind van hun levenscyclus worden ze vervangen en soms aan liefdadigheidsinstellingen geschonken.

Ook de luchthaven van Schiphol in Amsterdam heeft al enkele jaren een contract lopen waarbij het zijn verlichting huurt 'as a service'. De leverancier blijft eigenaar van de lampen en zorgt voor de plaatsing en vervanging, zodat de luchthaven altijd voldoende verlicht is. Met die aanpak bespaart de luchthaven geld en kan leverancier Philips zijn marge aanzienlijk vergroten, terwijl het een langetermijnrelatie met de klant opbouwt en zijn milieu-impact sterk verkleint. Een win-winsituatie!

Circulair is de boodschap

Een kringloopeconomie steunt op reparatie of revisie, waardoor het begrip 'einde van de levenscyclus' wordt vervangen door de ambitie om goederen zo lang mogelijk te hergebruiken, te repareren of recycleren. Die economische visie is mogelijk in verschillende domeinen en er zijn al bedrijven die dat begrepen hebben. Ze gebruiken bijvoorbeeld niet-giftige biologische elementen die geen afval produceren en zonder schade weer worden opgenomen door de biosfeer (zoals biomassa of hout). Technische onderdelen kunnen dan weer gere-integreerd worden in nieuwe productieprocessen.

We moeten ook toekomstbestendige producten uitdenken en ontwerpen, om de levensduur te verlengen van alles wat we produceren. De functionele economie, die met behulp van technologie en 'market places' de vraag en het aanbod op elkaar afstemt, is een andere visie die de band tussen financiële bedrijfsgroei en het grondstoffengebruik wil verbreken. De eigenaars van platformen als Uber en Airbnb bezitten in feite geen eigen middelen en maken gebruik van die van hun leden. Door hun kapitalistische insteek raken ze echter niet helemaal uit de lineaire wereld en blijft hun sociale impact groot.

Andere pioniers richten zich voor hun grondstoffen op het afval van andere bedrijven of bedrijfsonderdelen. Zo worden bij IKEA zowat 9.500 producten gemaakt van karton- en plasticafval van zijn eigen winkels. Voor andere voorbeelden en de vijf bedrijfsmodellen van de kringloopeconomie kunnen we het artikel 'Op weg naar een circulaire economie'  warm aanbevelen.
Daarnaast raadt Matthieu Leroy ons aan verschillende actieterreinen te gaan verkennen.

Afgelopen met waarde opeisen

Deze benadering is ongetwijfeld de meest disruptieve en wordt nog niet vaak toegepast: bedrijven gaan samenwerken om gezamenlijk sneller waarde te creëren dan ze elk apart zouden doen. Solar Impulse is een van de pioniers in de zoektocht naar gemeenschappelijke waarde en de boost die ze aan de transitie kan geven. De pooling van ontwikkelingen bevordert een sneller leerproces van de ingenieurs van de verschillende deelnemers. Het samenwerkingsverband verenigt diverse spelers (Solvay, de Ecole Polytechnique van Lausanne, Google, enz.) rond de bouw van een vliegtuig op zonne-energie en deelt later de winsten. Die kunnen materieel of immaterieel zijn. Waarde is soms ook ontastbaar, zoals de media-aandacht die de projectpartners krijgen. Ze is daarom zeker niet minder waardevol.

100 procent verantwoorde modellen

Voor Matthieu Leroy is een echte transformatie alleen mogelijk met innoverende modellen, met een volledige mapping van de positieve en negatieve impact van de activiteit om rekening te houden met alle ‘externaliteiten.

"Traditionele bedrijfsmodellen hebben vaak weinig of geen aandacht voor deze externaliteiten – bijvoorbeeld de productie van grote hoeveelheden afval of de CO2-impact door de ontginning, productie, het gebruik en de vervroegde beperking van de levensduur van producten. Het zou volstaan er rekening mee te houden in het businessplan. Dat is niet zo ingewikkeld, maar wel essentieel", legt Matthieu Leroy uit. Omdat hij eigenaar van zijn meubelen blijft, heeft hij er alle belang bij ze zo te ontwerpen dat ze zo lang mogelijk meegaan, dat ze eenvoudig en snel te monteren en demonteren zijn, en modulair zijn.

Dat is de enige manier om kosten te besparen in een circulair systeem. De fabrikant optimaliseert immers zijn model: hij zorgt ook voor een gelijkmatig bedrijfsresultaat dankzij regelmatige inkomsten tijdens de volledige levensduur van zijn producten, die aanzienlijk langer wordt. Huren is goedkoper voor de gebruiker omdat het artikel in het circuit wordt gere-integreerd. Daardoor worden energie, materialen en werkuren bespaard, wat een positieve weerslag heeft op de sociale en ecologische externaliteiten. 

Bovendien maakt hij zich onafhankelijker van grondstoffen en hun prijzen. "Door een meubel bijvoorbeeld te verhuren aan tien klanten in plaats van het aan slechts één klant te verkopen, kunt u uw groei gemakkelijker verdubbelen terwijl u minder nood hebt aan grondstoffen. Zo schroeft u uw negatieve impact sterk terug. Dat is erg rendabel op korte termijn, vertelt de CEO van Philips, en ik geloof hem op zijn woord!", besluit hij.

Het jonge Belgische Cohabs renoveert herenhuizen en maakt er goed uitgeruste, comfortabele en stijlvolle cohousingprojecten van. Ook het sociale en het milieuaspect is belangrijk in hun verhaal.

“De vastgoedmarkt is al een paar jaar erg krap. Een huis of een appartement vinden in de stad is niet eenvoudig. De economische situatie is niet ideaal voor nieuwe woonprojecten, maar de vraag naar woningen blijft wel hoog”, legt Youri Dauber uit, CEO van Cohabs. “De uitdaging? Verkaveling en betonnering tegengaan door de steden te verdichten. Daarnaast moeten we gebouwen energiezuiniger maken en, last but not least, oplossingen vinden voor eenzaamheid waaraan heel wat mensen over de generaties heen lijden.”

Cohabs heeft 2.500 kamers, verspreid over 150 gebouwen in Brussel, Parijs, New York, Madrid en Luxemburg. In de huur zitten alle kosten begrepen, zoals internet en een Netflix-abonnement, maar ook een schoonmaakdienst en het gebruik van de sportzaal, een cinemaruimte, de tuin en een coworkingspace. Om het samenleven te vergemakkelijken en eventuele frustraties uit te sluiten, voorziet Cohabs in alle huizen een aantal basisproducten, zoals toiletpapier, afwasmiddel, olijfolie en peper en zout. Via een app houden de Cohabs-bewoners van een stad contact en elke maand kunnen ze elkaar ontmoeten op een feest.

Niet alleen jonge professionals

“Toen we in 2016 startten, hadden we de doelgroep 25-35-jarigen voor ogen. Maar we kregen meteen heel veel aanvragen binnen van vijftigplussers”, vertelt Youri Dauber. “Mijn eigen ouders, die 75 zijn, pushten me om het concept ook open te stellen voor hun generatie. We beseften dat cohousing niet alleen voor jonge professionals is. Er zijn ook mensen in heel andere levensfases die door een soort overgangsperiode gaan. Vaak gaat dat gepaard met eenzaamheid, zoals bij een scheiding of iemand die zijn partner verloren heeft. We denken ook na over wat we gezinnen kunnen bieden. Die hebben grotere gemeenschappelijke ruimtes nodig en goed gedefinieerde voorwaarden. Zoals elk jong en innovatief bedrijf evolueren we gaandeweg. We leren met vallen en opstaan.”

Solidair en sociaal samenleven

De jonge bedrijfsleider staat geregeld versteld van het sociale avontuur dat samenleven kan zijn. “We hadden een 45-jarige Syrische vluchteling die wel wat zag in cohousing. Wij dachten dat samenleven met een groep twintigers nooit zou lukken. Maar we hadden het fout. De relaties die daar zijn opgebouwd waren zo rijk dat we nu samenwerken met de Franse ngo Singa. Ondertussen bieden we in een veertigtal van onze huizen solidaire kamers aan.”

Design, upcycling en een app

Het jonge bedrijf zet sterk in op design. Daarvoor werkt het samen met Lionel Jadot, de Belgische pionier in upcycling. Zijn aanpak past perfect in de milieufilosofie van Cohabs, dat zelf ook gerecycleerde materialen gebruikt voor renovaties. Ook zonnepanelen en het recupereren van regenwater horen bij dat verhaal. “EPC-score B of C halen, dat is ons doel. Voor oude gebouwen is dat uitzonderlijk goed”, gaat Youri Dauber voort. “We zijn CO2-neutraal en lid van 1% for the Planet.”

Klaar om samen grenzen te verleggen

Voor investeringen en de aankoop van nieuwe gebouwen kon Cohabs rekenen op de steun van BNP Paribas Fortis. “Zij lopen al mee in ons verhaal sinds ons derde pand. Toen waren we nog maar een klein bedrijfje, maar we vroegen wel aanzienlijke bedragen van een paar tientallen miljoenen euro’s. Maar ze hebben ons ondersteund en kredieten toegekend waardoor we ook konden groeien in het buitenland. Het is echt een samenwerking. Ze schenken ons hun vertrouwen en geloven in het potentieel van ons concept.”

Cohabs is klaar om de wereld te veranderen. Ontdek nog meer straffe verhalen van ondernemers.

Quotes

“In veertig van onze cohousinghuizen bieden we solidaire kamers aan voor mensen die willen herintegreren in de samenleving.”

“Mijn ouders van 75 pushten me om het concept ook open te stellen voor hun generatie.”

De Brusselse scale-up Optimy brengt vrijwilligerswerk, donaties, mecenaats- en sponsoractiviteiten van bedrijven samen op één platform. Daar zijn hun maatschappelijke gevolgen concreet meetbaar.

“Oorspronkelijk beschouwde ik mezelf niet als een sociaal ondernemer, al was ik wel bezig met sponsoring. Op vraag van onze klanten hebben mijn partners en ik een hele dienstverlening ontwikkeld die is uitgegroeid tot het meest uitgebreide platform op de markt”, zegt de CEO van Optimy, Kenneth Bérard.

Een van die klanten was de BNP Paribas Fortis Foundation, die maatschappelijk een groter verschil wou maken en die acties ook meer zichtbaarheid wou geven. “Het is voor bedrijven een must om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Dat genereert meerwaarde voor het bedrijf en voedt een positieve spiraal. Maar die maatschappelijke gevolgen moeten meetbaar zijn. Hoeveel kinderen worden er geholpen? Hoeveel bomen zijn er geplant? Welk effect heeft dat op de tevredenheid van de werknemers, op het imago, op de omzet? Ons model biedt dat allemaal aan. Bedrijven moeten dus niet telkens nieuwe modules aanschaffen als ze extra activiteiten willen toevoegen. Dat is volgens mij onze grote succesfactor. We zijn marktleider in Europa in onze sector en het enige bedrijf dat actief is in zowel Europa als Noord-Amerika.”

Persoonlijke begeleiding

“Veel bedrijven zitten vol goede bedoelingen. Ze willen een positief effect hebben op de samenleving, maar vaak ontbreekt het hen aan een goede methode om dat efficiënt te doen”, merkt de ondernemer op. “Ze hebben de neiging om al hun inspanningen los van elkaar te zien. Het Optimy-platform biedt daar een oplossing voor. Het is makkelijk samen te stellen en is servicegericht. We passen ons aan aan de processen van elke businessunit en elk bedrijf. Omgekeerd werkt het niet”, verzekert Kenneth Bérard. “Onze klanten zoeken geen technologie, maar wel begeleiding. We investeren in personalisering en dat loont, toont ook een tevredenheidsonderzoek bij onze klanten.”

Acties structureren

Het eerste advies dat Optimy altijd geeft aan bedrijven: versnipper je inspanningen niet, ze moeten één geheel vormen. “We raden bedrijven aan hun acties met behulp van ons instrument te structureren. Het beleid in maatschappelijk verantwoord ondernemen moet in lijn zijn met de waarden, het DNA en de bredere strategie van het bedrijf. En de acties moeten natuurlijk transparant en goed worden uitgevoerd.”

De juiste partner

De band die Optimy vanaf het begin had met BNP Paribas Fortis was doorslaggevend voor de groei van het bedrijf. “Het feit dat de bank ons volgt, heeft onze geloofwaardigheid vergroot bij onze partners, investeerders, klanten en ook intern. Nu zet ze voor ons een factoringservice op om onze groei verder te ondersteunen.”

De groei van Optimy werd eerst ondersteund door cashflow, wat ongebruikelijk is voor een technologiebedrijf. Vanaf 2019 kwam er financiering in het spel. Toen trad een Canadees fonds dat gespecialiseerd is in SaaS-bedrijven (Software as a Service) en verbonden is aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT) tot het kapitaal.

Multiculturele verrijking

Zoals voor meer bedrijven is een van de grootste uitdagingen van Optimy de werving van nieuw talent. “Wij hebben die uitdaging kunnen omzetten in een troef”, besluit Kenneth Bérard. “We trekken talent aan uit het buitenland. In ons kantoor in Brussel werken zestig mensen van twintig nationaliteiten. Die multiculturaliteit is een enorme verrijking en heeft ons geholpen om internationaal door te breken.”

“Het beleid om maatschappelijk verantwoord te ondernemen moet in lijn zijn met de waarden, het DNA en de bredere strategie van je bedrijf”.

Article

06.09.2023

Nieuwe mobiliteit: de troef van technologie

Is technologie een troef voor de overstap naar nieuwe mobiliteit voor bedrijven? Dit vindt Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert.

Onze samenleving ondergaat een duurzame transitie. Om daaraan bij te dragen moeten bedrijven hun mobiliteit heroverwegen. Sinds 1 juli 2023 voelen we de eerste gevolgen van het uitdoven van de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfsvoertuigen met een verbrandingsmotor tegen 2026. Tegelijk maakt het federale mobiliteitsbudget deze (r)evolutie een pak concreter en werkbaarder. Eén ding is zeker: technologische tools, vooral applicaties, spelen een sleutelrol. Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert bij Arval BNP Paribas Group, legt uit waarom.

1 juli 2023: een sleutelmoment

"In de weken na het scharniermoment van 1 juli 2023 zagen we de behoeften van onze professionele klanten al veranderen", legt Philippe Kahn uit. "Sommige bedrijven hadden al concrete stappen gezet naar een duurzame transitie. Maar in heel wat bedrijven rijzen nu pas veel concrete vragen en bezorgdheden van medewerkers die beantwoord moeten worden. Hoe kan ik een elektrische auto gebruiken als ik in de stad woon en er geen oplaadpunten beschikbaar zijn? Heb ik zin om elke twee dagen op zoek te gaan naar een betrouwbare plek om op te laden? En ben ik bereid om mijn mobiliteit fundamenteel te herzien? Voor werkgevers is het een prioriteit om op al die vragen een bevredigend antwoord te geven.”

Naast het beheer van een elektrische bedrijfswagen van a tot z, inclusief opladen, beginnen almaar meer ondernemingen hun globale mobiliteitsbeleid te herzien. Ze analyseren alle bestaande alternatieven, met name de multimodale. “En dat is uitstekend nieuws”, gaat Philippe Kahn verder. “Want het is een verplichte passage voor hun toekomst. Ik denk dat de vraag naar zo’n oplossingen steeds groter zal worden. Om daar vlot op in te spelen, zijn technologie en vooral apps een belangrijke troef."

Anticiperen om beter te dienen

Ondernemingen beginnen er meer en meer over na te denken, maar voor Arval BNP Paribas Fortis en Philippe Kahn is het al jaren een prioriteit. "We anticiperen al meer dan vijf jaar op de veranderingen die aan de gang zijn, met als doel een veel bredere mobiliteitsvisie en expertise te hebben dan alleen leasing. Vandaag hebben we trouwens een volledige afdeling die zich daar uitsluitend mee bezighoudt. Dankzij die expertise kunnen we tegemoetkomen aan en zelfs vooruitlopen op de behoeften van bedrijven. Die zitten vaak met vragen en voelen zich soms wat verloren in deze mobiliteitsrevolutie."

Een vereenvoudigde en vlottere ervaring dankzij technologie

Maar waarom en hoe speelt technologie een belangrijke rol in deze transitie naar een duurzamere mobiliteit van bedrijven? "Het maakt de ervaring van deze nieuwe mobiliteit eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. De laatste marktontwikkelingen liggen in die lijn", antwoordt Philippe Kahn. "Dat geldt ook voor de nieuwe mobiliteitsapps die we onze zakelijke klanten voortaan aanbieden. Voor werkgevers vergemakkelijken ze het beheer van het mobiliteitsbudget dat de federale overheid invoerde. Dit budget met zijn drie pijlers is cruciaal om de mobiliteit te herdenken. Maar tegelijk hoort daar een zekere reglementaire complexiteit bij. Net om daarop in te spelen zijn we vijf jaar geleden al begonnen met de ontwikkeling van een hele reeks technologische tools die het beheer van het mobiliteitsbudget vergemakkelijken. Bijvoorbeeld om onze klanten in staat te stellen heel eenvoudig de gecombineerde keuze voor een elektrische wagen en een fiets te beheren binnen dat budget. Vanuit die innovatielogica, die gericht is op een aangename gebruikerservaring, integreren onze apps heel concreet alle facetten van de nieuwe professionele mobiliteit, toegankelijk via een smartphone. Gebruik van openbaar vervoer, deelmobiliteit, taxi's en zelfs parking, ook al behoort dat niet tot het mobiliteitsbudget: alles is op één plaats terug te vinden.”

Dit vergemakkelijkt ook het beheer van transacties. “Mobiliteitsaankopen voor een klein bedrag, zoals een busticket, worden onmiddellijk verrekend en gevalideerd. Er is geen manuele controle meer nodig. Volgens die logica moet er niets voorgeschoten of terugbetaald worden ... en hoeven dus ook geen tickets en andere aankoopbewijzen bewaard of beheerd te worden. Kortom: onze apps vereenvoudigen het mobiliteitsbudget door alle componenten op een gebruiksvriendelijke manier aan te reiken: auto, fiets, scooter, multimodaliteit, openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit ..."

Technologie als strategische accelerator

Het innovatietraject dat Arval België uitstippelt, illustreert perfect waarom technologie een belangrijke accelerator is om nieuwe mobiliteitsstrategieën te implementeren. En uiteraard zal wat vandaag bestaat snel evolueren naar een steeds rijkere gebruikerservaring. Philippe Kahn: "Er bestaan al heel wat innoverende tools. Maar we moeten rekening houden met de Belgische complexiteit. Een van de uitdagingen is om alle betrokken actoren onder dezelfde koepel samen te brengen en het resultaat van die samenwerking in eenzelfde 'magische' app te gieten. Wat vandaag in België bestaat, heeft nog vaak een lokale draagwijdte. Zo’n beperking bestaat bijvoorbeeld niet in Nederland dankzij de OV-kaart. Ook de stedenbouwkundige realiteit van ons land is een uitdaging. Want de invoering van mobiliteitshubs buiten de grote stedelijke centra waar alle verplaatsingsmiddelen toegankelijk zijn, is niet zo gemakkelijk."

Eén ding staat vast: de transitie naar een nieuwe bedrijfsmobiliteit staat op de rails. En de nieuwe Arval Mobility App is een waardevolle tool voor onze bedrijven. "Technologische innovatie maakt het mogelijk om de reglementaire complexiteit voor werkgevers te verminderen en multimodaliteit concreet en gebruiksvriendelijk te maken voor hun werknemers", besluit Philippe Kahn.

Arval Belgium nv, Ikaroslaan 99, 1930 Zaventem – RPR Brussel – BTW BE 0436.781.102, nevenverzekeringstussenpersoon geregistreerd bij de FSMA onder het nummer 047238 A. Onder voorbehoud van aanvaarding van uw aanvraag.

Arval Belgium N.V. is een dochtermaatschappij van BNP Paribas Fortis N.V.

Article

22.06.2023

Maritiem transport: focus op de impact van decarbonisatie en energietransitie

Eind mei brachten BNP Paribas Fortis en de Universiteit Antwerpen een groep experts samen om de vele uitdagingen rond de decarbonisatie van de maritieme transportsector te bespreken. Wat moet je onthouden?

De leerstoel BNP Paribas Fortis Transport, Logistiek en Havens werd twaalf jaar geleden opgericht en is verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Hij voert uitgebreid onderzoek naar concrete en innoverende manieren om een steeds veerkrachtiger – en duurzamer – maritiem ecosysteem te creëren.

Na het succes van de eerste twee grote evenementen in 2017 en 2019 besliste de leerstoel om dit jaar opnieuw een samenkomst te organiseren. Zo kwamen op 25 mei 2023 een reeks specialisten en actoren uit de haven- en maritieme sector samen in de gebouwen van BNP Paribas Fortis in Antwerpen. Daar bespraken ze de impact van decarbonisatie op het maritieme ecosysteem.

Dit zijn hun voornaamste conclusies ...

1 – We moeten een versnelling hoger schakelen

Maritiem transport is momenteel de meest koolstofzuinige vorm van commercieel vervoer, op basis van de CO₂-uitstoot per ton en per kilometer. Maar het kan beter.

Tot dusver gaven de spelers in de sector de voorkeur aan snelle winsten. Bijvoorbeeld door de schroeven van schepen te wijzigen en hun snelheid aan te passen. Maar op 25 mei kwamen de experts overeen dat het nu tijd is om te experimenteren met nieuwe brandstoffen en technologieën en te evolueren naar (bijna) emissievrije brandstoffen. Het tempo van de verandering versnelt, maar er is nog geen mirakeloplossing. De kosten (en risico's) zijn enorm.

2 – Eén en slechts één internationale regelgeving graag!

Het reglementaire kader is complex en evolueert voortdurend.

Tegen 2030 verbindt de International Maritime Organization (IMO), die afhankelijk is van de VN, zich ertoe de koolstofproductie van alle schepen met 40% te verminderen ten opzichte van 2008. En met 70% tegen 2050.

De Europese Unie verbindt zich ertoe om de uitstoot van broeikasgassen in het maritiem vervoer tegen 2030 met minstens 55% te verminderen, in vergelijking met 1990. Tegen 2024 zal een emissiehandelssysteem (ETS) van toepassing zijn op alle schepen van meer dan 5.000 bruto ton van en naar de havens van de EU.

Kortom: de dingen bewegen in de goede richting. Maar volgens de spelers in de sector zijn er heel wat regionale en supraregionale programma's die parallel blijven lopen. En dat brengt een administratieve en financiële overlast met zich mee.

Op 25 mei bereikten alle stakeholders een akkoord over twee punten: ten eerste is een uniek internationaal beleid noodzakelijk, aangezien het om een wereldwijde sector gaat. En ten tweede moeten spelers die de regels niet naleven, worden bestraft.

3 – De transitie naar koolstofneutraliteit 

De investering die nodig is voor de bouw van nieuwe, groenere schepen wordt geschat op 5.000 miljard dollar tegen 2050. De kosten voor de modernisering van de bestaande vloot zijn nog niet bekend, maar zullen niet min zijn ... Bovendien zal de investering om de haveninfrastructuur te vernieuwen gigantisch zijn.

4 – Grote onzekerheid over de beste brandstof en/of technologie

Wat wordt de brandstof of technologie van de toekomst? De meningen lopen uiteen.

Veel brandstofsoorten met een lage uitstoot zullen waarschijnlijk enige tijd naast elkaar blijven bestaan. Elektriciteit zal alleen worden gebruikt op kustschepen, veerboten en bepaalde trailers. Grote schepen zullen vloeibaar aardgas (LNG) of vloeibaar petroleumgas (LPG) gebruiken, of methanol, ammoniak en misschien zelfs biobrandstoffen.

Het transport over lange afstanden zal in eerste instantie afhangen van de zware brandstof, eventueel met koolstofafvang en -opslag. Waterstof heeft potentieel, maar de dichtheid, opslag en manipulatie ervan roepen vragen op. Ook wind, zonne-energie en kernenergie blijven niet achter.

Maar het echte probleem vandaag is dat als het aantal schepen dat met schonere brandstoffen kan werken, effectief toeneemt, die brandstoffen nog niet voldoende internationaal beschikbaar zijn. Het aanbod ligt met andere woorden beduidend lager dan de vraag.

5 – Banken spelen een sleutelrol

Banken spelen een sleutelrol in de financiering van de energietransitie. In 2019 hebben elf financiële instellingen – voornamelijk Europese instellingen, waaronder de groep BNP Paribas – de Poseidon-principes ingevoerd, die de overgang naar koolstofarme shipping ondersteunen. Dankzij dat wereldwijde kader kan de koolstofintensiteit van bankleningen voor de maritieme sector worden gemeten en is die voor iedereen bekend. Vandaag zijn er 24 ondertekenaars, waaronder Japanse financiële instellingen. En dat is goed nieuws.

Graag meer info?

De presentaties, video's en foto's van het evenement van 25 mei 2023 zijn beschikbaar op deze pagina.

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top