Article

14.04.2017

België: minder faillissementen in 2016

Het aantal faillissementen is vorig jaar in België met 5% gedaald, voor het eerst in 6 jaar. Welke sectoren profiteren daarvan en is dat ook zo in onze buurlanden?

In België staat het aantal faillissementen op het laagste niveau in zes jaar, zo blijkt uit een studie. Met uitzondering van de maand mei is het aantal faillissementen systematisch gedaald tussen januari en juli, toen de tendens het duidelijkst was. In 2016 is het aantal faillissementen wel gestegen in Antwerpen (+0,25%) en in Oost-Vlaanderen (+15,99%). De globale daling is vooral te danken aan Wallonië (-13,9%).

De daling is het grootst in de transportsector (12,89%), gevolgd door de diensten aan ondernemingen (8,46%), de bouw (8,30%) en de detailhandel (7,82%). Bijna één faillissement op vijf vond plaats in de horeca, waardoor deze sector een serieuze domper zet op dit nochtans veelbelovende plaatje, met het hoogste cijfer ooit: 1.988 faillissementen in 2016 tegen 1.914 een jaar eerder.

Om de economie te stimuleren, heeft de federale overheid bovendien een aantal projecten lopen, onderstreept minister van kmo's Willy Borsus: "Proefclausule, tweede pijler, een plan voor buurtwinkels en een plan voor administratieve vereenvoudiging; en er is ook de hervorming van de vennootschapsbelasting." Zo heeft de federale regering een globaal budget vrijgemaakt van bijna 600 miljoen EUR voor de periode tot 2020 (in de enveloppe voor de tax shift voor zelfstandigen en kmo's).

Frankrijk en Nederland doen nog beter

 Eind december 2016 was het aantal geregistreerde faillissementen met 8,0% gedaald, zegt de Banque de France. De bouw en de industrie noteren de sterkste dalingen van het aantal gecumuleerde faillissementen. De zwaarst getroffen sectoren zijn de landbouw, de bosbouw en de visvangst, maar de horeca doet het er globaal beter dan in België (-7,9%).

Dankzij de economische opleving die in 2014 werd ingezet, is het aantal faillissementen in Nederland nog gedaald tot 15% (het laagste niveau in 8 jaar).  Het lag bijna een vijfde lager dan in dezelfde periode vorig jaar. De meeste faillissementen die bij onze noorderburen werden uitgesproken, hadden betrekking op financiële instellingen, gevolgd door handelszaken.

Cosucra investeert in de decarbonisatie van zijn productieprocessen. De klemtoon ligt op plantaardige eiwitten op basis van chicorei en erwten voor een gezond en minder vervuilend dieet.

Het Henegouwse bedrijf Cosucra bestaat als sinds 1852. Het bedrijf is vrij klein gebleven met 365 werknemers, maar de activiteiten zijn in de loop der tijd wel veranderd. Vanaf de jaren 80 maakte de verwerking van suikerbieten plaats voor cichorei en gele erwten. Suiker werd vervangen door inuline en erwtenproteïne.

“Veel gezinnen hebben weinig tijd om elke dag een verse maaltijd op tafel te toveren. Met onze producten kan de industrie hen gemakkelijke, snelle en voedzame maaltijden aanbieden”, vertelt Eric Bosly, CEO van Cosucra. “Voedingsdeskundigen benadrukken het belang van vezels en plantaardige eiwitten voor de gezondheid en zo’n dieet heeft ook een positieve invloed op onze voetafdruk.”

Nieuwe investeerders

Om een stap verder te gaan in de decarbonisatie lanceerde het bedrijf in 2023 een investeringsplan van zeven jaar ter waarde van 150 miljoen euro. “We zijn ons zeer bewust van de klimaatcrisis, dus we wilden deze overgang snel maken”, zegt Eric Bosly. “Daarom hebben we drie investeerders aan boord gehaald die onze waarden delen en bereid zijn zich op de lange termijn in te zetten.”

Langetermijnrelatie

Cosucra en BNP Paribas Fortis werken al lang samen. “BNP Paribas Fortis heeft ons gesteund bij onze expansie naar Denemarken en de Verenigde Staten. Het is van grote waarde om één en dezelfde gesprekspartner te hebben voor het opzetten van de financiële structuur van dochterondernemingen, het openen van rekeningen in het buitenland, enzovoort. We vergaderen geregeld samen, waardoor we kunnen rekenen op de expertise van teams die gespecialiseerd zijn in de voedingsindustrie. Hun macrovisie is een mooie aanvulling op die van de lokale accountmanagers die onze activiteiten goed kennen.”

Dezelfde marktvoorwaarden

De inspanningen die Cosucra levert, zullen binnen drie jaar leiden tot een daling van 55 procent van de CO2-uitstoot. Decarbonisatie is maar een van de strijdpunten van Eric Bosly. “We pleiten voor dezelfde marktvoorwaarden als dierlijke eiwitten. Waarom wordt er bijvoorbeeld 20 procent btw geheven op melk op basis van erwten terwijl koeienmelk onder 6 procent valt? Plantaardige producten zijn bovendien duurder omdat je door de lagere hoeveelheden geen schaalvoordelen kan halen. Als je rekening houdt met alle ‘negatieve externe effecten’ van dierlijke producten, zowel op gezondheid als milieu, verdient onze sector ondersteuning tot we een zekere omvang bereiken.”

Mentaliteitswijziging

De ondernemer betreurt de manier waarop de detailhandel vlees gebruikt als lokproduct, door zijn marges te verlagen om consumenten een aantrekkelijke prijs te bieden. “In tijden van inflatie is dat prijsverschil des te nadeliger voor ons. Daarom is er vooral een mentaliteitswijziging nodig. Voedingsdeskundigen zeggen dat een wekelijkse portie van slechts 200 tot 250 gram vlees volstaat om er de voedzame voordelen uit te halen, zonder de negatieve effecten. Maar op dit moment consumeren de meeste Belgen eerder 200 gram vlees per dag.”

Ook de concurrentie van geïmporteerde landbouwproducten haalt Bosly aan als een obstakel.

Cosucra is klaar om de wereld te veranderen. Ontdek nog meer straffe verhalen van ondernemers.

“De Europese Green Deal streeft naar een halvering van de input, wat onder meer leidt tot het verbod op veel herbiciden. Boeren zouden begeleid moeten worden bij deze overgang. En een bedrijf als Cosucra, dat cichorei en erwten binnen een straal van 200 kilometer aankoopt, staat niet op gelijke voet met de sterke Chinese concurrentie.”

Triple Helix noemt zichzelf het eerste verticaal geïntegreerde verwerkingsbedrijf ter wereld dat de industrie een volledig omgekeerde waardeketen wil bieden. Te beginnen met de chemische industrie.

Triple Helix wil een ommekeer teweegbrengen in de traditionele en kapitaalintensieve chemische industrie. Dat doen ze door te investeren in alternatieve grondstoffen en recycling. “We willen voorkomen dat producten zomaar verbrand of gestort worden aan het einde van hun levensduur. We recupereren de materiaalstromen en zetten afval om in nieuwe grondstoffen”, vat CEO Steven Peleman het samen. “Het maakt niet uit om welke afvalstroom het gaat. Ons eerste concrete project is een fabriek om polyurethaanschuim af te breken en opnieuw te gebruiken als vloeibare grondstof voor de industrie.”

Venture studio

Peleman en zijn drie partners kennen de chemische sector en weten dat het erg moeilijk is om daar beweging in te krijgen. “Sommige van die fabrieken bestaan al decennia. Om dan te zeggen, dat we het radicaal anders gaan doen en de markt op zijn kop zetten, zo werkt het natuurlijk niet. Daarom heb je kleinere bedrijven nodig die een soort katalysatorfunctie hebben.”

De kern van Triple Helix is een onafhankelijke venture studio die circulaire projecten opzet, ontwikkelt en de juiste ecosystemen eromheen creëert. “We zijn begonnen met de industrie die we het beste kennen. Maar gaandeweg breiden we onze activiteiten uit. We hebben inmiddels een tiental legal entities en we zijn bezig met een nieuwe cluster rond CO2- en zwavelzuurrecuperatie.”

Friends, family and fools

Triple Helix zit als startup nog altijd in de investeringsfase. “En dat blijft een grote uitdaging”, weet Peleman. “Bijna de enige manier om een initiatief zoals dit gefinancierd te krijgen is door investeerders te vinden die een risico kunnen nemen. Zeker in een sector zoals de onze, waar het meteen gaat over dure installaties, testtoestellen en labo's. Maar ook dure profielen waar je mee moet werken. Want je hebt ervaring en kennis nodig. In de startfase kan je bijna niet anders dan rekenen op friends, family en fools. Maar onze geloofwaardigheid is wel aan het toenemen en dat maakt almaar meer mogelijk”, aldus Peleman.

Schaalbaar en rendabel

De polyurethaanrecyclagefabriek wordt hun eerste lighthouse project. “Hiermee willen we aantonen dat ons businessmodel werkt en dat het schaalbaar en rendabel is. Om zo de traditionele equity spelers warm te krijgen om in het verhaal te stappen.”

Normaal gezien ronden ze het eerste kwartaal de financiering af, waardoor ze eind maart starten met de bouw van de fabriek. “We zijn er helemaal klaar voor. In het labo hebben we goede resultaten. We hebben commitment van partijen in de markt om materiaal aan te leveren en af te nemen. En we zijn met drie landen in gesprek om de fabriek internationaal uit te rollen.”

De volgende twee jaar wil Peleman de infrastructuur rendabel maken en de andere ventures verder uitbouwen. “Het is niet de bedoeling dat we honderd bedrijven gaan oprichten. Wel een paar die echt iets oplossen. En dat dan internationaliseren. Onze eindbestemming is dat we ergens tussen de vijf tot tien jaar kunnen zeggen dat het hele opzet gefinancierd is, vlot draait en mooie resultaten oplevert zodat we het kunnen doorgeven aan de volgende generatie.”

Klaar om meet te werken aan een oplossing

BNP Paribas Fortis volgt en adviseert Triple Helix al 3 jaar, van bij de start van het idee tot de concrete uitwerking van de financieringsmogelijkheden. “We zijn met de bank door een leertraject gegaan”, weet Peleman. “Je moet een relatie opbouwen en elkaar goed leren kennen, zodat beide partijen in staat zijn het risico in te schatten.”

Vandaag is BNP Paribas Fortis een van de twee banken in een consortium dat een groot stuk van de fabriek mee zal helpen financieren. “Ik merk dat ze binnen de bank de kennis hebben om in te schatten waar we mee bezig zijn. Maar belangrijker dan kennis is het begrip van wat wij doen. En dat is er zeker.”

Triple Helix is klaar om de wereld te veranderen. Ontdek nog meer straffe verhalen van ondernemers.

Quote

“We zijn met de bank door een leertraject gegaan. Je moet een relatie opbouwen en elkaar goed leren kennen, zodat beide partijen in staat zijn het risico in te schatten.”, weet Steven Peleman, CEO van Triple Helix.

Dankzij haar duurzame oplossingen en nieuwe investeerders kan de onderneming uit Bergen haar sterke groei doorzetten. Duik met ons mee in dit inspirerende succesverhaal!

Wereldwijd komaf maken met milieu- en gezondheidsgerelateerde problemen in verband met medisch afval: de ambities van Ecosteryl liegen er niet om, net zomin als de technische knowhow van het bedrijf uit Bergen. Het werd opgericht in 1947, met als kernactiviteit uitrustingen en machines voor de mijnbouw ontwikkelen. Ongeveer 20 jaar geleden transformeerde Ecosteryl zich tot een specialist in de verwerking van (potentieel) besmet afval uit de gezondheidszorg.

Wereldleider met topklanten

En met succes: vandaag is Ecosteryl een wereldspeler in zijn sector en exporteert het zijn complete productie naar meer dan 65 landen. De klanten zijn uiteraard ziekenhuizen, maar ook organisaties die actief zijn in het revaloriseren van afval, internationale instellingen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, de Wereldbank en de VN, en verschillende landen en steden. Ecosteryl telt een 40-tal werknemers en realiseert jaarlijks een omzet van meer dan 20 miljoen euro.

Medisch afval, een grote uitdaging voor de volksgezondheid

Spuiten, kompressen, maskers, scherpe instrumenten enz.: 15 procent van het medisch afval wordt als gevaarlijk beschouwd en vereist een speciale behandeling. Als je weet dat één ziekenhuisbed dagelijks 0,5 tot 3 kg gevaarlijk medisch afval produceert, wordt de omvang van het probleem snel duidelijk. Want het besmettingsgevaar, de giftigheid en soms zelfs radioactiviteit van dat soort afval zijn niet te onderschatten: zo kunnen ze een trigger of katalysator zijn voor een pandemie of zelfs een oorzaak van nieuwe ziekten. De ontsmetting van gevaarlijk medisch afval – de enige oplossing om het gezondheidsrisico te elimineren – en de recyclage ervan zijn dan ook wereldwijd cruciale opdrachten op het vlak van volksgezondheid.

Een proces dat geen invloed heeft op het milieu

Direct verbranden of autoclaveren: dat zijn de twee methoden die de concurrenten van Ecosteryl gebruiken om gevaarlijk medisch afval te ontsmetten. Het probleem is dat die processen verre van milieuneutraal zijn. Verbranding veroorzaakt heel wat CO2- en andere schadelijke uitstoot (denk aan dioxinen bijvoorbeeld), en verslindt energie. Autoclaveren vereist dan weer grote hoeveelheden water en energie, wat ook weer leidt tot een aanzienlijke milieu-impact.

En het is precies qua milieuvoetafdruk dat Ecosteryl het verschil maakt, dankzij de innoverende technologie die het bedrijf ontwikkelde in samenwerking met de Universiteit van Parijs. Het ontsmettings- en recyclageproces maakt gebruik van microgolven en droge warmte om gevaarlijk afval te desinfecteren. Het ontsmette afval wordt vervolgens gemalen, zodat het krimpt in volume. Daarna kan het op dezelfde manier worden verwerkt als ander afval. Of beter nog: het kan gesorteerd en gerecycleerd worden.

Het stroomverbruik van dat proces is minimaal. Resultaat: duurzaamheids- en milieuprestaties die niet te vergelijken zijn met die van verbranding en autoclaveren.

Te veel plastic in medisch afval: bij gebrek aan alternatief brengt recyclage redding

Producten, uitrustingen en instrumenten voor eenmalig gebruik uit plastic zijn niet weg te denken uit ziekenhuizen. Dat is in veel gevallen gerechtvaardigd. Denk bijvoorbeeld aan spuiten. Waar het problematisch wordt, is wanneer dat afval simpelweg wordt verbrand. Maar dankzij de voorbehandeling is het mogelijk om ontsmet en droog afval een tweede leven te geven.

Tot nu toe ontbrak er een machine om die laatste stap te realiseren. R-Steryl, de nieuwste doorbraak van Ecosteryl, is de ontbrekende schakel. Het is een uniek sorteercentrum. Het wordt stroomafwaarts van de ontsmettingsmachines geplaatst en maakt het mogelijk om het ontsmette afval te sorteren en tot 80 procent van dat afval te hergebruiken. De grote spelers in de afvalinzameling en -verwerking weten dat recyclage de komende jaren een van de belangrijkste opdrachten is. Ecosteryl positioneert zich ook op dat vlak als leider en investeert in allerhande analyses.

Private equity om de ontwikkeling te versnellen

Het mag dan al toonaangevend zijn in de ontsmetting van medisch afval, dat wil niet zeggen dat Ecosteryl op zijn lauweren rust. Het bedrijf wil zijn internationale groei voortzetten en versnellen, en verwelkomt daarvoor nieuwe investeerders: BNP Paribas Fortis Private Equity, Wallonie Entreprendre en IMBC, een investeringsbedrijf dat actief is in de regio’s Bergen, Borinage en Centrum. Philippe Dufrasne, voorzitter van Ecosteryl: “In de nieuwe aandeelhouders hebben we de juiste partners gevonden om onze voorsprong te behouden en onze langetermijndoelstellingen op het vlak van innovatie en ESG-prestaties (Environmental, Social & Governance) te realiseren.”

Investeren in de transitie van bedrijven, een prioriteit

Ook BNP Paribas Fortis is enthousiast over het nieuwe avontuur.

“Wij zijn er bijzonder trots op dat we een bedrijf kunnen ondersteunen dat een unieke knowhow heeft ontwikkeld in het fabriceren van geavanceerde en gespecialiseerde uitrustingen voor milieugerelateerde activiteiten. In de loop der jaren is Ecosteryl erin geslaagd om internationaal te groeien in een nichemarkt op het kruispunt tussen de milieu- en de gezondheidszorgsector. Deze participatie sluit perfect aan bij onze ambitie om 1 miljard euro te investeren in risicokapitaal tegen 2025. Daarbij geven we de voorkeur aan fondsen en bedrijven die beantwoorden aan de criteria op het gebied van milieu, maatschappij en governance”, aldus Raf Moons, hoofd van Private Equity bij BNP Paribas Fortis.  

Ecosteryl is klaar om de wereld te veranderen. Ontdek nog meer boeiende verhalen van ondernemers.

"Onze ambitie is om een unieke ecologische oplossing te bieden voor een wereldwijd gezondheidsprobleem."

IGS Westlede schakelt als eerste crematorium in Vlaanderen over op elektrische crematie. Het bedrijf halveert zo zijn CO2-uitstoot en verbruikt veel minder energie.

Crematoria zijn in Vlaanderen een zaak van de overheid, en niet van private spelers zoals de begrafenisondernemingen en funeraria. In Oost-Vlaanderen verzorgt de InterGemeentelijke Samenwerking (IGS) Westlede de crematies met vestingen in Lochristi, Sint-Niklaas en Aalst.

“We voeren zo’n 12.500 crematies per jaar uit, goed voor een kwart van alle Vlaamse crematies of 16 % van het hele land”, legt directeur Sven De Backer uit. “Daarnaast staan we in voor een 4.500 plechtigheden per jaar. Alles samen goed voor 400.000 bezoekers. Tot slot verzorgen we ook een 100.000 rouwmaaltijden. Dat doen we met een ploeg van zeventig medewerkers, uiteraard met een grote technische ploeg, maar ook met een afdeling voor de plechtigheden en de catering.”

Minder CO2-uitstoot

Een crematie is minder belastend voor het milieu dan een klassieke rustplaats aangezien je minder grond verbruikt. Maar de verbrandingsovens slorpen uiteraard wel veel energie op. Dat beseffen ze bij IGS Westlede en ze sluiten zich aan bij de klimaatdoelstellingen van de Verenigde Naties, Europa en Vlaanderen. “Tegen 2030 willen we 45 procent minder CO2 uitstoten in vergelijking met 2015”, zegt De Backer. “Dat doen we door in Lochristi onze gasgestookte crematielijnen te vervangen door elektrische. Concreet gaan we zelf energie opwekken met zonnepanelen. Dankzij de omschakeling zullen we 600 ton CO2 minder uitstoten en daarmee halen we onze klimaatdoelstellingen voor 2030.” De transitie is volop aan de gang. Een eerste lijn draait al elektrisch, eind volgend jaar moeten alle lijnen omgeschakeld zijn.’

Stroomversnelling

De vernieuwingsoperatie is in een stroomversnelling geraakt toen de energiecrisis losbrak en de gasprijzen vier tot zes keer hoger werden. “Maar het blijft natuurlijk een ingrijpende omschakeling. We moeten onze randfaciliteiten aanpassen, denk maar aan de verzwaring van het hoogspanningsnet. Alles samen goed voor een investering van 5,5 miljoen euro. Maar BNP Paribas  Fortis heeft echt meegedacht in dit project. Dit project paste mooi binnen hun eigen strategie om bedrijven te begeleiden bij hun duurzaamheidstransitie en het was de start van een mooie samenwerking”, aldus Sven De Backer

Acties op verschillende domeinen

Ook in Sint-Niklaas en Aalst blijft IGS Westlede niet bij de pakken zitten. “Als je meer crematies per dag uitvoert, verbruik je minder gas. We passen ons planningssysteem aan waardoor we het gebruik van de gasgestookte crematielijnen optimaliseren. Daardoor kan je het gasverbruik met een vijfde tot een kwart laten dalen. Op de lange termijn zetten we ook in op acties om onze gebouwen klimaatneutraler te maken. En als je weet dat we in Lochristi jaarlijks 200.000 bezoekers ontvangen, goed voor 50.000 tot 75.000 auto’s op de parking, kunnen we ook daar nog initiatieven nemen. Ik denk aan laadpalen en een betere fietsinfrastructuur. En ik hoop dat ook De Lijn zijn routes nog aanpast, waardoor er weer een halte voor onze deur stopt”, knipoogt De Backer.

“Door de omschakeling van gas op elektriciteit zullen we 600 ton CO2 minder uitstoten”

“We passen ons planningssysteem aan waardoor we het gebruik van de gasgestookte crematielijnen optimaliseren.”

Sven De Backer, Directeur IGS Westlede

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top