Article

13.05.2019

Bank steunt eerste duurzame chemie-incubator

Start-ups en groeibedrijven in de chemie die duurzaam innoveren en zo een antwoord bieden op de milieuproblematiek, kunnen weldra rekenen op de steun van de incubator, BlueChem, én de expertise van onze bank.

De chemische industrie, een belangrijke en strategische sector voor de Belgische economie, heeft de voorbije jaren al heel wat inspanningen gedaan op het gebied van duurzaamheid. Toch staat de chemiesector, net zoals de ganse samenleving, voor grote uitdagingen in de omschakeling naar een circulaire economie en het ontwikkelen van oplossingen voor de klimaatuitdaging. Duurzame innovatie is daarbij het sleutelwoord. Dat is precies de ambitieuze doelstelling van BlueChem, de allereerste incubator voor duurzame chemie.

Duurzame innovatie

Duurzame chemie focust op innovaties die ecologisch en economisch nut combineren. Denk aan betere recyclagetechnieken om duurzame metalen uit afval te halen, biodegradeerbare plastics, de vervanging van bepaalde stoffen in bestaande materialen of het vergroenen van een chemisch productieproces. Voor dat laatste werd in 2018 nog de Nobelprijs Chemie uitgereikt: onderzoekers ontwikkelden enzymen van biologische oorsprong ter vervanging van toxische stoffen die de chemische industrie momenteel gebruikt, maar die achteraf vernietigd moeten worden. BlueChem zal zich op dat soort ontwikkelingen toeleggen in samenwerking met de overheid, industrie en kennisinstellingen.

Tijd, durf en geld

In de chemiesector is het niet evident om veelbelovende innovaties te laten doorgroeien tot nieuwe ondernemingen. Het kost veel tijd, durf en geld om van een labosetting naar een industriële productieschaal te evolueren. BlueChem wil starters en groeibedrijven helpen met een aangepaste infrastructuur en dienstverlening, financiële ondersteuning en directe toegang tot een uitgebreid netwerk van sectorexperten. Gezien het succes van dergelijke incubators in de digitale en farma-industrie, was het een kwestie van tijd vooraleer er ook een eerste duurzame chemie-incubator zou komen.

WB_Art_BlueChem_signature

Didier Beauvois, Head of Corporate Banking, BNP Paribas Fortis en Frank Beckx, Voorzitter Raad van Bestuur, BlueChem

Vinger aan de pols

Het project zal circa 11 miljoen euro kosten en kan, naast BNP Paribas Fortis als exclusief participerende bank, rekenen op de steun van de Europese en Vlaamse overheid voor respectievelijk 3,4 miljoen en 868.397 euro. De stad Antwerpen investeert 4 miljoen euro. De bijdrage van BNP Paribas Fortis bestaat voornamelijk uit het aanbrengen van expertise in de sector van lifesciences, de ondersteuning van innovatieve start-ups en scale-ups en het ter beschikking stellen van haar uitgebreide netwerk.

Zo werken grote en kleine spelers in de chemie samen aan initiatieven rond duurzame innovatie, en houdt onze bank haar vinger aan de pols. Onze expert ter zake, Jeroen Vangindertael  zal in de adviesraad zetelen. BNP Paribas Fortis zal zo zijn rol spelen in het financieel ondersteunen van innovatieve start-ups via haar Innovation Hubs en in het ontwikkelen van duurzame bedrijfsactiviteiten via haar Sustainable Business Competence Centre.  

Een beloftevol partnership

De oprichting van een incubator voor duurzame chemie, startte als een initiatief vanuit sectororganisatie Essenscia. Ondertussen kan BlueChem ook rekenen op belangrijke partners zoals consultancybureau Deloitte, advocatenkantoor Laga en de Port of Antwerp. Op 13 mei tekent BNP Paribas Fortis, als enige bank, zijn partnership met BlueChem dat van start zal gaan in 2020, op het klimaatneutrale bedrijventerrein Blue Gate Antwerp in de haven van Antwerpen, een van de grootste chemieclusters ter wereld.

Didier Beauvois, Hoofd BNP Paribas Fortis Corporate Banking: “Wij zijn erg trots partner te mogen zijn van BlueChem, dat net zoals onze bank duurzame ontwikkeling en open innovatie hoog in het vaandel draagt. We stellen met plezier ons netwerk en onze expertise ter beschikking van deze voor ons land erg belangrijke industrie. Want als de chemische sector zijn ecologische voetafdruk vermindert, dan heeft dit meteen een belangrijke impact op het klimaat.”

Ontdek wat het Sustainable Business Competence Centre voor u kan doen
https://ondernemingen.bnpparibasfortis.be/nl/sustainablebusiness?tags=sustainable-business

Article

02.05.2019

CO2 neutraal worden, het kan nog

De klimaatexperts delen dezelfde mening: de uitstoot van CO2 moet zo snel mogelijk verminderen. Een opvang van CO2 figureert tussen de mogelijke oplossingen, maar staat nog in de kinderschoenen. Wij hebben een rol te spelen!

CO2 is niet alleen een reststof die in de atmosfeer wordt gelost na verbranding van fossiele brandstoffen, het kan ook dienen als grondstof. Het capteren, opslaan of hergebruiken van CO2 biedt dan ook heel wat kansen voor de strijd tegen de klimaatopwarming.

“Kennisdelen is een belangrijk deel van de opdracht van het SBCC”, vertelt initiatiefnemer Aymeric Olibet van het Sustainable Business Competence Centre. “We moeten meer dan ooit met onze klanten praten over de klimaatrisico’s, de energietransitie en duurzaamheid in het algemeen. Het delen van kennis en best practices en het samenbrengen van de diverse experts speelt daarin een sleutelrol”.

Nog 10 jaar

Dat het hoog tijd is om de CO2-uitstoot drastisch te verlagen, werd overvloedig geïllustreerd door Xavier Pouria, klimaatwetenschapper bij ECORES. Zijn boodschap is heel duidelijk: “we hebben nog 10 jaar om deCO2-uitstoot drastisch naar beneden te krijgen, willen we de temperatuurstijging op aarde beperken tot 1,5 graden Celsius. En dat is nodig om te vermijden dat het ecosysteem op aarde ongecontroleerd wijzigt waardoor steeds meer oogsten mislukken, de visvangst verder daalt, extreme weersituaties frequenter voorvallen, met de bijhorende gevolgen op sociaal en geopolitiek vlak”.

Streven naar een volledige zero emissie van CO2 tegen 2050 is volgens hem de enige duurzame oplossing voor de klimaatproblematiek. En dat kan op drie manieren: het  globaal energieverbruik verlagen, een transitie naar carbon neutrale energieproductie stimuleren en het uit de lucht halen en stockeren van CO2 in materialen, in biomassa (energie) of in de natuur (bomen of onder de grond).

CO2-industrie in opmars

Damien Dallemagne van CO2 Value toonde aan dat er zich stilaan een industrie ontwikkelt rond het opslaan en gebruiken van CO2. Zo wordt vandaag CO2 al gebruikt als grondstof voor beton of bouwstenen. Jan Theulen van Heidelberg Cement schetste hoe zijn onderneming CO2 uit de cementfabrieken recupereert en opnieuw gebruikt in de productie van cement.

Stanislas Vandenberg van TOTAL legde de plannen van de energiereus uit om CO2 op te slaan in oude gaswinningssites in Noorwegen en de UK. En Daniel Marenne van ENGIE illustreerde hoe CO2 kan worden gerecycleerd om brandstof te produceren of gebruikt als basisgrondstof voor de chemische sector.

Christoph Beuttler van Climeworks presenteerde zijn technologie om CO2 direct uit de lucht te halen en te verkopen aan industriële klanten uit de landbouw- en voedingssector of de automobielindustrie. Volgens hem wordt CO2 opgevangen in de industrie, in de toekomst mogelijk een schaarse grondstof en hebben we er alle belang bij om het rechtstreeks uit de lucht te halen.

Carbon offset voor bedrijven

Sebastien Nunes, CEO van ClimateSeed kwam tot slot hun initiatief voorstellen. ClimateSeed is een platform dat bedrijven en lokale autoriteiten die hun CO2-uitstoot willen compenseren samenbrengt met projectontwikkelaars die duurzame projecten implementeren om CO2-uitstoot te vermijden of te capteren. Deze online marktplaats is een initiatief van de Groep BNP Paribas om de vrijwillige handel in emissierechten transparanter en sneller te maken.

Alle experts waren het eens over één ding:  Carbon Capturing & Storage is noodzakelijk om de objectieven te halen, maar de industriële verwerking van CO staat nog in zijn kinderschoenen.

Hoe kunnen wij als bedrijf bijdragen aan de eliminatie van koolstof en het creëren van een markt voor CO2-producten? Laten we erover praten! Ontdek ook de voordelen van ons Sustainable Business Competence Centre.

Article

17.04.2019

De watervoetafdruk: een extra uitdaging voor de bedrijven

Duurzaamheid wordt voor de meeste economische spelers een prioriteit. Die uitdaging mag echter niet beperkt blijven tot het terugdringen van hun CO2-uitstoot. Ze moeten immers ook rekening houden met hun 'watervoetafdruk'.

De klimaatuitdagingen staan meer dan ooit op de voorgrond. En die uitdagingen grijpen de economische spelers ook met beide handen... Het is bijvoorbeeld geen toeval dat 75% van de Belgische bedrijven vindt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) op termijn de investering waard is. In die duurzame transitie staat de koolstofvoetafdruk centraal bij de initiatieven die in de verschillende bedrijven worden genomen.

CO2 overschaduwt water

Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet in de eerste plaats een globale strategie zijn. Vandaag is het echter vooral de koolstofbalans die met alle aandacht gaat lopen. In die mate zelfs dat koolstof alle andere factoren die bepalend zijn voor de menselijke druk op het milieu begint te verdringen. Denk bijvoorbeeld aan biodiversiteit, het gebruik van de hulpbronnen, bodemvervuiling of de 'watervoetafdruk'. De strijd tegen de klimaatopwarming mag zich dus niet beperken tot slechts een deel van de hele kwestie ... Ook water vormt in die zin een cruciale uitdaging, want loopt er op dat vlak iets mis, dan zijn de gevolgen niet te overzien: droogte, woestijnvorming, overstromingen, ziektes en noem maar op. Water is ontegenzeglijk een strategische rijkdom, niet alleen voor bedrijven, maar voor onze volledige planeet. Zo zou volgens de voorspellingen van de Verenigde Naties zo'n 40% van onze planeet tegen 2030 met een watertekort te maken kunnen krijgen.

De watervoetafdruk: een belangrijke indicator

De watervoetafdruk zouden we kunnen beschrijven als het totale watervolume dat nodig is om goederen en diensten te produceren. We weten bijvoorbeeld dat er 11.000 liter water nodig is om een katoenen jeans te produceren. Die indicator houdt dus rekening met het rechtstreeks of onrechtstreeks gebruikte water, vanaf het gebruik van de grondstoffen tot het levenseinde van het product. Wanneer we de watervoetafdruk meten, houden we rekening met drie verschillende categorieën:

  • blauw water of zacht oppervlakte- of grondwater;
  • groen water of regenwater dat in de bodem wordt opgeslagen;
  • grijs water of water dat vervuild is door productieprocessen.

Net als bij de koolstofvoetafdruk is het ook bij de watervoetafdruk de bedoeling dat zowel particulieren als overheden en uiteraard ook bedrijven bewust worden gemaakt van hun waterverbruik en dus ook hun verantwoordelijkheid opnemen. En terecht, want wist u dat de bedrijven verantwoordelijk zijn voor bijna 40% van het gebruikte water in de ontwikkelde landen?

Wel bewustwording, maar weinig acties

Hoe gaan de bedrijven dan om met hun 'watervoetafdruk'? Het Amerikaanse bedrijf Ecolab en GreenBiz, een organisatie die wereldwijd actief is op het vlak van duurzaamheid, trachtten een antwoord te geven op die vraag aan de hand van een studie. Op die manier probeerden ze inzicht te krijgen in de manier waarop 86 grote bedrijven (met meer dan een miljard dollar inkomsten) het thema aanpakken. Belangrijkste vaststelling: hoewel de meeste grote spelers zich wel degelijk bewust zijn van de uitdagingen, kost het hen heel wat moeite om hun waterdoelstellingen in concrete acties om te zetten.

  • Zo bevestigt 74% van de corporates dat water een onvermijdelijke prioriteit wordt, is 59% zich bewust van een verhoogd risico voor de business en verklaart 90% de komende drie jaar iets te willen doen om hun impact op het waterverbruik te meten en te beheren.
  • Maar komen van die woorden ook echt daden? Daar is de weg nog lang: 44% van deze bedrijven heeft geen actieplan om de concrete doelstellingen te bereiken en slechts iets meer dan de helft past slimme tools toe om hun waterverbruik te monitoren.

Engagement als cruciale factor

Deze resultaten liggen in de lijn van de resultaten van een enquête uit 2017, waarin 82% van de bedrijven zei niet over de nodige tools te beschikken om iets aan hun watervoetafdruk te doen. Ondanks dat gebrek aan hulpmiddelen, blijft de voornaamste hefboom het engagement van alle betrokken partijen. De kloof tussen doelstellingen en resultaten wordt immers voornamelijk veroorzaakt door het verschil in bewustwording van enerzijds de mensen die de concrete doelstellingen vastleggen (directie of mvo-team) en anderzijds diegenen die de verandering ook echt in de praktijk moeten toepassen. Zo heeft bijna 40% van de bedrijven het moeilijk om hun spelers op het terrein te betrekken en te mobiliseren.

Om iedereen mee te kunnen trekken in dit avontuur, moeten de medewerkers in de eerste plaats opgeleid en gesensibiliseerd worden. Daarnaast moeten ook de externe betrokken partijen – klanten en leveranciers – bewust worden gemaakt van de problematiek. Via denkoefeningen en actieplannen moeten bedrijven de notie 'water' meer en meer opnemen in hun algemene aanpak. Denk bijvoorbeeld aan marketingacties (maar best geen greenwashing) om consumenten bewust te maken van het probleem en de keuze van de verschillende partners voor de volledige toeleveringsketen.

Article

07.12.2018

Start-ups, katalysatoren voor innovatie in bedrijven

In een recente publicatie over open innovation onderstreept audit- en adviesbureau EY de meerwaarde van een samenwerking tussen grote bedrijven en start-ups ...

Baanbrekende technologiën doen vandaag hun intrede in zowat alle sectoren. Er is dan ook een echte industriële revolutie aan de gang ... En die brengt ons bij een steeds duidelijkere vaststelling: grote bedrijven staan voor de enorme uitdaging om innovatieve producten te ontwikkelen en die zo snel mogelijk op de markt te brengen. Om die uitdaging aan te gaan, volstaat het 'traditionele' R&D niet meer, horen we steeds vaker zeggen. De oplossing? Sneller innoveren dankzij een betere samenwerking met de 'disruptors' die de markt op dit moment zo ingrijpend veranderen. Partnerships opstarten met start-ups om de creativiteit 'open te stellen' en te stimuleren, de evoluties in hun sector in de gaten te houden en de vooruitgang ook snel te kunnen integreren. Met andere woorden: meegaan met de stroom van innovatie, in plaats van erin te verdrinken.

Samenwerken met disruptieve start-ups

Start-ups en scale-ups zijn een pak flexibeler en innovatiever en zijn dus de pioniers van de technologische revolutie. Grote organisaties daarentegen zijn per definitie een stuk trager en kunnen zich bijgevolg niet zo snel aanpassen of evolueren op korte termijn. Vandaar de noodzaak om samen te werken met deze disruptors om hun open innovation-strategie tot een goed einde te brengen. Volgens EY biedt zo'n samenwerking tal van voordelen:

  • Technologische veranderingen snel oppikken door de beste disruptieve spelers uit hun sector te vinden en te benaderen en zo een win-winrelatie uit te bouwen. De start-up is flexibel en creatief en zorgt zo voor nieuwe, snellere en minder dure oplossingen. De gevestigde onderneming stelt op zijn beurt zijn commerciële aanpak, middelen en ervaring ter beschikking om de ontwikkeling van de ideeën van de start-up te valideren, te lanceren en te versnellen.
  • De capaciteit ontwikkelen om zelf disruptief te zijn door een beroep te doen op nieuwe innovatieve methodes die zullen worden verankerd binnen het bedrijf. Een frisse wind van buitenaf maakt soms meer kans om te ontsnappen aan het 'gewicht' van de interne structuren.

De open innovation-aanpak uitdenken

In zijn publicatie analyseert EY twee bedrijven die zelf in het avontuur van open innovation zijn gestapt: Cisco en het auditbureau zelf, via zijn start-up Challenge. Ondanks hun grote strategische verschillen, zetten deze twee grote bedrijven allebei een innovatieproces in vier stappen op. Een broodnodige denkoefening voor een succesvolle samenwerking met de start-ups en scale-ups.

  1. Het toepassingsgebied van de innovatie definiëren om een optimaal kader te creëren voor de disruptors.
  2. De juiste spelers vinden om deel te nemen aan het proces: niet alleen start-ups, maar ook klanten en interne medewerkers (supportmedewerkers, sponsoring).
  3. De opportuniteiten uitdenken, ontwikkelen en aftoetsen op de markt aan de hand van prototypes.
  4. De proefprojecten die de 'commerciële' test met succes hebben doorstaan, toepassen op grotere schaal om ze om te zetten in echte businsesopportuniteiten.

Lessons learned

EY kon uit de analyse van deze voorbeelden een reeks belangrijke lessen trekken. En, ook al bestaat er geen algemene oplossing, open innovatie is een uitstekende inspiratiebron voor alle grote bedrijven. Enkele tips:

  • Maak netwerken beschikbaar voor start-ups. Een doorslaggevende factor voor de win-winrelatie én een belangrijk element voor hun groei.
  • Zorg voor een echte open omgeving, waardoor disruptieve ideeën kunnen ontstaan. Zoals Einstein ooit zei, kun je niet steeds opnieuw hetzelfde doen en toch verschillende resultaten verwachten. Vandaar dus ook het belang om outside the box te denken.
  • Voer een duidelijke strategie in. De creativiteit de vrije loop laten, betekent natuurlijk niet dat je zonder doelstellingen werkt en dat de restultaten niet worden gemeten. Integendeel zelfs!
  • Gebruik klanten om nieuwe oplossingen aan de realiteit te toetsen. Hun visie is doorslaggevend om innovaties uit te testen.
  • Ga voor een 'fail-fast'-aanpak, gebaseerd op actie in plaats van op analyse. Maar zorg tegelijkertijd voor een zekere nauwkeurigheid op het vlak van de planning en de commerciële aspecten.
  • Zorg dat ook het management zich engageert. Zonder steun van hogerop komt de open innovation-aanpak per definitie in gevaar ...
Article

20.01.2023

Elektrische wagens worden almaar sneller de norm

Vanaf 2026 geldt enkel nog voor elektrische bedrijfswagens een gunstig fiscaal regime. Een belangrijke stap naar een meer duurzame mobiliteit. En een extra reden om voluit te gaan voor een emissievrij wagenpark.1 juli 2023 wordt een kantelmoment.

De evolutie naar duurzamere bedrijfswagens is nu ook wettelijk vastgelegd. Door een aantal fiscale verschuivingen worden elektrische bedrijfswagens of e-wagens voortaan de interessantste keuze. Het ideale moment om vandaag al werk te maken van de elektrificatie van uw wagenpark.

De fiscale aftrekbaarheid van nieuw bestelde niet-emissievrije voertuigen (diesel-, benzine- maar ook hybride wagens) zal geleidelijk uitdoven. Die voor emissievrije voertuigen (puur elektrische wagens of wagens op waterstof) bedraagt tot 2026 100%. Nadien zal ook die aftrekbaarheid geleidelijk afnemen om in 2031 op 67,5% uit te komen. 

“ 1 juli 2023 is een belangrijk kantelmoment om de transitie naar elektrificatie te maken”, vertelt Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert bij Arval, de specialist in operationele leasing van bedrijfswagens. “Een werkgever kan vanaf die datum aanzienlijk minder kosten aftrekken voor wagens op fossiele brandstoffen. Hybride voertuigen kunnen nog even van een gunstigere fiscaliteit genieten. Toch moeten bedrijven er rekening mee houden dat zij vanaf 1 januari 2023 nog maar 50% van de brandstofkosten voor hun hybride wagens mogen inbrengen.”

Elektrisch rijden is niet alleen fiscaal interessanter

Voor elektrische wagens geldt vandaag al een fiscale aftrekbaarheid van 100%. “Ondertussen is 40% van de wagens die vandaag geleased worden elektrisch. Die stijgende trend is duidelijk aanwezig. Tot voor kort was de gevoelig hogere aankoopprijs van een elektrische of hybride wagen tegenover die van een vergelijkbare wagen met een verbrandingsmotor een rem.  Naast het effect van de verschuiving in de fiscaliteit, brengt het marktmechanisme de prijzen ondertussen dichter bij elkaar”, aldus Philippe Kahn.

Toch zijn de fiscaliteit en de aankoopprijs niet de enige factoren om rekening mee te houden. U kijkt beter naar de zogenaamde TCO of Total Cost of Ownership. Daarin zitten alle te verwachten kosten. Denk bovenop het fiscale aspect aan het verbruik, het onderhoud en de CO2-bijdrage. En die vier elementen zijn allemaal gunstiger voor elektrische wagens. Als niet langer de aankoopprijs, maar wel de TCO de maatstaf wordt, dan is een groene vloot e-wagens in de toekomst de meest voordelige keuze voor uw bedrijf.

Elektrisch rijden in stroomversnelling

Het fiscaal regime voor wagens die rijden op fossiele brandstoffen verandert geleidelijk aan. Toch zullen de veranderingen in 2023 de stap naar elektrisch rijden opmerkelijk versnellen. Het is meer dan ooit duidelijk tijd voor een nieuwe mobiliteit.

  • Tot en met 30 juni 2023
    Voor bedrijfswagens die vóór 1 juli 2023 besteld worden, blijven de huidige voorwaarden rond aftrekbaarheid gelden. Voor bedrijfswagens die operationeel geleased of gehuurd worden en waarvan de economische eigendom niet wordt overgedragen, wordt gekeken naar de afsluitingsdatum van het lease- of huurcontract. De kosten van een diesel-, benzine- of hybride wagen blijven 50 tot 100% aftrekbaar, die van elektrische wagens 100%.
  • Vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025
    Voor niet-emissievrije voertuigen die besteld worden vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025 geldt een overgangsperiode en dooft de aftrekbaarheid geleidelijk uit. Van maximaal 75% in 2025, naar 50% in 2026, 25% in 2027 tot uiteindelijk 0% aftrekbaarheid in 2028. Vanaf 2025 wordt de minimale aftrekbaarheid van 50% afgeschaft. Ook de CO2-bijdrage voor deze wagens zal jaarlijks gevoelig verhogen. Emissievrije wagens blijven 100% aftrekbaar.
  • Vanaf 1 januari 2026
    Niet-emissievrije voertuigen die vanaf 1 januari 2026 besteld worden, zijn niet meer aftrekbaar. Enkel emissievrije voertuigen, zoals elektrische wagens, zijn dan nog 100% aftrekbaar. Maar ook dat gunstregime wordt de jaren nadien stap voor stap afgebouwd. Naar 95% voor voertuigen besteld in 2027, 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 tot uiteindelijk 67,5% in 2031.
  • Plug-in hybrides (PHEV)
    Voor een plug-in hybride (PHEV) besteld vanaf 1 januari 2023 wordt de fiscale aftrekbaarheid van benzine- en dieselkosten begrensd op 50%. De elektriciteits- en andere kosten vallen niet onder deze beperking. Deze maatregel wil het gebruik van elektromotoren en PHEV stimuleren. Voor het overige blijft de PHEV de regels voor niet-emissievrije voertuigen volgen.

En voor uw werknemers?

Het statuut van de bedrijfswagen als alternatieve verloning blijft gevrijwaard tot na 2030. “Als u een bedrijfswagen toekent die uw werknemer ook privé mag gebruiken, dan wordt dat voordeel belast op een forfaitair voordeel van alle aard (VAA). Dat hangt af van de cataloguswaarde, het type brandstof en de CO2-uitstoot. Hoewel elektrische voertuigen doorgaans een hogere catalogusprijs hebben, kan de nul-uitstoot het verschil compenseren en in vele gevallen voordeliger uitkomen voor uw werknemer.”

Wat met opladen?

Om uw werknemers optimaal gebruik te laten maken van een elektrische wagen, kunt u een laadpaal laten installeren bij hen thuis, indien dat mogelijk is. Zowel het toestel als de installatie bij uw werknemer zijn 100% fiscaal aftrekbaar en voor hem of haar is er geen extra belastbaar voordeel.

“Als onderneming geniet u onder bepaalde voorwaarden van een verhoogde kostenaftrek voor de installatie van laadstations op uw bedrijfsterrein. Die bedraagt 200% voor investeringen uitgevoerd in de periode vanaf 1 september 2021 t.e.m. 31 december 2022 en 150% voor afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode vanaf 1 januari 2023 t.e.m. 31 augustus 2024. Een voorwaarde is wel dat het laadstation lineair afgeschreven wordt over minstens 5 belastbare tijdperken en dat ten vroegste vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan het laadstation operationeel en publiek toegankelijk is”, besluit Philippe Kahn.

Schakel over naar een elektrische vloot

Naast een gunstige fiscaliteit zijn er nog heel wat andere uitstekende redenen om vandaag al te kiezen voor elektrische wagens.

  • Het is een milieuvriendelijke oplossing die leidt tot 17 à 30% minder CO2-uitstoot dan de uitstoot door ICE-voertuigen (Internal Combustion Engine of auto’s aangedreven door fossiele brandstof) gedurende de hele levenscyclus van het voertuig.
  • Vandaag is al een breed gamma nieuwe modellen op de markt en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen.
  • De meeste nieuwe modellen hebben nu al een rijbereik van 300 tot 600 km.
  • Voordelige Total Cost of Ownership (TCO).
  • Elektrisch rijden is aangenaam en veroorzaakt veel minder straatlawaai.
  • Openbare laadinfrastructuur is in volle expansie.
  • Toegang tot lage emissiezones en steden die diesel-en bezinevoertuigen verbieden.

In een hedendaags verantwoord vlootbeheer staat duurzaamheid centraal. Wacht niet langer om uw wagenpark te elektrificeren en verlaag zo de ecologische voetafdruk van uw bedrijf. Onze mobiliteitspartner Arval helpt u bij het duurzamer maken van uw wagenpark en ondersteunt u bij uw transitie naar elektrische voertuigen.

Ontdek al onze oplossingen of praat erover met uw relatiebeheerder.

Leasinggever: ARVAL Belgium NV/SA Ikaroslaan 99, B-1930 Zaventem - RPR Brussel - BTW BE 0436.781.102.

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top