Article

06.06.2018

Artificiële intelligentie: (Europese) eendracht maakt macht!

Meer financiële middelen, een betere coördinatie van de nationale beleidsvormen, meer gegevens delen én een gemeenschappelijk kader voor juridische en ethische regels: Europa zet alle middelen in om zijn achterstand op het vlak van artificiële intelligentie in te halen.

Op 10 april 2018 bereikten Noorwegen en 24 EU-landen (met uitzondering van Cyprus, Roemenië, Kroatië en Griekenland) een akkoord voor een 'Europese aanpak' rond artificiële intelligentie. Deze technologie zal immers onze samenleving op verschillende vlakken veranderen. De bedoeling is duidelijk: Europa de nodige middelen geven om de concurrentie aan te gaan met de Amerikaanse en Aziatische technologische grootmachten. Een terechte aanpak, want als het gaat om investeringen in AI heeft Europa heeft een grote achterstand ten opzichte van de Verenigde Staten en China, dat opnieuw een investeringsplan van 18 miljard euro aankondigde tegen 2020.

Massaal investeren

De landen die het akkoord ondertekenden, zijn er zich van bewust dat alleen strijden geen zin heeft. Ze hebben goed begrepen dat het nodig is om hun meningsverschillen achter zich te laten, hun financiële middelen samen te brengen, de nationale beleidsvormen beter te coördineren en het eens te worden over een gemeenschappelijk kader. Er werden nog geen concrete bedragen naar voren geschoven, maar de Commissie nodigde de lidstaten en de privésector uit om tegen 2020 in totaal 20 miljard euro te investeren in onderzoek door elk voor 1,5 miljard euro bij te dragen aan die doelstelling. Frankrijk kondigde op zijn beurt alvast aan dat het de komende vier jaar 1,5 miljard euro aan overheidsgeld investeert in het onderzoek naar AI. Naast de wijzigingen in de nationale wetgevingen en de financiële middelen voor AI, besloten de Europese ministers ook om pan-Europese onderzoekscentra op te richten.

Het immense potentieel van AI

Het concept van artificiële intelligentie ontstond in de jaren 50 toen de Britse wiskundige Alan Turing zich afvroeg of een machine in staat was om te 'denken'. Pas in de jaren 2000 begon de technologie pas echt tot ontwikkeling te komen. Bij AI worden een aantal technieken gebruikt waardoor machines een vorm van reële intelligentie kunnen nabootsen en zelfs overtreffen. Van de eerste supercomputers die de mens konden verslaan in een schaakspel tot de machine learning die we vandaag kennen... De technologie evolueerde steeds verder en bewees dat robots nog veel meer kunnen dan de mens. Hoewel een echte aardverschuiving tot nu toe uitbleef, lijkt AI een buitengewoon potentieel te bezitten en zou het voor een revolutie kunnen zorgen in tal van sectoren zoals de gezondheidszorg, de luchtvaart, de logistiek, het leger of de bankensector.

Ethische regels als relatief voordeel

Artificiële intelligentie roept ook doembeelden op, zoals massaal banenverlies. Tegelijk horen we ook het omgekeerde: zo bevestigt het McKinsey Global Institute dat automatisering en AI tegen 2030 voor liefst 200.000 jobs zouden kunnen zorgen in ons land. Een andere bezorgdheid heeft te maken met het risico dat robots niet alleen over een superintelligentie zouden beschikken maar ook over cognitieve vaardigheden, waardoor ze aan de controle van hun maker zouden ontsnappen. Een juridische, filosofische én ethische denkoefening dus waardoor ook de Europese Unie een standpunt moet innemen. De doelstelling die werd geformuleerd is te evolueren naar een juridisch en ethisch regelgevingskader dat garandeert dat de mens centraal blijft staan in de ontwikkeling, de uitbouw en de besluitvorming op het vlak van AI. Daarnaast is het de bedoeling om de creatie en het gebruik van schadelijke toepassingen te vermijden. Ethische normen worden daarbij dan ook gezien als een mogelijk concurrentievoordeel voor de Europese bedrijven... 

Article

14.02.2017

Waarom Brussel investeert in artificiële intelligentie

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt een groot bedrag vrij om het onderzoek naar artificiële intelligentie te steunen. Behalve voor domotica schept artificiële intelligentie nog een heleboel andere mogelijkheden voor ondernemingen.

'Why AI is the Future of Growth', een studie van Accenture, voorspelt dat de economische groei van een land tegen 2035 niet langer zal gemeten worden op basis van zijn kapitaal, maar wel op basis van zijn vooruitgang op het vlak van artificiële intelligentie (AI), een markt die voorlopig nog sterk wordt gedomineerd door Silicon Valley en Azië.

Eind september 2016 werd een samenwerking aangekondigd tussen verschillende Amerikaanse technologiereuzen (Amazon, Microsoft, Google, IBM, Facebook). Apple trad onlangs ook toe tot het samenwerkingsverband, dat als een soort ethische groep op vlak van kunstmatige intelligentie een kader wil definiëren en gemeenschappelijke best practices wil uitwerken "voor de mensen en de maatschappij”. Ook Frankrijk is overtuigd van het potentieel van AI voor bedrijven. Het investeringsfonds ISAI tracht overigens de krachten te bundelen via een uitwisselingsplatform dat de beweging moet versnellen: franceisai.com.

Hoe belangrijk is AI voor ondernemingen?

Kijk bijvoorbeeld naar chatbots, een oplossing voor klantenbinding die steeds meer bedrijven gebruiken. Chatbots, die eerst werden toegepast voor callcenters, gaan steeds natuurlijkere gesprekken aan via messagingapplicaties. Ze zijn in staat om aanvragen te behandelen (context, toon, prioriteit en inhoud) en evolueren nu naar een nieuwe vorm van intelligentie. Zo wordt gesproken over reasoning bots (redenerende robots), die cognitieve technologie gebruiken. Ze zijn ‘zelflerend’ geworden: naarmate de tijd verstrijkt en zij meer gesprekken voeren, worden ze vanzelf nauwkeuriger.

Brussel koploper in AI

Professor Tom Lenaerts van de Machine Learning Group van de Belgische ULB benadrukt dat Het academische onderzoek naar artificiële intelligentie is begonnen in Brussel. Hij werkt ook mee aan de nieuwe ambitie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op vlak van AI. Innoviris kondigde immers een investeringsprogramma van 4 miljoen EUR aan – codenaam: Team UP – voor ondernemingen en het hoger onderwijs. Het programma wil de ontwikkeling van oplossingen voor de analyse van beeldmateriaal, telegeneeskunde, virtual reality, maar ook robotica en financiële analyse ondersteunen.

Nieuwe, lokale spelers profiteren nu al van de vraag naar intelligente oplossingen om de klantenrelatie te onderhouden. De start-up ChatBot Plus, die in Brussel werd opgericht door Joachim Gillet (20 jaar), biedt nu al de mogelijkheid om klantendiensten te ontlasten dankzij het gebruik van bots op Facebook:

"Zo werken wij samen met een groep van schoonheidssalons. Hun bot maakt het mogelijk direct een afspraak te maken via Messenger, zonder dat een bijkomende toepassing nodig is. De bot begrijpt de natuurlijke taal en antwoordt, net zoals een callcenter, maar dan in de moderne wereld. Als het gesprek meer verduidelijking of bijzondere aandacht vereist, neemt een mens het over.”

Article

27.03.2017

AI baant zich een weg naar het management als nieuwe bedrijfscoach

Een artificiële-intelligentietoepassing die de werknemers van een callcenter coacht in real time. De anekdote suggereert dat AI in de toekomst de rol van bedrijfsmanager zou kunnen opnemen.

De vennootschap Cogito heeft een AI ontwikkeld die de werknemers van een callcenter coacht in real time. De anekdote suggereert dat AI in de toekomst de rol van bedrijfsmanager zou kunnen opnemen.

In Boston kregen de werknemers van een callcenter met een wel heel ongewoon management te maken: ze werden in real time gecoacht door een artificiële intelligentie. Die AI, ontwikkeld door Cogito, analyseert de conversatie tussen een werknemer en een klant en kan de aard van de interactie bepalen. De artificiële intelligentie spoort de opwinding en frustratie van de klant op aan de hand van de stem. Het gaat dus eigenlijk om emotionele intelligentie. Bij problemen grijpt ze in en geeft de werknemer waarschuwingen en tips. Het is niet de eerste keer dat Cogito gebruikt wordt in de bedrijfswereld. Bij het bedrijf Humana, dat de software getest heeft, nam de klanttevredenheid toe met 28%. Vreemd genoeg ervaarden de werknemers het experiment als positief en vonden ze opnieuw een zekere voldoening in hun werk.

Peter Robinson, professor aan de universiteit van Cambridge, meent dat AI wel waarde kan creëren, maar dat een overmatig gebruik ervan gevaarlijk kan zijn. Rosalind Picard, docente aan het MIT Media Lab, is het met hem eens. Volgens haar heeft iedereen een eigen gespreksstijl, die het resultaat is van sociaal-culturele factoren. Kijk maar naar New Yorkers, die hun gesprekspartners vaak onderbreken zonder dat dat als onbeleefd beschouwd wordt. Het is niet zeker dat AI dergelijke nuances kan onderscheiden.

Die opmerkingen terzijde gelaten, roept Cogito vragen op over het management van morgen. Kun je je laten managen door een softwareprogramma? Kan de wiskundige formule de gevoelige en menselijke luistereigenschap van een manager vervangen, in een maatschappij die meer dan ooit op prestaties gericht is? Ter herinnering, in 2015 evalueerde 72% van de loontrekkenden en 79% van de managers hun stress op 7 en meer op 10. In 2014 was dat respectievelijk 38% en 41%. Er komt ook nog een andere vraag naar boven: als je een AI laat denken en waarnemen in de plaats van het individu, is er dan geen risico op het minimaliseren  van de cognitieve en emotionele capaciteiten van het individu? Tot slot wordt de filosofische vraag gesteld of het gezegde 'Cogito ergo sum' of 'Ik denk dus ik ben' (wat slaat op dat niets zeker is, behalve dat alles te betwijfelen is: de leer van Descartes)nog altijd van toepassing is wanneer de manager een AI is?

(Bron: www.atelier.net)

Article

17.05.2017

Marktmisbruik: dit moet u onthouden over de nieuwe reglementering

Om zich aan te passen aan de Europese richtlijn, voert België een nieuwe regelgeving over marktmisbruik in. Het wetsvoorstel legt de onderzoeksbevoegdheden vast en verfijnt ze. Hoe raakt u wegwijs in de nieuwe regels?

Sinds juni 2016 geldt een nieuw juridisch kader voor marktmisbruik binnen de Europese Unie. De verordening Marktmisbruik (596/2014) is bedoeld om erop toe te zien dat de regelgeving van de lidstaten wordt aangepast aan de financiële ontwikkelingen om zo misbruiken op de financiële markten (met inbegrip van de derivatenmarkten) en op de grondstofmarkten te voorkomen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie soorten misbruik:

  • Marktmanipulatie;
  • Handelen met voorkennis;
  • Wederrechtelijke mededeling van voorkennis.

De Europese wetgever is van mening dat marktmisbruik de integriteit van de financiële markten schaadt en het vertrouwen aantast, zowel op de effecten- als op de derivaatmarkten. We merken op dat de toepassingssfeer van de verordening wordt uitgebreid naar verhandelbare financiële instrumenten.

"Voor een geïntegreerde, efficiënte en transparante financiële markt is marktintegriteit nodig." Europees Parlement, 16 april 2014

België past zich aan

Op 31 maart laatstleden keurde de ministerraad een wetsvoorstel goed voor de invoering van de Europese verordening over marktmisbruik in België. Hoewel het reglement direct van toepassing was in ons land, moesten bepaalde bepalingen toch eerst worden omgezet in nationaal recht.

Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, zal dat de onderzoeksbevoegdheden vastleggen en verfijnen. Wat zijn de maatregelen? Onder andere het beroepsverbod, de vraag om gegevens over elektronische communicatie, beslag en huiszoekingen en de invoering van voorzieningen voor klokkenluiders.

De sancties zijn bovendien zwaar. De EU legt voortaan administratieve boetes op van een bedrag van 1 tot 15 miljoen euro of 15% van de totale jaaromzet van de ondernemingen.

Aandeleninkoop

De omgezette verordening heeft ook betrekking op inkooptransacties voor eigen aandelen. Om het vermoeden van legitimiteit te genieten, moeten aandeleninkopen voldoen aan de bepalingen van de verordening. De transacties moeten voortaan worden uitgevoerd op gereglementeerde markten of een MTF (Multilateral Trading Facility). Voor derivaten geldt dat vermoeden niet.

Article

05.07.2017

Zullen robots onze menselijkheid herstellen?

Volgens verschillende studies zouden automatisering en robotisering de werkgelegenheid bedreigen. Wat zijn de risico's en hoe bereiden we ons erop voor? Een getuigenis van twee deskundigen bij South by Southwest (SXSW).

"Deskundigen zijn van mening dat machines binnen de dertig jaar de mens zullen verdringen in de arbeidswereld."

De vaststelling van Melanie Cook laat aan duidelijkheid niets te wensen over en sluit aan bij de bevindingen van meerdere studies: artificiële intelligentie, robotisering en automatisering van bepaalde taken bedreigen de werkgelegenheid. Hoe groot is het risico? Voor wie is het van toepassing? En vooral, welke oplossingen zijn er om de schade te beperken en de verandering in ons voordeel om te buigen? Het hoofd Strategie van het adviesbureau SapientRazorfish, Melanie Cook, en John Hagel, medevoorzitter van het Center for the Edge van Deloitte, beantwoordden die vragen op het Interactive Festival van South by Southwest (SXSW) in Austin (Texas).

Het is een wereldwijde trend. Volgens een studie van de Britse denktank Reform kunnen 90 procent van de werknemers uit de overheidssector in het Verenigd Koninkrijk en tienduizenden werknemers uit de gezondheidssector worden vervangen door chatbots in 2030. De conclusies zoals voorgesteld door het Wereld Economisch Forum van vorig jaar, zijn nog altijd actueel: tegen 2020 zouden er wel eens 5 miljoen banen kunnen verdwijnen in een vijftiental ontwikkelde landen. De instelling heeft trouwens onlangs officieel de deuren geopend van haar Centrum voor de vierde industriële revolutie om de ethische, wettelijke en sociale problemen van de technologie te bestuderen, namelijk op 24 maart in San Francisco. Ook andere studies, zoals die van McKinsey Global Institute, schetsen een portret van de toekomst van het werk, waarin de meeste werknemers op zijn minst gedeeltelijk worden geautomatiseerd. Volgens dat rapport zou wel eens 50 procent van de wereldeconomie bij de automatisering betrokken kunnen zijn – dat zijn 1,2 miljard werknemers.

De cijfers schommelen naargelang de hypothesen en de horizon, maar één ding staat vast, de verandering is aan de gang. En heeft betrekking op de meeste banen. Zo verklaart John Hagel:

"Een toenemend aantal mensen vindt dat de technologie hun job zal stelen. En ik denk dat die angst volkomen terecht is, zelfs al zijn er gradaties [...]. Sommige studies voorspellen dat 85 procent van de banen zal worden geautomatiseerd, ikzelf ben van mening dat 100 procent van de jobs zoals ze vandaag bestaan, zal verdwijnen, het is gewoon een kwestie van tijd."

Ook volgens Melanie Cook zullen arbeiders en bedienden met vergelijkbare moeilijkheden af te rekenen krijgen. Ze haalt het voorbeeld aan van Japan, waar werknemers van de verzekeringsmaatschappij Fukoku IBM Watson zagen experimenteren met de uitoefening van hun activiteiten. In dat land werd er ook een robot tot artistiek directeur gepromoveerd.

Tegenover de automatisering heeft de werknemer twee mogelijkheden. Leren samenwerken met de machine vanuit het oogpunt van de augmented intelligence. Of er afstand van nemen en zijn menselijke kwaliteiten naar voren schuiven.

Focussen op menselijke kwaliteiten

Zullen robots onze menselijkheid herstellen? Dat vroeg John Hagel van SXSW zich af. Hij meent dat hier misschien een kans ligt om onze benadering van arbeid te veranderen.

"Die specifieke taken, die activiteiten die moeten worden gerealiseerd en gestandaardiseerd om zo efficiënt mogelijk te worden uitgevoerd." Volgens de medevoorzitter van het Center for the Edge van Deloitte "betekent waarde creëren vandaag vooral de kosten beperken, efficiënter worden, sneller werken. En laat dat nu net zijn wat van de algoritmen wordt gevraagd." Net daarom moeten mensen zich daarvan distantiëren. "Machines zijn efficiënter voor dat soort taken. Mensen maken fouten, kunnen verstrooid zijn, worden ziek, ... machines niet."

De mens moet zich concentreren op taken die meerwaarde creëren dankzij zijn menselijke kwaliteiten waar robots niet op kunnen terugvallen: verbeelding, creativiteit of emotionele intelligentie, volgens John Hagel.

"Efficiëntie is iets voor robots, niet voor ons"

, beweert hij. De uitwisselingen, wrijvingen en confrontaties van standpunten die als een verlies van efficiëntie kunnen worden opgevat, blijken een bron van creativiteit te zijn volgens de deskundige.

"De robots en de technologie kunnen de katalysator zijn die we nodig hebben om komaf te maken met een soort arbeid die ons doet handelen als machines en om ons te helpen een wereld te creëren waarin we meer mens mogen zijn."

De twee bezwaren die het vaakst opduiken tegen dit voorstel zijn volgens hem onterecht. Het eerste bezwaar is dat niet iedereen creatief en vindingrijk kan zijn. Dat klopt volgens de consulent niet. Die kwaliteit is inherent aan de mens. Het onderwijssysteem, en zeker het Amerikaanse, zou ervoor zorgen dat we daaraan kunnen twijfelen:

"het publieke systeem in de Verenigde Staten werd opgericht om kinderen te leren dat ze de regels moeten volgen, het zijn de instellingen die ons hebben veranderd. We moeten teruggrijpen naar onze verbeelding, creatie en emotionele intelligentie"

, zegt hij. Zeker omdat er volgens John Hagel ook vraag naar is. Unieke producten op maat die inspelen op specifieke of artisanale wensen of behoeften zitten immers in de lift.

Het tweede meest voorkomende bezwaar tegen de oplossing van John Hagel is dat er niet voldoende vraag zou zijn naar creatieve vaardigheden. Wat intrinsiek te maken heeft met het huidige model en met het feit dat meestal routinetaken dienen te worden verricht in een wereld waarin alles draait om doeltreffendheid en de mogelijkheid om een standaard te herproduceren. John Hagel staat dus sceptisch tegenover het idee om te focussen op de studie van wetenschappen, het zogenaamde STEM-onderwijs in de Verenigde Staten of STIM in Frankrijk. STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics. Een idee waarmee het hoofd Strategie van het adviesbureau SapientRazorfish niet helemaal instemt. Hij vindt het immers essentieel om met de machine te kunnen communiceren.

Is augmented intelligence dan de sleutel?

De oplossing die Melanie Cook voorstelt, lijkt eenvoudig en vult een aanvulling op het voorstel van John Hagel. Mens en machine moeten samenwerken voor een augmented intelligence

"die het voordeel van de intuïtie en menselijke verbeelding combineert met de mogelijkheden van de artificiële intelligentie."

Het idee erachter is dat menselijke vaardigheden gekoppeld aan wat robots kunnen, altijd betere prestaties leveren dan de mens of de machine alleen. De consulente geeft een sprekend voorbeeld.

"Machines worden intelligenter dan ons en kunnen almaar verder en sneller gaan, maar daar zijn beperkingen aan. Stel dat we kanker willen uitroeien. Het snelste middel om dat te doen is eigenlijk de drager van de ziekte te doden, wat uiteindelijk neerkomt op het doden van de persoon die we willen beschermen. Een mens weet dat, de machine niet noodzakelijk."

Augmented intelligence maakt furore in de bedrijfswereld. 75 procent van de bedrijven maakt momenteel al gebruik van of doet testen met cognitieve of AI-technologieën met hun werknemers, zoals blijkt uit een studie van Deloitte die in februari werd gepubliceerd en door Melanie Cook wordt aangehaald. Maar amper 17 procent van de organisaties verklaart zich bereid om het management op zich te nemen van human resources bestaand uit samenwerkende mensen, robots en artificiële intelligentie. We hebben dus nog een lange weg te gaan, maar volgens de consulente wordt de weg nu aangelegd.

"Iedereen weet dat maar weinigen reageren. Alsof we van de artificiële intelligentie een e-mail zouden krijgen met daarin 'over enkele jaren ga ik uw job inpikken' en we dan antwoorden 'oké, dat zullen we dan nog wel eens zien'. En dat is niet het juiste antwoord!"

Melanie Cook raadt aan om de volgende vraag te stellen

"Is er een start-up die mijn plannen ernstig dwarsboomt?" "En als u daar onvoldoende mee kunt concurreren, tracht u er dan bij aan te sluiten!" De andere actiemiddelen zijn de wet en het recht. "Bereid de wetgevers voor, vraag hen om over de werkkrachten en de werkruimte van de toekomst na te denken."

Er zijn dus een heleboel oplossingen. Melanie Cook geeft er nog een laatste, namelijk 'leningen voor de werkgelegenheid', een oplossing die in opmars is en een alternatief vormt voor het zeer gemediatiseerde basisinkomen.

"We zouden geld moeten kunnen lenen om meer vaardigheden te verwerven en ons te herscholen om onze schuld dan te vereffenen zodra we werk vinden. Die leningen zouden door de werkgever in plaats van door de bank aan de toekomstige werknemer kunnen worden toegekend. Hij of zij kan de lening daarna dan tegen een lage rentevoet aflossen."

Een interessante optie voor landen met een zwakke sociale zekerheid, zoals de Verenigde Staten. Het is nu aan de regeringen en de bedrijven om passende initiatieven te nemen.

(Bron: www.atelier.net)

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top